• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

‘Streven naar eenheid en verzoening is een prioriteit in het pauselijke beleid’

VATICAAN (KerkNet) – In een Paus Benedictus XVI - Brief
La remissione - Over het opheffen van de excommunicatie van vier Bisschoppen gewijd door Mgr. Lefebvre
Aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk
(10 maart 2009)
, die eigenlijk pas vanmiddag om 12 uur zou worden openbaar gemaakt, maar gisterenmiddag al integraal op talloze websites te lezen stond, verdedigt de Paus zijn beslissing om de excommunicatie van de vier bisschoppen van de integristische Priesterbroederschap St.-Pius X op te heffen. Mee door de ongelukkige samenloop met de affaire Williamson, een van de vier betrokken bisschoppen die meende het bestaan van de gaskamers te moeten ontkennen en de Shoah te minimaliseren, kregen Paus en curie een wereldwijde storm van kritiek over zich heen. De Paus erkent in zijn brief ruiterlijk dat ook het Vaticaan zelf in deze fouten heeft gemaakt, maar blijft erbij dat hij met zijn beslissing een noodzakelijke stap heeft gezet op weg naar verzoening met de Priesterbroederschap Pius X en op z’n minst geprobeerd heeft te verhinderen dat de priestersociëteit zou gaan radicaliseren. Streven naar eenheid en verzoening binnen de Kerk is volgens hem nu eenmaal een absolute prioriteit voord de opvolger van Petrus.

Radicalisering voorkomen
In zijn brief onderstreept Paus Benedictus XVI dat de hoofdreden voor de opheffing van de excommunicatie van vier bisschoppen was het voorkomen van een verdere radicalisering van Pius X. Hij geeft toe dat daarbij vraagtekens kunnen en mogen worden geplaatst. “Was het wel nodig? Was dit nu echt een prioriteit? Zijn er dan geen belangrijkere zaken in de Kerk? Er zijn inderdaad allicht belangrijker en dringender kwesties in de Kerk (…) Maar dat ontslaat mij niet van de plicht alles eraan te doen om de eenheid in de Kerk te bewaren. Die eenheid is de hoogste en meest fundamentele prioriteit van de Kerk en van de opvolgers van Petrus in deze tijd”. De Paus verwijst onder meer naar een tekst in het Lucasevangelie waarin Jezus Petrus beveelt zijn broeders te sterken in het geloof. “Was het dan echt verkeerd om ook hier de broeders tegemoet te komen?” vraagt de Paus zich luidop af. “Moet ook de burgerlijke samenleving niet proberen radicaliseringen te voorkomen en de aanhangers ervan – zoveel als mogelijk – proberen te reïntegreren in de grotere verbanden van het maatschappelijke leven, om zo versplintering en alle kwalijke gevolgen daarvan te vermijden? Het kan toch niet compleet verkeerd zijn zich daadwerkelijk in te spannen om verharding en bekrompenheid te beperken en om op die manier ruimte te geven aan het positieve en aan datgene wat teruggewonnen kan worden?”

Openheid
De Paus beroept zich in zijn brief op zijn persoonlijke ervaring met geradicaliseerde geestelijken die (opnieuw) ruimte kregen. In dat verband verwijst hij onder meer naar de mogelijkheid die in 1988 door Rome geboden werd om traditionalisten in de rooms-katholieke Kerk opnieuw een plaats te geven. De toenmalige Paus Joannes Paulus II probeerde zo te voorkomen dat traditionalisten trouw bleven aan de geëxcommuniceerde aartsbisschop Marcel Lefebvre en nog verder van Rome zouden afdrijven. “Ikzelf heb met eigen ogen gezien dat na 1988 en dankzij de terugkeer van gemeenschappen die voordien van Rome waren afgescheiden, hun interne klimaat was veranderd; dat dankzij hun terugkeer in de grote en brede kerkgemeenschap eerdere eenzijdige posities bleken te zijn overstegen en dat verharde standpunten zodanig waren verzacht dat daardoor positieve krachten voor het geheel waren ontstaan.” Waarop de Paus zich afvraagt of de katholieke Kerk het zich echt wel kan permitteren om onverschillig te blijven tegenover een “gemeenschap met 491 priesters, 215 seminaristen, 6 seminaries, 88 scholen, 2 universitaire instituten, 117 broeders en 164 zusters. Moeten we die dan zomaar van de Kerk laten wegdrijven?” Hij geeft toe dat leden van Pius X al vaker wanklanken hebben laten horen, “maar de waarheid gebiedt me eraan toe te voegen dat ik ook een hele reeks getuigenissen heb ontvangen die ontroeren door hun dankbaarheid en waarin een opening vanuit de harten zelf zichtbaar werd. Moet de grote Kerk zich dan niet even groothartig opstellen, bewust als zij zich is van het grote gewicht dat zij nu eenmaal bezit en van de belofte die haar is gedaan?”

Pijnlijke kritiek
Paus Benedictus XVI betreurt in zijn brief dat opheffing van de excommunicatie, in combinatie met de affaire-Williamson, hem zoveel en zo harde kritiek – ook van binnen de eigen kerkelijke rangen – heeft opgeleverd. Hij constateert met pijn in het hart de reacties, “vooral dan die van katholieken, die in de grond toch beter hadden moeten weten, die meenden mij te moeten aanvallen met een vijandigheid die elk moment kon losbarsten”. Al in de eerste paragraaf van zijn brief legt de Paus uit dat de vaststelling dat “bepaalde groeperingen de Paus er in alle openheid van beschuldigden terug te willen naar de tijd van vóór het Concilie” en de “vloed van protesten, waarvan de bitterheid wonden laat vermoeden die al veel vroeger dan vandaag zijn geslagen”, hem ertoe hebben genoopt zijn beslissing in een brief toe te lichten.
De Paus betreurt ook nadrukkelijk dat door de samenloop met de affaire Williamson - “een even ongelukkig als niet te voorzien incident” - de goede band met de Joodse gemeenschap ernstige schade opliep. Hij verwerpt met klem het idee dat er in de Kerk plaats zou kunnen zijn voor antisemitisme en bedankt nadrukkelijk de “Joodse vrienden die meegeholpen hebben het misverstand snel uit de weg te ruimen en de sfeer van vriendschap en vertrouwen te herstellen”. Uit de hele affaire Williamson heeft de Paus naar eigen zeggen alvast deze les geleerd: “Er is me verteld dat als we aandachtiger de informatie hadden opgevolgd die via internet beschikbaar was, wij ons veel sneller rekenschap zouden hebben gegeven van de ernst van het probleem. Ik heb daarvan alvast geleerd dat we bij de Heilige Stoel veel meer aandacht zullen moeten besteden aan deze bron van informatie.”

Pauselijke Commissie 'Ecclesia Dei'
De Pauselijke Commissie 'Ecclesia Dei', verantwoordelijk voor de dialoog met volgelingen van de traditionalistische bisschop Lefebvre, maakt voortaan deel uit van de Congregatie voor de Geloofsleer. De commissie werd door Paus Johannes Paulus II opgericht om een eind te maken aan het schisma met de traditionalisten. Bisschop Lefebvre werd in 1988 uit de katholieke Kerk gesloten, nadat hij vier bisschoppen – onder meer zijn opvolger Felay - zonder instemming van Rome gewijd had.
De Paus schrijft in zijn brief dat de Commissie voortaan onderdeel wordt van de Congregatie, omdat de problemen die er behandeld worden in essentie doctrinair van aard zijn.

Pater Federico Lombardi, woordvoerder van het Vaticaan, lichtte vandaag tijdens de persconferentie toe dat de maatregel vooral de collegialiteit met bisschoppen moet garanderen. De Pauselijke commissie kreeg in het verleden meermaals het verwijt dat zij te weinig overlegde met en onvoldoende informatie doorgaf aan andere Vaticaanse dicasteries.

Publicatiedatum: 12 maart 2009
Laatst bewerkt: 15 maart 2010


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam