• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De viering van de Eucharistie in coronatijd

In Frankrijk en Engeland hebben bisschoppen geprotesteerd tegen het opschorten van publieke vieringen in verband met het coronavirus. De Franse bisschoppen verloren echter hun zaak bij de Franse Raad van State tegen het verbod op het vieren van Missen in het openbaar. Het KN heeft er recent (dd. 9 november 2020) een artikel aan gewijd.

In het geval van een verbod van overheidswege gaat het om rechtsstatelijke vragen als de vraag naar de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van godsdienst. Maar ook binnenkerkelijk zijn er vragen van religieuze, pastorale en liturgische aard. Daarbij is het goed te kijken wat de Kerk in het kerkelijk recht en ook andere kerkelijke documenten zegt over het recht van parochianen om naar de kerk en de viering van de Eucharistie te gaan. Wat is de rol van de bisschoppen? In hoeverre kan een televisiemis een alternatief kan bieden of juist niet? Deze vragen zijn niet alleen opportuun in landen waar de overheid sommeert de kerken te sluiten, maar ook in ons land waar de scheiding van Kerk en staat op dit terrein beter wordt gerespecteerd. 

Rechten en plichten inzake deelname aan de Eucharistieviering

De Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
, het kerkelijk wetboek, spreekt over een recht van gelovigen om de eredienst bij te wonen en gevoed te worden met het woord van God en de sacramenten. Dit staat beschreven in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)

“De christengelovigen hebben het recht uit de geestelijke goederen van de Kerk, vooral uit het woord Gods en de sacramenten, bijstand van de gewijde Herders te ontvangen.”

Ook heeft de gelovige een recht om tot de kerk toegelaten te worden. Dit wordt aangegeven in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
:

Onder kerk wordt verstaan een gewijd gebouw bestemd voor de goddelijke eredienst, waartoe de gelovigen recht van toegang hebben om de goddelijke eredienst voornamelijk openbaar uit te oefenen.” 

Het valt dan ook onder de belangrijke taken van een pastoor ervoor te zorgen: 

  1. dat de gelovigen hiertoe in de gelegenheid worden gesteld. Zie Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    … hij dient zich moeite te geven dat de christengelovigen door het vroom vieren van de sacramenten gevoed worden en in het bijzonder dat zij veelvuldig tot de sacramenten van de allerheiligste Eucharistie en van de boete naderen … 
  2. dat op zon- en feestdagen de Eucharistie gevierd wordt. Zie Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    De taken in het bijzonder aan de pastoor toevertrouwd, zijn de volgende: {..} 7 – De meer plechtige celebratie van de Eucharistie op zondagen en geboden feestdagen. 

Daarbij geeft de codex in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
aan dat de gelovige ook recht heeft om de H. Communie te ontvangen:

Iedere gedoopte, die hiervan door het recht niet wordt uitgesloten, kan en moet tot de heilige Communie toegelaten worden.”

Bij het beperken van deze rechten geldt Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
:

Wetten die (....) de vrije uitoefening van rechten beperken of een uitzondering op de wet bevatten, zijn aan strikte interpretatie onderworpen.” 

De Kerk spreekt ook over een plicht van de gelovigen om op zondag aan de Eucharistie deel te nemen, de zogenaamde zondagsplicht, zie Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)

Op zondag en op de andere verplichte feestdagen zijn de gelovigen verplicht aan de Mis deel te nemen … 

Omtrent de zondagsplicht is officieel door de bisschoppenconferentie in de maand maart bepaald (‘dispensatie van de zondagsplicht’) dat in coronatijd deelname middels bijvoorbeeld de televisie kan volstaan zie het decreet van de bisschop van Den Bosch Mgr. de Korte hieromtrent. De bisschoppen hebben in die periode tevens de aandacht gevestigd op de geestelijke Communie. 

Als er echter wel een goede mogelijkheid is de Eucharistie bij te wonen en de H. Communie te ontvangen geldt de zondagsplicht onverkort.

Uit het bovenstaande blijkt achtereenvolgens de gelovigen

  1. recht hebben op toegang tot de kerk,
  2. om de Eucharistie bij te wonen,
  3. Gods Woord te horen,
  4. de Sacramenten te ontvangen en
  5. indien zij hiervan door het recht niet wordt uitgesloten, te Communie te kunnen gaan.

De pastoor heeft de taak ervoor te zorgen dat alle gelovigen daartoe in de gelegenheid worden gesteld. De gelovige behoort indien dit mogelijk is de zondagsplicht te vervullen. 

Televisiemis als alternatief?

De vraag dient zich in onze tijd aan of men kan volstaan met bijvoorbeeld een televisiemis. In dat geval wordt het recht uit Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
in zekere zin vervuld om het Woord van God te horen en zo door het Woord ”bijstand van de gewijde Herders te ontvangen”. Ook wordt dan de Eucharistie gecelebreerd zoals Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
vereist. 

Echter, zoals Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
eveneens vermeldt, wordt de bijstand van de gewijde herders ook gevraagd voor het ontvangen van de sacramenten. Dit wordt versterkt in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
, waar gesproken wordt over het veelvuldig naderen tot de sacramenten van de allerheiligste Eucharistie en van de boete. Naast de plicht van de pastoor er zorg voor te dragen dat de mogelijkheid er is om de Eucharistie te vieren, waarbij lettend op de zondagsplicht de televisiemis soms kan volstaan, spreekt de codex in dat kader nadrukkelijk ook over een recht om de eredienst bij te wonen. Hiermee wordt fysieke aanwezigheid bedoeld. 

De televisiemis is daarmee slechts een alternatief in situaties waar sprake is van een zekere onmogelijkheid van de gelovigen om fysiek aanwezig te zijn. 

De kerkelijke documenten wijzen er immers met herhaling op dat de Eucharistie een gebeuren is van de priester met de vierende gemeenschap, op dat moment, fysiek en ter plaatse. De mogelijkheid om de liturgie fysiek mee te maken, niet thuis achter de televisie, wordt versterkt door het gegeven dat de gelovigen recht hebben op toegang tot de kerk (Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
, hierboven genoemd). De pastoor heeft dan de taak om binnen de bestaande mogelijkheden gelovigen zoveel mogelijk de gelegenheid te bieden de Eucharistie te vieren en de Communie te ontvangen. 

Naast de voordelen die het uitzenden van de Mis op de televisie meebrengt voor zieken en mensen die verhinderd zijn om naar de kerk te komen, zijn er ook een risico’s. De makers van de opname en de kijkers werken met een medium dat doorgaans gericht is op nieuws, amusement en informatie. Zij kunnen de televisiemis steeds meer gaan benaderen en ervaren als onderdeel van het totale programma-aanbod op de televisie. Zo kan de zendgemachtigde, of met de technieken van het internet ook een parochie, in de verleiding komen vanwege een krappe agenda en zoals gebruikelijk bij spelprogramma’s in de televisiewereld, de Eucharistieviering meerdere dagen vooraf op te nemen. Hierover heeft de H. Paus Johannes Paulus II met een vooruitziende blik in zijn Apostolische Brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Dies Domini
Over de heiliging van de zondag
(31 mei 1998)
, over de heiliging van de zondag geschreven:

(...) In heel veel landen geven radio en televisie de mogelijkheid zich met een eucharistieviering te verenigen op het moment, dat deze in een kerk of kapel plaatsvindt. (...)” H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de heiliging van de zondag, Dies Domini (31 mei 1998), 54 

De viering van de Eucharistie op zon- en feestdagen is bij uitstek het samenkomen van de plaatselijke geloofsgemeenschap. Het is van belang dat de gelovige die de viering via de televisie meemaakt ook verzekerd is dat hij of zij middels het televisiescherm zich “op dat moment” verenigd weet met de vierende gemeenschap en met de priester die het Eucharistisch offer opdraagt.

Ter onderschrijving van dit uitgangspunt het volgende citaat omtrent het vieren van de Eucharistie middels de televisie-uitzending, vanuit het Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie!
(15 augustus 2020)
van de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten § 6: 

“Ook al bewijzen de communicatiemiddelen een gewaardeerde dienst aan de zieken en aan hen die niet in de mogelijkheid verkeren om naar de kerk te gaan. en ook al hebben ze een grote dienst verricht door de uitzending van de Heilige Mis in een tijd waarin het niet mogelijk was om de liturgie in gemeenschap te vieren, toch is geen enkele uitzending vergelijkbaar met de persoonlijke deelname of kan ze deze vervangen. Integendeel, deze uitzendingen alleen al riskeren ons te verwijderen van een persoonlijke en intieme ontmoeting met de vleesgeworden God die zich niet op een virtuele, maar werkelijke wijze aan ons heeft gegeven, en zegt: "Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem" (Joh. 6, 56). Dit fysieke contact met de Heer is vitaal, onmisbaar, onvervangbaar. Zodra de concrete, effectieve maatregelen zijn vastgesteld en worden gepraktiseerd om de besmetting met het virus tot een minimum te beperken, is het noodzakelijk dat allen hun plaats weer innemen in de samenkomst van de broeders en zusters, de onvervangbare kostbaarheid en schoonheid van de viering herontdekken, en de ontmoedigde. angstige broeders en zusters met aanstekelijk enthousiasme terugroepen en aantrekken uit hun veel te lang durende afwezigheid.” Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie! (15 aug 2020), 6

De bisschoppen in coronatijd

Bij de Franse en Engelse bisschoppen is het de overheid die de toegang verbiedt. Dit staat op gespannen voet met wat het kerkelijk recht voorschrijft. Door de scheiding van Kerk en staat die in de grondwet is verankerd, speelt dit in Nederland niet in dezelfde mate. De bisschoppen overleggen met de minister om een vertaalslag maken van de regels van de overheid naar de regels voor de Kerken. De Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten heeft dit bevestigd in haar schrijven van 15 augustus 2020 Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie!
(15 augustus 2020)
§ 3a: 

“(…) door te luisteren naar de burgerlijke autoriteiten en deskundigen en met hen samen te werken waren de bisschoppen en hun territoriale conferenties bereid om moeilijke en pijnlijke beslissingen te nemen, zelfs zozeer, dat ze de deelname van de gelovigen aan de Eucharistieviering voor lange tijd opschortten. Deze Congregatie is de bisschoppen bijzonder erkentelijk voor hun inzet en inspanning om zo goed mogelijk te reageren op een onvoorziene en complexe situatie. In dit schrijven bevestigt de Congregatie de taak en de bevoegdheid van de bisschoppen in dezen.” Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie! (15 aug 2020), 3

Een belangrijke vraag blijft echter in hoeverre de coronamaatregelen zo kunnen doorwerken dat de gelovigen toegang tot de kerk, fysieke aanwezigheid bij de eredienst en het ontvangen van de Communie mag worden ontzegd. Een basisregel voor heel het kerkelijk wetboek luidt aldus: Salus animarum suprema lex (het heil van de zielen is de hoogste wet). Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1752 Kan de dreiging van verspreiding van deze besmettelijke ziekte maken dat ook het heil van de zielen in gevaar komt? God kan immers zijn genade ook op andere wijze schenken. Kan men daarbij misschien een beroep doen op het Ecclesia supplet in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)

“(...) bij positieve en waarschijnlijke twijfel hetzij in rechte hetzij in feite, suppleert de Kerk (Ecclesiae supplet) de uitvoerende bestuursmacht zowel voor het uitwendig als het inwendig rechtsbereik.”

De omgekeerde gedachte ligt meer voor de hand. Het ‘Salus animarum suprema lex’ doelt vooral op het recht van de gelovigen door middel van de Eucharistie en het ontvangen van de sacramenten hun geestelijk heil te bevorderen. Voor bisschoppen, pastoors en gelovigen geldt daarom dat deze basisbeginselen geen vrijbrief geven om de canones uit het kerkelijk wetboek ruim te interpreteren, lettend op wat de codex zegt in Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)

“Wetten die (…) de vrije uitoefening van rechten beperken of een uitzondering op de wet bevatten, zijn aan strikte interpretatie onderworpen.” 

Een strikte noodzakelijksheidstoets is daarom vereist bij de vraag door wie en hoe van deze rechten kan worden afgeweken. 

Dit wordt in het bovengenoemde Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie!
(15 augustus 2020)
van de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten wordt dit in aansluiting op de aangehaalde paragraaf en met verwijzing naar het Tweede Vaticaans Concilie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 10, uitdrukkelijk bevestigd, § 3b: 

“ Maar zodra de omstandigheden het toelaten. is het noodzakelijk en urgent om terug te keren naar de normale situatie van het christelijk leven met hel kerkgebouw als huis en met de viering van de liturgie, in het bijzonder de Eucharistie, als ‘ het hoogtepunt, waarop de activiteit van de Kerk zich richt, en tevens de bron, waaruit heel haar kracht voortkomt.’ " Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie! (15 aug 2020), 3

Conclusie

De bisschoppen hebben de uitvoerende bestuursmacht om zulke vergaande maatregelen te treffen als het ontzeggen van de toegang tot het kerkgebouw, de eredienst en het ontvangen van de sacramenten. De samenwerking met de overheden in deze coronapandemie wordt ook vanuit het kerkelijk leergezag erkend en gestimuleerd. Ook voor de bisschoppen geldt echter dat er zeer zwaarwegende argumenten vereist zijn om tot zo’n besluit te komen. Het recht van de gelovigen in deze weegt zwaar en beperkingen hiervan zijn aan strikte interpretatie onderworpen. Het betekent dat alles in het werk gesteld moet worden om de gelovigen toegang te verlenen tot de eredienst en het ontvangen van de sacramenten. Mag men dan met Thomas van Aquino zeggen: ad impossibile nemo tenetur (niemand is gehouden tot het onmogelijke? H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. IIa-IIae q. 62, art. 5 n. 3, 255 Zeker, vanzelfsprekend, maar gezien het gewicht dat de codex aan deze kwestie verbindt, moet men ook het omgekeerde zegen: Als het niet onmogelijk is, dient men zich eraan te houden. De Congregatie zegt het met andere woorden, maar niet minder dringend: 

“(…) zodra de omstandigheden het toelaten. is het noodzakelijk en urgent om terug te keren naar de normale situatie (…).” Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Laten we met vreugde terugkeren naar de Eucharistie! (15 aug 2020), 3

 

Bron en samenstelling: Redactie

Publicatiedatum: 21 november 2020
Laatst bewerkt: 24 november 2020


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam