• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Gedachten over de verplichting om de Mis bij te wonen in tijden van een epidemie

(canonlaw.blogspot.com) - De verplichting om de Mis bij te wonen op zondagen en (lokaal gevierde) verplichte feestdagen, zoals vastgelegd in de Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2180-2183, is in geweten zwaarwegend en bindend. Geen enkele betrouwbare commentator betwist dit. De Kerk dwingt deze aanwezigheidsverplichting echter niet af in het forum externum (zo neemt de kerkpolitie geen deel aan de Mis en geeft zij geen boetes voor het niet aanwezig zijn), maar zij heeft wel een leidraad geformuleerd om trouwe katholieken bij te staan bij de beoordeling van hun verplichtingen onder verschillende omstandigheden.

Voorafgaand punt.

Regelmatige lezers van het blog In the Light of the Law weten dat ik bij het bespreken van enkele vragen over de aanwezigheidsplicht bij de Mis niet de analyse "Hoeveel van de Mis kan ik missen en telt de Mis nog steeds?" hanteer en in plaats daarvan de voorkeur geef aan een "Waarom heb ik zoveel van de Mis gemist?". Dus de beoordeling van iemands redenen en/of rechtvaardiging voor het missen van een deel of het geheel van een verplichte Mis. Ik stel voor dezelfde aanpak - een die niet vraagt hoeveel ik gemist heb, maar waarom heb ik het gemist - te gebruiken dat helpt bij het beoordelen, hoe sterk de verplichting is tot het bijwonen van de Mis in tijden van een epidemie.

Drie factoren kunnen iemands verplichting tot het bijwonen van bepaalde Missen ontheffen maken, namelijk: onmogelijkheid, dispensatie of excuus.

Onmogelijkheid.

Sinds de oudheid wordt erkend dat niemand gebonden is aan het onmogelijke. Als de Mis in de eigen omgeving is afgelast (en ook al wordt er enige moeite gedaan om een Mis buiten de eigen omgeving te vinden), dan is men niet verplicht om zich tot het uiterste in te spannen om ergens anders een Mis te vinden en deze bij te wonen. Het kerkelijk recht verwacht dat het bijwonen van een Mis, zelfs een verplichte Mis, soms onmogelijk is en beveelt aan dat de gelovigen een andere liturgische oefening doen (bijvoorbeeld het Getijdengebed Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1174) of op een andere manier een gepaste hoeveelheid tijd besteden aan het gebed, volgens Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. Het bekijken van een op televisie uitgezonden Mis kan een goede oefening zijn, maar met dergelijke oefeningen voldoet men niet aan de verplichting tot het bijwonen van de Mis - die verplichting is door de onmogelijkheid om de Mis bij te wonen verhinderd -, want alleen het bijwonen van de Mis voldoet aan de verplichting tot het bijwonen van de Mis.

Dispensatie.

De verplichting van de wekelijks eredienst (en tot op zekere hoogte de verplichte feestdagen) weerspiegelt de richtlijnen van de goddelijk wet die teruggaan op de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
, maar de moderne zondagsverplichting is een uitvloeisel van het kerkelijk recht en is dus afhankelijk van diocesane dispensatie door de diocesane bisschop volgens Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. Bovendien machtigt Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
de pastoors van de parochie (maar niet zomaar een priester, enz.), volgens Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
 om degenen die tot zijn parochie behoren of in zijn parochie aanwezig zijn, van deze verplichting te ontheffen. Om zeker te zijn dringt Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
er bij de uitvoerende macht op aan om zorgvuldig na te denken over het geestelijk welzijn van hun onderdanen, de ernst van de wet die wordt uitgevaardigd en andere omstandigheden die bij de beraadslaging over de ontheffing van een wet meespelen. Desalniettemin worden twijfels over de toereikendheid van de redenen voor een dispensatie opgelost ten gunste van de dispensatie.

Excuseer.

Deze methode om de aanwezigheidsplicht bij de Mis ter zijde te schuiven is de methode die waarschijnlijk de individuele katholieken het meest treft en die meer tijd vergt om hier te bediscussiëren.

Een van de redenen die lang geleden erkend werden als excuus (niet een technische 'dispensatie') voor het bijwonen van een verplichte Mis is iemands persoonlijke ziekte. Over ziekte moeten twee dingen gezegd worden.

Ten eerste ervaren mensen de symptomen van persoonlijke ziekten op verschillende manieren, zodat wat de ene persoon als een ongemak kan ervaren (bijvoorbeeld hoofdpijn) de andere persoon als een ziekte kan ervaren die zijn vermogen om te handelen, te denken, te bidden, enz. ernstig aantast. Iedere gelovige is verantwoording verschuldigd aan God, en niet aan anderen, voor de manier waarop hij de ervaring van zijn symptomen beoordeelt ten opzichte van de verplichting om bepaalde Missen bij te wonen. Voor de geloofsgemeenschap is de beoordeling door het individu van de gevolgen van zijn ziekte van belang. Als men zich te ziek voelt om de Mis bij te wonen, is men vrijgesteld van de verplichting om de Mis bij te wonen.

In de tweede plaats kunnen persoonlijke ziekten verschillende gradaties en soorten risico's voor anderen met zich meebrengen. Veel ernstige ziekten vormen geen risico voor anderen (bijv. kanker), terwijl sommige minder ernstige of matige aandoeningen zeer besmettelijk zijn (bijv. verkoudheid en griep). Afgezien van de persoonlijke ervaring met ziekten die relevant zijn voor de beoordeling van de verplichting om de Mis bij te wonen, moet men ook het risico afwegen dat zijn ziekte voor anderen inhoudt door het bijwonen van een (al dan niet verplichte) Mis. Deze afweging wordt bovendien niet gemaakt als een uiting van liefdadigheid ten opzichte van anderen, maar als een oefening in gerechtigheid ten opzichte van hen. Dus, om een gemakkelijk geval te nemen: als men weet dat men een besmettelijke en ernstige ziekte heeft, zelfs als men zich persoonlijk goed voelt, denk ik dat men verplicht zou zijn de Mis niet bij te wonen, zelfs niet een verplichte.

Kortom, degenen die aan ernstige ziekten lijden zijn vrijgesteld van de ernstige verplichting om de Mis bij te wonen zoals gesteld in een van beide, en misschien wel beide, rubrieken hierboven, namelijk dat ze zich te ziek zouden kunnen voelen om de Mis bij te wonen en/of dat ze voor anderen een ernstig risico op besmetting zouden kunnen vormen.

Maar een moeilijkere vraag wordt gesteld door het coronavirus, zo lijkt het, in die zin dat men al geruime tijd besmet is met dit zeer ernstige virus voordat men zich er zelfs maar van bewust is dat men besmet is. Wat betreft de beoordeling van de verplichting om de Mis bij te wonen, past dit scenario niet onder het eerste scenario hierboven (want men voelt zich niet ziek, maar is alleen, zij het niet onredelijk, bang om ziek te worden), noch is men zich bewust van het feit dat men bijzonder besmettelijk is voor anderen. Wat moet men dan doen om de verplichting tot het bijwonen van de Mis te beoordelen in tijden van ernstige pandemie wanneer (a) het mogelijk is om een Mis te vinden; (b) men niet ontheven is van de verplichting om de Mis bij te wonen; en (c) men zich niet ziek voelt, hoewel velen in de gemeenschap na geruime tijd ziek worden zonder dat ze symptomen vertonen.

Ik stel de volgende aanpak voor. Omdat deze overwegingen grotendeels prudentieel zijn (en ik gebruik dat woord in zijn goede zin, en niet als dekmantel voor het doen van wat ik handig vind), besef dat zelfs kleine veranderingen in de feiten de manier waarop mijn advies in de praktijk uitpakt, sterk kunnen veranderen.

A) Als men gewoonweg, hoe begrijpelijk ook, bang is om door anderen te worden besmet, zie ik niet voldoende excuus om af te zien van de vervulling van een ernstige religieuze verplichting zoals de Zondagsmis. Hoe meer men echter bang is om geïnfecteerd te raken, des te groter is de kans dat men voldoende excuus vindt om de Mis bij te wonen, ook al voelt men zich goed.

B) Als men geen speciale reden heeft om te denken dat men besmettelijk is voor anderen, zie ik niet voldoende excuus om af te zien van de vervulling van een ernstige religieuze verplichting zoals het bijwonen van de Mis op zondag. Factoren die de kans vergroten dat men besmettelijk is voor anderen (bijv. iemand in het huishouden is ziek geworden, of men werkt met of is in de buurt van zieke personen) zullen waarschijnlijk leiden tot een excuus om bepaalde Missen bij te wonen, en opnieuw, ook al voelt men zich prima.

Bedenk nogmaals dat de Kerk in beide bovenstaande scenario's niet probeert de zelfbeoordeling van de tevredenheid of het vermijden van de verplichting om de Mis op zondag en bepaalde feestdagen bij te wonen, te controleren. Als een gewetenskwestie is men verantwoording verschuldigd aan de Heer voor zijn beslissing en de Heer kan noch bedriegen, noch laat zich bedriegen.

Bron: Blog In the Light of the Law, Dr. Edward Peters
Werkvert.: redactie

Publicatiedatum: 13 maart 2020
Laatst bewerkt: 15 maart 2020


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam