• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

(On)vruchtbaarheid en Humanae Vitae 11

Vraag: een persoon die van zichzelf weet onvruchtbaar te zijn, kan in geweten geen kerkelijk huwelijk aangaan. Immers, de huwelijksdaad kan dan niet gericht zijn op de voortplanting, hetgeen H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
stelt.

Antwoord van een parochiepriester: Vruchtbaarheid is geen vereiste voor een geldig kerkelijk huwelijk. Dat is een canonieke zaak, geen gewetenszaak. 

De Kerk heeft in het recht dus geen huwelijksbeletselen voor onvruchtbaarheid, maar als er geen fysieke mogelijkheid tot de natuurlijke geslachtsdaad is (door impotentie of operaties waarbij de geslachtsdelen niet meer kunnen werken) is dat wél een canoniek beletsel. Want dan kan die daad op geen enkele manier plaatsvinden en dan kan het huwelijk niet voltrokken worden... Wat te maken heeft met de eenheid van huwelijk en seksualiteit, gericht op voortplanting. Gericht, qua intentie, zonder dat er iets gezegd moet/kan worden over de effectieve vruchtbaarheid dus.

De morele beoordeling van de geslachtsdaad (voor het geweten dus) is overeenkomstig H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
gelegen in de finaliteit van de handeling, de intentie om een daad te stellen die als God en de natuur dat willen (uitsluitend binnen het huwelijk uiteraard) zou kúnnen leiden tot vruchtbaarheid. Ook als er geen vruchtbaarheid meer mogelijk zou zijn, waar H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
uitgebreid op ingaat, maar er wel gemeenschap is, blijft (permanet) die handeling intentioneel nog steeds overeenkomstig het natuurrecht 'gericht op'. Dat is namelijk eigen aan de daad als zodanig en dat bepaalt dus het moreel object van de menselijke handeling. Wij moeten daarbij denken vanuit de leer van de Kerk en niet vanuit de praktijk van de wereld. Voor de Kerk is een geslachtsdaad ipso facto gericht op voortplanting. Buiten dat kunnen/willen wij helemaal niet spreken over de daad. En hoewel dit zelden voorkomt, heeft God in de Schrift meermaals laten zien dat voor Hem op het punt van vruchtbaarheid niets onmogelijk is (Simson, Samuel, Joannes...). Wat ik hier zeg is ook de achtergrond van de zeer mooie en genuanceerde tekst over de onvruchtbaren: "In die zin zou ik echtparen die onvruchtbaarheid ervaren, er willen aan herinneren dat hun roeping tot het huwelijk er niet door vermindert." 

De tekst van de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
is volledig in overeenstemming met dit alles. Het woord 'blijven' is dus consistent met H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
, en ook hier wordt gesproken over de intentie: "vruchtbaarheid is een gave en een doel van het huwelijk, want de echtelijke liefde streeft er van nature naar". In het streven zit de intentie, en in het woord doel het thomistisch concept van de finaliteit wat de intentie vormt. Dat vruchtbaarheid een gave is, impliceert ook dat het geen mensenwerk is en dus niet altijd tot vruchtbaarheid leidt. Maar de handeling blijft er qua daad wel op gericht. Ik zie dus alleen maar overeenstemming qua formuleringen.

De absolute finaliteit van H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
, consistent met de leer van de Kerk, heeft in zich wel een component van de wil. Het moreel subject dus. Dat wil zeggen: de Kerk eist van huwenden dat zij - ook als zij aan NFP doen op welke geoorloofde wijze dan ook - nooit het ontvangen van het leven 100% uitsluiten. Wie echt helemaal geen kinderen wil, kan niet trouwen, dat is een beletsel in de wil. En daarin laat de Kerk zien hoe diepgeworteld het natuurrecht met het canonieke recht verbonden is. De gerichtheid op procreatie is altijd absoluut en kan nooit worden uitgesloten. Qua intentie, het moreel subject dus. Dat is ook van belang bij de beoordeling van NFP. Want wie aan NFP doet, mag daarbij nooit zo absoluut zijn dat men per se geen kind wil, want dat maakt de goede daad zondig door de verkeerde intentie, omdat het ingaat tegen de intrinsieke finaliteit van de daad. Ook wie een natuurlijke weg gaat, moet juist qua intentie zuiver open staan voor de natuur, ook al staat de deur maar op een kier. Dat kan een gewetensspanning opleveren, maar het is inherent aan de betekenis van de geslachtsdaad, die inderdaad die gerichtheid 'per se' blijft hebben. Maar goed, dit is echt op het scherpst van de snede in de moraaltheologie en de biechtpraktijk. Maar het laat wel zien hoe belangrijk het woord 'blijft' is...

Publicatiedatum: 1 januari 2018
Laatst bewerkt: 19 september 2018


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam