• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Mozes

Tijdens de algemene audiëntie van 1 juni sprak paus Benedictus XVI over Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Mozes - de liefde van God openbaart zich in de geschiedenis
5e catechese in de reeks over het christelijk gebed
(1 juni 2011)
in het kader van de reeks catecheses over Over het christelijk gebed.

Bij het lezen van de het Oude Testament valt één persoon bijzonder op als man van gebed: Mozes. Hij is bemiddelaar tussen God en Israël; hij ziet God en spreekt met Hem van aangezicht tot aangezicht, zoals een mens met zijn medemens spreekt (Ex. 33, 11).

Ook toen het volk Aäron vroeg een gouden kalf te maken, bleef Mozes bidden als bemiddelaar. Het volk van Israël bevond zich aan de voet van de Sinaï, terwijl Mozes op de berg de tafels van de Wet verwachtte door veertig dagen en nachten te vasten (Ex. 24, 18)(Deut. 9, 9). Terwijl de Heer aan Mozes de Wet overhandigt, begint het ongedurige volk te morren. Moe van een weg met een onzichtbare god eisen de Israëlieten van Aäron: Maak een god die voor ons uit kan gaan, want die Mozes, de man die ons uit Egypte heeft geleid, we weten niet wat er met hem aan de hand is (Ex. 32, 1). En in het door Aäron uit metaal gegoten kalf vindt het volk een zichtbare god.

Het gaat om een voortdurende bekoring op de weg van het geloof: het goddelijke mysterie ontwijken door zichzelf een god te construeren, die overeenkomt met het eigen concept. De Heer openbaart Mozes waar het volk op dat moment mee bezig is en besluit met de woorden: Laat mij begaan, dan kan ik hen in mijn brandende toorn vernietigen (Ex. 32, 10). Net zoals aan Abraham inzake Sodom en Gomorra, openbaart God nu aan Mozes wat Hij gaat doen, als wilde Hij niet handelen zonder zijn instemming. Hij zegt: Laat mij begaan... Dit wordt juist gezegd opdat Mozes God zal smeken het niet te doen, en ook om te openbaren dat Gods wens steeds redding is.

Mozes' smeekgebed concentreert zich op de trouw en de genade van de Heer. Hij bewerkte het heil door zijn volk te bevrijden uit de Egyptische slavernij; dus waarom – zo vraagt Mozes – moeten de Egyptenaren zeggen: Hij heeft ze laten gaan met de boze opzet ze in de bergen te laten omkomen en ze van de aarde te laten wegvagen? (Ex. 32, 12). Als God zijn volk zou laten omkomen, is dat uit te leggen als een teken van goddelijke onbekwaamheid in zijn eigen heilsplan. Dat kan God niet toelaten: Hij is toch de Heer die redt? Zo doet Mozes een beroep op het innerlijk leven van God tegen zijn uiterlijk oordeel. Hij wil dat Israël wordt gered. Niet alleen omdat het gaat om de aan hem toevertrouwde kudde, maar ook omdat zich in deze redding de ware werkelijkheid van God manifesteert.

Mozes doet een beroep op Gods trouw: Denk aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie Gij onder ede beloofd hebt: Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en heel het land waarover Ik heb gesproken zal Ik uw nakomelingen voor altijd in bezit geven (Ex. 32, 13). Hij herinnert aan het begin, aan de volkomen onverdiende uitverkiezing. Niet op grond van hun verdiensten ontvingen zij de beloften, maar uit vrije beslissing van God en omdat Hij hen liefhad (Deut. 10, 15). De voorspreker brengt geen verontschuldiging naar voren, maar doet alleen een beroep op Gods genade.

Na de vernieling van het gouden kalf zal Mozes terugkeren naar de berg en zegt hij tot de Heer: Kunt Gij hun toch geen vergiffenis schenken? Als dat niet kan, schrap mij dan uit het boek dat Gij hebt geschreven (Ex. 32, 32). Mozes staat op de top van de berg van aangezicht tot aangezicht met God, maakt zich tot voorspreker van zijn volk en biedt zichzelf aan (schrap mij dan). In hem hebben de Kerkvaders een voorafbeelding van Christus gezien, die op de top van het kruis werkelijk voor God staat, niet alleen als vriend, maar als Zoon. En die zich niet alleen aanbiedt – schrap mij dan – maar zich met zijn doorboord hart laat schrappen om zelf tot zonde te worden, zoals Paulus zegt. Hij laadt onze zonden op zich om ons te redden en om vergeving te schenken die omvormt en hernieuwt.

Bron: Katholiek Nieuwsblad
Samenvatting: Sef Adams

Publicatiedatum: 3 juni 2011
Laatst bewerkt: 3 juni 2011


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam