• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Benedictus XVI in “Jezus van Nazareth. Van de intocht in Jeruzalem tot de Verrijzenis”

Het joodse volk als zodanig heeft Jezus niet veroordeeld

Deze bewering van Benedictus XVI in het tweede deel van zijn Jezusboek heeft reeds veel inkt doen vloeien, zelfs voor het in de boekenwinkel lag. Wat staat juist in de tekst?

Op de bladzijden over het “proces” van Jezus, spreekt Benedictus XVI niet over het “proces” ten overstaan van Kaïfas, maar over “ondervraging”. De Paus toont dat ze uitloopt op de overdracht aan de Romeinse macht, omdat de aanklacht gericht was tegen het opeisen van het koningschap: “Het opeisen van het Messiaanse koningschap was een politiek misdrijf dat moest bestraft worden door het Romeinse gerecht”.

Wie heeft dus aangedrongen op de ter dood veroordeling van Jezus? vraagt de Paus zich af. Hij antwoordt vooreerst dat het volgens Johannes eenvoudigweg de “Joden” zijn. Doch deze uitdrukking “wijst” bij Johannes “helemaal niet – zoals de moderne lezer geneigd is te interpreteren – op het volk van Israël als zodanig, en ze is nog minder ‘racistisch’ van aard”.

“Tenslotte was Johannes een Israëliet, zoals Jezus en al de Zijnen. De eerste gemeenschap was in haar geheel samengesteld uit Israëlieten. Bij Johannes heeft deze uitdrukking een precieze en strikt beperkte betekenis: zij verwijst naar de aristocratie van de Tempel. Zo wordt in het vierde Evangelie de kring van hen die beschuldigen en Jezus’ dood willen, precies en duidelijk begrenzend beschreven: het gaat namelijk om de aristocratie van de Tempel – doch ook niet zonder uitzonderingen, zoals de vermelding van Nikodemus doet begrijpen Vgl. Joh. 7, 50 ss. .”

De Paus doet vervolgens opmerken dat de kring van hen die beschuldigen, bij de heilige Marcus uitgebreid wordt tot de “massa”, “ochlos” (“gepeupel”), in ieder geval “niet het ‘volk’ der Joden als zodanig”: “het gaat om degenen die Barabbas verdedigen en zich voor zijn vrijlating verzameld hebben; als rebel in een opstand tegen de Romeinse macht, kon hij natuurlijk rekenen op een zeker aantal sympathisanten”.

Een ander deel van het volk bleef onzichtbaar: “zij die in Jezus geloofden en angst hadden, bleven verborgen; zo was de stem van het volk waarop het Romeinse recht rekende, eenzijdig vertegenwoordigd”.

“Bij Marcus speelt naast de “Joden”, namelijk de gezaghebbende priesterlijke kringen, het “ochlos”, de aanhangers van Barabbas, ook een rol, doch niet het Joodse volk als zodanig”, vat de Paus samen.

Benedictus XVI merkt op dat Matteüs het begrip “ochlos” verruimt door “heel” het volk te schrijven, doch dat men dit juist moet lezen. Bij de aanroeping van het “bloed” – “Zijn bloed kome over ons” – merkt hij op dat het bloed voor Matteüs “geen vervloeking is, doch verlossing, heil”. Het is geen bloed dat “tegen” iemand “vergoten” wordt, “het is het vergoten bloed ‘voor’ velen”.

De Naam van God, YHWH

Het respect van de Paus voor de Joden en de Joodse traditie en gevoeligheid, vertaalt zich meer bepaald door een betekenisvol detail, ook al is het niet nieuw. De verspreiding van het boek zal de vulgarisatie ervan bevorderen.

Wanneer het gaat om de Naam van God (het tetragram van Hebreeuwse medeklinkers: yod, hé, vav, hé), onuitspreekbaar, en dat men evenmin met klinkers kan schrijven, brengt het boek in praktijk wat de Paus aan heel de katholieke Kerk gevraagd heeft: de transcriptie “Jahweh” die in letterlijke en theologische zin verkeerd is en oneerbiedig, niet meer te gebruiken.

Het boek schrijft dus het Hebreeuws met het tetragram van Latijnse medeklinkers, zonder klinkers: YHWH (bijvoorbeeld op p. 27), een transcriptie die reeds door heel wat exegeten gebruikt wordt, bijvoorbeeld in het Frans in de publicaties van het Institut d’Etudes Théologiques (IET) te Brussel. Bij het lezen kan men zeggen “de Heer”. In het Latijn wordt het tetragram trouwens vertaald door “Dominus”. Deze beschikking werd in het daglicht gesteld door de Bisschoppensynode over het Woord Gods.

De Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Discipline van de Sacramenten heeft hierover op 29 juni 2008 per brief een Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Vertaling van de Godsnaam in de liturgie
(29 juni 2008)
uitgevaardigd, die gepubliceerd werd in het tijdschrift “Notitiae” van de Congregatie en gericht was aan de Bisschoppenconferenties van de hele wereld, om hen eraan te herinneren dat men God niet “Jahweh” moet noemen en dat deze transcriptie in de liturgie moet verdwijnen. Deze brief, getekend door kardinaal Francis Arinze en Mgr. Malcolm Ranjith, toen respectievelijk prefect en secretaris van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Discipline van de Sacramenten, werd reeds expliciet voorgesteld als een richtlijn van Paus Benedictus XVI. De theoloog Joseph Ratzinger geeft het voorbeeld.

Vert. Sorores Christi
Bron: Zenit.org

Zie ook: 02-03-2011 - Presentatie van deel 2 van het boek "Jezus van Nazareth" van Paus Benedictus XVI

Publicatiedatum: 10 maart 2011
Laatst bewerkt: 8 april 2011


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam