• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Armoede als bron van conflict
Het aantal personen dat tegenwoordig leeft in omstandigheden van extreme armoede is enorm. Onder andere denk ik aan de dramatische situaties in enkele Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen. Het zijn enorme groeperingen, dikwijls hele lagen van de bevolking, die zich in hun eigen land aan de rand van de samenleving bevinden: onder hen is een groeiende aantal kinderen dat om te overleven op niemand anders meer kan rekenen dan alleen op zichzelf. Een dergelijke situatie is niet alleen een bedreiging van de menselijke waardigheid, maar is ontegenzeggelijk een bedreiging voor de vrede. Een staat, welke ook de politieke organisatie of het economisch systeem ervan moge zijn, blijft in zichzelf breekbaar en instabiel als hij niet voortdurende aandacht toont voor de zwakste leden ervan en niet al het mogelijke onderneemt om in de bevrediging van tenminste de eerste levensbehoeften te voorzien.

Het ‘recht op ontwikkeling’ van de armste landen verplicht de ontwikkelde landen om hen te hulp te komen. Het Tweede Vaticaans Concilie zegt hierover het volgende: “Overigens komt aan allen het recht toe om dat deel van al die goederen te hebben dat voldoende is voor henzelf en hun gezin... de mensen (zijn) verplicht... de armen te ondersteunen en niet alleen uit hun eigen overvloed” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 69. Duidelijk is de vermaning van de kerk, getrouwe echo van de stem van Christus: de goederen van de aarde zijn bestemd voor de gehele menselijke familie en kunnen niet gereserveerd worden voor het exclusief welzijn van enkelen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 31.37.

In het belang van de mens, en dus ook van de vrede, is het daarom dringend gewenst, dat de nodige correcties worden aangebracht in de economische mechanismen, zodat die in staat zijn een rechtvaardiger en gelijker verdeling van de goederen te verzekeren. Alleen het marktmechanisme is niet voldoende om dit te bereiken; het is nodig dat samenlevingen de verantwoordelijkheid op zich neemt Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 48 om de inspanningen, die dikwijls al aanzienlijk zijn, te vergroten, om de oorzaken van de armoede met hun tragische gevolgen op te heffen. Geen enkel land is in staat om een dergelijke onderneming alléén tot een goed einde te brengen. Met name hiervoor is het noodzakelijk om samen te werken, met een solidariteit die noodzakelijk is in een wereld die alsmaar kleiner is geworden. Toestaan dat situaties van extreme armoede alsmaar voortduren leidt tot het scheppen van sociale verbanden die steeds meer blootgesteld zijn aan de dreiging van geweld en conflicten.

Ieder individu en iedere groepering heeft het recht op een bestaan waarin voorzien kan worden in persoonlijke behoeften en in die van het gezin, en om te kunnen delen in het leven en de vooruitgang van de gemeenschap waartoe men behoort. Als een dergelijk recht niet wordt erkend, zullen de betrokkenen gemakkelijk op een harde wijze reageren, aangezien zij zich slachtoffer voelen van een structuur die en niet aanvaardt. Dit geldt heel in het bijzonder voor de jongeren die, beroofd van een juiste opleiding en van de toegang tot werk, voor het merendeel worden blootgesteld aan het gevaar van marginalisatie en uitbuiting. Het probleem van de werkeloosheid, speciaal van de jongeren, in geheel de wereld is aan iedereen bekend, met als gevolg daarvan de verarming van een steeds groter aantal individuele personen en van gehele gezinnen. De werkeloosheid is overigen dikwijls het tragische gevolg van de verwoesting van de economische infrastructuur van een land dat door oorlog en interne conflicten is gekweld.

Ik wil hier kort enkele problemen noemen die zeer verontrustend zijn en die de armen kwellen en die dus ook de vrede bedreigen.

Op de eerste laats is er het probleem van de buitenlandse schuld, die voor enkele landen en voor de minderbedeelde sociale lagen van de bevolking ervan, nog steeds een ondraaglijke last vormt, ondanks de inspanningen van de internationale gemeenschap, van regeringen en van financiële instellingen om hier verlichting te brengen. Zijn het niet vooral de armere sectoren van genoemde landen die de grootste last van de aflossing moeten dragen? Een dergelijk situatie van onrechtvaardigheid kan gemakkelijk leiden tot wrok, tot frustratie en tenslotte tot wanhoop. Dikwijls delen de regeringen het wijdverbreide ongenoegen van hun volk, en dat heeft vervolgens zijn weerslag op de betrekkingen met de andere staten. Wellicht is het moment gekomen om opnieuw het probleem van de buitenlandse schuld met nodige prioriteit te bestuderen. De voorwaarden voor volledige of gedeeltelijke aflossing dienen zo herzien te worden, dat definitieve oplossingen gezocht worden die in staat zijn om de zware sociale gevolgen van de bezuinigingsprogramma’s weg te nemen. Verder is het nodig maatregelen te treffen ten aanzien van de oorzaken van de schuld, door de hulpverlening te verbinden aan de verplichting van de kant van de regeringen om overdreven en nutteloze uitgaven te verminderen – waarbij vooral is te denken aan de uitgaven voor bewapening – en om te garanderen dat de geboden hulp daadwerkelijk de meest behoeftige delen van de bevolking bereikt.

Een tweede brandend probleem is die van de verdovende middelen: welk verband is er met geweld en criminaliteit is tragisch genoeg aan iedereen bekend. Ook is aan iedereen bekend, dat in bepaalde regio’s in de wereld, onder druk van de handelaren in verdovende middelen, met name de armste bevolkingsgroepen de planten produceren welke bestemd zijn voor de productie. De beloofde weelderige opbrengst – welke overigens slechts een miniem deel uitmaakt van de werkelijke winst van een dergelijke onderneming – vormen een moeilijk te weerstane verleiding, mede gezien het feit dat de opbrengst van de traditionele landbouw beslist ontoereikend is. Het voornaamste dat gedaan moet worden is, de landbouwers de nodige middelen te verschaffen, zodat zij in staat zijn deze situatie te overwinnen en hun armoede kunnen overwinnen.

Een ander probleem komt voort uit de ernstige economische moeilijkheden in bepaalde landen. Hierdoor is een massale stroom migranten naar rijkere landen op gang gebracht, waar vervolgens spanningen ontstaan die het sociale verband te verstoren. Om het geweld als gevolg van vreemdelingenhaat het hoofd te bieden, is het niet voldoende alleen maar noodmaatregelen te treffen, maar dient vooral ingegaan te worden op de oorzaken ervan, waarbij men met nieuwe vormen van solidariteit tussen de naties de vooruitgang en de ontwikkeling van de landen van herkomst van de migranten dient te bevorderen.

De ellende is dus een bedrieglijke maar reële bedreiging van de vrede: omdat daardoor de waardigheid van de mens wordt verwoest, ontstaat een ernstige bedreiging van de waarde van het leven en wordt de vreedzame ontwikkeling van de samenleving in het hart getroffen.

Document

Naam: WIE DE VREDE ZOEKT, KOMT DE ARMEN TEGEMOET
Internationale Dag voor de Vrede 1 januari 1993
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 december 1992
Copyrights: © 1993, SRKK, Utrecht
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam