• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Daarom is het een levenszaak, dat iedereen in de Kerk - bisschoppen, priesters, religieuzen en leken - bedacht is op verzoening, opdat in allen en onder allen de vrede hersteld wordt, die de 'moeder van de liefde en de vader van de eenheid' is. Daarom zou ieder zich steeds meer een ijverige leerling moeten tonen van de Heer, die onze verzoening met elkaar tot voorwaarde stelt opdat de Vader ons vergeeft Vgl. Mc. 11,26 en die de onderlinge liefde als enig kenteken aanwijst, waardoor wij als zijn leerlingen her¬kend worden. Vgl. Joh. 13,35 Wie dus weet dat hij op een of andere wijze betrokken is bij de verdeeldheid, luistere weer naar de stem van de Heer, die ook bij het bidden, zich onweerstaanbaar laat horen : 'Ga heen, en verzoen u eerst met uw broeder' (Mt. 5,24).

Laten allen terzelvertijd - in diverse maat en op diverse wijze naar mogelijkheid en staat van elk - Gods heilswerk voor ons weer hernieuwd overwegen en zich inspannen om een klimaat te scheppen dat gunstig ligt om de verzoening waar te maken. Wij zijn met God verzoend, enkel en alleen door het initiatief van zijn Liefde; laat ons daarom ook ons gedrag afstemmen op zijn welwillendheid en zijn barmhartigheid en elkaar wederzijds vergeven, zoals God in Christus ons vergeving heeft geschonken. Vgl. Ef. 4,31-32 En daar onze verzoening voortkomt uit het offer van Jezus Christus, die vrijwillig voor ons gestorven is, laat dan het kruis dat als een grote scheepsmast in de Kerk staat opgericht om haar op haar vaart door de wereld heen Vgl. H. Maximus van Turijn, Preken, Sermones. 37,2: CCL 23, blz. 145 te leiden, de kracht zijn die onze relaties met mekaar bezielt, zodat ze waarachtig christelijk zijn. Met alle betrekkingen die wij met anderen onderhouden, gaat steeds een dosis zelfverloochening gepaard. Zo zal er een broederlijke openheid voor de ander groeien die van die aard is, dat men de talenten van eenieder graag erkent en allen dus in staat zijn bij te dragen tot de verrijking van de Kerkgemeenschap; 'zo zal het geheel én de afzonderlijke delen groeien, vanuit allen die met elkaar in gemeenschap staan en samen werken aan de volkomen eenheid'. Paus Pius XII, Encycliek, Over de bevordering van de studie van de Heilige Schrift, Divino afflante Spiritu (30 sept 1943), 13 In deze zin kan men het eens zijn met de opvatting, dat eenheid - als ze juist begrepen wordt - aan iedereen de kans biedt zijn eigen persoonlijkheid te ontplooien.

Deze openheid voor anderen, gedragen door de wil om de ander te begrijpen en door beoefening van de zelfverloochening, zal maken dat de broederlijke terechtwijzing, die de Heer ons opgedragen heeft Vgl. Mt. 18,15 en die een daad van liefde is, duurzaam en geordend aan bod kan komen. Omdat elke gelovige tegenover zijn broeder in het geloof dit kan doen, kan zij het gewone middel zijn om heel wat meningsverschillen op te ruimen of ze in het vervolg te voorkomen. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. II-IIae, q. 33., a. 4 De broederlijke berisping brengt van haar kant ook mee, dat wie ze doet, eerst de balk uit eigen oog zal moeten verwijderen Vgl. Mt. 7 ,5 , opdat de volgorde van de terechtwijzing niet wordt omgegooid. Bijgevolg is haar beoefening uiteraard gericht op heiliging, die alleen aan de verzoening haar volle ontplooiing kan geven. Verzoening is geen opportunistische wederzijdse overeenstemming, die alleen op nut is ingesteld en waarin precies de ergste vorm van vijandschap schuilgaat H. Hieronymus, Contra Pelagian. 2, 11: PL 23, 546; zij is een innerlijke omkeer en de liefde die er aan ontspringt brengt allen in Christus tot eenheid. Verzoening realiseert zich boven al in het sacrament van de verzoening, nl. de Boete, 'waar de gelovigen door Gods barmhartigheid vergiffenis verkrijgen van de beledigingen die ze Hem hebben aangedaan, maar tegelijk ook verzoend worden met de Kerk, die zij door hun zonde hebben verwond' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11; voorwaarde is dat 'dit heilssacrament ... in hun hele leven als het ware wortel schiet en ertoe aanzet God en de medebroeders vuriger te dienen'. Congregatie voor de Riten, Ordo van het Sacrament van Boete en Verzoening, Ordo Paenitentiae (2 dec 1973). Praenotanda n. 7

Maar het blijft een feit, dat 'bij de opbouw van Christus' Lichaam de verscheidenheid van ledematen en van functies onmisbaar is' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 7 en dat die verscheidenheid onvermijdelijk tot spanningen moet leiden. Men vindt ze ook bij heiligen, zij het dan 'niet van die aard dat zij de eendracht verstoren of de liefde te niet doen'. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 33, 19: PL 36, 318 Hoe kan men voorkomen dat daaruit scheuringen ontstaan? Die verscheidenheid van personen en functies is het nu precies, waaruit het vaste en veilige beginsel van de binnenkerkelijke samenhang voortvloeit. Immers, eerste en onvervangbaar element van diversiteit zijn juist de herders van de Kerk, die door Christus als zijn gezondenen bij de andere gelovigen zijn aangesteld; daarom zijn ze ook met een gezag bekleed dat boven alle functies en meningen van individuen uitgaat en allen tot eenheid brengt in de ongereptheid van het Evangelie, dat juist het 'Woord van Verzoening' Vgl. 2 Kor. 5,18-20 is. Het gezag waarmee zij dit Woord verkondigen ontleent zijn bindende kracht niet aan het feit dat de mensen het accepteren, maar aan een opdracht van de kant van Christus. Vgl. Mt. 28,18 Vgl. Mc. 16,15-16 Vgl. Hand. 27,17 Wie naar hen luistert of hen veronachtzaamt, luistert of veronachtzaamt Christus en Hem die Hem gezonden heeft (Lc. 10,16); daarom behoort de gehoorzaamheid die de gelovigen verschuldigd zijn aan het gezag van de herders, tot het wezen van hun Christen-zijn.

Anderzijds vormen de herders van de Kerk één, ongedeeld lichaam met de opvolger van Petrus en onder zijn leiding, Van de eensgezinde vervulling van hun ambt en van de gehoorzame aanvaarding ervan door de gelovigen, hangt dus de eenheid van het geloof en van alle gelovigen af Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 1 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 18, die voor de wereld getuigenis aflegt van de verzoening die God in zijn Kerk tot stand heeft gebracht. Dat de gemeenschappelijke bede tot de Verlosser verhoring vindt : 'Sta het college van de bisschoppen met onze paus altijd bij; schenk hun de gave van liefde, eenheid en vrede." Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Directorium voor de Liturgische Getijden (in 1985 2e versie), Institutio Generalis Liturgiae Horarum (2 feb 1971). IV Mogen de herders van de Kerk, die bij uitstek en op zichtbare wijze Christus zelf vertegenwoordigen en in zijn plaats handelen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 21 in dezelfde mate Hem ook navolgen en onder het volk van God de liefde verbreiden, waarmee Christus zich heeft geofferd, die 'de Kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd' (Ef. 5,25). En dat hun vernieuwde liefde een werkdadig voorbeeld zij voor de gelovigen - in de eerste plaats voor priesters en religieuzen - die aan de eisen van hun roeping en hun ambt niet meer tenvolle zouden beantwoorden; opdat allen in de Kerk, zich 'één van hart en één van zin' (Hand. 4,32) weer inzetten 'met ijver voor het Evangelie van de vrede' (Ef. 6,15).

Het is met droefheid dat de Kerk als moeder toeziet, dat sommige van haar zonen aan wie het priesterambt is toevertrouwd of die door een andere bijzondere roeping aan de dienst van God en van de medebroeders zijn gewijd, deze dienst verlaten. Maar zij beleeft ook troost en vreugde aan de grootmoedige standvastigheid van hen die trouw gebleven zijn aan hun engagement tegenover Christus en de Kerk. Gedragen en gesterkt door de verdiensten van dit grote aantal, wil de Kerk de droefheid die haar is aangedaan omzetten in liefde, een liefde die alles begrijpen kan en alles in Christus kan vergeven.

Document

Naam: PATERNA CUM BENEVOLENTIA
Over de verzoening binnen de Kerk
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1974
Copyrights: © 1975, Collationes, Vlaams Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal nr. 1, p. 122-134
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam