• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
PATERNA CUM BENEVOLENTIA
Over de verzoening binnen de Kerk
IV  -  Gebieden waarop het sacramentele wezen van de Kerk verduisterd wordt

IV - Gebieden waarop het sacramentele wezen van de Kerk verduisterd wordt

Het proces dat we zoëven hebben beschreven groeit uit tot een afwijking in de leer; het wordt ondersteund door een zogenoemd theologisch pluralisme en vaak ook doorgedreven tot dogmatisch relativisme, dat de zuiverheid van het geloof op diverse manieren aantast. En zelfs al drijft men dit pluralisme niet door tot een relativering van het dogma, dan nog gebeurt het dat men het beschouwt als rechtmatige 'locus theologicus' die toelaat stellingen bij te treden die ingaan tegen het authentisch leergezag van de paus en de bisschoppelijke hiërarchie, die toch de enige maatgevende leraren zijn van de goddelijke openbaring zoals ze bevat is in de mondelinge overlevering en in de H. Schrift. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 10

Als het gaat om een pluralisme dat erin bestaat door hernieuwd onderzoek het dogma duidelijker uiteen te zetten, zonder dat zijn objectieve inhoud wordt aangetast, dan erkennen wij dat zoiets in de Kerk een rechtmatige plaats heeft. Dit pluralisme is een natuurlijk Ingrediënt van haar katholiciteit en is tevens teken van de grote kennis en persoonlijke inzet van allen, die tot haar behoren. Wij erkennen ook de onschatbare waarden die dit pluralisme meebrengt op het gebied van de christelijke spiritualiteit, van de kerkelijk en religieuze instellingen, van de liturgische expressievormen en van de disciplinaire voorschriften; al deze waarden dragen bij tot 'de naar eenheid strevende veelvormigheid', die 'de katholiciteit van de ongedeelde Kerk bijzonder goed illustreert'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 23

Wij geven zelfs toe dat een afgewogen pluralisme op theologisch terrein wortelt in het Christusmysterie zelf; zijn ondoorgrondelijke rijkdommen Vgl. Ef. 3,8 gaan de uitdrukkingsmogelijkheden van alle tijdperken en culturen te boven. De leer van het geloof, die noodzakelijkerwijze teruggaat op dit mysterie - in de heilsorde 'bestaat er immers geen ander goddelijke mysterie dan Christus alleen' H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 187,11,4: PL 33, 845 - heeft als noodzakelijk gevolg dat er steeds nieuwe onderzoekingen gedaan worden. De aspecten van Gods Woord zijn inderdaad zo talrijk en zo talrijk zijn ook de verwachtingen van de gelovigen, die het bestuderen H. Efrem de SyriĆ«r, Comment. Evang. Concord.. 1, 18: Sources Chrét. 121, blz. 52, dat de overeenstemming in het geloof altijd gepaard gaat met persoonlijke accenten. Maar de verschillende opvattingen in het verstaan van hetzelfde geloof, doen daarom geen afbreuk aan zijn wezenlijke inhoud, want ze komen samen in de bevestiging door het leergezag van de Kerk. Als naaste norm is dit bindend voor het geloof van allen, en het is ook voor allen een bescherming tegen de subjectieve willekeur van iedere andersluidende geloofsinterpretatie.

Wat zal men echter zeggen van een pluralisme dat het geloof en zijn manier van verwoording niet beschouwt als een gemeenschappelijk en daarmee ook kerkelijk erfgoed, maar als een individueel terugvallen in de vrije kritiek en het vrij onderzoek van het Woord Gods? Zonder de bemiddeling van het leerambt van de Kerk, waaraan de Apostelen hun eigen leergezag hebben toevertrouwd 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 7 en dat daarom 'ook niets anders leert dan wat overgeleverd is' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 10, wordt meteen de veilige band met Christus gecompromitteerd langs de Apostelen om, die datgene doorgeven wat zij zelf ontvangen hebben'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8 Als men er eenmaal aan gaat twijfelen dat men moet volharden in de leer die de Apostelen hebben doorgegeven, zal men formules zoeken van een bedrieglijk intellectualisme die de werkelijke inhoud doen vervluchtigen; want men wil aan de moeilijkheid van het mysterie ontsnappen; zo belandt men bij leerstellingen die niet harmoniëren met het objectieve geloofsbezit of die er zelfs mee strijdig zijn, en die bovendien samenhangen met opvattingen die zelf ook onderlinge coherentie missen.

Men mag ook niet blind zijn voor het feit, dat iedere toegeving met betrekking tot de identiteit van het geloof, ook afkoeling meebrengt van de onderlinge liefde.

Diegene namelijk die de vreugde die voortspruit uit het geloof kwijt zijn Vgl. Fil. 1,25 , komen in de verleiding om bij elkaar eer te bédelen en niet die eer te zoeken die alleen van God komt Vgl. Joh. 5,44 ; dit heeft nadelige invloed op de broederlijke gemeenschap. De gezindheid van de Kerk, die aan allen een gelijke waardigheid en de vrijheid van de kinderen Gods toekent 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9, is niet te vervangen door een groepsgeest die leidt tot discriminerende voorkeur, waarbij de liefde dan van haar natuurlijke grond - de rechtvaardigheid - beroofd wordt. Het zou een onvruchtbare poging zijn, als men de kerkgemeenschap zou willen beter maken en daarbij dergelijke groepen tot model zou nemen.

Is het niet veeleer zo dat wij ons allen moeten vervolmaken door het Evangelie? En hoe kan dit Evangelie de goddelijke kracht die het in zich draagt naar zijn volle werkdadigheid manifesteren, anders dan in de schoot van de volle Kerk waar alle gelovigen zonder onderscheid hun bijdrage leveren?
 

Tenslotte heeft deze groepsgeest ook negatieve gevolgen voor de nodige overeenstemming in eredienst en gebed; hij leidt tot een isolement, geïnspireerd door een aanmatigende houding, die zeker niet bijbels is en die de rechtvaardiging in Gods ogen in de weg staat. Vgl. Lc. 18,10-14

Wij proberen om de wortels van deze situatie op het spoor te komen en vergelijken ze met de analoge situatie waarin de huidige burgermaatschappij verkeert: ook zij is versplinterd in aan elkaar tegengestelde groepen. Het is jammer dat de Kerk ook enigszins sporen lijkt te vertonen van een dergelijke situatie. Zij moet zich dan ook precies dat niet eigen maken wat de kwaal verergert. De Kerk moet haar oorspronkelijk karakter van familie, die bij alle verscheidenheid van haar leden één blijft, bewaren. Zij moet juist het zuurdeeg zijn dat de maatschappij doet zeggen wat ooit van de eerste christenen is gezegd: 'Ziet, hoe zij elkander liefhebben'.  Met dit beeld van de eerste gemeente voor ogen - bepaald geen idyllisch beeld, maar een dat door loutering en lijden was gerijpt! - roepen wij allen dringend op, de onrechtmatige en gevaarlijke verschillen te overwinnen, om elkaar weer te erkennen als broeders, die bijeengebracht zijn door Christus' liefde.

Document

Naam: PATERNA CUM BENEVOLENTIA
Over de verzoening binnen de Kerk
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1974
Copyrights: © 1975, Collationes, Vlaams Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal nr. 1, p. 122-134
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam