• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Vanaf de eerste tijd is de Kerk zich bewust geweest van de omwenteling die door het Verlossingswerk van Christus tot stand is gekomen; dadelijk heeft zij ook met vreugde verkondigd dat de wereld een fundamenteel nieuwe werkelijkheid is geworden Vgl. 2 Kor. 5,17 : de mens heeft God teruggevonden en tegelijk ook weer de hoop Vgl. Ef. 2,12 ; hij deelt voortaan in de Heerlijkheid van God 'door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening hebben ontvangen' (Rom. 5,11).

Deze vernieuwing is uitsluitend te danken aan de barmhartige beslissing van God Vgl. Rom. 6,11 Vgl. 2 Kor. 5,18-20 Vgl. Kol. 1,20-22 . Deze vernieuwing kwam de mens te hulp, die zich door eigen schuld van God verwijderd had en de vrede met zijn Schepper niet meer terug kon vinden.

Die heilswil is door een directe ingreep Gods tot werkelijkheid geworden.

Immers Hij heeft ons niet enkel zonder meer vergeving geschonken, ja zelfs heeft Hij er zich niet toe beperkt een mens te nemen om te bemiddelen tussen ons en Hem; Hij nam zijn 'eniggeboren Zoon als Bemiddelaar van de vrede' H. Theodoretus van Cyrus, Interpret. Epist. II ad Cor.. PG 82, 411A, "Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden" (2 Kor. 5,21). Christus heeft inderdaad door zijn sterven om onzentwille "de schuldbrief te onzen laste, die met zijn bepalingen tegen ons getuigde, uitgewist en vernietigd door hem aan het Kruis te nagelen" (Kol. 2,14); en door het kruis heeft Hij ons met God verzoend, "doordat Hij in zijn Persoon de vijandschap heeft gedood" (Ef. 2,16).

De verzoening, die van Godswege in de gekruisigde Christus werkelijkheid is geworden, blijft ingeschreven in de geschiedenis van de wereld; zo staat daar tussen andere gebeurtenissen die niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, ook het feit dat God is mens geworden en gestorven om de mens te redden.

Deze verzoening ligt in de geschiedenis vastgeankerd : ze is aanwezig in het Lichaam van Christus dat de Kerk is. In haar roept de Zoon van God 'zijn broeders uit alle volkeren' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 7 tezamen; Hij is haar Hoofd Vgl. Kol. 1,18 en daarom is Hij in de Kerk ook beginsel van gezag en handelen, waardoor zij op aarde 'een verzoende wereld' wordt. H. Augustinus, Sermones. 96, 7.8: PL 38, 588

Omdat de Kerk het Lichaam is van Christus en Christus op zijn beurt 'de Verlosser van zijn Lichaam' (Ef. 5,23), moeten allen, om waardige ledematen te zijn van dit Lichaam, trouw aan hun verplichtingen als Christenen, elk het hunne bijdragen opdat Christus' Lichaam die oorspronkelijke aard van een gemeenschap van verzoende mensen blijft behouden, wat zij juist meekrijgt van de Christus, onze Vrede Vgl. Ef. 2,14 , 'die bewerkt dat wij verzoend zijn'. H. Hieronymus, In Ephesios. 1, 2: PL 26, 504 Want verzoening gelijkt hier op de genade en het leven: eenmaal ontvangen, is zij een kracht die in beweging zet. Wie haar ontvangen maakt ze ook zelf tot vredestichters en bemiddelaars van vrede. Het sprekende bewijs dat een Christen werkelijk midden in de Kerk en in de wereld staat is dit: "Begin met de vrede bij uzelf, opdat gij anderen de vrede brengt, wanneer gij die zelf bezit". H. Ambrosius van Milaan, Expositio Evangelii secundum Lucam. 5, 58: PL 15, 1737

Die plicht tot verzoening gaat alle gelovigen persoonlijk aan; wanneer ze niet gebeurt, zou zelfs het offer dat zij aan God willen brengen, zonder uitwerking blijven. Vgl. Mt. 5,23. vv. Want de verzoening onder elkaar deelt in de innerlijke kracht van het offer zelf en vormt daarmee samen de énige offerande die God welgevallig is. Vgl. H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Mattheüs, In Matthaeum Homilia. 16, 9: PG 57, 250 Vgl. H. Isidorus van Pelusium, Epistulae. 4, 111: PG 78, 1178 Vgl. H. Nicolas Cabasilas, Expl. div. Lit.. 26, 2: Sources Chret., 4bis, blz. 171 Opdat aan deze opgave verder zou worden voldaan en omdat verzoening - die alhoewel ze zich in de binnenkamer van het hart voltrekt - ook openbaar karakter bezit, zoals de kruisdood van Christus zelf waaruit ze voortvloeit, daarom heeft de Heer 'het ambt van de verzoening' (2 Kor. 5,18) overgedragen aan de Apostelen en aan hun opvolgers, de herders van de Kerk. Daarom zijn deze 'als het ware bekleed met de persoon van Christus' H. Cyrillus van Alexandrië, In Epist. II ad Cor.. PG 74, 943 D en zijn ze blijvend belast met de opdracht 'hun kudde op te bouwen in waarheid en heiligheid". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 27

Omdat de Kerk 'verzoende wereld' is, is zij van oorsprong uit evenzeer een 'verzoenende wereld'; als zodanig stelt zij het handelen present van God, die in Christus de wereld met zich heeft 'verzoend' (2 Kor. 5,19). Vóór alles komt dit tot uiting bij de doop, bij de vergeving van de zonden en bij de viering van de eucharistie; deze laatste is de tegenwoordigstelling van Christus' offerdood en is het werkdadig teken van de eenheid van het Godsvolk. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 11

Document

Naam: PATERNA CUM BENEVOLENTIA
Over de verzoening binnen de Kerk
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1974
Copyrights: © 1975, Collationes, Vlaams Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal nr. 1, p. 122-134
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam