• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

APOSTOLISCHE TRADITIE
(6e catechese in deze reeks)

Dierbare broeders en zusters,

in deze catecheses willen wij proberen een beetje te begrijpen wat de Kerk is. De Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Heilige Geest en Traditie
(5e catechese in deze reeks)
(26 april 2006)
hebben we gemediteerd over het thema van de apostolische Traditie. We hebben gezien dat zij geen verzameling is van dingen, van woorden, als een doos met dode spullen; de Traditie of Overlevering is de stroom van het nieuwe leven, die ontspringt aan de oorsprongsbronnen, van Christus tot aan ons toe, en die ons betrekt in de geschiedenis van God met de mensheid. Dit thema van de Traditie is zo belangrijk dat ik er ook vandaag bij zou willen stilstaan: het is immers voor het leven van de Kerk van groot belang.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft in dit verband erop gewezen dat de Traditie vooral in het begin apostolisch is:

“In zijn grote goedheid heeft God bepaald, dat hetgeen Hij tot heil van alle volken had geopenbaard, voor altijd ongerept zou blijven bestaan en aan alle geslachten zou worden doorgegeven. Daarom heeft Christus de Heer, in wie heel de openbaring van de allerhoogste God tot voltooiing komt Vgl. 2 Kor. 1, 20 Vgl. 2 Kor. 3, 16 - 4, 6 , aan de apostelen de opdracht gegeven om het Evangelie (...) aan alle mensen te prediken als de bron van alle heilswaarheid en van alle zedelijke normen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 7.

Het Concilie merkt vervolgens op dat deze opdracht getrouw is uitgevoerd

“door de Apostelen, die door hun mondelinge prediking, hun voorbeeld en hun instellingen hebben doorgegeven, wat zij ofwel uit de mond van Christus, uit de omgang met Hem en uit zijn werken hadden ontvangen, ofwel hadden geleerd door de inspraak van de Heilige Geest” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 7;

met de Apostelen, zo voegt het Concilie er aan toe, werkten ook

“mannen samen uit hun kring, die onder de ingeving van dezelfde Heilige Geest de heilsboodschap hebben opgetekend” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 7.

Als leiders van het eschatologische Israël, twaalf in aantal zoals ook de stammen van het uitverkoren volk, zetten de Apostelen de “oogst” voort die door de Heer begonnen is, en doen dat vooral door getrouw de gave door te geven die zij hebben ontvangen, het goede nieuws van het Rijk dat tot de mensen is gekomen in Jezus Christus. Hun aantal drukt niet alleen de continuïteit uit met de heilige wortel, het Israël van de twaalf stammen, maar ook de universele bestemming van hun dienstwerk als brengers van het heil tot aan de uiteinden der aarde. Men kan dit afleiden uit de symbolische betekenis die de getallen in de Semitische wereld hebben: twaalf resulteert uit de vermenigvuldiging van drie, het volmaakte getal, en vier, het getal dat verwijst naar de vier kardinale punten, en dus naar de hele wereld.
De gemeenschap die ontstaan is uit de verkondiging van het evangelie, erkent dat zij bijeengeroepen is door het woord van hen die als eerste de Heer ervaren hebben en die door hen gezonden zijn. Zij weet dat zij kan rekenen op de leiding van de Twaalf, als ook op die van hen, die zij gaandeweg met zich verbinden als opvolgers in de bediening van het Woord en in de dienst van de communio. Bijgevolg voelt de gemeenschap er zich toe aangezet aan anderen de “blijde boodschap” door te geven van de actuele tegenwoordigheid van de Heer en van zijn paasmysterie dat werkzaam is in de Geest.

Dit is duidelijk te zien in enkele passages uit de brieven van Paulus: “Ik heb u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen” (1 Kor. 15, 3). En dit is belangrijk. Zoals men weet is de heilige Paulus oorspronkelijk door Christus zelf in een persoonlijke roeping geroepen; toch is ook voor hem de trouw aan wat hij heeft ontvangen van fundamenteel belang. Hij wilde geen nieuw, geen om zo te zeggen “Paulijns” christendom “uitvinden”. Daarom benadrukt hij: “Ik heb u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen”. Hij heeft de oorspronkelijke gave doorgegeven die van de Heer komt en die de waarheid is die redt. Vervolgens schrijft hij tegen het einde van zijn leven aan Timotheüs: “Bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont” (2 Tim. 1, 14).

Dit blijkt ook heel duidelijk uit dit oude getuigenis van christelijk geloof, door Tertullianus geschreven rond het jaar 200:

“Allereerst bevestigden (de apostelen) het geloof in Judea en richtten daar kerken op, en daarna, eenmaal uitgetrokken over de wereld, verkondigden zij dezelfde leer van hetzelfde geloof aan de volkeren, en stichtten er op gelijke wijze kerken bij iedere stad, waaraan de overige kerken de stek van het geloof en de zaden van de leer ontleend hebben en nog dagelijks ontlenen, opdat zij kerken worden. Hierdoor worden ook zij als apostolisch beschouwd, als de jonge loten van de kerken van de apostelen” Tertullianus, De Praescriptione Haereticorum. 20 PL 2, 32.

Het Tweede Vaticaans Concilie merkt op:

“Wat door de apostelen is overgeleverd omvat alles wat strekt tot de heilige levenswandel van het volk van God en zijn groei in het geloof. Zo bestendigt de Kerk in haar leer, leven en eredienst alles, wat zij zelf is, alles wat zij gelooft, en geeft zij dit door aan alle geslachten.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8.

De Kerk geeft al wat zij is en wat zij gelooft door, zij geeft het door in de eredienst, in het leven, in de leer. De Traditie is dus het levende Evangelie, door de Apostelen integraal verkondigd, op basis van de volheid van hun unieke en onherhaalbare ervaring: door middel van hen wordt het geloof aan de anderen meegedeeld, tot aan ons toe, tot aan de uiteinden van de wereld. De Traditie is daarom de geschiedenis van de Geest die handelt in de geschiedenis van de Kerk door middel van de Apostelen en hun opvolgers, in trouwe continuïteit met de ervaring van het begin.

Dat is het, wat Paus Clemens Romanus tegen het einde van de 1ste eeuw verduidelijkt:

“De Apostelen - zo schrijft hij - verkondigden ons het Evangelie, daartoe gezonden door de Heer Jezus Christus, Jezus Christus werd door God gezonden. Christus komt dus van God, de Apostelen van Christus: beiden komen geordend voort uit de wil van God... Onze apostelen hebben van onze Heer Jezus Christus begrepen dat er strijd zou ontstaan over het ambt van de “episkopos”. Omdat zij de toekomst volmaakt voorzagen, stelden zij de uitgekozenen aan en gaven hen de wijding, opdat bij hun dood andere beproefde mannen hun dienst op zich zouden nemen” H. Paus Clemens Romanus, Aan de Korintiërs, Clemens I - Ad Corinthios. 42, 44: PG 1, 292.296.

Deze aaneengesloten en tot op de dag van vandaag voortdurende bediening, zal tot aan het einde van de wereld voortduren. De opdracht die Jezus aan de Apostelen heeft toevertrouwd hebben zij immers doorgegeven aan hun opvolgers. De ervaring van hun persoonlijk contact met Christus overstijgend, een ervaring die uniek en onherhaalbaar is, hebben de Apostelen aan hun opvolgers de zending in de wereld doorgegeven die zij van de Meester hebben ontvangen. Apostel komt precies van het Griekse woord “apostéllein”, dat “zenden” betekent. De apostolische zending houdt - zoals uit de tekst bij Matteüs Vgl. Mt. 28, 19-20 blijkt - een pastorale bediening in (“maakt alle volkeren tot mijn leerlingen...”), een liturgische ("doopt hen...”) en een profetische (“leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb”).

Zo hebben ook wij, op een wijze die verschilt van de Apostelen, een waarachtige en persoonlijke ervaring van de tegenwoordigheid van de verrezen Heer. Door het dienstwerk van de Apostelen bereikt Christus zelf degene die tot het geloof geroepen wordt. De afstand van eeuwen wordt overwonnen en de Verrezene stelt zich levend aanwezig en werkzaam voor ons, in het heden van de Kerk en van de wereld. Dit is onze grote vreugde. In de levende stroom van de Traditie is Christus niet tweeduizend jaar ver van ons vandaan, maar werkelijk aanwezig onder ons en geeft ons de Waarheid, geeft ons het licht dat ons doet leven en de weg laat vinden naar de toekomst.

Document

Naam: APOSTOLISCHE TRADITIE
(6e catechese in deze reeks)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 3 mei 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert. Past. Chr. van Buijtenen, pr. (Nummering en alineaverdeling van de vertaler)
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam