• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
I

Maar het gaat er ons vandaag niet om de balans op te maken van de talrijke onderzoekingen, initiatieven en hervormingen die sedert het Concilie tot stand zijn gekomen. Opmerkzaam op de tekenen van de tijd zouden wij ons samen met u broederlijk willen bezinnen op onze trouw aan de inzet waartoe wij ons aan het begin van het Concilie in onze boodschap tot alle mensen hebben verbonden: 'Wij zullen er ons op toeleggen de gehele en de zuivere waarheid Gods zo aan de mensen van deze tijd voor te houden, dat zij haar kunnen begrijpen en er graag hun instemming aan geven'. 2e Vaticaans Concilie, Overig document, Boodschap van de Concilievaders (20 okt 1962)

De pastorale constitutie '2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
', het handvest van de tegenwoordigheid van de Kerk in de wereld, heeft deze inzet onomwonden vastgelegd: "Levend te midden van de angsten van deze tijd, houdt de Kerk van Christus niet op met groot vertrouwen te hopen. Aan onze wereld zal zij steeds weer opnieuw, welkom of niet, de boodschap van de apostelen verkondigen." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 82

Zeker, de gewijde herders hebben altijd de plicht gehad het geloof in haar volheid en op tijdeigen wijze over te brengen, dat wil zeggen, door een begrijpelijk taaleigen te gebruiken, door op de vragen te antwoorden en belangstelling te wekken en door de mensen te helpen om onder de schamele menselijke uitdrukkingswijze heel de heilsboodschap te ontdekken die Jezus Christus ons heeft gebracht. Het bisschoppencollege zorgt er immers met Petrus en onder zijn gezag voor, dat het geloofsgoed op authentieke wijze wordt overgeleverd en heeft daartoe, zoals de heilige Irenaeus zegt, "een betrouwbaar waarheidscharisma" H. IreneĆ¼s van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 26, 2; PG 7, 1053 ontvangen. De ononderbroken overdracht van Gods woord en de geleidelijke ontvouwing ervan steunen dus, met onfeilbare hulp van de Heilige Geest, op de trouw van het getuigenis van dit college - een getuigenis dat geworteld ligt in de gewijde traditie en in de Heilige Schrift en dat wordt gevoed door het kerkelijk leven van heel het volk van God.

De huidige situatie van het geloof vraagt echter verdubbelde inspanning van ons om dit woord in heel zijn volheid tot onze tijdgenoten te brengen en om hun Gods werken onveranderd, met heel de liefdes intensiteit van de reddende waarheid, te tonen. Vgl. 2 Tess. 2, 10 Want juist nu de verkondiging van Gods woord in de liturgie dank zij het Concilie een wonderbaarlijke vernieuwing kent, nu het christenvolk vaker de Bijbel begint te lezen, nu de catechese die de richtlijnen van het Concilie volgt een veel dieper evangelisering mogelijk maakt, nu het bijbels, patristisch en theologisch onderzoek vaak zeer belangrijke bijdragen levert tot de zingeving van de geloofswaarheden - juist nu raken talrijke gelovigen in verwarring, doordat een groot aantal dubbelzinnigheden, onzekerheden en twijfels hun geloof in het meest wezenlijke aantasten: in het trinitair en christologisch dogma, het geheim van de eucharistie en van de werkelijke tegenwoordigheid, de Kerk als heilsinstelling, het priesterambt binnen het volk van God, de waarde van het gebed en van de sacramenten, de morele eisen aangaande bijvoorbeeld de onontbindbaarheid van het huwelijk of de eerbied voor het leven. Zelfs het goddelijk gezag van de Heilige Schrift wordt door een overdreven 'ontmythologisering' in het geding gesteld.

Terwijl er langzaam stilte valt rondom bepaalde grondgeheimen van het christendom, zien we een tendens opkomen die vanuit psychologische en sociologische gegevens een nieuw christendom wil opbouwen dat geen band meer heeft met de ononderbroken traditie die het aan het geloof van de apostelen bindt en een christelijk leven wil bevorderen buiten de religie om. Wij allen, die door de handoplegging verantwoordelijkheid hebben ontvangen voor het zuiver en integraal bewaren van het geloofsgoed en de opdracht om het Evangelie zonder ophouden te verkondigen, zien ons nu dus ertoe geroepen van onze gemeenschappelijke trouw aan de Heer te getuigen. Het volk dat ons is toevertrouwd, bezit een onvervreemdbaar en heilig recht op het woord van God, op héél het woord van God waarin de Kerk onophoudelijk een dieper inzicht krijgt. Voor onszelf bestaat er een dure en dringende plicht om dit woord onvermoeibaar te verkondigen, zodat het volk vermag te groeien in geloof en in inzicht in de christelijke boodschap en met heel zijn levensgang van het heil in Jezus Christus weet te getuigen.

Het Concilie heeft dit krachtig tot uitdrukking gebracht: 'Onder de voornaamste taken van de bisschoppen staat de prediking van het Evangelie voorop. De bisschoppen immers zijn de verkondigers van het geloof, die nieuwe leerlingen naar Christus brengen, en authentieke, dat wil zeggen met het gezag van Christus beklede leraren, die aan het hun toevertrouwde volk het geloof als geestesen leefregel voorhouden. In het licht van de Heilige Geest verhelderen zij dit geloof, door uit de schat van de openbaring oud en nieuw te voorschijn te halen, Vgl. Mt. 13, 52 door het vruchten te doen opleveren en de dwalingen die hun kudde bedreigen zorgvuldig af te weren. Vgl. 2 Tim. 4, 1-4 De bisschoppen die in gemeenschap met de paus van Rome onderricht geven, moeten door iedereen als getuigen van de goddelijke en katholieke waarheid geëerbiedigd worden; de gelovigen, van hun kant, moeten zich naar de uitspraak die hun bisschop inzake geloof en zeden in de naam van Christus voorhoudt, schikken en er met godsdienstige geestesinstemming aan vasthouden. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 25 Ongetwijfeld is het geloof steeds een instemming die omwille van het gezag van God zelf wordt gegeven. Maar . het leergezag van de bisschoppen vormt voor de gelovigen het teken en de weg waarlangs zij Gods woord vermogen te ontvangen en te herkennen. Elke bisschop is in zijn eigen bisdom solidair met het bisschoppencollege dat het apostelencollege heeft opgevolgd in de zorg voor de zuiverheid van het geloof en de eenheid van de Kerk.

Document

Naam: QUINQUE IAM ANNI
Bij de vijfde verjaardag van de sluiting van Vaticanum II
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 8 december 1970
Copyrights: © 1971, Archief van Kerken, 26e jrg, pag. 240-247
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam