• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Gedurende de puberteit, de beginfase van de adolescentie, dienen de ouders bijzonder aandacht te besteden aan de christelijke vorming van hun kinderen. Het is de tijd van de “ontdekking van zichzelf en van de eigen innerlijke wereld, van de edelmoedige plannen, waarin het gevoel van de liefde ontwaakt tegelijk met de natuurlijke drift van de seksualiteit; de tijd dat het verlangen naar samenzijn toeneemt, waarin een bijzonder intense blijdschap wordt ervaren, welke verbonden is met de bedwelmende ontdekking van het leven. Dikwijls is dit ook de leeftijd van het stellen van dieper gaande vragen, van het angstige, soms frustrerende zoeken, van een zeker wantrouwen jegens de anderen en een gevaarlijke afscheiding van de anderen, en soms ook de tijd van de eerste mislukkingen en teleurstellingen. “ H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Catechese geven in onze tijd, Catechesi Tradendae (16 okt 1979), 38

De ouders moeten goed letten op de geleidelijke ontwikkeling van hun kinderen en op de fysieke en psychische veranderingen die er bij hen optreden en die zo belangrijk zijn bij het volwassen worden van de mens. Zij moeten geen ongerustheid, angst of overgrote bezorgdheid tonen, maar zich ook niet bij wat ze te doen hebben laten weerhouden door lafheid of gemakzucht. Het is vanzelfsprekend een belangrijk moment om duidelijk te maken wat de betekenis van kuisheid is; dat zal ook tot uiting komen in de wijze waarop de seksuele voorlichting gegeven wordt.

In deze fase vraagt de ontwikkeling van het kind dat ook de genitale aspecten van de seksualiteit aan de orde komen; deze moeten dus in grote lijnen worden uitgelegd en tegelijk moet gesproken worden over het bijbehorende waardepatroon. Dit houdt ook in dat er aandacht besteed wordt aan de samenhang met voortplanting, huwelijk en gezin; bij de goed begrepen seksuele opvoeding zal deze samenhang steeds dienen mee te spelen. Deze positieve stellingname is bij veel culturen diep ingeworteld; de puberteit wordt er gevierd met ‘overgangsriten’ of bepaalde vormen waarmee de jeugdige in het volwassen leven wordt ingeleid. Onder de waakzame leiding van de kerk kunnen katholieken daarvan overnemen wat er goed en authentiek aan is, waarbij ze tegelijk uitzuiveren wat onaangepast of verkeerd is.

Uitgaande van de veranderingen die hun zonen en dochters in hun lichaam ervaren dienen de ouders dus meer gedetailleerde uitleg over de seksualiteit te geven, telkens als – in een voortdurende sfeer van vertrouwen en genegenheid – de meisjes met hun moeder en de jongens met hun vader daarover vertrouwelijk willen praten. Deze sfeer van vertrouwen en genegenheid moet vanaf de prille kinderjaren worden opgebouwd.
Daarnaast is het van belang dat de ouders ook volgen hoe het lichaam van hun dochters een geleidelijke ontwikkeling doormaakt, en dat zij hen helpen om de ontwikkeling van hun vrouw–zijn in lichamelijk, psychologisch en geestelijk opzicht met vreugde te aanvaarden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 17. e.v. Vandaar dat er gewoonlijk gesproken moet worden over de vruchtbaarheidscylus en de betekenis daarvan. Maar het is nog niet nodig uitvoerige bijzonderheden te geven over de geslachtsgemeenschap, tenzij daar uitdrukkelijk om wordt gevraagd.
Het is van belang dat men opgroeiende jongens helpt begrijpen wat zich op fysiek en fysiologisch gebied in de geslachtsorganen aan het gebeuren is voordat zij daarover te horen krijgen van hun vrienden of van mensen met minder goede bedoelingen. Onbevangen, positief en openhartig moet hun tegen de achtergrond van huwelijk, gezin en vaderschap, duidelijk worden gemaakt wat de lichamelijke kanten van de mannelijke puberteit inhouden.

Bij de voorlichting aan de jongens en meisjes dient ook uitvoerig gesproken te worden over de lichamelijke en geestelijke kenmerken van het andere geslacht, waarnaar ze meer en meer nieuwsgierig zijn.

Op dit gebied kunnen ouders baat vinden bij aanvullende voorlichting door een gewetensvolle arts of zelfs psycholoog, waarbij deze voorlichting niet los mag staan van wat met het geloof en de opvoedende taak van de priester samenhangt.

Door een vertrouwvol en open gesprek kunnen de ouders hun dochters steunen als ze emotioneel in problemen verkeren, maar ook de betekenis onderstrepen van de christelijke kuisheid uit respect voor het andere geslacht. Zowel bij het geven van voorlichting aan meisjes als aan jongens dient men ernaar te streven duidelijk de schoonheid van moederschap en voortplanting naar voren te brengen en daarnaast ook de diepe betekenis van maagdelijkheid. Zo zullen ze geholpen worden, in te gaan tegen de tegenwoordig wijdverspreide mentaliteit van genotzucht, en, met name in deze zo belangrijke periode, worden beschermd tegen de ‘ anticonceptieve mentaliteit’ die helaas heel sterk heerst en waarmee de meisjes later in het huwelijk geconfronteerd zullen worden.
Tijdens de puberteit kunnen jongens tengevolge van de psychologische en emotionele ontwikkeling die ze ondergaan, gemakkelijk te maken krijgen met erotische fantasiebeelden, en in de bekoring komen op seksueel gebied te gaan experimenteren. Ouders dienen hun zonen nabij te zijn en de neiging om op hedonistische en materialistische wijze met seksualiteit om te gaan, corrigeren. Ze moeten daartoe de jongens eraan herinneren dat zij als geschenk van God hebben ontvangen met Hem mee te mogen werken “aan de verwerkelijking, door de geschiedenis heen, van de zegen van de Schepper aan het begin, door in de voortplanting het goddelijk beeld over te dragen van mens tot mens.” Daardoor zullen ze beter beseffen dat “vruchtbaarheid het teken is en de vrucht van de huwelijksliefde, het levend getuigenis van de volledige wederzijdse wegschenking van de echtgenoten”. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 28 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 50 Op die wijze zullen de zonen ook gaan zien welke respect aan de vrouw verschuldigd is.

Voorlichting en onderricht moet door de ouders worden gegeven, niet omdat hun kinderen anders niet alles over seksualiteit te weten zouden komen, maar opdat hun kennis daarvan in het juiste licht zou staan.

De ouders dienen positief en wijs te realiseren wat de synodevaders van het Tweede Vaticaans Concilie vroegen: “Op aangepaste wijze en tijdig moeten de jongeren worden voorgelicht, vooral in de schoot van het gezin zelf, over de waardigheid, de opdrachten en expressies van de huwelijksliefde, opdat zij, gevormd tot een kuis leven, na een eerbare verloving te gepaster tijd kunnen trouwen.“ 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 49

Positieve informatie over seksualiteit dient altijd deel te zijn van een opvoedkundige werkwijze die een christelijk kader scherpt waarbinnen alle voorlichting over leven, seksueel handelen, anatomie en hygiëne gegeven kan worden. Daarom moeten de geestelijke en morele aspecten altijd voorop staan en twee dingen beogen: Gods geboden voorhouden als levensweg, en vorming van een goed geweten.

Aan de jonge man die Hem vroeg wat hij moest doen om het eeuwig leven te bereiken, antwoordde Jezus: “Als gij het leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden” (Mt. 19, 17). Na de geboden te hebben opgesomd die betrekking hebben op de liefde voor de evenmens, vatte Jezus ze samen met de positieve woorden: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf” (Mt. 19, 19). Bij het spreken over de geboden is het van groot belang dat men ze laat zien als geschenk van God (met Zijn hand geschreven) Vgl. Ex. 31, 18 waarin het Verbond met Hem is neergelegd en dat door Jezus’ eigen voorbeeld is bevestigd, opdat de opgroeiende mens het verband blijft zien tussen de geboden en een rijk inwendig, onzelfzuchtig leven. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2052. e.v.

Het uitgangspunt bij de gewetensvorming moet zijn, duidelijk te maken wat Gods liefdesplan is voor iedere afzonderlijke mens; daarnaast de positieve en bevrijdende betekenis van de zedenwet te laten zien, en het besef bij te brengen van onze zwakheid als gevolg van de zonde, en de kennis van de genademiddelen die ons op de weg naar ons welzijn en heil kracht geven. “Het morele geweten, aanwezig in het hart van de persoon” - dat volgens Vaticanum II ‘de meest verborgen kern en het heiligdom van de mens is’ 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 16 – legt hem op het juiste moment op, het goede te doen en het kwade te mijden. Het beoordeelt ook de concrete keuzes, door de goede te prijzen en de kwade aan te klagen. Het getuigt van het gezag van de waarheid met verwijzing naar het hoogste goed waardoor de menselijke persoon wordt aangetrokken en waarvan hij de geboden ontvangt.” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1777

Inderdaad is “het morele geweten een oordeel van de rede, waardoor de menselijke persoon de kwaliteit erkent van een concrete daad die hij gaat stellen of bezig is te stellen of gesteld heeft”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1778 Vandaar dat voor gewetensvorming het nodig is inzicht te geven over de waarheid en Gods bedoeling, en ze niet verward mag worden met een vaag subjectief aanvoelen of een persoonlijke mening.

Wanneer de ouders de vragen van de kinderen beantwoorden, dienen zij weldoordachte argumenten te geven voor de betekenis van de kuisheid, en de intellectuele en menselijke zwakte te laten zien van theorieën die tot een gedrag leiden waarbij alles is toegestaan en dat enkel op genot is gericht. Ze moeten een duidelijk antwoord geven, zonder al teveel aandacht te besteden aan pathologische seksuele problemen. Ze mogen ook niet de verkeerde indruk wekken dat seks iets smerigs of beschamends zou zijn; seks is immers een groot geschenk van God, die aan het menselijk lichaam de mogelijkheid schonk om leven te verwekken en ons zo deed delen in Zijn scheppingskracht. Zowel in de Schift Vgl. Hoogl. 1-8 als in de christelijke mystiek Vgl. H. Teresia van Avila, Gedicht, Poesías. 5-8 Vgl. H. Johannes van het Kruis, Gedichten. 10 heeft men de echtelijke liefde steeds gezien als symbool en beeld van God liefde voor ons.

In de puberteit is het gevoelsleven van jongens en meisjes bijzonder kwetsbaar; vandaar dat de ouders hun kinderen moeten helpen weerstand bieden tegen negatieve invloeden van buiten die hun respect voor de christelijke vorming tot liefde en kuisheid zouden kunnen aantasten. Met name in milieus waar een zeer sterke consumptieve mentaliteit heerst, dienen de ouders – niet al te opvallend – toe te zien op de omgang van hun kinderen met jongelui van het andere geslacht. Hoewel misschien maatschappelijk aanvaardbaar, zijn bepaalde gewoonten in spreken en gedrag moreel onjuist, verlagen zij de seksualiteit en maken ze er een puur consumptie–artikel van. Daarom moeten de ouders hun kinderen christelijke zedigheid en eenvoud van kleding bijbrengen, en hun tegenover bepaalde modeverschijnselen een zelfstandig standpunt leren innemen zoals dat een volwassen man of vrouw betaamt. Vgl. Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten), Schets voor een seksuele opvoeding, Educatieve richtlijnen over de menselijke liefde (1 nov 1983), 90

Document

Naam: DE WARE BETEKENIS VAN DE MENSELIJKE SEKSUALITEIT
Richtlijnen voor de opvoeding in gezinsverband
Soort: Pauselijke Raad voor het Gezin
Auteur: Alfonso Kardinaal Lopéz Trujillo
Datum: 8 december 1995
Copyrights: © 1996, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie / Kerkelijke Documentatie jrg 24, nr. 2
Vert.: F. van Voorst tot Voorst s.j.
Bewerkt: 1 februari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam