• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Die gebeurtenis heeft duidelijk een inter-persoonlijk karakter: zij is een dialoog. Wij begrijpen haar niet volledig als wij niet het gehele gesprek tussen de engel en Maria plaatsen in het kader van de begroeting: "Vol van genade." Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Moeder van de Verlosser, Redemptoris Mater (25 mrt 1987), 7-11 Heel de dialoog van de boodschap onthult de wezenlijke dimensie van het gebeuren: de bovennatuurlijke dimensie.
Maar de genade schakelt echter nooit de natuur uit en vernietigt haar niet; integendeel zij vervolmaakt en veredelt haar. Daarom betekent die "volheid van genade" die aan de Maagd van Nazareth is verleend met het oog op haar "Theotokos" worden, tegelijk de volheid van de vervolmaking van wat "karakteristiek is voor de vrouw", van "wat vrouwelijk is". Hier ontdekken wij in zekere zin het hoogtepunt, in archetype oerbeeld van de persoonlijke waardigheid van de vrouw.
Als Maria met haar "fiat" antwoordt op de woorden van de hemelse bode, dan voelt zij, "vol van genade", de behoefte haar persoonlijke betrekking ten opzichte van de gave welke haar geopenbaard is, uit te drukken, en zegt zij: "Zie de dienstmaagd des Heren" (Lc. 1, 38). Deze woorden mogen niet beroofd worden van hun diepe zin en ook niet in betekenis verminderd worden door ze kunstmatig los te maken van de gehele context van het gebeuren en van de gehele inhoud van deze over God en over de mens geopenbaarde waarheid. In de uitdrukking "dienstmaagd des Heren" klinkt heel het bewustzijn van Maria door dat zij schepsel is tegenover God.
Toch wordt het woord "dienstmaagd" op het eind van de dialoog van de aankondiging geplaatst in het gehele perspectief van de geschiedenis van de Moeder en de Zoon. Deze Zoon, die waarlijk "Zoon van de Allerhoogste" is, één in wezen met Hem, zal immers verschillende malen, in het bijzonder op het hoogtepunt van zijn zending, van zichzelf zeggen: "De Mensenzoon... is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen" (Mc. 10, 45).
Christus is zich steeds bewust die "dienstknecht van de Heer" te zijn volgens de profetie van Jesaja, Vgl. Jes. 42, 1 Vgl. Jes. 49, 3.6 Vgl. Jes. 52, 13 waarin de wezenlijke inhoud van zijn messiaanse zending ligt opgesloten: het bewustzijn Verlosser van de wereld te zijn. Vanaf het eerste ogenblik van haar goddelijke moederschap, van haar vereniging met de Zoon die "de Vader naar de wereld heeft gezonden, opdat de wereld door Hem zou worden gered", Vgl. Joh. 3, 17 sluit Maria zich bij de messiaanse dienst van Christus aan. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Moeder van de Verlosser, Redemptoris Mater (25 mrt 1987), 39-41 Juist deze dienst vormt het fundament van het Rijk waarin "dienen... heersen betekent." Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 36 Christus, "dienstknecht van Jahweh", zal aan alle mensen de Koninklijke waardigheid van het dienen openbaren, waarmee de roeping van ieder mens nauw verbonden is.
Zo, door de werkelijkheid te beschouwen van de vrouw die de Moeder van God is, beginnen wij op de meest geschikte wijze deze meditatie in het Maria-jaar. Deze werkelijkheid bepaalt ook de wezenlijke horizon van de reflectie over de waardigheid en de roeping van de vrouw. Als men iets wil denken, zeggen of doen met betrekking tot de waardigheid en de roeping van de vrouw, dan moeten de gedachte, het hart en het handelen deze horizon niet loslaten.
De waardigheid van iedere mens en de daaraan beantwoordende roeping vinden hun definitieve maat in de vereniging met God. Maria – de vrouw uit de Bijbel – is de meest volledige uitdrukking van deze waardigheid en roeping. In feite kan geen enkele mens, man of vrouw, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, zichzelf verwerkelijken buiten de dimensie van dit beeld en deze gelijkenis.

Document

Naam: MULIERIS DIGNITATEM
Over de waardigheid en de roeping van de vrouw
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 15 augustus 1988
Copyrights: © 1988, Stg. Colomba
Bewerkt: 29 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam