• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De reeds aangehaalde tekst uit de brief aan de christen van Efeze (Ef. 5, 21-33) waarin de relatie tussen Christus en de Kerk voorgesteld wordt als de band tussen de Bruidegom en de Bruid, verwijst ook naar de instelling van het huwelijk volgens de woorden van het boek Genesis. Vgl. Gen. 2, 24 Dit verbindt de waarheid over het huwelijk als oorspronkelijke sacrament met de schepping van de man en de vrouw naar het beeld en de gelijkenis van God. Vgl. Gen. 1, 27 Wat beslissend is voor de waardigheid van de vrouw in de ogen van God, Schepper en Verlosser, evenals in de ogen van de mens, zowel van de man als de vrouw, wordt geheel duidelijk dank zij de veelbetekende vergelijking in de brief aan de Christenen van Efeze. Op grond van het eeuwige plan van God is de vrouw degene in wie de orde van de liefde in de geschapen wereld van de personen een terrein vindt voor haar eerste wortel. De orde van de liefde behoort tot het innerlijke leven van God zelf, tot het trinitaire leven. In het innerlijke leven van God is de Heilige Geest de persoonlijke hypostase van de liefde. Door de Geest, die ongeschapen Gaven is, wordt de liefde een gave voor de geschapen personen. De liefde die uit God is, wordt meegedeeld aan de schepselen: "Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken" (Rom. 5, 5). Dat de vrouw naast de man tot het bestaan geroepen is "een hulp die bij hem past"; Vgl. Gen. 2, 18 in de "eenheid van de twee", biedt in de zichtbare wereld van de schepselen bijzondere mogelijkheden opdat "de liefde van God uitgestort wordt in de harten" van de wezens die naar zijn beeld geschapen zijn. Als de schrijver van de brief aan de Christenen van Efeze Christus Bruidegom noemt en de Kerk Bruid, dan bevestigt hij door deze gelijkenis indirect de waarheid over de vrouw als bruid. De Bruidegom is hij die liefheeft. De Bruid wordt bemind: zij is degene die de liefde omhangt om op haar beurt lief te hebben.
Gelezen in het licht van de symboliek der bruidsliefde van de brief aan de Christenen van Efeze maakt de tekst van Genesis het ons mogelijk een waarheid te onderscheiden die wezenlijk beslissend lijkt te zijn voor het vraagstuk van de waardigheid van de vrouw en bijgevolg ook voor dat van haar roeping: de waardigheid van de vrouw heeft haar maatstaf in de orde van de liefde, die wezenlijk orde van rechtvaardigheid en naastenliefde is. Vgl. H. Augustinus, Over de Drie-eenheid, De Trinitate. I, VIII, VII, 10-X, 14: CCL 50, 284-291
Alleen de persoon kan liefhebben en alleen de persoon kan bemind worden. Dat is een uitspraak welke vooral van ontologische aard is en waaruit vervolgens een uitspraak van ethische aard voorvloeit. De liefde is een ontologische en ethische vereiste van de persoon. Deze moet bemind worden omdat alleen de liefde beantwoordt aan wat de persoon is. Zo is het gebod van de liefde te verklaren dat reeds in het Oude Testament bekend was Vgl. Deut. 6, 5 Vgl. Lev. 19, 18 en door Christus in het middelpunt van het evangelische "ethos" is geplaatst. Vgl. Mt. 22, 30-40 Vgl. Mc. 12, 28-34 Zo laat zich ook het primaat van de liefde verklaren dat uitgedrukt wordt door de woorden van Paulus in de brief aan de Christenen van Korinte: "De liefde is de grootste." Vgl. 1 Kor. 13, 13 Men kan geen volledig en passend antwoord geven op het vraagstuk van de waardigheid en de roeping van de vrouw als men geen beroep doet op deze orde en dit primaat. Als wij zeggen dat de vrouw degene is die liefde ontvangt om op haar beurt lief te hebben, bedoelen wij niet alleen of vooral de specifieke echtelijke verhouding van het huwelijk. Wij bedoelen iets wat algemener is en gebaseerd is op het feit zelf van vrouw te zijn in het geheel van de interpersoonlijke betrekkingen die op de meest verschillende wijzen aan de samenleving en de samenwerking tussen de personen, mannen en vrouwen, vorm geven. In deze brede en gevarieerde context vertegenwoordigt de vrouw een bijzonder waarde als menselijke persoon en tegelijk als concrete persoon door het feit van haar vrouwelijkheid. Dit geldt voor alle vrouwen en voor iedere vrouw, onafhankelijk van de culturele context waarin zij zich bevindt en van haar geestelijke, psychische en lichamelijke kenmerken, zoals bij voorbeeld de leeftijd, de ontwikkeling, de gezondheid, het werk, het gehuwd of ongehuwd zijn. De passage van de brief aan de Christenen van Efeze welke wij overwegen, doet ons denken aan een soort bijzonder "profetisme" van de vrouw in haar vrouwelijkheid. De analogie van de Bruidegom en de Bruid spreekt over de liefde waarmee iedere mens, iedere man en iedere vrouw, door God in Christus bemind wordt. Maar in de context van de Bijbelse analogie en op grond van de innerlijke logica van de tekst is het juist de vrouw die deze waarheid aan allen openbaart: de bruid. Dit "profetische" kenmerk van de vrouw in haar vrouwelijkheid vindt zijn hoogste uitdrukking in de Maagd en Moeder van God. Met betrekking tot haar wordt op de meest volledige en directe wijze het innige verband benadrukt van de orde der liefde – welke door een Vrouw de ruimte van de wereld van de menselijke personen binnenkomt – met de Heilige Geest. Maria hoort bij de boodschap: "De Heilige Geest zal over u komen" (Lc. 1, 35).

Document

Naam: MULIERIS DIGNITATEM
Over de waardigheid en de roeping van de vrouw
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 15 augustus 1988
Copyrights: © 1988, Stg. Colomba
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam