• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Vanaf het begin van de zending van Christus tonen de vrouwen jegens Hem en jegens Zijn mysterie een bijzondere gevoeligheid die overeenstemt met een kenmerk van haar vrouwelijkheid. Men moet bovendien zeggen dat dit in het bijzonder bevestiging vindt met betrekking tot het paasmysterie, niet alleen op het ogenblik van het kruis maar ook op de ochtend van de verrijzenis. De vrouwen zijn het eerst bij het graf. Zij zijn de eersten die het leeg vinden. Zij zijn de eersten die horen zeggen: "Hij is niet hier. Hij is verrezen zoals hij gezegd heeft" (Mt. 28, 6). Zij zijn de eersten die zijn voeten omklemmen. Vgl. Mt. 28, 9 Zij worden ook het eerst geroepen om de boodschap van deze waarheid aan de apostelen te brengen. Vgl. Mt. 28, 1-1 Vgl. Lc. 24, 8-11 Het Evangelie van Johannes Vgl. Mc. 16, 9 doet de speciale rol van Maria Magdalena uitkomen. Zij is de eerste die de verrezen Christus ontmoet. In het begin denkt zij dat Hij de tuinman is; zij herkent Hem pas als Hij haar bij haar naam noemt.
"Jezus zei tot haar: ‘Maria!’. Zij keerde zich om en zei tot Hem in het hebreeuws: ‘Raboeni!’ – wat leraar betekent.
Toen sprak Jezus: ‘Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God’. Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en wat Hij haar gezegd had" (Joh. 20, 16-18).
Daarom werd zij ook "de apostel van de apostelen" genoemd. Vgl. H. Rabanus Maurus, De vita beatae Mariae Magdalena. "Salvator...ascensionis suae eam (=Mariam Magdalenam) ad apostolos instituit apostolam", PL 112, 1474 Vgl. H. Thomas van Aquino, Expositio in evangelium Joannis. C. XX, 1.3, 6: "Facta est Apostolorum Apostola per hoc quod ei committitur ut resurrectionem dominicam discipulis annuntiet" Maria Magdalena was eerder dan de apostelen ooggetuige van de verrezen Heer en daarom was zij ook de eerste die getuigenis van Hem aflegde tegenover de apostelen. Deze gebeurtenis bekroont in zekere zin alles wat in het voorafgaande gezegd is over het toevertrouwen van de goddelijke waarheid door Christus aan de vrouwen, gelijkelijk als aan de mannen. Men kan zeggen dat zo de woorden van de profeet zijn vervuld: "Ik zal mijn geest uitstrooien over alle mensen, uw zonen en dochters zullen profeteren" (l 3, 1).
Vijftig dagen na de verrijzenis van Christus vinden deze woorden nogmaals bevestiging in het cenakel van Jeruzalem bij de nederdaling van de Heilige Geest, de Helper. Vgl. Hand. 2, 17
Wat tot nu toe gezegd is over de houding van Christus tegenover de vrouwen bevestigt en verduidelijkt in de Heilige Geest de waarheid over de gelijkheid van beiden, man en vrouw.
Men moet spreken van een wezenlijke "gelijkheid", aangezien beiden – de vrouw evenzeer als de man – geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van God en beiden in gelijke mate ontvankelijk zijn voor de gave van de goddelijke waarheid en van de liefde in de Heilige Geest. Beiden ontvangen zijn heilzame en heiligende "bezoeken".
Het feit dat men man of vrouw is brengt hierin geen enkele beperking mee, zoals ook het feit dat men Jood of Griek is, slaaf of vrij, op geen enkele wijze de heilzame en heiligende werking van de Geest in de mens beperkt, volgens de welbekende woorden van de apostel: "allen tezamen zijt gij één persoon in Jezus Christus" (Gal. 3, 28). Maar deze eenheid schakelt de verscheidenheid niet uit. De Heilige Geest die deze eenheid in de bovennatuurlijke orde van de heiligmakende genade bewerkt, draagt in gelijke mate bij tot het feit dat "uw dochters zullen profeteren". "Profeteren" wil zeggen met woord en leven "Gods grote daden" verkondigen, Vgl. Hand. 2, 11 terwijl de werkelijkheid en oorspronkelijkheid van iedere persoon, vrouw zowel als man, bewaard blijft. De evangelische "gelijkheid", de "gelijkheid" van de vrouw en de man ten opzichte van "Gods grote daden", die op zo heldere wijze tot uitdrukking gekomen is in de werken en de woorden van Jezus van Nazareth, vormt de meest duidelijke grondslag voor de waardigheid en de roeping van de vrouw in de Kerk en in de wereld. Iedere roeping heeft een diep persoonlijke en profetische zin. wat vrouwelijk is in de persoon bereikt in de zo begrepen roeping een nieuwe maat: de maat van "Gods grote daden", waarvan de vrouw het levende subject en de onvervangbare getuige wordt.

Document

Naam: MULIERIS DIGNITATEM
Over de waardigheid en de roeping van de vrouw
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 15 augustus 1988
Copyrights: © 1988, Stg. Colomba
Bewerkt: 30 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam