• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE GAVE VAN 'COMMUNIO'
(3e catechese in deze reeks)

Dierbare broeders en zusters,

Als gemeenschap die bijeen is gebracht door de Zoon van God, die gekomen is in het vlees, zal de Kerk in de daarop volgende tijden blijven leven doordat zij door middel van het apostelambt de communio opbouwt en voedt, de gemeenschap in Christus en in de Geest, waartoe allen geroepen zijn en waarbinnen allen het heil kunnen ervaren dat door de Vader geschonken wordt. De Twaalf droegen er inderdaad zorg voor om - zoals Paus Clemens, de derde opvolger van Petrus, aan het eind van de eerste eeuw zei - opvolgers aan te stellen H. Paus Clemens Romanus, Aan de Korintiërs, Clemens I - Ad Corinthios. 1 Clem. 42, 4, opdat de zending die hun was toevertrouwd doorgang zou vinden na hun dood. In de loop van de eeuwen is de Kerk op die manier, organisch gestructureerd onder de leiding van de legitieme herders, blijven leven in de wereld als mysterie van communio, van gemeenschap, waarin zich in zekere mate de drie-ene gemeenschap zelf weerspiegelt, het mysterie van God zelf.

De apostel Paulus doelt al op deze hoogste trinitaire bron, wanneer hij zijn christenen toewenst: “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen” (2 Kor. 13, 13). Deze woorden, waarschijnlijk een echo uit de eredienst van de Kerk in haar allereerste begin, maken duidelijk hoe de onverschuldigde gave van de liefde van de Vader in Jezus Christus zich verwezenlijkt en uitdrukt in de communio, in de gemeenschap die tot stand gebracht wordt door de Heilige Geest. Deze uitleg, die zich baseert op het nauwe parallellisme dat de tekst opstelt tussen de drie genitieven (“de genade van de Heer Jezus Christus... de liefde van God ... en de gemeenschap van de Heilige Geest”), laat de communio zien als een specifieke gave van de Geest, van de liefde die de Vader schenkt, en van de genade die de Heer Jezus aanbiedt.

Trouwens ook de onmiddellijke context, die wordt gekenmerkt door de nadruk op de broederlijke gemeenschap, brengt ons ertoe in de koinonía ( gemeenschap of communio) van de Heilige Geest niet alleen de “deelname” aan het goddelijk leven te zien, om zo te zeggen van ieder afzonderlijk, van ieder voor zich, maar logischerwijze ook de communio, de gemeenschap tussen de gelovigen die de Heilige Geest zelf oproept als haar bewerker en eersthandelende Vgl. Fil. 2, 1 . Men zou kunnen zeggen dat de genade, de liefde en de gemeenschap, respectievelijk betrekking hebbend op Christus, de Vader en de Geest, verschillende aspecten zijn van het ene goddelijke handelen voor ons heil, een handelen dat de Kerk schept en dat, zoals de heilige Cyprianus in de 3de eeuw van de Kerk zegt, van de Kerk een volk maakt “dat verenigd is door de eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest” H. Cyprianus van Carthago, De Dominica Oratione. 23: PL 4,536, geciteerd in 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4. Noot van de vertaler: De link verwijst naar de editie van Ecclesia Docens. In de standaard Nederlandse vertaling klinkt het iets anders: “het verenigde volk, dat deel heeft aan de eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest”. Zie Constituties en Decreten, Katholiek Archief, Amersfoort - 1967, blz. 54.

De idee van de communio, van de gemeenschap als deelname aan het trinitaire leven, wordt bijzonder intens belicht in het Evangelie van Johannes, waar de gemeenschap van liefde die de Zoon verbindt met de Vader en met de mensen, tegelijkertijd het model is en de bron van de broederlijke gemeenschap die de leerlingen onder elkaar moet verenigen: “Hebt elkaar lief, zoals Ik u heb liefgehad” (Joh. 15, 12) Vgl. Joh. 13, 34 . “Dat zij één zijn, zoals wij één zijn” (Joh. 17, 21.22). Gemeenschap derhalve van de mensen met de drie-ene God en gemeenschap van de mensen onder elkaar. Gedurende zijn aardse pelgrimstocht, kan de leerling door middel van de gemeenschap met de Zoon, al deel hebben aan het goddelijk leven van Hem en van de Vader: “Onze gemeenschap is er een met de Vader en met Jezus Christus, zijn Zoon” (1 Joh. 1, 3).

Dit leven van gemeenschap met God en onder elkaar, is wat de verkondiging van het Evangelie beoogt. Zij beoogt de bekering tot het christendom: “Wat wij gehoord en gezien hebben, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons” (1 Joh. 1, 3). Deze dubbele gemeenschap met God en onder elkaar is niet van elkaar te scheiden. Waar de gemeenschap met God vernietigd wordt, die gemeenschap is met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, daar worden ook de wortel en de bron vernietigd van de gemeenschap onder elkaar. En waar de gemeenschap met elkaar niet wordt beleefd, daar is ook de gemeenschap met de drie-ene God niet levend en waar, zoals we hebben gehoord.

Nu gaan we nog een stap verder. De communio - vrucht van de Heilige Geest - wordt gevoed door het eucharistische brood Vgl. 1 Kor. 10, 16-17 en drukt zich uit in de broederlijke betrekkingen, als een anticiperen op de toekomstige wereld. In de Eucharistie voedt Jezus ons, verenigt Hij ons met zichzelf, met de Vader, met de Heilige Geest, en maakt Hij ons onderling één, en dit netwerk van eenheid dat de wereld omspant is een anticiperen op de toekomstige wereld in deze, onze tijd. Juist zo, als anticipatie op de toekomstige wereld, is de communio ook een gave met heel reële gevolgen, doet zij ons uitgaan uit onze eenzaamheid, uit het opgesloten zijn in ons zelf, en maakt zij ons deelachtig aan de liefde die ons met God verenigt en met elkaar.

Het laat zich gemakkelijk begrijpen hoe groot deze gave is, als we alleen al denken aan de gebrokenheid en de conflicten die de relaties teisteren tussen mensen afzonderlijk, tussen groepen en hele volkeren. Als er geen gave is van de eenheid in de Heilige Geest, is het uiteenvallen van de mensheid onvermijdelijk. De “communio” is waarachtig “de blijde Boodschap”, het geneesmiddel dat de Heer ons gegeven heeft tegen de eenzaamheid die tegenwoordig allen bedreigt, de kostbare gave waardoor wij ons aanvaard en bemind voelen in God, in de eenheid van zijn Volk dat verenigd is in de naam van de Drie-eenheid; zij is het licht dat de Kerk doet stralen als een teken dat is opgeheven onder de volkeren: “Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben, terwijl onze wegen duister zijn, liegen wij met woord en daad. Maar als wij wandelen in het licht - zoals Hij zelf is in het licht, dan hebben wij gemeenschap met elkaar” (1 Joh. 1, 6, v).

Zo blijkt de Kerk, ondanks al de menselijke broosheid die tot haar historische verschijningsvorm hoort, een wonderlijke schepping van liefde, gemaakt om Christus nabij te brengen aan iedere man of vrouw die Hem werkelijk wil ontmoeten, tot aan het einde der tijden. En in de Kerk blijft de Heer altijd met ons gelijktijdig. De Schrift is niet iets van het verleden. De Heer spreekt niet in het verleden, maar Hij spreekt in het heden, Hij spreekt vandaag met ons, geeft ons licht, toont ons de weg van het leven, schenkt ons communio en bereidt ons zo voor op de vrede en opent ons ervoor.

Document

Naam: DE GAVE VAN 'COMMUNIO'
(3e catechese in deze reeks)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 29 maart 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.:Past. Chr. van Buijtenen, pr. (Nummering van de vertaler)
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam