• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Tenslotte moeten wij iets zeggen over degenen tot wie ons gesprek zich richt, maar zelfs op dit punt willen wij niet op de stem van het Concilie vooruitlopen. En die stem zal zich spoedig doen horen, als het God belieft.

Boodschap voor iedereen

Wanneer wij echter in het algemeen spreken over de houding van gesprekspartner, die de Katholieke Kerk thans met vernieuwde ijver moet aannemen, willen wij volstaan met de opmerking dat zij bereid moet zijn tot een dialoog met alle mensen van goede wil, zowel binnen als buiten haar eigen bereik.

Niemand valt buiten de moederlijke bezorgdheid van de Kerk. Niemand staat buiten haar dienst. Niemand is haar vijand, als hij niet zelf wil. Niet voor niets noemt de Kerk zich katholiek. Niet voor niets heeft zij de opdracht in de wereld de eenheid, de liefde en de vrede te bevorderen.

Moeilijkheden onderkennen

De Kerk is zich de ontzettende omvang van zo'n zending diep bewust. Zij kent het statistisch verschil tussen haar eigen aantal en dat van de wereldbevolking. Zij kent de grenzen van haar krachten. Zij kent ook haar eigen zwakheden en de fouten van haar leden. Zij is er bovendien van overtuigd dat de ontvangst van het Evangelie uiteindelijk niet afhangt van enige apostolische inspanning of van een gunstige omstandigheid van tijdelijke aard, want het geloof is een gave van God. En God alleen bepaalt in de wereld de volgorde en het uur van de redding.

De Kerk weet echter dat zij zaad, zuurdeeg, zout en licht van de wereld is. De Kerk kent het uitzonderlijk nieuwe van de moderne tijd, maar met een eenvoudig vertrouwen gaat zij verder op de weg van de geschiedenis en zegt tot de mensen: "Ik bezit dat wat gij zoekt, dat wat gij nodig hebt".

Met deze woorden belooft zij geen aards geluk, maar zij biedt iets aan haar licht en haar genade om het geluk zo goed mogelijk te bereiken, en zij onderhoudt de mensen over hun bovenwereldse bestemming. Ook spreekt zij met hen over waarheid, rechtvaardigheid, vrijheid, vooruitgang, eendracht, vrede en beschaving. Van deze woorden kent de Kerk het geheim, want Christus heeft het haar toevertrouwd. Daarom heeft de Kerk een boodschap voor alle groepen mensen, voor de kinderen en voor de jeugd, voor geleerden en intellectuelen, voor de arbeiderswereld en de sociale klassen, voor de kunstenaars, de politici en de staatslieden, vooral voor de armen, de eenzamen, de lijdenden en ook voor de stervenden; kortom voor allen.

In termen van concentrische cirkels

Men zou kunnen menen dat wij ons met deze woorden te veel laten meeslepen door het enthousiasme voor onze zending en niet voldoende rekening houden met de werkelijke toestand waarin zich de mensheid ten opzichte van de Katholieke Kerk bevindt. Toch is dit niet het geval, want wij onderkennen de werkelijke toestand zeer goed en om daarvan een kort overzicht te geven kunnen wij, dunkt ons, een indeling maken van de mensheid in concentrische cirkels rondom het middelpunt waarin de hand van God ons heeft geplaatst.

De eerste cirkel: alles wat menselijk is

Er is een eerste, onmetelijke cirkel, waarvan wij met onze ogen de omtrek niet kunnen bepalen, want hij vervaagt aan de horizon. Hij omvat de mensheid in haar geheel, de wereld. Wij zien de afstand vandaar tot bij ons, maar voelen ons toch aan deze cirkel verwant. Al het menselijke gaat ons aan. Wij delen met heel de mensheid de natuur, het leven met al zijn gaven en al zijn problemen. Wij aanvaarden ons deelgenootschap in deze primaire gemeenschap van allen. Wij delen haar elementaire behoeften. De nieuwe en soms sublieme vindingen van haar talent juichen wij toe. Wij willen echter zedelijke waarheden, die van vitaal belang zijn en nuttig voor allen, in het licht stellen en in het menselijk geweten versterken. Overal waar de mens tracht zichzelf en de wereld te begrijpen, kunnen wij contact onderhouden. Overal waar de volken vergaderen om de rechten en plichten van de mens vast te stellen, rekenen wij het ons tot een eer, wanneer men ons toestaat daaraan deel te nemen. Als de mens een ziel bezit, die "van nature christelijk is", willen wij haar hoogachten en een dialoog met haar beginnen.

Wij herinneren echter ons zelf en alle anderen eraan dat onze houding volkomen belangeloos is: wij hebben geen enkel politiek of tijdelijk doel. Anderzijds willen wij alle hoogstaande, menselijke en aardse waarden aanvaarden en opheffen tot een bovennatuurlijk en christelijk niveau. De Kerk stelt zich niet gelijk met de cultuur, maar bevordert haar.

De loochening van God een groeiend kwaad

Wij weten overigens dat er binnen deze eindeloze cirkel velen en helaas zeer velen zijn die geen enkele godsdienst belijden. Wij weten ook dat er velen zijn die een van de talrijke vormen van atheïsme aanhangen. En het is ons bekend dat sommigen deze boosheid openlijk belijden en daarvoor strijden als voor een program van menselijke opvoeding en politiek gedrag. Zij doen dit in de oprechte, maar noodlottige overtuiging dat zij de mens bevrijden van verouderde en verkeerde ideeën over het leven en de wereld, en zij beweren dat zij die vervangen door een wetenschappelijke opvatting die in overeenstemming is met de tegenwoordige vooruitgang.

Dit is het meest verontrustende verschijnsel van onze tijd. De theorie waarop de ontkenning van God berust, is naar onze vaste overtuiging fundamenteel onjuist; zij is niet in overeenstemming met de diepste en wezenlijkste eisen van het verstand; zij ontneemt aan de redelijke wereldorde haar authentieke en vruchtbare grondslag; zij geeft het menselijk bestaan geen formule om de problemen op te lossen maar een leeg dogma dat het leven verlaagt en somber maakt en iedere sociale orde die beweert daarop gebouwd te zijn, in de wortel aantast. Dit is geen bevrijding maar een dramatische poging het licht van de levende God uit te doven. Daarom zullen wij ons met alle kracht verzetten tegen het voortdringende kwaad van de godloochening. Wij zullen dit doen in het hoogste belang van de waarheid, uit een heilige plicht tot trouwe belijdenis van Christus en Zijn Evangelie en uit een hartstochtelijke en nooit aflatende liefde voor het lot van de mensheid. Wij doen dit ook in het onwrikbaar vertrouwen dat de, moderne mens zich in de godsdienst die het katholicisme hem biedt, nog geroepen voelt tot een beschaving, die niet ten onder gaat maar zich steeds verder ontwikkelt tot de natuurlijke en bovennatuurlijke vervolmaking van de menselijke geest. Door de genade van God is deze geest in staat tot een vreedzaam en eervol bezit van de tijdelijke goederen en staat hij toch open voor de hoop op de eeuwige goederen.

Onderdrukking door het communisme

Om deze redenen worden wij evenals onze Voorgangers en allen, die zich om godsdienstige waarden bekommeren, genoodzaakt tot een veroordeling van de ideologische stelsels die God loochenen en de Kerk vervolgen. Deze stelsels gaan dikwijls samen met een economische, sociale en politieke bestuursvorm, zoals vooral het geval is, in het atheïstische communisme. Men zou kunnen zeggen dat het niet zozeer gaat om een veroordeling onzerzijds dan om een radicale ideeëntegenstelling en een gewelddadige onderdrukking van de kant van deze stelsels zelf en van de regeringen die daarop steunen. Overigens is dit in feite meer bedoeld als een klacht van slachtoffers dan als een gerechtelijke uitspraak.

De gedachte aan een dialoog wordt in zulke omstandigheden moeilijk, om niet te zeggen, onmogelijk, al weigeren wij ook nu nog iemand à priori uit te sluiten, die aanhanger is van genoemde stelsels en regeringsvormen. Voor wie de waarheid bemint, staat de discussie altijd open. Maar de moeilijkheden stijgen enorm door hindernissen van morele aard. Zij zijn het gevolg van een gebrek aan voldoende vrijheid in denken en handelen en van het misbruik dat in de discussie gemaakt wordt van termen, die niet meer dienen voor het zoeken en uitdrukken van de waarheid maar voor een vooropgezet eigenbelang.

Daarom maakt de dialoog plaats voor het stilzwijgen. Zo zwijgt bijvoorbeeld de Kerk van de stilte; zij spreekt alleen door haar lijden en voegt dit bij het lijden van een onderdrukte en vernederende gemeenschap, waarin de rechten van de geest worden overweldigd door de machthebbers. Wanneer wij in deze omstandigheden een discussie zouden aangaan, hoe kunnen wij dan komen tot een dialoog? Het zou niet meer zijn dan "een stem van iemand die roept in de Woestijn" (Mc. 1, 3). Het stilzwijgen, de jammerkreet, het geduld en de nooit aflatende liefde vormen dan het getuigenis dat de Kerk nog kan geven en dat zelfs de dood niet kan verstikken.

De uitdaging om te begrijpen, te antwoorden en te corrigeren

Het handhaven en verdedigen van de godsdienst en de geestelijke waarden, waarvoor de godsdienst opkomt, moet krachtig en eerlijk geschieden. Daarom moeten wij uit pastorale bezorgdheid in de geest van de moderne atheïst zoeken naar de verborgen oorzaken van zijn verwarring en zijn ontkenning van het godsbestaan. Het is duidelijk dat deze oorzaken talrijk zijn en gecompliceerd. Dit besef maakt ons oordeel voorzichtig en de weerlegging doeltreffender. Soms vinden wij de oorzaak in de behoefte aan een verhevener en zuiverder voorstelling van het goddelijke dan wellicht in bepaalde onvolkomen vormen van taal en eredienst gebruikelijk is. Wij moeten trachten deze vormen zo zuiver en helder mogelijk te maken, zodat zij een betere uitdrukking worden van het heilige dat zij aanduiden.

Het valt ons op, dat deze atheïsten gedreven worden door een hevig, maar dikwijls ook edelmoedig verlangen, door een hartstochtelijk en niet te verwezenlijken idealisme. Zij dromen van rechtvaardigheid en vooruitgang en streven naar een hoogste sociale orde, die als het ware hun god is. Dit doel vervangt bij hen het Absolute en Noodzakelijke. Hieruit blijkt dat men niet ontkomt aan het verlangen naar het goddelijk Beginsel en Einddoel. Het transcendente en immanente karakter daarvan zullen wij in ons leerambt met geduld en wijsheid moeten verklaren.

Wij merken op dat deze mensen soms in een argeloos enthousiasme een consequent beroep doen op de menselijke logica om een wetenschappelijke verklaring op te stellen van het heelal. Dit onderzoek is des te minder aanvechtbaar naarmate het meer gebaseerd is op de regels van de logica, die dikwijls niet verschillen van die in onze klassieke school. Juist tegen de bedoeling van hen die denken hier een onoverwinnelijk wapen voor de verdediging van hun atheïsme gevonden te hebben, leidt dit onderzoek uit eigen innerlijke kracht op metafysische en logische gronden tot een nieuwe en beslissende erkenning van de hoogste God.

Is er onder ons iemand die hulp kan verlenen bij dit noodzakelijke denkproces, dat atheïstische staatslieden en geleerden graag op een bepaald punt doen ophouden, zodat zij zich het hoogste licht ontnemen dat inzicht verschaft in de kosmos? Hier kan men begrip bijbrengen voor de objectieve waarheid over het kosmisch heelal, zodat de geest wordt getroffen door het besef van Gods aanwezigheid en op de lippen de nederige en stamelende woorden komen van een gelukkig gebed.

Het valt ons op dat deze atheïsten soms ook gedreven worden door edele gevoelens en een afkeer hebben van de middelmatigheid en het egoïsme, dat tegenwoordig zoveel sociale milieus ontsiert. Zij maken een handig gebruik van zegswijzen en uitspraken uit het Evangelie over menselijke solidariteit, wederzijds hulpbetoon en medelijden.

Zullen wij niet ooit in staat zijn deze uitdrukkingen voor zedelijke waarden tot hun werkelijke, christelijke bronnen terug te brengen? Wij herinneren daarom graag aan de woorden van onze voorganger Johannes XXIII, in zijn Encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
, waar hij zegt dat de leer van zulke bewegingen, wanneer zij eenmaal uitgewerkt en vastgelegd is, altijd hetzelfde blijft, maar de bewegingen zelf een geleidelijke ontwikkeling kunnen doormaken en zelfs ingrijpende veranderingen kunnen ondergaan. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 134 Wij geven daarom de hoop niet op dat het eens met de Kerk tot een dialoog zal komen, die vruchtbaarder zal zijn dan de dialoog van onze tijd, die niet meer is dan een onvermijdelijke afkeuring en een klacht onzerzijds.

De dialoog omwille van de vrede

Wij kunnen onze blik niet afwenden van dit overzicht over de tegenwoordige wereld zonder het uitspreken van een vurige wens. Wij hopen dat ons voornemen tot het ontwikkelen en verbeteren van onze dialoog overeenkomstig de verschillende en talrijke aspecten die hij vertoont, zal bijdragen tot de vrede onder de mensen. De dialoog is immers een methode die de menselijke verhoudingen tracht te regelen met behulp van een redelijke en eerlijke taal. Hij schenkt een schat van ervaring en wijsheid om in allen de overweging van de hoogste waarden te verlevendigen.

Een dialoog zoals wij die willen, zonder eigenbelang, onbevooroordeeld en open, bevordert op zich reeds een vrijwillige en eervolle vrede. Deze dialoog verafschuwt iedere vorm van onoprechtheid, naijver, bedrog en verraad, en veroordeelt de aanvalsoorlog, die gericht is op verovering en overheersing, als een rampzalige misdaad. De dialoog raakt noodzakelijk de menselijke verhouding in de toporganen van een volk, in het lichaam zelf en in de grondslagen die gevormd worden door de maatschappelijke standen, het gezin en het individu. De dialoog doordringt alle instellingen en alle mensen met de zin en de smaak voor de vrede en met de plicht de vrede te bewaren.

De tweede cirkel: zij die in God geloven

Vervolgens zien wij rondom ons de lijnen van een tweede cirkel die eveneens onmetelijk is maar minder ver van ons verwijderd. Hij omvat vooral de mensen die de ene en hoogste God aanbidden zoals wij. Wij bedoelen de zonen van het Joodse volk, die onze liefdevolle eerbied verdienen en trouw zijn aan wat wij de oudtestamentische godsdienst noemen.

Verder bedoelen wij degenen, die God aanbidden volgens de opvatting van het monotheïsme, zoals vooral de mohammedanen. Om het ware en het goede in hun godsdienst verdienen zij onze bewondering.

Tenslotte doelen wij op de aanhangers van de grote Afro-aziatische godsdiensten.

Natuurlijk kunnen wij met deze verschillende vormen van godsdienst niet instemmen. Wij kunnen ook geen onverschillige houding aannemen, alsof alle godsdiensten, ieder op eigen wijze, gelijkwaardig zouden zijn en hun aanhangers zouden ontslaan van de plicht te onderzoeken, of God voor de wijze waarop hij gekend, bemind en gediend wil worden, een volmaakte en definitieve vorm heeft geopenbaard, die vrij is van iedere dwaling. Eerlijkheidshalve moeten wij zelfs uiting geven aan onze overtuiging dat er slechts één ware godsdienst is en dat dit de christelijke is. En wij moeten hopen dat zij als zodanig zal worden erkend door allen die God zoeken en aanbidden.

Gemeenschappelijke idealen op veler terrein

Toch willen wij onze eerbiedige waardering uitspreken voor de geestelijke en morele waarden, die in de verschillende niet-christelijke godsdiensten voorhanden zijn. Graag zouden wij met hen de idealen aanmoedigen en verdedigen, die wij op het gebied van de godsdienstvrijheid, de broederschap onder de mensen, de wetenschap en de cultuur, de sociale voorzieningen en de burgerlijke orde gemeenschappelijk hebben. Een dialoog over deze gemeenschappelijke idealen is van onze kant mogelijk en wij zullen niet nalaten daartoe telkens de gelegenheid te bieden, wanneer dit in een eerlijke wederzijdse achting welwillend zal worden aanvaard.

De derde cirkel: onze gescheiden christelijke broeders

Een derde cirkel, dichter bij ons, omvat degenen die zich christen noemen. Binnen dit bereik staat de dialoog open, die men oecumenisch noemt. Op sommige terreinen heeft deze dialoog reeds het stadium van een positieve ontwikkeling bereikt. Wij zouden veel kunnen zeggen over dit onderwerp, dat zo ingewikkeld en delicaat is, maar onze uiteenzetting hier is slechts een begin. Wij beperken ons thans tot enkele punten die reeds bekend zijn.

Wij houden ons graag aan het beginsel: eerst naar voren brengen wat men gemeen heeft, dan pas ingaan op hetgeen ons scheidt. Dit is een goede en vruchtbare basis voor onze dialoog. Tot de voortzetting ervan zijn wij van harte bereid, maar wij willen nog meer: op veel punten, waarin wij verschillen, op het gebied van de traditie, de spiritualiteit, de kerkelijke wetgeving en de eredienst, zijn wij genegen te onderzoeken, hoe wij aan de rechtmatige verlangens van onze nog gescheiden medechristenen tegemoet kunnen komen. Niets verlangen wij vuriger dan hen in een volmaakte eenheid van geloof en liefde te omarmen.

Toch moeten wij zeggen dat wij onmogelijk afbreuk kunnen doen aan de zuiverheid van het geloof en de eisen van de liefde. Wij zien hier weerstanden en gevoelens van wantrouwen, maar nu de Katholieke Kerk het initiatief genomen heeft tot het herstel van de éne schaapstal van Christus, zal zij met alle geduld en omzichtigheid op de ingeslagen weg verder gaan. Haar voorrechten, die de gescheiden broeders nog altijd van haar verwijderd houden, zal zij blijven verklaren. Deze voorrechten zijn immers niet de vrucht van historische ambities of ongezonde theologische bespiegelingen; zij komen voort uit de wil van God en wanneer men ze in hun ware betekenis begrijpt, zijn zij een weldaad voor allen en bevorderen zij onze onderlinge eenheid, onze gemeenschappelijke vrijheid en onze gezamenlijke volheid van christelijk leven. De Katholieke Kerk zal niet ophouden zich door gebed en boete geschikt te maken om de begeerde verzoening waardig te worden.

Het Pausschap een kennelijk obstakel

In dit verband bedroeft ons één gedachte: op grond van het ere- en jurisdictieprimaat dat Christus aan Zijn apostel Petrus verleend heeft en dat wij van hem hebben geërfd, worden juist wij, die de verzoening nastreven, door veel gescheiden broeders beschouwd als degenen die deze verzoening belet.

Zeggen sommigen niet dat de opheffing van het primaat van de Paus de vereniging van de gescheiden kerken met de Katholieke Kerk zou vergemakkelijken? Wij smeken onze gescheiden broeders de onhoudbaarheid van deze onderstelling te willen overdenken. Want niet alleen zou de Katholieke Kerk zonder de Paus niet meer zijn wat zij is, ook zou door het ontbreken van het opperste, doeltreffende en beslissende herdersambt van Petrus in de Kerk van Christus de eenheid verloren gaan. Tevergeefs zou men dan nog streven naar een herstel van de eenheid, want men zou zich richten naar normen die de enig ware, door Christus vastgestelde norm moeten vervangen. "Er zouden in de Kerk evenveel schisma's zijn als priesters", schrijft de H. Hieronymus terecht. H. Hieronymus, Dial. contra Luciferianos. n. 9: PL 23, 173

Wij willen ook opmerken dat dit centrale punt in de heilige Kerk niet bedoeld is als een overmacht die steunt op geestelijke hoogmoed of menselijke heerszucht, maar als een primaat van dienstbaarheid, ambtsvervulling en liefde. Het is dus geen holle retoriek, wanneer men aan de plaatsbekleder van Christus de titel toekent "de geringste onder de dienaren van God".

Op dit plan beweegt zich onze dialoog en nog voor hij zich ontplooit in broederlijke gesprekken drukt hij zich uit in een samenspraak met de hemelse Vader door het uitstorten van een hoopvol gebed.

Hereniging is veelbelovend

Wij stellen met vreugde en vertrouwen vast, eerbiedwaardige Broeders, dat dit uitgestrekt en gevarieerd gebied van de afgescheiden christenen geheel van een geestelijk elan doortrokken is. Dit lijkt ons voor de toekomst te wijzen op een gunstige ontwikkeling, waardoor zij opnieuw hun plaats in de ene Kerk van Christus zullen innemen.

Wij smeken de Heilige Geest de "oecumenische beweging" te bezielen. Gaarne geven wij opnieuw uiting aan onze ontroering en vreugde over de liefdevolle en vooral ook hoopvolle H. Paus Paulus VI - Toespraak
Van Paus Paulus VI tot Athenagoras I bij het tegenbezoek van de Paus aan de Patriarch
(5 januari 1964)
die wij te Jeruzalem met patriarch Athenagoras hebben gehad. Met eerbied en dankbaarheid willen wij de waarnemers van de afgescheiden Kerken bij het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie begroeten en gaarne verzekeren wij nogmaals dat wij met een heilige belangstelling onze aandacht gevestigd houden op alle geestelijke verschijnselen, die verband houden met het probleem van de eenheid en in het brandpunt staan bij personen, groepen en gemeenschappen met een levendig en edel godsdienstig leven. Met eerbiedwaardige liefde groeten wij al deze christenen en wij verwachten dat het ons in een oprechte en liefdevolle dialoog nog meer gegeven zal zijn met hen de zaak van Christus en de eenheid die Hij in Zijn Kerk heeft gewild, te bevorderen.

Laatste cirkel: De binnenkerkelijke dialoog

Tenslotte richt zich onze dialoog tot de zonen van het Huis van God, de éne, heilige en apostolische Kerk, waarvan de Kerk van Rome "de moeder en het hoofd is". Hoe graag zouden wij van deze dialoog met huisgenoten genieten in een volheid van geloof, liefde en goede werken! Hoe graag zouden wij willen dat deze dialoog indringend is en vertrouwelijk, ontvankelijk voor alle waarheden en deugden en voor alle waarden van ons dogmatisch en geestelijk erfgoed. Hoezeer wensen wij dat hij oprecht is en bezield met een waarachtige vroomheid, bereid naar de vele stemmen van de moderne wereld te luisteren en in staat de katholieken tot werkelijk goede mensen te maken, wijs, vrij, evenwichtig en sterk!

Gehoorzaamheid nog steeds uit te oefenen

Wij zouden dus aan de interne verhoudingen in de Kerk het karakter willen geven van een dialoog tussen de leden van een gemeenschap die gebouwd is op het beginsel van de liefde. Maar dit heft de gehoorzaamheid niet op. Immers, iedere goed geordende gemeenschap en met name de hiërarchische inrichting van de Kerk veronderstelt de uitoefening van gezag en de plicht zich daaraan te onderwerpen. Het gezag in de Kerk is een instelling van Christus, het vertegenwoordigt Hem, is de officiële drager van Zijn Woord en de uitdrukking van Zijn herderlijke liefde. De gehoorzaamheid komt dus voort uit het geloof, zij wordt een school van evangelische nederigheid en maakt degene die gehoorzaamt deelachtig aan de wijsheid, de eenheid, het goede voorbeeld en de liefde, die een steun zijn voor het Lichaam van de Kerk. Zowel hij die beveelt, als hij die gehoorzaamt, verwerft de eer een navolger van Christus te zijn, die "gehoorzaam geworden is tot de dood". (Fil. 2, 8)

Bovendien wordt bij de dialoog de gezagsuitoefening zelf tot gehoorzaamheid, indien de overheid er zich tegenover haar ondergeschikten van bewust is, dat haar dienende taak gericht moet zijn op waarheid en liefde. Met gehoorzaamheid bedoelen wij het onderhouden van de kerkelijke voorschriften en de onderwerping aan de wettige overheid in een geest van bereidwilligheid en gelijkmoedigheid, zoals dat vrije en liefdevolle zonen past.

De geest van onafhankelijkheid, kritiek en verzet is onverenigbaar met de liefde, die de bezielende kracht is van de solidariteit, de eensgezindheid en de vrede in de Kerk, en hij doet de dialoog gemakkelijk verkeren in ruzie, woordenstrijd en tweedracht. Een onverkwikkelijke vertoning is dit, al komt het maar al te gemakkelijk voor, en dit ondanks de waarschuwing van Sint Paulus: "Laat onder U geen verdeeldheid bestaan". (1 Kor. 1, 10)

Een goed begin - Nog een lange weg te gaan

Het is onze vurige wens dat de dialoog die reeds lang binnen de kerkelijke gemeenschap gevoerd wordt, een nieuwe bezieling krijgt, nieuwe onderwerpen en nieuwe deelnemers. Daardoor zal de vitaliteit en de heiligheid van Christus' mystieke Lichaam op aarde toenemen.

Zonder aarzelen steunen wij alles wat bijdraagt tot de verbreiding van de leer, die de Kerk bewaart en beheert. Het liturgisch en innerlijk leven en de prediking hebben wij reeds vermeld. Wij moeten hier nog noemen: de school, de pers, de sociale acties, de missie en de caritas, onderwerpen die ook op het Concilie aan de orde komen. Allen die onder leiding van het bevoegde gezag deelnemen aan de levenwekkende dialoog binnen de Kerk, willen wij aanmoedigen en zegenen, vooral de priesters, de religieuzen en de leken, die in de Katholieke Actie of in andere verenigingen en acties voor Christus strijden.

Tot onze vreugde en troost bemerken wij dat deze dialoog zowel in de schoot van de Kerk als met haar naaste omgeving reeds begonnen is. De Kerk leeft thans meer dan ooit! Toch lijkt het bij nader toezien alsof alles nog gedaan moet worden. Het werk begint nu en eindigt nooit. Dit is de wet van onze pelgrimstocht over de aarde en in de tijd. Dit is de gewone plicht van ons ambt, eerbiedwaardige Broeders, en alles spoort ons tegenwoordig aan dit ambt in een vernieuwde vorm actiever en intensiever te vervullen.

Terwijl wij deze waarschuwing tot U richten, stellen wij ons vertrouwen op Uw medewerking en bieden U onze medewerking aan. Deze eenheid van doelstelling en handelen vragen wij en beloven wij nu, een jaar nadat wij onder de naam van de apostel der heidenen en, God geve ook met iets van zijn geestdrift, de Stoel van Petrus bestegen hebben.

Terwijl wij zo de eenheid van Christus onder ons vieren, schenken wij U bij de voltooiing van onze eerste Encycliek in de naam des Heren onze broederlijke en vaderlijke apostolische zegen en wij breiden die gaarne uit tot de gehele Kerk en tot heel de mensheid.

Rome, Sint Pieter, op het feest van de Gedaanteverandering van onze Heer Jezus Christus, 6 augustus 1964,
in het tweede jaar van ons pontificaat.

Paus Paulus VI

Document

Naam: ECCLESIAM SUAM
Over de Kerk
Soort: H. Paus Paulus VI - Encycliek
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 6 augustus 1964
Copyrights: © 1964, Katholiek Archief, 19e jrg. nr 42/43 pag 1077-1149
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam