• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Geen conflict met economische realiteit

Onze korte opmerking over de verhevenheid en de noodzakelijkheid van de geest van armoede, die kenmerkend is voor het Evangelie van Christus, ontslaat ons niet van de plicht erop te wijzen dat deze geest van armoede ons allerminst verhindert de economie op haar juiste waarde te schatten en daarvan een geoorloofd gebruik te maken. De economie heeft een gigantische ontwikkeling doorgemaakt, die vooral in menselijk en sociaal opzicht de grondslag vormt van de moderne beschaving. Wij menen zelfs dat de innerlijke vrijheid, die de geest van evangelische armoede ons geeft, ons meer ontvankelijk maakt om de menselijke verschijnselen te begrijpen die met de economie verbonden zijn. Dit is het geval wanneer wij een rechtvaardig en dikwijls streng oordeel vellen over de rijkdom en de vooruitgang die daaruit voortkomt, wanneer wij oplettend en onbaatzuchtig hulp verlenen aan de armen en ook wanneer wij verlangen dat de economische goederen geen bron worden van strijd, egoïsme en hoogmoed onder de mensen, maar volgens het recht en billijkheid in dienst worden gesteld van het algemeen welzijn en dus met meer zorgvuldigheid worden verdeeld. Alles wat verband houdt met deze economische goederen, is ondergeschikt aan de geestelijke en eeuwige waarden, maar noodzakelijk voor het tegenwoordige leven. De leerling van het Evangelie is in staat zich daarover een wijs oordeel te vormen en daaraan een humane medewerking te verlenen. De wetenschap, de techniek en vooral de arbeid hebben onze zeer levendige belangstelling en het brood dat hiervan het resultaat is, is heilig voor de tafel en voor het altaar. De sociale leer van de Kerk laat hierover geen twijfel bestaan en wij maken graag van de gelegenheid gebruik om opnieuw onze warme instemming met deze nuttige leer te betuigen.

Hoogste positie van de liefde

De tweede opmerking die wij willen maken, betreft de geest van de liefde. Maar staat dit onderwerp niet reeds vooraan in Uw belangstelling? Is de liefde niet de centrale gedachte in de heilseconomie van het Oude en Nieuwe Testament? Is het geestelijk leven van de Kerk niet gericht op de liefde? Is de liefde niet de meest lichtende en verheugende ontdekking waartoe het theologisch onderzoek en de beoefening van de vroomheid leiden? Want zonder ophouden overweegt men de schatten van de Heilige Schrift en de sacramenten, die de Kerk heeft geërfd, die zij bewaart, onderwijst en uitdeelt.

Evenals onze voorgangers en de krans van heiligen, die onze tijd aan de Kerk in de hemel en op aarde geschonken heeft, en in overeenstemming met het godsdienstig gevoelen van het gelovig volk hebben wij de overtuiging dat de liefde thans de plaats moet innemen die haar toekomt, de eerste en voornaamste in de rangorde van godsdienstige en zedelijke waarden. Dit geldt niet alleen voor de theoretische beoordeling maar ook voor de praktische verwerkelijking van het christelijke bestaan.

Dit moet gezegd worden van de liefde voor God, die zelf Zijn liefde heeft uitgestort over ons, maar ook van de liefde waarmee wij op onze beurt onze naaste, en dus alle mensen, moeten bejegenen. De liefde verklaart alles, de liefde bezielt ons, de liefde maakt alles mogelijk. De liefde vernieuwt alles, de liefde "houdt alles uit, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt Zij" (1 Kor. 13, 7). Wie van ons weet dit niet? En als wij dit weten, is dit dan niet het uur van de liefde?

Maria, de meest liefhebbende Lerares

Dit ideaal van een christelijke volmaaktheid die nederig en diep wordt beleefd, richt onze aandacht vanzelf op Maria, want zij heeft deze volmaaktheid die nederig en op wonderlijke wijze weerspiegeld. Zelfs op aarde heeft zij die beleefd en in de hemel geniet zij daarvan nu de glans en de Zaligheid. Gelukkig bloeit thans in de Kerk de verering van Maria en wij richten bij deze gelegenheid graag onze aandachtige bewondering op de allerheiligste maagd en moeder van Christus en daarom moeder van God en onze moeder, want zij is het model van de christelijke volmaaktheid, de spiegel van de ware deugden en het wonder van waarachtige menselijkheid.

Naar onze mening kan de Mariaverering veel bijdragen tot de beleving van het Evangelie. Van haar, de gelukzalige, de liefste, de nederigste, de onbevlekte, die het voorrecht gehad heeft het menselijk vlees in de glans van zijn oorspronkelijk onschuld aan het Woord van God te schenken, hebben wij op onze pelgrimstocht naar het Heilig Land de waarachtige beleving van het Christendom willen leren.

Als tot een liefdevolle opvoedster richten wij ook nu tot haar onze smekende ogen, terwijl wij ons met U, eerbiedwaardige Broeders, onderhouden over de geestelijke en morele vernieuwing van het leven in de Kerk.

Document

Naam: ECCLESIAM SUAM
Over de Kerk
Soort: H. Paus Paulus VI - Encycliek
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 6 augustus 1964
Copyrights: © 1964, Katholiek Archief, 19e jrg. nr 42/43 pag 1077-1149
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam