• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een nieuwe eeuw is aangevangen, een nieuw millennium in het licht van Christus. Maar niet allen zien dit licht. Wij hebben de prachtige en veeleisende taak van dit licht de "afstraling" te zijn. Het gaat om het "mysterium lunae", het "mysterie van de maan"; dat zo geliefd was in de beschouwingen van de Vaders, die door dit beeld de afhankelijkheid van de Kerk wilden tonen met betrekking tot Christus, de Zon waarvan de maan het licht weerkaatst. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 10,3: CCCL 38, 42: Zoals bijvoorbeeld Sint-Augustinus: "Luna intelligitur Ecclesia, quod suum lumen non habeat, sed ab Unigenito Dei Filio, qui multis locis in Sanctis Scripturis allegorice sol appellatus est" Op deze wijze wordt uitgedrukt wat Jezus over zichzelf zegt als Hij zich laat kennen als "het licht van de wereld" (Joh. 8, 12) en als Hij aan zijn leerlingen vraagt op hun beurt "het licht van de wereld" (Mt. 5, 14) te zijn.

Dit is een zending die ons doet huiveren wanneer wij onze zwakheid zien die ons zo vaak ondoorzichtig maakt, met zoveel schaduwzijden. Maar deze zending is mogelijk, als wij in het licht van Christus gaan staan en ons openen voor zijn genade die ons tot nieuwe mensen maakt.

In dit perspectief staan wij ook voor de grote uitdaging van de interreligieuze dialoog die wij ook in deze nieuwe eeuw ter harte moeten nemen in de lijn die door het Tweede Vaticaans Concilie is aangegeven. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965) In de jaren die aan het grote Jubeljaar voorafgingen, heeft de Kerk, onder meer door ontmoetingen met hoge symbolische waarde, gepoogd een relatie voor openheid en dialoog met de verantwoordelijken van andere godsdiensten uit te bouwen. Deze dialoog moet worden voortgezet. In een context van meer uitgesproken cultureel en religieus pluralisme zoals men die kan verwachten in de samenleving van het nieuwe millennium, is zo'n dialoog belangrijk om de voorwaarden voor de vrede te waarborgen en het schrikbeeld van godsdienstoorlogen die zovele perioden van de geschiedenis met bloed getekend hebben, te verdrijven. De naam van de enige God moet steeds meer worden wat Hij is: een naam van vrede en een oproep tot vrede.
Maar deze dialoog kan niet gebeuren op de grondslag van religieuze onverschilligheid. Als christenen hebben wij de plicht een dialoog te voeren door het volledige getuigenis van de hoop die in ons leeft (1 Pt. 3, 15) aan te bieden. Wij moeten niet vrezen dat de identiteit van de andere mens gekwetst wordt door datgene wat in feite de vreugdevolle aankondiging van een gave is die aan allen wordt aangeboden in de grootste eerbied voor de vrijheid van eenieder: de gave van de openbaring van Gods Liefde die "de wereld zozeer bemind heeft dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken" (Joh. 3, 16). Dit alles, zoals ook de verklaring Congregatie voor de Geloofsleer
Dominus Iesus
Verklaring over de uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk
(6 augustus 2000)
het onlangs onderlijnd heeft, kan niet in dialoogvorm gebeuren, alsof het voor ons alleen om een loutere 'mening' ging, terwijl het voor ons in feite een genade is die ons met vreugde vervult, een goed nieuws dat wij moeten verkondigen.

De Kerk mag zich dus niet onttrekken aan de missionaire activiteit bij alle volkeren. Het is zonder meer de prioritaire taak van de missio ad gentes te verkondigen dat de mens juist in Christus, "de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh. 14, 6), het heil vindt. De interreligieuze dialoog "mag niet eenvoudig de verkondiging vervangen, maar moet op deze verkondiging gericht zijn". Pauselijke Raad voor Interreligieuze Dialoog, Reflecties en oriƫntaties over interreligieuze dialoog en de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus, Dialoog en Verkondiging (19 mei 1991), 82 Anderzijds belet de missionaire plicht ons niet in dialoog te treden, met een hart dat diep openstaat om te luisteren. Wij weten immers dat, ten aanzien van het mysterie van de genade, met haar oneindig rijke dimensies en implicaties voor het leven en de geschiedenis van de mens, de Kerk zelf nooit zal ophouden haar zoektocht te verdiepen met de steun en de bijstand van de Trooster, de Geest van Waarheid Vgl. Joh. 14, 17 , die de Kerk juist tot de "volheid van de waarheid" (Joh. 16, 13) zal leiden.

Dit beginsel ligt niet alleen aan de basis van de onuitputtelijke theologische verdieping van de christelijke waarheid, maar ook van de christelijke dialoog met wijsgerige stelsels, culturen, godsdiensten. Vaak wekt de Geest van God die "waait waar Hij wil" (Joh. 3, 8) doorheen de universele menselijke ervaring, ondanks haar talrijke contradicties, tekenen van zijn aanwezigheid die ook de leerlingen van Christus zelf helpen om dieper die boodschap te verstaan, waarvan zij de dragers zijn. Heeft het Tweede Vaticaans Concilie niet juist in deze nederige en vertrouwvolle houding van openheid het "lezen van de tekenen van de tijd" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 4 ter harte genomen? Door een zorgvuldige en aandachtige "onderscheiding" om de "echte tekenen van de tegenwoordigheid van het plan van God" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 11 te zien, erkent de Kerk dat zij niet alleen veel heeft geschonken, maar ook heel wat heeft "ontvangen van de geschiedenis en van de ontwikkeling van de hele mensheid". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 44 Het Concilie heeft ons ook uitgenodigd om ten opzichte van de andere godsdiensten deze houding van openheid en tezelfdertijd van aandachtige onderscheiding aan te nemen. Het komt ons toe getrouw verder te gaan in de lijn van deze leer.

Document

Naam: NOVO MILLENNIO INEUNTE
Een nieuw millennium
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 januari 2001
Copyrights: © 2000, Kerknet.be
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam