• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Kerk, zich vanaf de eerste tijden bewust van deze waarheden, heeft verschillende wegen gekend en heeft diverse wegen ingeslagen om de vruchten van de verlossing van onze Heer op de afzonderlijke gelovigen toe te passen en om de gelovigen te doen meewerken aan het heil van de broeders; en om zo heel het lichaam van de Kerk in gerechtigheid en heiligheid te richten op de volmaakte komst van het rijk Gods, wanneer God alles in allen zal zijn.

De apostelen zelf immers spoorden hun leerlingen aan om voor het heil van de zondaars te bidden; Vgl. Jak. 5, 16. "Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing moogt vinden. Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel". Vgl. 1 Joh. 5, 16. "Als iemand zijn broeder een zonde ziet bedrijven die niet voert tot de dood, moet hij voor zijn broeder bidden, en God zal hem in leven houden, dat wil zeggen, als zijn zonde hem niet doodt. Want er is een zonde die voert tot de dood; hiervoor geldt mijn aansporing om te bidden niet". de alleroudste gewoonte in de Kerk heeft deze praktijk met eerbied bewaard, Vgl. H. Paus Clemens Romanus, Aan de Korintiërs, Ad Corinthios. 56, 1: (Funk, Patres Apostolici 1, p. 171): "Ook wij willen daarom bidden voor hen die in zonden zijn, opdat zij de zachtmoedigheid en nederigheid ontvangen om toe te geven, niet aan onze wil, maar aan die van God. Want zo zal het voor hen vruchtbaar zijn en tot volmaaktheid strekken, dat we hem bij God en de heiligen in medelijden gedenken" Vgl. Apostolische Vader, Het martelaarschap van Polycarpus. 8,1: (Funk, Patres Apostolici 1, p. 321, 323): "Toen hij zijn gebed beëindigd had waarin hij allen had herdacht die hij ooit had ontmoet, jong en oud, aanzienlijk en onaanzienlijk en de katholieke kerken over heel de wereld..." vooral doordat de boetelingen de voorspraak van heel de gemeenschap inriepen Vgl. Sozomenus, Historia ecclesiastica. 7, 16: (PG 67, 1462): Na afloop van de plechtige eucharistieviering werpen de boetelingen bij de publieke boete in de kerk van Rome "zich onder de zuchten en geweeklaag voorover op de grond. Op gelijke wijze werpt de bisschop, die onder tranen uit de tegenovergestelde richting tegemoet komt lopen, zich ter aarde; en heel de kerkmenigte, die tegelijk haar schuld belijdt, baadt in tranen. Hierna nu staat de bisschop als eerste op en richt hen die zich op de grond geworpen hebben op; en na, zoals het past, een gebed te hebben uitgesproken voor de zondaars die boete doen, stuurt hij hen naar huis" en doordat de overledenen met gebeden, met name door het opdragen van het eucharistisch offer, werden ondersteund. Vgl. H. Cyrillus van Jeruzalem, Tweede mystagogische catechese. 24 (mystag. 5), 9: (PG 33, 1115; 1118): "Daarna (bidden wij) ook voor de overleden heilige vaders en bisschoppen, en in het algemeen voor allen onder ons die gestorven zijn; in het vaste geloof, dat het voor die zielen voor wie gebeden wordt een steun zal zijn, terwijl het heilig en huiveringwekkend slachtoffer hier voor ons ligt". Nadat hij dit bevestigd heeft met het voorbeeld van de krans die gevlochten wordt voor de keizer met het oog op het schenken van vergeving aan hen die in ballingschap gevoerd zijn, besluit deze heilige kerkleraar zijn preek met de woorden: "Op dezelfde wijze dragen ook wij voor de overledenen, ook al zijn zij zondaars, gebeden op aan God, vlechten echter geen krans, maar wij offeren Christus, voor onze zonden ter slachtbank geleid, met de bedoeling, dat de goedertieren God zich door zijn verdiensten zowel met hen als met ons laat verzoenen" Vgl. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 9, 12, 32 (PL 32, 777) en 9, 11, 27 (PL 32, 775) Vgl. H. Augustinus, De cura pro mortuis gerenda. 1, 3 (PL 40, 593) Ook werden reeds vanaf de vroegste tijden in de Kerk voor het heil van de zondaars goede werken aan God opgedragen, voor alles die welke, gezien de menselijke zwakheid, moeilijk zijn. Vgl. H. Clemens van Alexandrië, Traktaat over de verlossing der rijken, Quis dives salvetur?. 42: (GGS 17, p. 189-190; PG 9, 651): (De heilige apostel Johannes, bij de bekering van de jonge misdadiger) "Terwijl hij van toen af deels door veelvuldig gebed God smeekte om genade, deels in niet-ophoudend vasten samen met de jonge man vocht voor het leven en tenslotte met allerhande verlokkende woorden diens gemoed streelde, is hij, naar men zegt, niet eerder opgehouden, dan nadat hij hem met onwankelbare zekerheid in de schoot van de Kerk had opgenomen... " Maar omdat het lijden dat de martelaren omwille van het geloof en van de wet Gods ondergingen zeer hoog werd geacht, waren de boetelingen gewoon van hen te vragen, dat zij, gesteund door hun verdiensten, sneller de verzoening van de bisschoppen zouden ontvangen. Vgl. Tertullianus, Ad martyras. 1, 6: (CCL 1, p. 3; PL 1, 695): "Sommigen die deze vrede in de gemeente niet vonden, waren gewoon ze van de martelaren in de gevangenis af te maken" Vgl. H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. 18 (alias: 12), 1:(CSEL 3 II, p. 523-524; PL 4, 265: "Ik ben van mening, dat onze broeders geholpen moeten worden om, wanneer zij van de martelaren vredesbrieven in ontvangst genomen hebben..., nadat hun de handen zijn opgelegd ter boetedoening, te komen tot de vrede met de Heer, waarvan de martelaren - getuige hun brieven aan ons - hebben verlangd, dat ze hun gegeven zou worden" Vgl. H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. 19 (alias: 13), 2, CSEL 3 II, p. 525; PL 4, 267) Vgl. H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. 1, 6, 42 (GCS Eus. 2, 2, 610; p.g. 20, 614-615) Want de gebeden en goede werken van de rechtvaardigen werden zo hoog geschat, dat men daarin bevestigd zag, dat de boeteling door de steun van heel het christenvolk werd schoongewassen, gereinigd en verlost. Vgl. H. Ambrosius van Milaan, Tegen de Novatianen, De Paenitentia. 1, 15: (PL 16, 511):"...evenals immers degene die door gebed en geween van het volk van de zonde wordt verlost, gereinigd wordt door sommige goede werken van heel het volk en door de tranen van het volk wordt schoongewassen, en gezuiverd wordt tot een innerlijk levend mens. Want Christus heeft aan zijn Kerk de gave geschonken om de ene te verlossen door allen; aan zijn Kerk, die de komst van de Heer Jezus verdiende, opdat door één mens allen zouden worden verlost"

Bij dit alles was men echter van mening, dat niet de afzonderlijke gelovigen, uit eigen kracht alleen, de vergeving van de zonden van andere broeders bewerkten; want men geloofde, dat de Kerk zelf als één lichaam, in vereniging met het hoofd Christus, in de afzonderlijke ledematen voldoening gaf. Vgl. Tertullianus, De Paenitentia. 10, 5-6:(CCL 1, p. 337; PL 1, 1356): "Het lichaam kan niet opgeruimd zijn over de pijn van een lidmaat: heel het lichaam dient mee te lijden en mee te werken tot genezing. In de één zowel als in de ander is de Kerk aanwezig, de Kerk echter is Christus: wanneer gij dus voor uw broeder neerknielt, raakt gij Christus aan, verbindt gij Christus; evenzo als zij om u tranen vergieten, lijdt Christus, wendt Christus zijn voorbede aan bij de Vader. Wat de Zoon vraagt, wordt altijd gemakkelijk verkregen" Vgl. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. LXXXV 1 (CCL 39, p. 1176-1177; PL 37, 1082)

De Kerk van de vaders nu was er absoluut van overtuigd, dat het verlossingswerk door haar ten uitvoer werd gebracht in gemeenschap met en onder gezag van de herders, die de Heilige Geest had aangesteld tot bisschoppen voor het bestuur van de Kerk Gods. Vgl. Hand. 20, 28 Vgl. Concilie van Trente, 23e Zitting - Leer over de heilige Wijding, Sessio XXIII - Doctrina de sacramento ordinis (15 juli 1563), 6 Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 12 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 20 Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Smyrna, Epistula ad Smyrnaeos. 8, 1:(Funk, Patres Apostolici, 1, p. 283): "Laat niemand, wat kerkelijke zaken aangaat, iets doen buiten de bisschop om..." Na alles zorgvuldig te hebben overwogen, stelden dus de bisschoppen vast, hoe en in welke mate voldoening gegeven moest worden, ja zelfs stonden zij toe, dat canonieke boetes werden afgekocht door andere werken, die wellicht gemakkelijker waren, meer in overeenstemming met het algemeen welzijn of die de vroomheid bevorderen, en die door de boetelingen zelf, soms zelfs door andere gelovigen, waren volbracht. Vgl. 1e Concilie van Nicea, Canons, Canones, 12. (Mansi, SS. Conciliorum collectio 2, 674): "... want wie en door bezorgdheid en door tranen en door verdraagzaamheid en goede werken hun bekering laten zien in houding en daad, dezen zullen, nadat de vastgestelde tijd van toehoren verstreken is, terecht deel hebben aan de gebeden, op voorwaarde dat het de bisschop vrij staat iets menselijkers omtrent hen te bepalen..." Vgl. Concilie van Neocaesarea, Canones (1 jan 315), 3. (Mansi, SS. Conciliorum collectio 2, 540) Vgl. H. Paus Innocentius I, Epistula. 25, 7, 10 (PL 20, 559) Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Brieven, Epistulae. 159,6 (PL 54, 1138) Vgl. H. Basilius van Caesarea, Epistolae Canonice. 217 (can. 3), 74: (PG 32, 803): "Wanneer nu iedereen die in genoemde zonden leefde door boete te doen weer rechtschapen is geworden, dan zal hij aan wie door Gods goedheid de macht om te binden en te ontbinden is toevertrouwd niet veroordelenswaardig zijn, wanneer hij bij het zien van de intensiteit der boete van de zondaar milder wordt bij de vermindering van de tijdsduur der straffen, omdat de geschiedenis dat wat in de schriften staat aan ons leert, nl. dat zij die met grotere inspanning boete doen sneller Gods barmhartigheid deelachtig worden" Vgl. H. Ambrosius van Milaan, Tegen de Novatianen, De Paenitentia. 1, 15 (PL 16, 511)

Document

Naam: INDULGENTIARUM DOCTRINA
Over de herziening van de aflatenpraktijk
Soort: H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 1 januari 1967
Copyrights: © 1967, Katholiek Archief jrg 22 (1967) p. 210 e.v.,
AAS, 59 (1967) pp. 5 e.v.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam