• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE WIL VAN JEZUS MET BETREKKING TOT DE KERK EN DE KEUZE VAN DE TWAALF
(1e catechese in deze reeks)

Vooraf aan de catechese werd het Evangelie gelezen van de aanstelling van de Twaalf

(Mc. 3, 13-16) Vgl. Mt. 10, 1-4 Vgl. Lc. 6, 12-16

Beste broeders en zusters,

na de catechesen over de psalmen en de kantieken van het morgengebed (de lauden) en het avondgebed (de vespers), zou ik de komende woensdagontmoetingen willen wijden aan het mysterie van de relatie tussen Christus en de Kerk, door haar te beschouwen vanuit de ervaring van de Apostelen, in het licht van de opdracht die hun werd toevertrouwd. De Kerk is gebouwd op het fundament van de Apostelen als gemeenschap van geloof, hoop en liefde. Door de Apostelen gaan we terug tot Jezus zelf. De Kerk begon vorm te krijgen toen enkele vissers uit Galilea Jezus ontmoetten en zich gewonnen gaven aan zijn blik, aan zijn stem, aan zijn warme en sterke uitnodiging: "Volg Mij, ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt!" (Mc. 1, 17)(Mt. 4, 19). Mijn geliefde voorganger, Johannes Paulus II, heeft de Kerk bij het begin van het derde millennium voorgesteld het Gelaat van Christus te beschouwen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Een nieuw millennium, Novo millennio ineunte (6 jan 2001), 16. v.. Mij in diezelfde richting begevend, zou ik in de catecheses die ik vandaag begin, willen laten zien hoe zich op het gelaat van de Kerk juist het licht van dat Gelaat weerspiegelt Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1, ondanks de beperkingen van onze broze en zondige mensheid. Na Maria, zuivere afglans van het licht van Christus, zijn het de Apostelen die ons met hun woord en hun getuigenis de waarheid van Christus toe vertrouwen. Toch staat hun zending niet geïsoleerd op zichzelf, maar plaatst zich in een mysterie van "communio", van gemeenschap, dat heel het volk van God erin betrekt en dat zich in etappes verwezenlijkt, van het oude naar het nieuwe Verbond.

Wat dit aangaat, dient gezegd dat men de boodschap van Jezus volledig misverstaat als men die zou losmaken uit de context van het geloof en de hoop van het uitverkoren volk: zoals de Doper, zijn onmiddellijke voorloper, zo richt ook Jezus zich vóór alles tot Israël Vgl. Mt. 15, 24 , om er de "oogst" van de eschatologische tijd te houden, die met Hem is aangebroken. En zoals de prediking van Johannes, zo is ook die van Jezus tegelijkertijd een genaderoep en teken van tegenspraak en oordeel voor heel het volk van God. Vanaf het eerste begin van zijn heilshandelen, tracht Jezus van Nazaret daarom het Volk van God te verzamelen en te zuiveren. Ook al is zijn prediking altijd een oproep tot persoonlijke bekering, in werkelijkheid beoogt Hij voortdurend de vorming van een volk van God, dat Hij is komen verzamelen en redden. Daaruit volgt dat de individualistische interpretatie, die de liberale theologie geeft aan de aankondiging door Christus van het Rijk, eenzijdig is en zonder fundament. In het jaar 1900 is deze door de grote liberale theoloog Adolf von Harnack in zijn voordrachten over Das Wesen des Christentums aldus samengevat: "Het rijk van God komt in zoverre het in individuele mensen komt, toegang vindt in hun ziel en zij het aannemen. Het rijk van God is de heerschappij van God, zeker, maar het is de heerschappij van de heilige God in individuele harten" Adolf von Harnack, Das Wesen des Christentums, Derde Vorlesung, blz. 100v, uitg. Christian Kaiser Verlag, Gütersloh 1999. In feite is dit individualisme van de liberale theologie een typisch moderne accentuering: in het perspectief van de bijbelse traditie en binnen de horizon van het jodendom, waarbinnen het werk van Jezus zich met heel zijn nieuwheid situeert, blijkt duidelijk dat het eigen doel van heel de zending van de vleesgeworden Zoon de gemeenschap is: Hij is juist gekomen op de verstrooide mensheid te verenigen; Hij is juist gekomen om het volk van God te verzamelen en bijeen te brengen.

Een duidelijk teken van de bedoeling van de Nazoreeër om de gemeenschap van het Verbond bijeen te brengen, en daarin de vervulling zichtbaar te maken van de beloften die aan de Vaderen zijn gedaan en die altijd spreken van bijeen roepen, van eenmaking en eenheid, is de aanstelling van de Twaalf. Wij hebben het Evangelie over deze aanstelling van de Twaalf gehoord. Ik lees er nog eens het centrale gedeelte van voor: "Jezus ging de berg op en riep tot zich die Hij zelf wilde; en zij kwamen bij Hem. Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken, met de macht de duivels uit te drijven. Hij wees dus deze Twaalf aan..." (Mc. 3, 13-16) Vgl. Mt. 10, 1-4 Vgl. Lc. 6, 12-16 . Op de plaats van de openbaring, "de berg", stelt Jezus, met een initiatief dat zijn volle bewustzijn en vastbeslotenheid laat zien, de Twaalf om met Hem getuigen te zijn en verkondigers van de komst van het Rijk van God. Over de historiciteit van deze roeping zijn er geen twijfels, niet alleen vanwege de oudheid van en het veelvoud aan getuigenissen, maar ook om de eenvoudige reden dat de naam van Judas er in voorkomt, de Apostel verrader, ondanks de moeilijkheden die deze aanwezigheid met zich mee kon brengen voor de beginnende gemeenschap. Het getal twaalf, dat heel duidelijk doet denken aan de twaalf stammen van Israël, openbaart al de betekenis van een profetisch-symbolische handeling, vervat in het nieuwe initiatief het heilig volk opnieuw te stichten. Al was het systeem van de twaalf stammen al sinds tijden voorbij, toch verwachtte de hoop van Israël er het herstel van, als teken van de komst van de eschatologische tijd (men denke aan het slot van het boek Ezechiël) (Ez. 37, 15-19)(Ez. 39, 23-29. 40-48). Door de twaalf te kiezen, door hen op te nemen in een gemeenschap van leven met Zichzelf en hen deelgenoot te maken van zijn zending tot verkondiging van het Rijk met woorden en werken Vgl. Mc. 6, 7-13 Vgl. Mt. 10, 5-8 Vgl. Lc. 9, 1-6 Vgl. Lc. 6, 13 , wil Jezus zeggen dat nu definitief de tijd is gekomen waarin opnieuw het volk van God gevormd wordt, het volk van de twaalf stammen, dat nu een universeel volk wordt, zijn Kerk.

Geroepen als zij zijn vanuit verschillende herkomst, worden de Twaalf, door het feit zelf van hun bestaan, tot een oproep aan heel Israël opdat het zich bekeert en zich laat verzamelen in het nieuwe Verbond, dat de volledige en volmaakte vervulling is van het oude. Dat Hij aan hen bij het Avondmaal, vóór zijn Lijden, de taak heeft toevertrouwd om zijn gedachtenis te vieren, laat zien hoe Jezus in de persoon van haar leiders aan heel de gemeenschap de opdracht wilde overdragen om in de geschiedenis teken en werktuig te zijn van de eschatologische verzameling die in Hem was begonnen. In zekere zin kunnen wij zeggen dat juist het Laatste Avondmaal de stichtingsact van de Kerk is, omdat Hij zichzelf geeft en zo een nieuwe gemeenschap schept, een gemeenschap die in de communio met Hemzelf verenigd is. In dit licht laat zich verstaan hoe de Verrezene hun met de uitstorting van de heilige Geest de macht verleent om zonden te vergeven Vgl. Joh. 20, 23 . De twaalf Apostelen zijn zo het duidelijkste teken van de wil van Jezus met betrekking tot het bestaan en de zending van zijn Kerk, de waarborg dat er tussen Christus en de Kerk geen enkele tegenstelling is: zij zijn onafscheidelijk, ondanks de zonden van de mensen waaruit de Kerk is samengesteld. Daarom is een slogan als die enige jaren geleden in zwang was: "Jezus ja, de Kerk nee" totaal niet te verenigen met de bedoeling van Christus. Zo’n individualistisch gekozen Jezus is een Jezus van de fantasie. We kunnen Jezus niet hebben zonder de werkelijkheid die Hij geschapen heeft en waarbinnen Hij zich meedeelt. Tussen de vleesgeworden Zoon van God en zijn Kerk bestaat een diepe, onscheidbare en mysterievolle continuïteit, uit kracht waarvan Christus vandaag in zijn volk aanwezig is. Hij is altijd met ons gelijktijdig, altijd onze tijdgenoot in de Kerk die gebouwd is op het fundament van de Apostelen, Hij leeft in de opeenvolging van de Apostelen. En deze tegenwoordigheid van Hem in de gemeenschap, waarin Hij zich steeds aan ons geeft, is de reden van onze blijdschap. Ja, Christus is met ons, het Rijk van God komt.

Document

Naam: DE WIL VAN JEZUS MET BETREKKING TOT DE KERK EN DE KEUZE VAN DE TWAALF
(1e catechese in deze reeks)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 15 maart 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Past. Chr. van Buijtenen, pr., nummering door de vertaler
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam