• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE MENSELIJKE EMBRYO IN DE FASE VAN DE PRE-IMPLANTATIE
Tot het congres van de Pauselijke Academie voor het Leven

Geachte broeders in het Bisschops- en priesterambt, geachte dames en heren,

U allen wil ik bij gelegenheid van de algemene vergadering van de Pauselijke Academie voor het Leven alsmede voor het zojuist begonnen internationale congres over het thema "De menselijke embryo in de fase van de pre-implantatie" mijn eerbiedwaardige en hartelijke groet uitspreken. In het bijzonder wil ik de president van de Pauselijke Raad voor het Pastoraat in de Gezondheidszorg, Kardinaal Javier Lozano Barragán, alsmede de president van de Pauselijke Academie voor het Leven, monseigneur Elio Sgreccia, begroeten, die ik voor de vriendelijke woorden dank, waarmee hij op het bijzondere belang van de thema's gewezen heeft, die bij deze gelegenheid behandeld zullen worden. Het voor uw vergadering gekozen onderwerp van onderzoek "De menselijke embryo in de fase van de pre-implantatie", dus in de eerste dagen, die volgen op de ontvangenis, is een vraag, die heden ten dage van groot belang is - aan de ene kant vanwege de duidelijke gevolgen voor de filosofisch-antropologische en ethische reflectie en aan de andere kant vanwege de toepassingsmogelijkheden in de biomedische - en rechtswetenschappen.

Vanwege de delicate natuur van het te onderzoeken werkveld alsmede de complexiteit van de epistemologische problemen, welke de betrekking tussen de bespreking van de feiten op het niveau van de experimentele wetenschap en de daaruit volgende en noodzakelijke verdere reflectie op het niveau van de antropologie heeft., handelt het zich ongetwijfeld om een fascinerend, maar ook om een moeilijk en veeleisend thema. Uiteraard kunnen noch de Heilige Schrift noch de oudste christelijke tradities uitgesproken verhandelingen over uw thema bevatten. Echter de Heilige Lucas getuigt in zijn verhaal over de ontmoeting van de Moeder van Jezus, die Hem eerst sinds enkele dagen in haar schoot ontvangen heeft, met de moeder van Johannes de Doper, die al in haar zesde maand van haar zwangerschap was, van de feitelijke, zij het verborgen, aanwezigheid van de beide kinderen: "Als Elisabeth de groet van Maria vernam, sprong het kind in haar schoot op" (Lc. 1, 41). De heilige Ambrosius legt dit als volgt uit: "Elisabeth vernam de aankomst van Maria, hij (Johannes) de aankomst van de Heer; de vrouw de aankomst van de Vrouw, het kind de aankomst van het Kind." H. Ambrosius van Milaan, Expositio Evangelii secundum Lucam. 2,19.22-26

Ondanks het ontbreken van expliciete uitspraken van het leergezag over de eerste dagen van het leven van een ongeboren kind, kunnen in de Heilige Schrift waardevolle aanwijzingen gevonden worden, die een gevoel van de bewondering en de eerbied ten aanzien van de zojuist verwekte mens onderbouwen, met name bij personen, die zich net als u hebben voorgenomen het geheim van het ontstaan van de mens te onderzoeken. De Heilige Schrift wil aantonen dat God iedere mens liefheeft, nog voordat deze in de schoot van de moeder een gestalte aanneemt. "Voordat Ik u in de moederschoot vormde, koos Ik u uit; voordat ge geboren werd, bestemde Ik u voor mij" (Jer 1, 5), zegt God tegen de profeet Jeremia. En de psalmist erkent met volle dankbaarheid "Want wat er in mij is hebt Gij geschapen, Gij hebt mij als een weefsel in de moederschoot gevormd. Ik dank U voor het wonder van mijn leven, voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt." (Ps. 139, 13-14)

Dat zijn woorden, waarvan de volledige en rijke betekenis zich ontsluit, wanneer men bedenkt dat God direct in de schepping van de ziel van ieder nieuw menselijk wezen ingrijpt. De liefde van God maakt geen onderscheid tussen de ongeborene, die zich nog in de moederschoot bevindt, en het kind of de jongere of de volwassene of de oude mens. Zij maakt geen onderscheid omdat zij in ieder van hen het teken van de eigen afbeelding Vgl. Gen. 1, 26 ziet. Zij maakt geen onderscheid, omdat zij in allen de spiegeling ziet van het aangezicht van Gods eniggeboren Zoon, want "vóór de grondlegging van de wereld ... heeft Hij ons uitverkoren...; In liefde heeft Hij ons voorbestem zijn kinderen te worden ... naar het welbehagen van zijn wil." (Ef. 1, 4-6). Deze grenzeloze en bijna onbegrijpelijke liefde van God voor iedere mens openbaart, hoezeer de menselijke persoon deze waard is, om om zichzelf geliefd te worden, onafhankelijk van welke andere zienswijze - intelligentie, schoonheid, gezondheid, jeugd, integriteit enzovoort. Tenslotte is het menselijke leven altijd een goed, omdat de mens "in de wereld een openbaring van God, teken van Zijn tegenwoordigheid, spoor van Zijn heerlijkheid is" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 34

De mens is inderdaad een hoogste waardigheid gegeven, die haar oorsprong in de innige verbinding vindt, die hem met zijn Schepper verenigt: in de mens - in iedere mens, in iedere fase en in iedere situatie van zijn leven - vertoont de afstraling van de goddelijke werkelijkheid. Daarom heeft het kerkelijk leergezag steeds de heiligheid en de onaantastbaarheid van ieder menselijk leven, vanaf de conceptie tot aan de natuurlijke dood Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 57 verkondigd. Dit morele oordeel betreft al het begin van het leven van een embryo, nog vóór de innesteling in de moederlijke baarmoeder, waar het negen maanden lang, tot aan zijn geboorte, beschermd en gevoed zal worden. "Het menselijk leven is heilig en onaantastbaar op ieder moment van zijn bestaan, inclusief de beginfase die aan de geboorte vooraf gaat." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 61

Ik weet goed, geachte aanwezigen, met welke gevoelens van bewondering en diepe respect voor de mens u uw belangwekkende en vruchtbare onderzoekswerk, juist over de oorsprong van het menselijke leven, verricht: een wonder, welke betekenis de wetenschap steeds preciezer weet te ontsluiten, ook wanneer het haar maar met moeite lukt het in zijn geheel te ontsluiten. Want wanneer het het verstand lukt een grens te overschrijden, die voor onneembaar werd gehouden, vindt zij de uitdaging naar nieuwe, tot nu toe onbekende grenzen. De mens zal altijd een diep en ondoordringbaar raadsel blijven.

Al in de vierde eeuw heeft de heilige Cyrillus van Jeruzalem de catechumenen, die zich voorbereidden op hun doop, de volgende overweging meegegeven: " Wie is degene, die het lichaam van de moeder heeft uitgekozen voor de groei van nakomelingen? Wie heeft de foetus zonder ziel een ziel gegeven? Wie heeft ons met zenuwen en botten voorzien en ons dan met vlees en vel omgeven?" Vgl. Job 10, 11 en laat, zodra het kind geboren is, rijkelijk melk uit de borst vloeien? Op welke wijze groeit het kind tot jongeling op, verandert dan van jongeling in een jongen, dan in een volwassene en uiteindelijk in een oude mens, zonder dat iemand de precieze dag aangeven kan, waarop deze veranderingen plaats vinden" En hij iendigt dan: " Gij ziet, o mens, de Oorsprong; gij ziet de wijze Schepper" H. Cyrillus van Jeruzalem, Doopcatechese, Catechesi Battesimale. 9, 15-16. Deze overwegingen, die niet zozeer de fysieke of psychologische verschijningsvormen als wel veel meer de antropologische en metafysische bedoeling aangeven, gelden aan het begin van het derde millennium nog steeds.

We hebben onze kennis enorm uitgebreid en weten wat de grenzen van ons niet-kennen zijn; echter voor de menselijke intelligentie schijnt het zeer moeilijk geworden te zijn, zich duidelijk te maken dat zij bij de beschouwing van de schepping op het teken van Schepper stoot. In werkelijkheid moet iemand, die de waarheid liefheeft, zo ook u, mijn geliefde aanwezigen, merken dat de onderzoekingen van deze ingrijpende thema's ons de mogelijkheid geven, de hand van God te zien en deze haast bijna te kunnen aanraken. Over de grenzen van de experimentele methodes heen, aan de grenzen van het rijk, dat enigen als meta-analyse aanduiden, daar waar noch alleen zintuiglijke waarneming noch de wetenschappelijke toetsing voldoende zijn of mogelijk zijn, begint het avontuur van de transcendentie, het verlangen naar een "erover heen gaan".

Geachte aanwezigen, ik wens u allen, dat het u steeds meer zal lukken de werkelijkheid, die onderwerp is van uw inzet, niet alleen te onderzoeken, maar ook op een manier te bezien, dat tegelijk met de ontdekkingen ook de vragen opduiken, die ertoe leiden in de schoonheid van de schepping de afstraling te ontdekken van de Schepper. Met betrekking hiertoe voel ik de noodzaak de Pauselijke Academie voor het Leven mijn waardering en dank uit te spreken voor de waardevolle arbeid in "het onderzoek, in het onderricht en in de informatie" waarvan de dicasteriën van de Heilige Stoel, de plaatselijke kerken en de wetenschappers profiteren, die erop toezien, wat de Kerk op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek en het menselijk leven in hun betrekkingen tot ethiek en juridische rechten te zeggen hebben. Op grond van de noodzaak en het belang van deze problemen zie ik de oprichting van zulk een organisatie door mijn geëerde voorganger Paus Johannes Paulus II als een teken van de voorzienigheid.

U allen, de voorzitter, het bestuur en de leden van de Pauselijke Academie voor het Leven wil ik daarom hartelijk mijn verbondenheid en ondersteuning uitspreken. Met deze gedachte wil ik uw arbeid aan de bescherming van Maria toevertrouwen en verleen ik u allen de Apostolische Zegen.

Document

Naam: DE MENSELIJKE EMBRYO IN DE FASE VAN DE PRE-IMPLANTATIE
Tot het congres van de Pauselijke Academie voor het Leven
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 27 februari 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Stg. InterKerk, Wassenaar
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam