• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

SACRAMENTSDAG 2000 TIJDENS INTERNATIONAAL EUCHARISTISCH CONGRES, ROME

Het levende Brood komt uit de hemel
De instelling van de Eucharistie, het offer van Melchisedek en de broodvermenigvuldiging: dit is de evocatieve drieluik die de Dienst van het Woord ons vandaag aanreikt op het Hoogfeest van Sacramentsdag.

In het centrum staat de instelling van de Eucharistie. We hoorden zojuist Paulus in zijn Eerste Brief aan de Korintiƫrs deze gebeurtenis in nauwkeurige bewoordingen memoreren, hieraan toevoegende: "Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood der Heren totdat Hij komt" (1 Kor. 11, 26).

"Telkens" wijst ook naar deze avond waar wij door het vieren van de Eucharistie in het hart van het Internationaal Eucharistisch Congres, de verlossende dood van Christus verkondigen en in onze harten opnieuw de hoop van onze definitieve ontmoeting met Hem opvlamt. Hiervan bewust zijnde willen wij na de consecratie als antwoord op de uitnodiging van de apostel uitroepen: "Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker verkondigen wij de dood de Heren totdat Hij komt".

Onze blik verwijdt zich om de andere elementen van de bijbelse drieluik in te sluiten die zich voor onze overweging tonen: het offer van Melchisedek en de broodvermenigvuldiging. De eerste beschrijving, heel kort maar zeer belangrijk, komt uit het boek Genesis en is verkondigd in de eerste lezing. Het vertelt ons van Melchisedek, "koning van Salem", en "priester van God de Allerhoogste", die Abraham zegende en "brood en wijn aanbood" (Gen. 14, 18). Psalm 110 verwijst naar deze passage, die aan de Messiaskoning een buitengewoon priesterlijk karakter toeschrijft die God direct aan hem verleend heeft: "gij zult priester zijn, de eeuwen door, krachtens mijn uitspraak: Melchisedek" (Ps. 110, 4).

In Christus is onze dood voor altijd overwonnen

Daags voor Zijn dood aan het Kruis stelde Christus in de Bovenzaal de Eucharistie in. Hij bood brood en wijn aan, die in zijn "gezegende handen" (Romeins canon) Zijn Lichaam en Zijn Bloed werden, aangeboden als offer. Zo vervulde Hij de profetie van het oude Verbond van Melchisedeks offer. Om deze reden - memoreert de Brief aan de Hebreeƫn - "is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil, door God uitgeroepen tot hogepriester op de wijze van Melchisedek" (Hebr. 5, 7-10). Het offer op Golgotha was voorzien in de Bovenzaal; de dood op het Kruis van het Vleesgeworden Woord, het Lam geofferd voor ons, het Lam dat wegneemt de zonden van de wereld. In de pijn van Christus is de pijn van elk mens ingelost; in Zijn lijden verkrijgt het menselijke lijden nieuwe waarde; in Zijn dood is onze dood voor altijd overwonnen.

Laten wij nu onze blik richten op het Evangeliegedeelte over de broodvermenigvuldiging die de Eucharistische drieluik completeert waar wij vandaag onze aandacht oprichten. In de liturgische achtergrond van het Lichaam van Christus helpt de passage van de Evangelist Lucas ons de gave en het mysterie van de Eucharistie beter te begrijpen.

Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg Zijn ogen ten hemel, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan Zijn apostelen om ze aan de menigte voor te zetten Zie Lc. 9, 16. Lucas merkte op: "Allen aten tot ze verzadigd waren en wat zij overhielden haalde men op, twaalf korven met brokken" (Lc. 9, 17).

Dit is een verbazingwekkend wonder die in zekere zin het begin van een lang historisch proces aanduidt: de onafgebroken vermenigvuldiging in de Kerk van het Brood van Eeuwig Leven voor de mensen van elke ras en afkomst. Deze heilige ambt is aan de Apostelen toevertrouwd en aan hun opvolgers. En zij, trouw aan de opdracht van de Goddelijke Meester, houden nooit op het Eucharistisch Brood te breken en te delen van generatie op generatie.

De mensen van God ontvangen het met devote deelname. Met dit Levensbrood, een middel voor onsterfelijkheid, werden talloze heiligen en martelaren gevoed en ontleenden hieraan de kracht aan zwaar en langdurig lijden te weerstaan. Zij geloofden in de woorden die Jezus eens gesproken had in Kapernaum: "Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid" (Joh. 6, 51).

"Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald!"

Na de buitengewone Eucharistische "drieluik", bestaande uit de lezingen van vandaag, beschouwd te hebben, zullen we nu onze gedachten direct op het mysterie richten. Jezus noemt Zichzelf "Levend Brood" hieraan toevoegend "het brood dat Ik zal geven, is Mijn Vlees,ten bate van het leven der wereld" (Joh. 6, 51).

Het mysterie van ons heil! Christus - de enige Heer gisteren, vandaag en voor altijd - wilt dat Zijn reddende aanwezigheid in de wereld en geschiedenis verbonden wordt aan het sacrament van de Eucharistie. Hij wilde Zichzelf maken tot brood dat gebroken is, zodat iedereen gevoed kan worden met Zijn leven door deelname aan het sacrament van Zijn Lichaam en Bloed.

Wij stellen ons geloof in Christus' werkelijke aanwezigheid

Zoals Zijn leerlingen vol verbazing luisterden naar Zijn redevoering in Kapernaum, zo vinden wij deze taal ook moeilijk te begrijpen zie Joh. 6, 60. We kunnen soms geneigd zijn hieraan een verzwakte interpretatie te geven. Maar dit zou ons ver van Christus afbrengen, net zoals bij die leerlingen die "tengevolge hiervan zich terugtrokken en Zijn gezelschap verlieten" (Joh. 6, 66). Wij willen bij Christus blijven en zeggen daarom net als Petrus: "Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven" (Joh. 6, 68). Met dezelfde overtuiging als Petrus knielen wij vandaag voor het sacrament des altaars en vernieuwen onze geloofsbelijdenis in de werkelijke aanwezigheid van Christus.

Dit is de betekenis van de viering van vandaag, die extra nadruk krijgt door het Internationale Eucharistisch Congres in dit Grote Jubeljaar. Dit is ook de betekenis van de plechtige processie die wij, zoals elk jaar, maken van het plein van de Basiliek van Sint Jan van Lateranen naar de Basiliek van Sint Maria Maggiore.

Wij willen het Heilige Sacrament met nederige trots door de straten van Rome begeleiden, langs de gebouwen waar mensen wonen, blij zijn en lijden; langs winkels en kantoren waar het dagelijkse leven zich afspeelt. Wij willen hen in aanraking brengen met ons leven, bedreigd door duizend gevaren, verdrukt door zorgen en verdriet, onderworpen aan het langzame, maar onverbiddelijke voorbijgaan van de tijd. Als wij Hem begeleiden willen wij onze hulde betuigen door onze hymnen en gebeden: "Bone Pastor, panis vere..." (uit: sequentie van Sacramentsdag) willen wij vol vertrouwen tot Hem zeggen.

Goede Herder, brood des levens
Jezus, toon ons Uw ontferming:
wil ons weiden, ons geleiden
naar de zalige aanschouwing
in het land der levenden.

Gij, alwetend en almachtig,
hier de spijs van stervelingen,
maak ons daar tot disgenoten,
mede-erfgenamen, mede-
burgers van Uw eeuwig rijk.
Amen.

Document

Naam: SACRAMENTSDAG 2000 TIJDENS INTERNATIONAAL EUCHARISTISCH CONGRES, ROME
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 22 juni 2000
Copyrights: © 2000, Stg. InterKerk
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam