• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

SACRA TRIDENTINA SYNODUS
Decreet over de dagelijkse Communie

De H. Kerkvergadering van Trente, duidelijk inziende, welke onuitsprekelijke rijkdom van genaden aan de gelovigen te beurt valt, die het allerheiligste Sacrament nuttigen, zegt Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 10 : “Wel zou de heilige Kerkvergadering wensen, dat in elke Mis de aanwezige gelovigen niet slechts op geestelijke wijze, maar ook door het Sacrament des altaars te ontvangen communiceerden.” Deze woorden vertolken duidelijk genoeg het verlangen der Kerk, dat alle gelovigen zich dagelijks aan dit hemelse Gastmaal mogen verkwikken, en overvloediger gaven van heiliging daaruit mogen putten.

Zulke wensen stemmen ook overeen met het grote verlangen, waarvan Christus onze Heer ontvlamd was, toen Hij dit goddelijk Sacrament instelde. Hij zelf immers heeft duidelijk en meer dan eens op de noodzakelijkheid gewezen, om menigmaal zijn Vlees te eten en zijn Bloed te drinken, vooral met deze woorden: Dit is het Brood, uit de hemel neergedaald; niet zoals uw vaderen het manna aten en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal leven in eeuwigheid (Joh. 6, 59). Uit deze vergelijking der engelenspijze met brood ,en manna, kon door de leerlingen gemakkelijk worden opgemaakt, dat evenals met brood dagelijks het lichaam gevoed wordt en met manna in de woestijn de joden dagelijks werden gespijzigd, aldus ook de christenziel dagelijks met het Hemelsbrood gesterkt en verkwikt kan worden. Daarenboven, wanneer Hij in het Onze Vader gebiedt te vragen om ons dagelijks brood, dan leren bijna eenstemmig de heilige Kerkvaders, dat hieronder niet zozeer het stoffelijk brood, de lichaamsspijs, moet verstaan worden, als wel het eucharistische Brood, dat dagelijks te nuttigen is.

Dit verlangen nu van Jezus Christus en van de Kerk, dat de gelovige christenen dagelijks tot het heilige Gastmaal naderen, is vooral hierop gericht: opdat de gelovigen, door het Sacrament met God verenigd, daarvan sterkte mogen erlangen, om de begeerlijkheid te bedwingen, om dagelijks voorkomende lichte fouten uit te wissen, en om zwaardere zonden, waaraan 's mensen zwakheid is blootgesteld, te verhoeden; niet echter op de eerste plaats opdat aan Onze Heer passende hulde en eerbetuiging worde bezorgd, noch ook opdat het Sacrament hun, die het nuttigen, tot een beloning en vergelding strekke voor hun deugden H. Augustinus, Sermones. 57 in Mt.. Vandaar dat de Kerkvergadering van Trente het allerheiligste Sacrament noemt een tegengift om ons van dagelijkse zonden te bevrijden en voor doodzonden te behoeden Concilie van Trente, 13e Zitting - Decreet over het Sacrament van de Eucharistie, Sessio XIII - Decretum de SS. Eucharistia (11 okt 1551), 4.

Die wil Gods wel begrijpende, snelden de eerste kristenen dagelijks naar deze tafel des levens en der sterkte. “Zij waren volhardend in de leer der apostelen, en in de gemeenschap van het breken des broods” (Hand. 2, 42). En dat dit ook in latere eeuwen geschied is, met grote winst voor volmaaktheid en heiligheid, hebben ons de heilige Vaders en kerkelijke schrijvers meegedeeld.

Toen intussen de godsvrucht verkoelde, en inzonderheid toen later het jansenistische bederf aller wegen voortwoekerde, begon men te twisten over de gesteltenis, welke voor de veelvuldige en de dagelijkse Communie vereist wordt. De een na de ander drong op steeds hoger en zwaarder eisen als onontbeerlijk aan. Van zulke redetwisten is het gevolg geweest, dat uiterst weinigen waardig werden geacht de H. Communie dagelijks te ontvangen, en uit een zo heilrijk Sacrament in ruime mate voordeel te trekken, terwijl de overigen er zich mee tevreden stelden eens in het jaar, of elke maand, of hoogstens eenmaal in de week daarmede gespijzigd te worden. Zelfs is men in strengheid zo ver gegaan, dat gehele mensenklassen van een veelvuldig aanzitten aan de H. Tafel werden uitgesloten, zoals de kooplieden of de gehuwden.

Sommigen daarentegen vervielen in het tegenovergestelde uiterste. Wijl zij de dagelijkse Communie als van Godswege voorgeschreven beschouwden, wilden ze geen enkele dag zonder Communie laten voorbijgaan; zodat ze niet slechts in andere punten van de goedgekeurde kerkgebruiken afweken, maar zelfs op Goede Vrijdag het H. Sacrament meenden te moeten nuttigen en ook toedienden.

Intussen is de Heilige Stoel in zijn eigen taak niet te kort geschoten. Vgl. Heilig Officie, Errores Jansenistarum (7 dec 1690), 23 Immers door een decreet dezer H. Congregatie, dat begint met de woorden ‘Congregatie van het Concilie
Cum ad aures
Over de veelvuldige en dagelijkse communie (12 februari 1679)
’, gedagtekend van 12 februari 1679 en door Paus Innocentius XI goedgekeurd, heeft hij dergelijke dwalingen veroordeeld en misbruiken tegengegaan, daarbij verklarende, dat allen, van welke stand ook, de kooplieden en de gehuwden geenszins uitgezonderd, tot de veelvuldige Communie kunnen toegelaten worden, overeenkomstig eenieders godsvrucht en naar het oordeel van zijn eigen biechtvader. En op 7 december 1690, door het decreet "Paus Alexander VIII
Sanctissimus Dominus noster
Verwerping van de stelling van Baius - over het veelvuldig communiceren (17 december 1690)
" van Paus Alexander VIII, werd een stelling van Baius verworpen, welke van hen, die tot de H. Tafel wilden naderen, een allerzuiverste liefde tot God vorderde, zonder enig bijmengsel van onvolkomenheid.

Toch is het gift van het jansenismus, dat onder het voorwendsel van eerbied en hoogschatting, aan het allerheiligste Sacrament verschuldigd, ook goede zielen had aangetast, niet geheel verdwenen. Na de verklaringen van de H. Stoel bleef nog het geschil voortduren over de vereiste gesteltenis, om zonder enig bezwaar tot de veelvuldige Communie over te gaan, zodat ook ettelijke godgeleerden van goede naam als hun oordeel uitspraken, dat de dagelijkse Communie maar zelden, en onder het stellen van verscheidene voorwaarden aan de gelovigen kon worden vergund.

Aan de andere kant ontbrak het niet aan geleerde en godvruchtige mannen, die de toegang tot een zo heilzame en God behaaglijke oefening gemakkelijker maakten; op het gezag der Vaders lerende, dat er geen enkel voorschrift der Kerk bestaat omtrent hoger vereisten voor de dagelijkse Communie, en dat daarentegen van de dagelijkse Communie veel overvloediger vruchten zullen komen dan van een wekelijkse of maandelijkse.

De geschillen hieromtrent zijn in onze dagen nog gestegen en niet zonder bitterheid gevoerd ; waardoor in de geest der biechtvaders en in het geweten der gelovigen ontsteltenis teweeg wordt gebracht, tot niet geringe schade van christelijke vroomheid en ijver. Deswege werden, door allerverdienstelijkste mannen en zielenherders, bij onze H. Vader Pius X dringende verzoekschriften ingediend, dat hij zich gewaardigen zou met zijn opperst gezag de vraag te beslechten over de vereisten om dagelijks het allerheiligste Sacrament te ontvangen, opdat aldus deze allerheilzaamste en God uiterst welbehaaglijke gewoonte niet onder de gelovigen verslappe, maar veeleer moge toenemen en alom zich verspreiden, allermeest in onze dagen, nu godsdienst en katholiek geloof van alle kanten wordt aangerand, en nu echte liefde Gods en vroomheid niet weinig te wensen overlaat. En wijl het nu Zijn Heiligheid, om de hem bezielende bezorgdheid en toewijding, allerzeerst ter harte gaat, dat het Christenvolk zeer dikwijls en zelfs dagelijks tot het heilig Gastmaal worde uitgenodigd, en er de allerrijkste vruchten van genieten moge, heeft hij aan deze Congregatie opgedragen, voornoemde vraag te onderzoeken en te beslissen.

De H. Congregatie der Kerkvergadering heeft dan, in haar algemene bijeenkomst van 16 december 1905, deze zaak aan een allernauwkeurigst onderzoek onderworpen, en na de van weerszijden aangevoerde redenen met rijp beraad te hebben overwogen, heeft ze bepaald en verklaard als volgt:

  1. De veelvuldige en dagelijkse Communie, als door Christus onze Heer en door de katholieke Kerk vurig gewenst,- zij aan alle gelovige christenen van elke stand en rang vergund; zodat niemand die in staat van genade is en met goede en vrome bedoeling tot de H. Tafel nadert, daarvan verwijderd mag gehouden worden.
  1. Die goede stemming bestaat hierin, dat hij, die tot de H. Tafel nadert, hierbij niet aan het gebruik of aan ijdelheid of aan menselijke berekeningen toegeve, maar dat hij aan Gods welbehagen wil voldoen, nauwer met Hem in liefde wil verenigd worden, en met dit goddelijk geneesmiddel tegemoet wil komen aan eigen zwakheden en fouten.
  1. Ofschoon het bij de veelvuldige en dagelijkse Communie, bijzonder wenselijk is, dat zij, die haar genieten, van dagelijkse zonden, althans van geheel, vrijwillige, en van gehechtheid daaraan vrij zijn, nochtans is het voldoende geen doodzonden op het geweten te hebben, met daarbij het voornemen om in het vervolg nimmer te zondigen. Bij dit oprecht besluit van hun hart kan het niet uitblijven, of met de dagelijkse Communie zullen ze zich ook van dagelijkse zonden en van geneigdheid daartoe langzamerhand losmaken.
  1. Dewijl echter de sacramenten der Nieuwe Wet, hoewel ex opere operato, door de verrichte handeling zelve, hun uitwerksel erlangende, niettemin groter vrucht voortbrengen, naarmate men bij het ontvangen een betere gesteltenis meebrengt, daarom moet men zorg dragen, dat aan de H. Communie een zorgvuldige voorbereiding voorafga, en dat daarop een behoorlijke dankzegging volge, naar gelang van ieders krachten, levensstaat en beroepsplichten.
  1. Opdat de veelvuldige en dagelijkse Communie met meer voorzichtigheid geschiede en door rijkere verdienstelijkheid uitmunte, moet daarin de raad van de biechtvader tussenbeide komen. Maar de biechtvaders zullen zich wel wachten, van de veelvuldige of dagelijkse Communie iemand te weerhouden, die zich in staat van genade bevindt en in de vereiste stemming toetreedt.
  1. Daar het duidelijk is, dat door het veelvuldig en dagelijks nuttigen van het allerheiligste Sacrament de vereniging met Christus bevorderd, het geestelijk leven. overvloediger gevoed, de ziel in hoger mate met deugden toegerust, en een steeds vaster onderpand van eeuwig geluk aan de gelovige verschaft wordt, daarom dienen de pastoors, de biechtvaders en de predikanten, volgens de goedgekeurde leer van de Romeinse Catechismus Catechismus-Compendium, Catechismus van het Concilie van Trente, Catechismus Romanus Concilii Tridentini. Part. II, c. 63 met herhaalde vermaningen en grote ijver het Christenvolk tot een zo vrome en zo heilzame oefening aan te sporen.
  2. De veelvuldige en dagelijkse Communie worde vooral in de kloostergemeenten van elke aard bevorderd; voor deze blijve echter van kracht het decreet "Congregatie voor de Bisschoppen
    Quemadmodum
    Over het veelvuldig communiceren in kloostergemeenschappen (17 december 1898)
    ", van de 17 december 1898 door de H. Congregatie der Bisschoppen en Regulieren uitgevaardigd. - Zoveel mogelijk worde zij ook bevorderd in de priesterseminaries, wier leerlingen naar de dienst des altaars haken; insgelijks in andere christelijke opvoedingsgestichten van allerlei aard.
  3. Zo er sommige genootschappen zijn, hetzij men er de plechtige of de eenvoudige geloften aflegge, in wier regelen of constituties of ook directories de Communie aan bepaalde dagen verbonden of op die dagen voorgeschreven staat, dan moeten die bepalingen als louter leidend en niet als verplichtend beschouwd worden. Het voorgeschreven getal Communiën moet worden aangezien als een minimum voor de godsvrucht der kloosterlingen. Derhalve moet hun onbelemmerd de gelegenheid openstaan, om vaker of dagelijks tot de H. Tafel te naderen, overeenkomstig de hierboven in dit decreet gegeven regelen. En opdat alle kloosterlingen van beider geslacht de verordeningen van dit dekreet goed kunnen leren kennen, zullen er de oversten der onderscheidene huizen voor zorgen, dat het jaarlijks ten aanhoren van allen in de moedertaal worde voorgelezen, onder het octaaf van het H. Sacrament. (N. B. Dit is niet meer verplichtend: Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 509).
  1. Eindelijk, na de afkondiging van dit decreet hebben alle kerkelijke schrijvers zich van elk twistgeschrijf over de vereisten voor de veelvuldige en dagelijkse Communie te onthouden.

Nadat dit alles aan onze H. Vader Paus Pius X door de ondergetekende, geheimschrijver der H. Congregatie, was voorgelegd in het verhoor van 17 december 1905, heeft Zijne Heiligheid dit decreet van hun Eminenties goedgekeurd en bekrachtigd en er de openbaarmaking van bevolen, ongeacht alles wat er strijdig tegenover zou staan. Bovendien heeft hij last gegeven, het aan alle bisschoppen en reguliere prelaten te verzenden, opdat zij het elk aan hun seminaries, pastoors, kloostergemeenten en priesters bekend maken; en opdat zij, in hun verslagen over de toestand van hun bisdom of genootschap, de H. Stoel inlichten over de uitvoering van hetgeen hierbij bepaald is.

Gegeven te Rome, de 20 december 1905.

Vincentius, Kard. Vannutelli, prefect.

C. De Lai, geheimschrijver.

Document

Naam: SACRA TRIDENTINA SYNODUS
Decreet over de dagelijkse Communie
Soort: Congregatie van het Concilie
Auteur: Vincentius Kardinaal Vannutelli
Datum: 20 december 1905
Copyrights: © 1929, Uitgave van het Secretariaat van de Eucharistische Kruistocht, Abdij van Averbode
Bewerkt: 4 september 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam