• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De leer van de Kerk en vooral haar standvastigheid in de verdediging van de universele en blijvende geldigheid van de zedelijke geboden die op zichzelf staande slechte handelingen verbieden, worden niet zelden als teken van een onverdraaglijk gebrek aan toegeeflijkheid bekritiseerd, vooral als het gaat om zeer complexe en conflictrijke situaties van het huidige leven van het individu en de maatschappij: een ontoegeeflijkheid die strijdig zou zijn met een moederlijk gevoel van de Kerk.

Deze zou het, zo zegt men, aan begrip en barmhartigheid ontbreken. Maar in feite kan de moederlijkheid van de Kerk nooit gescheiden worden van haar zendingsopdracht als lerares, die ze als trouwe bruid van Christus, die de Waarheid in Persoon is, steeds moet uitvoeren: "Als lerares wordt ze niet moe, de zedelijke norm te verkondigen.. Deze norm is niet door de Kerk geschapen en niet overgelaten aan haar willekeur. In gehoorzaamheid aan de waarheid, die Christus is, wiens beeld zich in de natuur en in de waarde van de menselijke persoon weerspiegelt, interpreteert de Kerk de zedelijke norm en legt haar aan alle mensen van goede wil voor zonder hun eis tot radicaliteit en volmaaktheid te verbergen". H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 33

Waarachtig begrip en echte barmhartigheid betekenen in werkelijkheid liefde voor de menselijke persoon, voor haar ware welzijn, voor haar authentieke vrijheid. En dit komt beslist niet tot stand, doordat men de zedelijke waarheid verbergt of afzwakt, maar doordat men ze in haar diepe betekenis als uitstraling van de eeuwige wijsheid van God, die ons in Christus bereikt, en als dienst aan de mensen, aan de groei van zijn vrijheid en aan het bereiken van zijn zaligheid voorlegt. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 34

Tegelijkertijd kan de duidelijke en krachtige voorstelling van de zedelijke waarheid nooit afzien van een diep en oprecht respect, getekend door geduldige en vertrouwen schenkende liefde, dat de mens op zijn morele weg nodig heeft, die vaak vanwege zwakheden en pijnlijke situaties moeilijk blijkt. De Kerk kan nooit van het "beginsel van de waarheid en de juistheid van haar gevolgen" afzien, op basis waarvan ze "het niet toestaat, goed te noemen, wat slecht is, en slecht wat goed is". Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 34 Paus Paulus VI heeft geschreven: "Het is een uitmuntende vorm van liefde voor de onsterfelijke zielen, als men op geen enkele manier beperkingen oplegt aan de heilzame leer van Christus. Dit moet echter steeds door geduld en liefde begeleid worden, waarvoor de Heer zelf in zijn omgang met de mensen een voorbeeld heeft gegeven. Hij is gekomen, niet om te oordelen maar om te redden Vgl. Joh. 3, 17 ; heel zeker was hij onverzoenlijk ten opzichte van de zonde, maar hij was barmhartig voor de zondaar". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 29

De vasthoudendheid van de Kerk bij de verdediging van de universele en onveranderlijke zedelijke normen heeft niets onderdrukkends in zich. Ze dient enkel en alleen de ware vrijheid van de mens: Omdat er buiten de waarheid of tegen haar geen vrijheid kan zijn, moet de categorische, dat wil zeggen ontoegeeflijke en compromisloze verdediging van de absoluut nooit prijs te geven eisen van de persoonlijke waarde van de mens, weg en zelfs existentiële voorwaarde voor de vrijheid genoemd worden.

Deze dienst wordt elke mens aangeboden, gezien in de uniciteit en onherhaalbaarheid van zijn wezen en zijn bestaan. Alleen in gehoorzaamheid aan de universele zedelijke normen vindt de mens een volledige bevestiging van het unieke van zijn persoon en van de mogelijkheid van werkelijke zedelijke groei. En juist daarom is deze dienst gericht op alle mensen: niet alleen op het individu, maar ook op de gemeenschap als zodanig. Deze normen vormen inderdaad het onwrikbare fundament en de betrouwbare garantie voor een rechtvaardige en vreedzame menselijke samenleving en daarmee voor een echte democratie, die alleen in de gelijkheid van al haar in rechten en plichten verenigde leden ontstaan en groeien kan. Ten aanzien van de zedelijke normen die het in zichzelf slechte verbieden, zijn er voor niemand privileges of uitzonderingen. Of iemand heer van de wereld of de "ellendigste" is op aarde, dat maakt geen verschil: Voor de zedelijke eisen zijn we allen volkomen gelijk.

Zo ontsluiten de zedelijke normen, en op de eerste plaats de negatieve, die het doen van kwaad verbieden, hun betekenis en de tegelijkertijd persoonlijke en sociale kracht: doordat ze de onvoorwaardelijke persoonlijke waardigheid van elke mens beschermen, dienen ze het behoud van de menselijke sociale netwerken en de juiste en vruchtbare ontwikkeling hiervan. Vooral de geboden van de tweede tafel van de Decaloog, waar Jezus de jongeman uit het evangelie aan herinnert Vgl. Mt. 19, 18 vormen de grondregels van elk maatschappelijk leven.

Deze geboden worden in algemene bewoordingen geformuleerd. Maar het feit dat "begin, draagster en doel van alle maatschappelijke instituten de menselijke persoon is en ook zijn moet" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 25 staat toe en maakt het mogelijk een precisering en verklaring te geven in een uitvoerige gedragscodex. In deze zin zijn de zedelijke grondregels van het maatschappelijke leven met bepaalde eisen verbonden, die zowel de publieke machten als de burgers moeten navolgen. Ongeacht de soms goede bedoelingen en de vaak moeilijke omstandigheden zijn deze ambtsdragers en de afzonderlijke individuen nooit bevoegd, de onvervreemdbare grondrechten van de menselijke persoon te schenden. Alleen een moraal, die normen erkent, die altijd en voor allen zonder uitzondering gelden, kan daarom het ethische fundament voor het maatschappelijke samenleven zowel op nationaal als internationaal niveau garanderen.

Document

Naam: VERITATIS SPLENDOR
Over kerkelijke moraalleer
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 augustus 1993
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 29 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam