• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Dankzij de openbaring van God en van het geloof weet de christen van het 'nieuwe', waardoor de zedelijkheid van zijn daden gekenmerkt wordt; aan die daden komt het toe uitdrukking te geven aan de bestaande of niet bestaande consequente overeenstemming met die waardigheid en roeping, die hem door genade geschonken zijn: In Jezus Christus en zijn Geest is de christen een 'nieuwe schepping', kind van God en door zijn handelingen getuigt hij van zijn overeenstemming met of zijn afwijken van het beeld van de Zoon, die de Eerstgeborene onder vele broeders is Vgl. Rom. 8, 9 , beleeft hij zijn trouw of ontrouw tegenover het geschenk van de Geest en opent zich, of sluit hij zich af, voor het eeuwig leven, de gemeenschap van aanschouwing, liefde en zaligheid met God de Vader, Zoon en heilige Geest. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22. Het Tweede Vaticaans concilie verklaart in de pastorale constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd: 'Dit geldt niet alleen voor de christengelovigen, maar ook voor alle goedwillende mensen, in wier hart de genade op een onzichtbare wijze werk. Daar Christus immers voor allen is gestorven en daar er voor alle mensenslechts één uiteindelijke roeping is, namelijk een goddelijke, moeten wij eraan vasthouden, dat de Heilige Geest aan allen de mogelijkheid schenkt om, op een wijze die aan God bekend is, aan dit paasmysterie deel te hebben.' Christus 'vormt ons zo naar zijn beeld - schrijft de H. Cyrillus van Alexandrië -, dat door de heiliging en de gerechtigheid en het goede en deugdzame leven de trekken van zijn goddelijke natuur in ons tot schittering komen.. De schoonheid van dit beeld straalt in ons door, die in Christus zijn, wanneer wij ons in de werken goede mensen betuigen'.Tractatus ad Tiberium Diaconum sociosque, II. Responsiones ad Tiberium Diaconum sociosque: H. Cyrillus van Alexandrië, In D. Johannis Evangelium, vol. III, ed. Philip Edward Pusey, Bruxelles, Culture et Civilisation (1965), 590.

In deze zin bezit het zedelijk leven een wezenlijk 'teleologisch' karakter, omdat het uit de vrije en bewuste afstemming van het menselijk handelen op God, het hoogste goed en laatste doel (telos) van de mens, bestaat. Dat bevestigt weer de vraag van de jongeman aan Jezus: 'Wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te winnen?' Maar deze afstemming op het laatste doel beweegt zich niet in een louter subjectivistische dimensie, die alleen van de bedoeling zou afhangen. Zij veronderstelt, dat aan deze handelwijzen uit zichzelf de eigenschap toekomt, op dit doel afgestemd te kunnen worden, omdat zij namelijk overeenkomen met het authentieke door de geboden beschermde zedelijke goed van de mensen. Juist dat snijdt Jezus aan in het antwoord aan de rijke jongeling: 'Wanneer je het eeuwig leven wilt bereiken, onderhoud dan de geboden!' (Mt. 19, 17).

Blijkbaar gaat het om een door het verstand geleide en vrije, bewuste en overwogen afstemming, krachtens welke de mens voor zijn handelingen 'verantwoordelijk' is en onderworpen aan het oordeel van God, de rechtvaardige en goede Rechter, die het goede beloont en het kwade straft, zoals de apostel Paulus uiteenzet: 'Want wij allen moeten voor Christus' rechterstoel verschijnen, opdat ieder het loon ontvangt voor wat hij in dit leven heeft gedaan, goed of kwaad' (2 Kor. 5, 10).

Document

Naam: VERITATIS SPLENDOR
Over kerkelijke moraalleer
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 augustus 1993
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam