• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De zedelijkheid van de handelingen wordt bepaald op grond van de relatie van de vrijheid van de mens tot het waarlijk goede. Dit goede is als eeuwige wet door Gods wijsheid vastgesteld, die ieder wezen afstemt op zijn einddoel: Deze eeuwige wet wordt zowel door het natuurlijke verstand van de mens gekend (vandaar de naam 'natuurwet') alsook - op alomvattende en volmaakte wijze - door de bovennatuurlijke openbaring van God (dan noemt men het 'goddelijke wet'). Het handelen is zedelijk goed, wanneer de uit de vrijheid voortkomende keuzen met het ware goed van de mensen overeenkomen en zo de uitdrukking zijn van de bewuste afstemming van de persoon op haar laatste doel, dus God zelf: het hoogste Goed, waarin de mens zijn volle en volmaakte geluk vindt. De inleidende vraag in het gesprek van de jongeman met Jezus: 'Wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te winnen?' (Mt. 19, 16), verduidelijkt rechtstreeks de wezenlijke samenhang tussen de morele waarde van een handeling en het laatste doel van de mens. Jezus bevestigt in zijn antwoord de overtuiging van zijn gesprekspartner: Het goede doen, zoals het door Hem geboden is, die 'alleen de Goede' is, is de noodzakelijke voorwaarde voor, en de weg naar de zaligheid: 'Wanneer je het Leven wilt bereiken, onderhoud dan de geboden' (Mt. 19, 17). Het antwoord van Jezus en het refereren aan de geboden maken ook duidelijk, dat de weg naar het doel uitgestippeld wordt door het opvolgen van de goddelijke geboden, die het menselijk welzijn beschermen. Alleen een handeling, die met het goede overeenkomt, kan weg ten leven zijn.

De door het verstand geleide afstemming van de menselijke handelingen op het waarlijk goede en het bewuste streven naar dit goede vormen de zedelijkheid. Het menselijk handelen kan dus niet louter daarom als zedelijk goed gekwalificeerd worden, omdat het ertoe dient dit of dat nagestreefd doel te bereiken, of simpelweg omdat de bedoeling van de handelende goed is. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 148, a. 3. Het menselijk handelen is dan zedelijk goed, wanneer het de bewuste afstemming van de menselijke persoon op het laatste doel en de overeenstemming van de concrete handeling met het ware menselijke goed, zoals het door het verstand in zijn waarheid herkend wordt, bevestigt en tot uitdrukking brengt. Wanneer het object van de concrete handeling niet met het ware goede van de persoon in overeenstemming is, maakt de keuze van deze handeling onze wil en ons zelf zedelijk slecht en brengt ons daarmee in tegenstelling met ons laatste doel, het hoogste goed, dat wil zeggen God zelf.

Document

Naam: VERITATIS SPLENDOR
Over kerkelijke moraalleer
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 augustus 1993
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam