• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De grote gevoeligheid van de tegenwoordige mens voor historiciteit en cultuur verleidt sommigen ertoe, om aan de onveranderlijkheid van de natuurwet en daarmee aan het bestaan van 'objectieve normen van zedelijkheid' Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 16 te twijfelen, die voor alle mensen van vandaag en van de toekomst gelden, zoals ze reeds voor die van het verleden gegolden hebben: Is het eigenlijk wel mogelijk, van bepaalde verstandige bepalingen, die ooit in het verleden, zonder kennis van de latere vooruitgang van de mensheid, vastgelegd werden, te beweren dat ze voor allen een universele en altijddurende geldigheid hebben?

Het valt niet te ontkennen dat de mens zich altijd in een bepaalde cultuur bevindt, maar evenmin kan men bestrijden, dat de mens zich in de cultuur van het moment ook niet helemaal geeft. Overigens bewijst de ontwikkeling van de cultuur zelf, dat er in de mens iets is dat alle culturen overstijgt. Dit 'iets' is nu juist de natuur van de mens: zij precies is de maat van de cultuur en de voorwaarde, dat de mens niet wordt tot de gevangene van een van zijn culturen, maar dat hij zijn waardigheid als persoon verdedigt door in overeenstemming met de diepe waarheid van zijn wezen te leven. Wie de bijzonder en blijvende elementen van de mens, die ook met zijn lichamelijke dimensie samenhangen, in twijfel zou trekken, zou niet alleen in conflict blijken met de algemene ervaring, maar zou ook de verwijzing naar het 'begin' onbegrijpelijk laten worden, die Jezus juist daar maakte waar de sociale en culturele tijdsomstandigheden de oorspronkelijke zin en de rol van enkele zedelijke normen misvormd had Vgl. Mt. 19, 1-9 . In deze zin 'belijdt de Kerk, dat aan alle veranderingen veel onveranderlijks ten grondslag ligt, wat zijn laatste grond in Christus heeft, die dezelfde is gisteren, vandaag en in eeuwigheid'. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10 Hij is het 'Begin', die, nadat Hij de menselijke natuur heeft aangenomen, haar in haar basiselementen en in haar dynamisme van Gods- en naastenliefde voorgoed verlicht. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 108, a. 1. De h. Thomas baseert het niet zuiver formele maar inhoudelijk bepaalde karakter van de zedelijke normen ook binnen het gebied van de nieuwe wet hierop, dat het Woord de menselijke natuur heeft aangenomen.

Zeker moet voor de universeel en voortdurend geldende zedelijke normen een formulering gezocht en gevonden worden, die voor de verschillende culturele omstandigheden het passendst is, die in staat is om de historische actualiteit van deze normen onophoudelijk tot uitdrukking te brengen en haar waarheid begrijpelijk te maken en authentiek uit te leggen. Deze waarheid van de zedenwet ontvouwt zich - zoals die van het geloofsgoed (depositum fidei) -door de eeuwen heen: de normen, die de uitdrukking van deze waarheid zijn, blijven wezenlijk van kracht, moeten echter door het leergezag van de Kerk naar de historische omstandigheden van het ogenblik 'eodem sensu eademque sententia' H. Vincentius de LĂ©rins, Commonitorium primum. c. 23: PL 50, 668. preciezer worden gedefinieerd en bepaald; de beslissing van het leergezag wordt voorbereid en begeleid door het streven naar verstaanbaarheid en formulering, eigen aan het denken van de gelovigen en het theologische onderzoek. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 20.26. De ontwikkeling van de zedenleer van de Kerk is gelijk aan die van de geloofsleer. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 30. Ook voor de zedenleer gelden de woorden die Johannes XXIII bij de opening van het Tweede Vaticaans Concilie (11 oktober 1962) heeft gesproken: 'men moet deze veilige en onveranderlijke leer, waaraan men een trouwe onderdanigheid dient te bewijzen, op zo'n manier onderzoeken en verklaren, dat zij aan onze tijd wordt aangepast. De substantie zelf van het geloof of de waarheden van onze eerbiedwaardige leer dienen onderscheiden te worden van de wijze waarop zij geformuleerd worden, waarbij men echter dezelfde zin en betekenis moet behouden.'

Document

Naam: VERITATIS SPLENDOR
Over kerkelijke moraalleer
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 6 augustus 1993
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam