• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

MANDEMENT TEGEN LIBERALISME, SOCIALISME EN COMMUNISME
Aan de hun toevertrouwde Geestelijkheid en Geloovigen

Zaligheid in den Heer.

Daar Wij, Aartsbisschop en Bisschoppen van Nederland, als uw geestelijke leiders, zeer zeker te waken hebben over uw geloof en uw godsdienstig leven, achten Wij Ons in geweten verplicht u, dierbare Geloovigen, met den hoogsten ernst te wijzen op uw plichten, wat betreft het vereenigingsleven.

Onze vermaning is tweevoudig.

Het is Onze plicht u aan te sporen, om toe te treden tot de katholieke vereenigingen. En daarnaast staat Onze dringende waarschuwing, om u afzijdig te houden van die vereenigingen, welke hetzij een neutraal of liberaal, hetzij een socialistisch of communistisch karakter dragen.

Alles, wat Wij , B. G., in dit herderlijk schrijven over het vereenigingsleven voorhouden, geldt evenzeer voor vereenigingen van vrouwen als van mannen, alsook voor gemengde vereenigingen, jeugdvereenigingen en clubs.

Wij brengen u allereerst in herinnering de talrijke uitspraken van Onze Hoogwaardige Voorgangers, die niet ophielden er op aan te dringen, dat de katholieken het katholiek vereenigingsleven zouden bevorderen en versterken.

Sinds hun verscheiden uit deze wereld zijn de tijden niet minder ernstig geworden. Ons aller Vader in Christus Paus Pius X I heeft den nood der tijden zelfs zóó ernstig geacht, dat Hij in Zijn Encycliek "Paus Pius XI - Encycliek
Quadragesimo Anno
Over de aanpassing van de sociale orde
(15 mei 1931)
" een oproep heeft gericht niet alleen tot de katholieken, maar tot geheel de wereld, om terug te keeren tot de leer van het Evangelie, omdat alleen de terugkeer tot de christelijke beginselen een einde kan maken aan de ontreddering van de maatschappij.

Het behoeft geen betoog, dat op de kinderen der Katholieke Kerk vóór allen de plicht rust, om aan dien oproep van hun Vader in Christus te gehoorzamen. Dien plicht nu, om mede te werken aan het herstel der sociaal-economische orde volgens christelijke beginselen van rechtvaardigheid en liefde, zullen zij alleen dan naar behooren kunnen vervullen, wanneer zij zich organiseeren in krachtige, katholieke vereenigingen en bonden. Immers de eenling staat machteloos. Alleen met machtige organisaties kunnen wij op de christelijke ontwikkeling der maatschappij krachtigen invloed uitoefenen. Of de maatschappij in de toekomst zal beheerscht worden door de beginselen, die Christus heeft gepredikt, zal grootendeels afhangen van de wijze, waarop de katholieken hun plicht volbrengen, om zich algemeen te organiseeren in katholieke vereenigingen en deze vereenigingen te doen beantwoorden aan de eischen haar gesteld door het kerkelijk gezag en zeer in het bijzonder in de Pauselijke Encykliek "Paus Pius XI - Encycliek
Quadragesimo Anno
Over de aanpassing van de sociale orde
(15 mei 1931)
"

Daarom, B. G., moeten Wij u nogmaals nadrukkelijk voorhouden, dat gij u zult organiseeren in katholieke vereenigingen en bonden. W i j bedoelen hier zeer in het bijzonder de sociale organisaties, nl. de stands- en de vakorganisaties, omdat voornamelijk op het terrein van het sociaal-economische leven de groote beginsel-strijd onzer dagen gestreden wordt. Deze sociale organisaties zullen ook van het grootste gewicht en van grooten invloed blijken te zijn voor de vorming en den groei der publiek-rechtelijke beroepsstanden of bedrijfsschappen, die volgens den Paus een buitengewoon belangrijk middel zijn, om een betere maatschappij-ordening tot stand te brengen. De katholieken zijn derhalve verplicht hun katholieke organisaties zoo sterk mogelijk te maken niet alleen door het ledenaantal, maar nog meer door de krachtige overtuiging, waarmede de leden hun katholieke beginselen aanhangen, belijden en in de praktijk doorvoeren.

Degene, die blijft staan buiten de sociale vereenigingen, welke voor zijn stand zijn aangewezen, toont den ernst der tijden niet te begrijpen. Aan nog ernstiger fout staan schuldig de katholieken, welke lid worden van zoogenaamd neutrale, maar inderdaad liberale, of van socialistische of communistiche vereenigingen of clubs.

Dezulken begaan niet alleen een betreurenswaardig verzuim, door zich niet aan te sluiten bij de hun passende katholieke vereeniging, maar zij stellen daarenboven nog een verkeerde daad, door vijandige vereenigingen of clubs te gaan versterken en toe te treden tot een vereeniging, waarvan het lidmaatschap medebrengt gevaar voor geloof en christelijken levenswandel en de bron wordt van allerlei verkeerde opvattingen op godsdienstig, zedelijk, cultureel, staatkundig of sociaal-economisch gebied.

Wat nu de zoogenaamde neutrale, maar in wezen liberale of vrijzinnige vereenigingen betreft, vloeit dit gevaar voort eenerzijds uit den geest, welke deze vereenigingen bezielt, dat wil zeggen: uit haar beginselloosheid, of erger nog: uit de aan de katholieke leer vijandige beginselen en leerstellingen, die haar feitelijk ten grondslag liggen. Anderzijds spruit dat gevaar voort uit den schadelijken invloed voor geloof en zeden en godsdienstig leven, welken de actie dier vereenigingen, het geschreven en gesproken woord van haar leiders en de omgang met haar leden op de denk- en handelwijze van den katholiek uitoefenen.

Van menige, in schijn slechts, neutrale vereeniging, ondergaan de katholieke leden dien nadeeligen invloed ongemerkt en geleidelijk, maar vast en zeker, zonder daaraan te ontkomen, op dezelfde wijze ongeveer als de katholieke lezers van zoogenaamde neutrale bladen druppelsgewijze het gif indrinken. Spoediger dan men denkt, komt het oogenblik, waarop hun geheele mentaliteit besmet blijkt met, als onvermijdelijk gevolg, een slappen, lauwen, ja zelfs onchristelijken levenswandel.

Menige, zoogenaamd neutrale, vrijzinnige, liberale vereeniging voedt ook de door de H. Kerk- bij herhaling veroordeelde dwaling, dat een katholiek zijn beginselen alleen maar in daden zou hebben om te zetten in zijn particulier leven, doch dat diezelfde beginselen niets hebben uit te staan met het doel zijner vereeniging en niet gelden voor het gezelschappelijk, maatschappelijk, politiek en openbaar leven.

En zoo ontspruit uit het lidmaatschap van een dergelijke organisatie maar al te dikwijls als wrange vrucht het soort van die halfslachtige katholieken, die weliswaar hun geloof nog beleven in de binnenkamers, ook nog, maar lauw en flauw, in de kerk, maar den moed hunner overtuiging missen, of althans deze overtuiging niet uitdragen en vruchtbaar maken naar buiten. 

Dat van deze in schijn neutrale, maar in werkelijkheid liberale of vrijzinnige en in elk geval onrechtzinnige vereenigingen het lidmaatschap door Ons sterk wordt afgekeurd, moet ieder bij eenig nadenken begrijpen. Evenzeer moet ieder inzien, dat die afkeuring niet alleen geldt van de sociaal-economische organisaties, maar ook van die, welke andere doeleinden nastreven op welk gebied ook, hetzij op dat van de lichaamscultuur, hetzij op dat van de geestesontwikkeling, hetzij op gezelschappelijk, maatschappelijk of staatkundig gebied.

Wat den graad van zondigheid betreft van het lidmaatschap van deze slechts in schijn neutrale vereenigingen, B. G., daarover moeten Wij het volgende zeggen:

Hoe grooter de gevaren voor geloof of zeden zijn, die uit het lidmaatschap dreigen, en hoe noodlottiger de invloed is van een bepaalde vereeniging op het openbaar leven, des te zwaarder is ook de plicht, die op u rust, om van zulk een vereeniging verre te blijven.

Van den anderen kant zijn er misschien uitzonderingsgevallen denkbaar, waarin wegens geheel bijzondere omstandigheden dit lidmaatschap van een bepaalde vereeniging niet ongeoorloofd zou kunnen genoemd worden. Wij verklaren echter bij deze uitdrukkelijk , B. G., dat, wanneer iemand meent in zulk een uitzonderingstoestand te verkeeren, het zijn plicht is, zich eerst daarover te beraden met een beproefden geestelijken leidsman. Het kan toch zoo licht gebeuren, dat zijn eigen oordeel aangaande den aard der betreffende vereeniging en de omstandigheden, die hem tot het lidmaatschap nopen, niet geheel juist is.

Hoe vaak is het gebeurd, dat iemand lid werd van een zoogenaamd neutrale vereeniging, omdat hij er volstrekt geen gevaar in zag en toch later tot zijn schade en schande moest bekennen, dat hij zich in zijn oordeel had vergist, of erger nog: dat door zijn lidmaatschap onherstelbare schade aan zijn geloof of zeden werd toegebracht.

Wat vervolgens de socialistische en communistische vereenigingen of clubs betreft, B . G . , het lidmaatschap dezer organisatie is zóó gevaarlijk voor het geloof getuige de droevige ervaring dat Wij krachtens Ons herderlijk gezag moeten verklaren: Wie zich aan zulk een groot gevaar blootstelt, begaat een zonde zóó ernstig, dat hij ongeschikt en onwaardig is om de H H . Sacramenten te ontvangen.

Daarom beschouwen Wij het als Onzen duren plicht, met betrekking tot het lidmaatschap van socialistische en communistische organisaties strenge maatregelen te nemen en verklaren Wij, dat de H H . Sacramenten, en als hij zich niet bekeert, bij overlijden de kerkelijke begrafenis moeten worden geweigerd aan den katholiek,

  1. die het socialisme of het communisme met hun aan de katholieke leer onvereenigbare, uitdrukkelijk strijdige, antigodsdienstige en vijandige beginselen op godsdienstig of zedelijk gebied openlijk aanhangt.
    Natuurlijk geldt dit evenzeer en om dezelfde redenen voor den katholiek, die de liberale of vrijzinnige beginselen op godsdienstig of zedelijk gebied openlijk aanhangt;
  2. die lid is van een socialistische of een communistische vereeniging, of van een vereeniging, welke dusdanige vereenigingen metterdaad steunt;
  3. die, zonder lid te zijn van een socialistische of een communistische vereeniging, geregeld socialistische of communistische geschriften of bladen leest, of socialistische of communistische vergaderingen bijwoont, omdat de een en de ander in de vrijwillige naaste gelegenheid is van zijn geloof te verliezen.

Mocht echter, B. G., ooit iemand meenen reden te hebben, om wèl lid te worden of te blijven van zoodanige organisaties, dan bedenke hij wel, dat in dat allergrootst uitzonderingsgeval niet alleen moet vaststaan, dat gevaar voor verlies van het geloof is uitgesloten, maar tevens, dat er een allerdringendste reden voor het lidmaatschap moet aanwezig zijn.

Het spreekt van zelf, B. G., dat een katholiek, die het met de belangen zijner ziel ernstig meent, in zulk een gewichtige zaak nooit een besluit zal nemen zonder een beproefden geestelijken leider te raadplegen.

Wij meenen nog een opmerking te moeten maken. Wanneer er sprake is van vereenigingen, welke van Overheidswege worden ingesteld, dan zal het in een land, waar meerdere levensopvattingen en wereldbeschouwingen worden aangetroffen, van zelf sprekend zijn, dat allerlei levensrichtingen daarin haar afspiegeling en vertegenwoordiging zullen vinden. Zoo zullen de publiekrechtelijke beroepsstanden of bedrijfsschappen, wanneer die door de staatsoverheid worden ingesteld, van zelf een weerspiegeling zijn van verschillende stroomingen op sociaaleconomisch gebied:

Beminde Geloovigen, Wij bidden God, den Heiligen Geest, dat Hij uw aller verstand moge verlichten, opdat gij de juistheid van Ons oordeel moogt inzien en dat Hij uw hart en uw wil moge bewegen, om naar deze Onze herderlijke waarschuwingen en verordeningen bereidwillig te luisteren. Wij hebben ze gegeven in het belang van uw zieleleven en uw eeuwige zaligheid.

En zal dit Ons gezamenlijk herderlijk schrijven voor het eerst op Zondag Quinquagesima van dit jaar en verder jaarlijks op den vierden Zondag van den Advent in alle tot Onze Kerkprovincie behoorende Kerken en in alle Kapellen, waarover een Rector is aangesteld, onder alle vastgestelde HH. Missen op de gebruikelijke wijze worden voorgelezen.

Verder, B. G., sporen Wij u aan vooral in den Heiligen Vastentijd veel te bidden voor Onzen H. Vader, den Paus en voor Hare Majesteit, Onze geëerbiedigde Koningin, en niet op te houden tot God te smeeken in boete en gebed, dat de volken zich mogen keeren tot Christus, in Wien alleen heil te vinden is.

Ten slotte, beminde geloovigen, noopt de voorbereiding der a.s. verkiezingen Ons, als herders der zielen, thans tot alle katholieke kiezers de hier volgende bijzondere ernstige vermaning te richten.

Wij vertrouwen, dat geen enkel onzer katholieke kiesgerechtigden zijn -stemplicht zal verwaarloozen, en dat allen hun stem zóó zullen uitbrengen, dat zij die daad voor God en hun geweten zullen kunnen verant- ! woorden.

Terwijl Wij gaarne alle vraagstukken over praktische politiek aan het oordeel en het geweten onzer katholieke staatslieden overlaten, mogen en moeten W i j toch waken over datgene, hetwelk niet zonder groote geestelijke schade zou kunnen verloren gaan. Daarom, dierbare geloovigen, verzoeken Wij u allerdringendst: Bewaart uw eenheid.

Door verdeeldheid immers gaat zelfs het machtigste ten gronde, zooals ook Onze goddelijke Meester leerde: «Ieder rijk, dat c inwendig verdeeld is, zal worden verwoest; «het eene huis zal er op het andere vallen». (Lc. 11, 17).

En zegt ons de vreugde onzer tegenstanders, telkens als bij ons eenige verdeeldheid dreigt of een begin vindt, dan niets? Toont zij ons niet zonneklaar wat sommigen der onzen niet schijnen te beseffen, dat met verdeeldheid onze kracht wordt gebroken?

Voorwaar, de bittere ernst der tijden vraagt ons dringend onze gelederen aaneengesloten te houden, om in liefde en vrede samen op te trekken voor de hooge geestelijke goederen, welke op het spel staan.

Van het onschatbare goed der eenheid is ieder overtuigd, maar dan moet men ook bedenken, dat zoo'n goed offers vraagt, maar ook offers waard is.

Een ieder weet: bij de concrete toepassing van beginselen zijn dikwijls verschillende wegen mogelijk. Maar als de meeningen ruimhartig zijn overwogen, als ernstig beraad is gehouden, als rijpe ervaring haar woord heeft gesproken, dan moet men ter wille van de eenheid tot het offer bereid zijn en leiding weten te volgen. De vrucht van dat offer is de kracht der ongebroken eenheid. Amen.

Gegeven te Utrecht, 1 Februari 1933.

+ J. H . G. JANSEN, Aartsbisschop van Utrecht.
+ P. A. W. HOPMANS, Bisschop van Breda.
+ A. F. DIEPEN, Bisschop van 's-Hertogenbosch.
+ J. D. J. AENGENENT, Bisschop van Haarlem.
+ Dr. J. H . G. LEMMENS, Bisschop van Roermond.

Document

Naam: MANDEMENT TEGEN LIBERALISME, SOCIALISME EN COMMUNISME
Aan de hun toevertrouwde Geestelijkheid en Geloovigen
Soort: Nederland
Auteur: De Bisschoppen van Nederland
Datum: 1 februari 1933
Copyrights: © 150 jaar Herderlijke Brieven 1853-2003, uitg. Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 15 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam