• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GEBED 29. - DE KERK, LERARES VAN HET GEBED
Catechesereeks over het gebed - Bibliotheek van Apostolische Paleis

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

De Kerk is een belangrijke school van gebed. Velen van ons hebben geleerd de eerste gebeden uit te spreken zittend op de schoot van ouders of grootouders. Misschien koesteren we de herinnering aan moeder of vader die ons gebeden leerden alvorens naar bed te gaan. Die ogenblikken van ingetogenheid zijn vaak ook gelegenheden dat ouders van kinderen intieme vertrouwelijkheden te horen krijgen en dan hun raad, geïnspireerd door het Evangelie, kunnen geven. Daarna, terwijl men opgroeit, leert men andere getuigen en leraren van gebed kennen. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2686-2687 Het is passend aan hen te denken.

Het leven van een parochie en van elke christelijke gemeenschap verloopt op het ritme van liturgie en gemeenschapsgebed. Deze gave, die we in de kindertijd met eenvoud gekregen hebben, ervaren we als een belangrijke erfenis, een zeer rijke erfenis. We beseffen dat de ervaring van het gebed verdient, altijd meer, verdiept te worden. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2688 Het kleed van het geloof is niet versteven, het groeit met ons mee. Het is niet strak, het groeit ook doorheen momenten van crisis en vernieuwing. Immers, men kan niet groeien zonder momenten van crisis. Crisis helpt groeien. In Crisis komen is een noodzakelijke wijze van groeien. De adem van het geloof is het gebed. We groeien in het geloof in de mate dat we leren bidden. Na sommige levenservaringen stellen we vast dat we het zonder het geloof niet gered zouden hebben en dat het gebed onze kracht is geweest. Niet slechts het persoonlijke gebed, maar ook dat van broeders en zusters en van de gemeenschap die ons begeleid en ondersteund heeft, van mensen die ons kennen, van mensen aan wie vragen voor ons te bidden.

Dit is ook de reden waarom in de Kerk voortdurend gemeenschappen en groepen ontstaan die zich wijden aan het gebed. Er zijn christenen die zelfs de roeping hebben om van het gebed hun belangrijkste dagelijkse bezigheid te maken. In de Kerk bestaan abdijen, kloosters, kluizen, waar aan God gewijde mensen leven en die vaak centra worden vol geestelijke uitstraling. Gemeenschappen van gebed die spiritualiteit uitstralen. Het zijn kleine oasen waar men intens gebed deelt en dag aan dag de broederlijke gemeenschap opbouwt. Het zijn levende cellen niet slechts van het kerkelijk weefsel maar van de samenleving zelf. Denken we aan de rol die het monnikendom heeft gespeeld in de opbouw van de Europese beschaving en ook van andere culturen. Bidden en als gemeenschap werken stuwt de wereld vooruit. Het is een motor.

Alles in de Kerk wordt uit het gebed geboren en alles groeit dankzij het gebed. Wanneer de Vijand, de Boze, de Kerk wil bestrijden dan doet hij dat op de eerste plaats door haar bronnen droog te leggen, door het bidden te verhinderen. Bijvoorbeeld. We zien het gebeuren in sommige groepen die afspreken om kerkhervormingen door te voeren, hervormingen in het leven van de Kerk… Er zijn de organisaties, de media die allen in formeren…Maar gebed is niet te zien, er wordt niet gebeden. “We moeten dit veranderen, we moeten die belangrijke beslissing nemen…” Dit voorstel is belangrijk, het is belangrijk, alleen discussie, alleen media, maar waar is het gebed? Het gebed opent de deur voor de Heilige Geest die inspireert om vooruit te gaan. Veranderingen in de Kerk zonder gebed zijn geen veranderingen van de Kerk, het zijn groepsveranderingen. En wanneer de Vijand - zoals ik heb gezegd – de Kerk wil bestrijden, tracht hij op de eerste plaats haar bronnen droog te leggen door het gebed te verhinderen en (haar ertoe te brengen) die andere voorstellen te doen. Als het gebed ophoudt, kan het nog even lijken alsof alles gewoon verder gaat – door traagheid – maar na enige tijd stelt de Kerk vast dat ze een leeg omhulsel is geworden, de dragende pijler verloren te zijn, niet langer te beschikken over de bron van warmte en liefde.

Heilige vrouwen en mannen hebben geen gemakkelijker leven dan de anderen. Ook zij moeten uitdagingen aanpakken en bovendien zijn ze vaak voorwerp van tegenstand. Hun kracht echter is het gebed, dat zij altijd putten aan de onuitputtelijke “put” van de moeder Kerk. Met het gebed voeden ze de vlam van hun geloof, alsof men olie in een lamp doet. En zo gaan zij verder met groeien in geloof en hoop. Heiligen betekenen in de ogen van de wereld vaak weinig. In werkelijkheid echter ondersteunen ze haar, niet met de wapens van geld, macht, communicatiemedia en zo verder, maar met de wapens van het gebed.

In het Evangelie van Lucas stelt Jezus een aangrijpende vraag die ons telkens opnieuw doet nadenken: “Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” (Lc. 18, 8), of zal Hij slechts organisaties aantreffen, iets als een groep “ondernemers van het geloof”, allen goed georganiseerd, weldoende, overvloedig... of zal Hij het geloof vinden? “Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” Die vraag staat aan het slot van een parabel die de noodzaak aangeeft om te volharden in het gebed, zonder moe te worden. Vgl. Lc. 18, 1-8 We mogen dus besluiten dat de lamp van het geloof op aarde steeds zal branden zolang er de olie van het gebed is. De lamp van het ware geloof van de Kerk zal steeds branden op aarde zolang er de olie van het gebed is. Dat is wat het geloof vooruit helpt en ons armzalig, zwak en zondig leven zeker vooruit helpt. Een vraag die wij ons, christenen, moeten stellen is: bid ik? Bidden wij? Hoe bid ik? Als papegaaien of bid ik met het hart? Hoe bid ik? Bid ik met de zekerheid dat ik in de Kerk ben en bid ik met de Kerk, of bid ik volgens mijn inzichten en maak ik van mijn inzichten gebed? Dat is een heidens gebed, geen christelijk. Ik herhaal: we mogen besluiten dat de lamp van het geloof op aarde steeds zal branden zolang er de olie van het gebed is.

Dit is een wezenlijke taak van de Kerk: bidden en opvoeden tot gebed. Van generatie op generatie de lamp van het geloof doorgeven met de olie van het gebed. De lamp van het geloof verlicht, laat de dingen zien zoals ze zijn, maar kan alleen vooruitgaan dankzij de olie van het gebed. Anders dooft zij. Zonder het licht van deze lamp kunnen we  de weg niet zien om te evangeliseren, meer nog, we zouden de weg niet kunnen zien om goed te geloven. We zouden het gelaat van de broeders niet kunnen zien om ze nabij te komen en te dienen. We zouden de kamer niet kunnen verlichten waar we elkaar als gemeenschap treffen… Zonder geloof, stort alles in. Zonder gebed dooft het geloof. Geloof en gebed samen. Er is geen andere weg. Daarom is de Kerk huis en school van gemeenschap, ze is huis en school van geloof en gebed.

Document

Naam: GEBED 29. - DE KERK, LERARES VAN HET GEBED
Catechesereeks over het gebed - Bibliotheek van Apostolische Paleis
Soort: Paus Franciscus - Audiƫntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 14 april 2021
Copyrights: © 2021, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 19 april 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam