• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET AMBT VAN PRIESTERS EN DIAKENS EN HUN RECHT OP ONDERHOUD

De diocesane bisschop dient ervoor te zorgen dat volgens het canoniek recht voorzien wordt in een passend levensonderhoud (honesta sustentatio) en sociale bijstand van de priesters die in het bisdom zijn geïncardineerd Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 192. §5 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 281. §2; priesters en diakens verdienen bovendien een vergoeding (remuneratio) te ontvangen wanneer zij zich aan een kerkelijke bediening wijden en wanneer zij ziek, invalide of bejaard zijn, moet ervoor worden gezorgd dat zij de sociale bijstand (assistentia socialis) genieten waardoor in hun behoeften wordt voorzien Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 390 Deze bepalingen die in heel de katholieke Kerk geldend zijn, worden op de Nederlandse situatie toegepast en uitgewerkt in dit algemeen uitvoeringsdecreet, dat een regeling van canoniek recht behelst.

De bepalingen in dit decreet die clerici betreffen, gelden zowel voor priesters als diakens; de bepalingen betreffende diakens gelden zowel voor permanent als voor transeünt diakens, tenzij anders is aangegeven.

1. 1.

Clerici kunnen ambten verkrijgen tot uitoefening waarvan wijdingsmacht of kerkelijke bestuursmacht vereist is Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. Clerici die een kerkelijk ambt vervullen, hebben recht op een vergoeding die bij hun situatie past, overeenkomstig Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
, met dien verstande dat niet-gehonoreerde diakens die op grond van hun burgerlijk beroep dat zij uitoefenen of uitgeoefend hebben een vergoeding krijgen, in het levensonderhoud van henzelf en hun familie voorzien met de inkomsten die daaruit worden verkregen Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
Vgl. Congregatie voor de Clerus, Directorium voor het ambt en het leven van de permanent diakens (22 feb 1998), 15

2.1

Een priester of diaken heeft recht op de vergoeding (remuneratio) die verbonden is met het hem toegewezen ambt, vanaf het moment dat hij van dit ambt canoniek bezit heeft genomen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 527. (vgl. bijv. c. 527 §1) Totdat de inbezitneming heeft plaatsgevonden, ontvangt hij de vergoeding (remuneratio) of het levensonderhoud (honesta sustentatio) dat hem tevoren toekwam. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 191. (vgl. c. 191 §2).

2.2

De pensioenvoorziening is verbonden met de vergoeding (remuneratio) die een priester of diaken ontvangt.

3

Niet-gehonoreerde diakens die op grond van een burgerlijk beroep dat zij uitoefenen of uitgeoefend hebben een vergoeding krijgen, voorzien in het onderhoud van henzelf en hun familie door deze vergoeding, door de uitkering die aan hen wordt verleend in het kader van een afvloeiingsregeling, door een werkeloosheidsuitkering, bijstandsuitkering of anderszins. Zij hebben geen recht op levensonderhoud (sustentatio) of een vergoeding (remuneratio) voor het onderhoud van henzelf en hun familie op grond van hun diakenwijding.

4

Wanneer een clericus door een decreet van de bevoegde kerkelijke overheid - maar niet door ontneming - uit een kerkelijk ambt wordt verwijderd Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 184. (cfr. c. 184 §1) dient deze overheid voor drie maanden door een uitkering ter hoogte van de vastgestelde vergoeding voor priesters en diakens in zijn bestaan te voorzien. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 195. (vgl. c. 195; de termijn is van particulier recht) Binnen deze periode dient de clericus in een nieuw kerkelijk ambt te worden benoemd of moet op wettige wijze worden vastgesteld dat de clericus niet benoembaar is.

5.1

Bij ontneming van een ambt als straf voor een misdrijf Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 184.196. (vgl. c. 184 §1 jo. c. 196 §1) dient er altijd voor te worden gezorgd dat het de clericus niet ontbreekt aan wat voor een passend levensonderhoud (honesta sustentatio) noodzakelijk is, tenzij hij uit de clericale staat is weggezonden Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 292. vgl. c. 292 Communicationes 29(1997), p. 18) Wanneer op wettige wijze bij decreet is vastgesteld dat een priester niet benoembaar is, behoudt hij het recht op sustentatio.

5.2

Bij het ontnemen van een ambt of het vaststellen van de onbenoembaarheid van een clericus, moet de zaak beslist worden, gelet op de beginselen van proportionaliteit en canonieke billijkheid, met oog voor de bijzondere omstandigheden van elk geval.

5.3

Aan het recht van de priester op passend levensonderhoud is voldaan wanneer op een of andere wijze en niet noodzakelijk door het overmaken van een geldbedrag in de basis levensbehoeften van de priester (onderdak, kleding en voeding, een ziektenkostenverzekering, een inboedelverzekering en een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid) is voorzien, met inachtneming van de volgende bepalingen.

5.4

De aard en hoogte van de sustentatio worden in een besluit van de Ordinaris, gehoord hebbende de algemeen econoom van het bisdom, naar recht en billijkheid vastgesteld.

5.5

Een clericus aan wie een straf is opgelegd waartegen geen beroep of verhaal meer mogelijk is Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1353. (vgl. c. 1353) en die – naar recht en billijkheid - op grond van een definitief decreet niet benoembaar is, noch een seculier beroep uitoefent, kan worden verplicht – zolang deze situatie voortduurt - in zijn levensonderhoud (honesta sustentatio) te voorzien door een beroep te doen op de sociale voorzieningen die hem als burger van het land toekomen. Vgl. Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur, Decreet (11 mrt 2013). (vgl. Decreet Signatura 11 maart 2013 in: Ius Ecclesiae 27(2015), pp. 115-117)) In dit geval is er geen recht op financiële tegemoetkomingen van de zijde van de Kerk.

5.6

Een priester die ziek is verliest daardoor niet zijn vergoeding, en wie arbeidsongeschikt is door invaliditeit ontvangt het invaliditeitspensioen. Dit geldt eveneens voor een diaken die een vergoeding ontvangt die verbonden is met het hem toegewezen ambt.

6

De straffen waarover in n. 5, dienen te zijn opgelegd overeenkomstig de wettige procedures alvorens de vergoeding kan worden ingetrokken.

7.1

Wanneer een clericus uit de clericale staat is weggezonden en door deze straf werkelijk behoeftig is geworden, zal de Ordinaris trachten zo goed mogelijk hierin voorzien Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
. De weggezondene heeft echter geen recht op vergoedingen uit fondsen voor de honorering van clerici en aan een mogelijke welwillende bijdrage van de Ordinaris aan het levensonderhoud kunnen geen rechten worden ontleend.

7.2

Een permanent diaken die behoeftig is geworden, heeft – met inachtneming van de bepalingen van deze Procedure - geen recht op vergoedingen of levensonderhoud op grond van zijn diakenwijding; aan een eventuele welwillende bijdrage van de Ordinaris kunnen geen rechten worden ontleend.

8
9

Een clericus wordt door een decreet van de bevoegde overheid ieder kerkelijk ambt ontnomen en onbenoembaar verklaard in de volgende omstandigheden, zolang deze omstandigheden voortduren:

  1. wanneer hem op wettige wijze een kerkelijke straf is opgelegd van suspensie, interdict of excommunicatie, zolang de straf voortduurt;
  2. wanneer hem overigens bij wijze van kerkelijke (uitboetings)straf op wettige wijze alle kerkelijke ambten ontnomen zijn;
  3. wanneer hij onwettig wijdingen heeft ontvangen – zonder dispensatie van de bevoegde overheid -, terwijl hij getroffen was door een irregulariteit Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1044. (vgl. c. 1044 §1, n. 1) Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1041.1047-1049 en wanneer hij verhinderd is tot het uitoefenen van wijdingen overeenkomstig Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    en geen dispensatie heeft ontvangen;
  4. wanneer hij halsstarrig weigert te gehoorzamen aan een rechtmatige opdracht van de diocesane bisschop Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 274. (vgl. cc. 274 §2 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1371. 1371, 2°;
  5. wanneer hij overeenkomstig Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    is verwijderd uit zijn pastoorsambt of om deze redenen verwijderd is uit een ander ambt en niet de geschiktheid bezit om in een ander ambt te worden benoemd;
  6. wanneer hij bij herhaling en op ernstige wijze de Gedragscode Pastoraat schendt;
  7. wanneer hij zich ontvangen vergoedingen en/of andere gelden of goederen op ernstig onwettige wijze toe-eigent Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 531.551. (vgl. c. 531 en c. 551) indien het verbod op de publieke uitoefening van het ambt door een strafprocedure is gerechtvaardigd;
  8. wanneer de Ordinaris of de heilige Stoel in het kader van een kerkelijke buitengerechtelijke of gerechtelijke strafprocedure Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1722 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Normae de gravioribus delictis (21 mei 2010), 19. art. 19 van de Normae processuales bij het Motu Proprio Sacramentorum sanctitatis tutela, herziene uitgave 21 mei 2010, in: Communicationes 42(2010), pp. 333-345, hier pp. 340-341) besluit een aangeklaagde voor de duur van de strafprocedure uit het kerkelijk dienstwerk, ambt of taak te weren op grond waarvan de aangeklaagde een honorarium ontving;
  9. wanneer hij – na het volbrengen van de strafperiode - niet zonder ergernis van de gelovigen of redelijkerwijs niet zonder gevaar voor herhaling opnieuw in een pastorale taak kan worden benoemd.
10

Een clericus is voorts onbenoembaar Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 149. (vgl. c. 149):

  1. in geval van een lichamelijke of psychische ziekte of arbeidsongeschiktheid;
  2. wanneer hij niet over de kwaliteiten beschikt om een pastoraal dienstwerk te vervullen; deze geschiktheid moet vooral worden beoordeeld aan de hand van de kwaliteiten die in de Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    , Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    worden genoemd;
  3. wanneer hij anderszins bij herhaling ongepast gedrag vertoont en geneigd blijft dit gedrag te vertonen, dat ergernis verwekt of zal gaan verwekken ;
  4. wanneer is vastgesteld dat hij overigens niet geschikt is overeenkomstig Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    .
11

De onbenoembaarheid van een clericus op grond van art. 10.1.2°- 4° wordt vastgesteld in een decreet van de diocesane Bisschop nadat de clericus is gehoord; wanneer de bisschop dit wenselijk acht zal hij de zaak bespreken met twee pastoors uit de groep die hiervoor door de priesterraad op duurzame wijze, op voorstel van de Bisschop, zijn aangesteld. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1742. (vgl. c. 1742 §1) particulier recht Hun mening is adviserend.

12

Een priester of diaken die niet benoembaar is, heeft geen recht op een vergoeding (remuneratio, Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
); een priester heeft echter recht op passend levensonderhoud (honesta sustentatio, Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
).

13

De straffen waarover in n. 5, dienen te zijn opgelegd overeenkomstig de wettige procedures alvorens de vergoeding kan worden ingetrokken.

14

Voordat de Ordinaris bij decreet een beslissing neemt over de benoembaarheid en de vergoeding van een clericus, dient hij het volgende in acht te nemen:

  1. Feiten die uit zichzelf leiden tot verwijdering of ontneming moeten schriftelijk worden gedocumenteerd; in geval van een verwijdering van rechtswege overeenkomstig n. 8 is de schriftelijke documentatie, wanneer die twijfel uitsluit, voldoende fundament voor een decreet waarin de Ordinaris de verwijdering van rechtswege bij decreet constateert Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 50 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1720. 1°;
  2. Wanneer reeds een kerkelijke straf is opgelegd die de uitoefening van ambten verbiedt of een irregulariteit is vastgesteld, die de uitoefening van wijdingen verbiedt, kan de Ordinaris op deze grond zonder verdere formaliteiten de onbenoembaarheid bij decreet vaststellen.
  3. Indien de verwijdering van een pastoor op grond van Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    is verricht, zal de Bisschop eerst bezien of hij voor een ander ambt geschikt is Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1746.
  4. Wanneer de onbekwaam makende ziekte, gevorderde leeftijd of arbeidsongeschiktheid van de clericus uit publieke documenten of beschikbare medische rapportage onbetwist vaststaat, kan de Ordinaris op grond daarvan tot de onbenoembaarheid van de clericus besluiten Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 149. §1.
  5. De Ordinaris die overeenkomstig Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    een strafverordening uitvaardigt, heeft het recht daarin gevolgen voor de vergoeding (remuneratio) of het levensonderhoud (sustentatio) van de clericus aan te kondigen bij schending van de verordening; deze gevolgen treden in werking wanneer de schending schriftelijk wordt geconstateerd, met inachtneming van Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    .
15

In andere gevallen dan die zijn voorzien in art. 14, zal de Ordinaris als volgt handelen:

  • Hij vraagt een geschikte persoon, bij voorkeur een priester, de omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat een clericus niet kan worden benoemd, discreet te onderzoeken, documenten die hierop betrekking hebben te verzamelen en hierover schriftelijk aan hem bericht uit te brengen; indien nodig of gewenst kan de Ordinaris dit onderzoek zelf verrichten;
  • Op grond van deze documentatie overweegt de Ordinaris, eventueel samen met twee rechters of andere deskundigen in het recht Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    , of een broederlijke terechtwijzing of berisping kan volstaan en of er andere pastorale wegen zijn waarlangs de ergernis voldoende kan worden weggenomen, de rechtvaardigheid kan worden hersteld en de schuldige tot verbetering kan worden gebracht Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    . Ook overweegt hij of het aanbeveling verdient dat hijzelf of degene die het onderzoek heeft verricht de kwestie van de schade naar recht en billijkheid beslecht Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    . Op grond van deze overweging beslist de Ordinaris of wellicht een strafprocedure kan worden gevolgd en of dit gewenst is en of een gerechtelijk proces moet worden gehouden of – indien dat wettelijk mogelijk is – een buitengerechtelijke procedure Wetboek
    Codex Iuris Canonici
    Codex van het Canonieke recht
    (25 januari 1983)
    ;
  • Als geen buitengerechtelijke of gerechtelijke strafprocedure volgt, zal de Ordinaris de clericus bij zich roepen om – in aanwezigheid van één of twee getuigen - de bezwaren of moeilijkheden kenbaar te maken en de clericus zo nodig te waarschuwen en om de clericus gelegenheid te bieden zijn standpunt of visie kenbaar te maken. Van dit gesprek of een weigering binnen een redelijke termijn tot een gesprek te komen, wordt tenminste een (gespreks)verslag gemaakt. Het gespreksverslag wordt ter ondertekening aan de clericus voorgelegd. Wanneer de clericus binnen een hem gestelde redelijke en nuttige termijn niet antwoordt, wordt dit opgevat als een weigering om het gespreksverslag te ondertekenen;
16

De clericus heeft het recht gehoord te worden en zich te verdedigen overeenkomstig Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
en hij kan een advocaat en procurator voor zich aanstellen, overeenkomstig Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
.

17

Wanneer een clericus op grond van Wetboek
Codex Iuris Canonici
Codex van het Canonieke recht
(25 januari 1983)
door de Ordinaris is geweerd van een kerkelijk ambt op basis waarvan hij een vergoeding verwerft,1 heeft hij recht op de vergoeding en hij behoudt die zolang hij geen veroordelend vonnis heeft ontvangen dat ten uitvoer gelegd kan worden Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1353 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1650. §1 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 195. De Ordinaris kan echter bij decreet om een gerechtvaardigde reden besluiten dat de vergoeding gedeeltelijk wordt uitgekeerd en gedeeltelijk wordt voorbehouden en op een aparte rekening wordt gestort, mits in het behoorlijk levensonderhoud van de clericus is voorzien. Wanneer de clericus is vrijgesproken, dient de Ordinaris ervoor zorg te dragen dat het ontbrekende bedrag alsnog wordt uitgekeerd. Wanneer de clericus echter wordt veroordeeld, vervalt het voorbehouden bedrag aan de (rechts)persoon die het had uitgekeerd, daar de clericus er geen recht op heeft.

18

Wanneer de onbenoembaarheid van een clericus op grond van nn. 8 of 9 is vastgesteld, zal door de Ordinaris tenminste iedere twee jaar en aan het einde van een straf worden nagegaan of deze gronden nog van toepassing zijn.

19

Wanneer een priester – na het volbrengen van de strafperiode - niet zonder ergernis van de gelovigen of redelijkerwijs niet zonder gevaar voor herhaling opnieuw in een pastorale taak kan worden benoemd, blijft de Ordinaris gehouden ervoor te zorgen dat het de priester niet ontbreekt aan wat voor een passend levensonderhoud (honesta sustentatio) noodzakelijk is. De Ordinaris kan de clericus in dit geval wel aansporen om een burgerlijk beroep te vinden, passend bij zijn staat, teneinde in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Zolang de priester daarin niet slaagt, behoudt hij zijn recht op wat voor een passend levensonderhoud (honesta sustentatio) noodzakelijk is, tenzij hij uit de clericale staat is weggezonden, onverminderd wat bepaald is in art. 5.5..

20

Indien in het verleden in individuele gevallen afspraken zijn gemaakt over een pensioenregeling of vergoeding of indien er feitelijk vergoedingen worden gegeven, zonder dat de diaken of priester daar aanspraak op kan maken, is de plaatselijke Ordinaris gerechtigd deze af te bouwen, met inachtneming van recht en billijkheid.

Slotbepaling

De Nederlandse Bisschoppenconferentie vaardigt dit algemeen decreet uit met bijzonder mandaat en recognitio van de Apostolische Stoel Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 455, d.d. 8 februari 2021.

Wijzigingen in het decreet behoeven de recognitio van de Apostolische Stoel.

Wij bepalen dat het decreet wordt gepubliceerd op de website van de Nederlandse Bisschoppenconferentie (www.rkkerk.nl) en een maand na de afkondiging van kracht wordt. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 8. §2

Utrecht, 14 april 2021

DE NEDERLANDSE BISSCHOPPENCONFERENTIE

Document

Naam: HET AMBT VAN PRIESTERS EN DIAKENS EN HUN RECHT OP ONDERHOUD
Soort: Nederland
Auteur: Nederlandse Bisschoppenconferentie
Datum: 14 april 2021
Copyrights: © 2021, Nederlandse Bisschoppenconferentie
Bewerkt: 15 april 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam