• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
a. Onderscheid tussen de kerkelijke leer en bijzondere systemen. Alleen de Kerk is de weg naar het heil

Wat nu uw studie en apostolaat betreft, moet u de katholieke leer en de natuurlijke waarheden, die er mee samenhangen en door alle katholieken worden aanvaard, niet verwarren met de pogingen van geleerden om deze te verklaren, noch met de eigen elementen en bijzondere meningen, waardoor de verschillende filosofische en theologische systemen in de Kerk zich van elkaar onderscheiden; en men moet nooit doen, alsof de stof van de preken en het godsdienstig onderricht hieruit voortkomt en hiervan afhangt. Geen van dergelijke wetenschappen en methoden is de deur, waardoor men de Kerk binnentreedt; en met nog minder recht mag men beweren, dat zij de enige deur zijn. De Kerk heeft zelfs de heiligste en voortreffelijkste leraar nooit als eerste bron van de waarheid genomen en doet dat ook nu niet. Zij heeft zeker grote leraren en heeft een hoge verering voor Thomas en Augustinus, maar alleen de door God geïnspireerde auteurs van de H. Schrift erkent zij als onfeilbaar. De Kerk immers, aan wie volgens Gods opdracht de verklaring en bewaring van de H. Schrift toekomen en die de draagster is van de in haar levende heilige overlevering, is de poort die toegang geeft tot het heil; zij is onder bescherming en leiding van de Heilige Geest voor zichzelf een bron van de waarheid.

b. De waarde van de leer van St. Thomas

De verschillende wetenschappelijke systemen, welke de Kerk toelaat te volgen, moeten volstrekt overeenstemmen met al die punten welke én door de antieke én door de christelijke filosofie vanaf het begin van de Kerk als waar zijn erkend. Deze zijn echter door geen enkele leraar zo duidelijk, zo helder, zo volmaakt uiteengezet als door de H. Thomas van Aquino zowel wat betreft hun onderlinge samenhang als hun verband met de geloofswaarheden en de heerlijke harmonie van deze laatste; door niemand ook is dit alles tot zulk een juist en vast systeem verenigd. Dit heeft onze voorganger Leo XIII met deze woorden uitgedrukt of liever als uitgebeiteld: "Hij wist bij de vereiste, door hem zeer scherp gestelde, onderscheiding van rede en geloof, ze toch vriendschappelijk te doen samengaan. Hierdoor liet hij elk dier beide in haar recht en waarde, zodat enerzijds de rede op Thomas' vleugelen tot de hoogste voor de mens bereikbare hoogte gedragen, welhaast niet hoger meer kan stijgen; en anderzijds het geloof moeilijk méér of sterker steun van de rede kan verwachten, dan het door Thomas reeds verwierf." Paus Leo XIII, Encycliek, Ter herstel van de christelijke wijsbegeerte naar de geest van Sint-Thomas van Aquino in de katholieke scholen, Aeterni Patris (4 aug 1879), 43

Tot de punten, welke wij daar juist in het kort aanstipten, moeten bijv. gerekend worden de aard van onze kennis; het eigen wezen van de waarheid; de metafysische beginselen, die steunen op absolute waarheid; de oneindige en persoonlijke God, Schepper van alle dingen; de natuur van de mens, de onsterfelijkheid van de ziel, de passende waardigheid van de persoon en de plichten, die de zedenwet hem krachtens zijn natuur voorhoudt en oplegt.

Tot deze waarheden, die men met volstrekte zekerheid moet aannemen, mag men niet rekenen die punten van „positieve" natuurlijke waarheid, waarover de grote commentatoren van St. Thomas en zijn bekendste leerlingen het nog niet eens zijn. Ook spreken wij niet van datgene, waarover wordt gedisputeerd, óf het tot de leer van de Engelachtige Leraar behoort en hoe het moet worden verstaan. Eveneens gaan wij stilzwijgend voorbij die gebrekkige opvattingen, die feitelijk voortvloeien uit de onvolmaakte en geringe kennis, welke de mensen van vroeger hadden omtrent fysica, chemie, biologie en andere natuurkundige zaken.

c. Het gezag van St. Thomas en de vereiste vrijheid

Dat dit de zin is van de wet, waardoor het kerkelijk wetboek Wetboek, Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917), 1366. § 2 de H. Thomas als leider en leermeester van alle katholieke scholen aanstelt, heeft onze voorganger Pius XI roemrijker gedachtenis met deze woorden verklaard: "Allen moeten zich dus tot plicht rekenen, hetgeen in het kerkelijk wetboek wordt voorgeschreven: 'de professoren moeten zich bij de studie van de rationele wijsbegeerte en van de theologie en bij het onderricht van de studenten in deze wetenschappen, volledig laten leiden door de methode, de leer en de beginselen van de engelachtige leraar en zich daaraan gewetensvol houden'; en zij moeten dit voorschrift zo opvolgen, dat zij hem waarlijk hun leermeester kunnen noemen. Maar men mag van elkander niet meer eisen dan wat de Kerk, aller leermeesteres en moeder, van allen verlangt; want men mag niemand beletten om die sententie te volgen, welke hem het meest waarschijnlijk lijkt in zaken, waarover in de katholieke scholen de beste auteurs tegenovergestelde meningen verdedigen." Paus Pius XI, Encycliek, Over Sint Thomas van Aquino, Studiorum Ducem (29 sept 1923), 1366. § 2

Juist op deze wijze hebben uw uitstekende auteurs en professoren de trouw, die zij de hoogste leraar altijd toonden, zo schoon weten te verenigen met de hooggeschatte vrijheid, die bij wetenschappelijk onderzoek nodig is en die door onze voorgangers Leo XIII en zijn opvolgers op de Stoel van Petrus steeds is beschermd.

Daarom moet het iedere professor vrij staan, binnen de aangegeven grenzen, welke men niet moet overschrijden, een bepaalde school te volgen, die in de Kerk burgerrecht heeft verkregen, onder dit voorbehoud, dat hij de waarheden, die allen moeten aanvaarden, scherp onderscheidt van de richting en meningen van een bepaalde school, en dat hij, gelijk het een rechtgeaard leermeester past, bij zijn onderricht deze verschilpunten duidelijk aangeeft.

Document

Naam: ANIMUS NOSTER
Tot de pauselijke Gregoriaanse Universiteit bij haar vierde eeuwfeest
Soort: Paus Franciscus - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 17 oktober 1953
Copyrights: © 1955, Ecclesia Docens 0762, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum, pag. 78-94
Vert.: Dr. Chr. Oomen C.ss.R., J. Mulders C.ss.R., Dr. M.H. Mulders C.ss.R., Dr. J. Kahmann C.ss.R.
Bewerkt: 1 april 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam