• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

'IK BEN GEKOMEN, OPDAT ZIJ LEVEN ZOUDEN BEZITTEN, EN WEL IN OVERVLOED' (JOH. 10,10)
Roepingenzondag 1982

Eerbiedwaardige en dierbare broeders in het bisschopsambt,
dierbare broeders en zusters over de gehele wereld!

'Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed' (Joh. 10,10)

Deze woorden van de Heer vinden wij vlak vóór de evangelieperikoop van de vierde zondag van Pasen, waarop de negentiende werelddag wordt gehouden van gebed om roepingen, van gebed voor hen die zich op bijzondere wijze aan God wijden in de dienst van de Kerk en voor het heil van de wereld.

Ik nodig u uit om diep in uw hart deze passage uit het Evangelie (Joh. 10, 11-18) te overwegen waarin Jezus tot vijf maal toe zegt dat de Goede Herder zijn leven is komen geven voor zijn kudde, een kudde die het hele mensdom moet omvatten: 'Het zal worden: één kudde, één herder' (Joh. 10, 16).

Zo openbaart de Heer Jezus ons het mysterie van de christelijke roeping, met name het mysterie van elke roeping die geheel en al gewijd is aan God en aan de Kerk. Inderdaad is het wezenlijke van deze roeping dat men geroepen wordt om zijn eigen leven te geven, opdat anderen leven zullen bezitten, en wel in overvloed. Dat heeft Jezus gedaan, die zelf de eerste en het voorbeeld is van al degenen die zijn geroepen en die God zijn toegewijd: 'Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen' (Hebr. 10, 9). Vgl. Ps. 40, 8 En daarom heeft Hij zijn leven gegeven, opdat anderen leven zouden bezitten.

Roeping is geroepen worden tot leven: geroepen worden om het leven te ontvangen en om het te geven.

Over wat voor leven wil de Heer ons hier spreken?

Hij spreekt ons over het leven dat afkomstig is van Hem die Hij zelf zijn Vader Vgl. Joh. 17, 1 en onze Vader noemt Vgl. Mt. 6, 9 ; van Hem die 'de bron van het leven' is (Ps. 35 (36),10): de Vader die 'krachtens een volkomen vrij en ondoorgrondelijk besluit van zijn wijsheid en goedheid het heelal heeft geschapen en de mensen tot deelachtigheid aan het goddelijk leven heeft verheven'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 2

Dit leven 'hebben wij gezien' (1 Joh. 1, 2) in onze Heer Jezus Christus, die het in volheid bezit: 'In Hem was leven' (Joh. 1, 4) - 'Ik ben ... het leven' (Joh. 14, 6), en Hij wil het geven in overvloed. Vgl. Joh. 10, 10 Onophoudelijk wordt dit leven aan de mensen geschonken door de Heilige Geest, de Geest 'die Heer is en het leven geeft' overeenkomstig de uitdrukking van ons geloof dat wij in het Credo van de Mis belijden, en die 'bron van water dat tot eeuwig leven ontspringt' is. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4 Vgl. Joh. 4, 14 Vgl. Joh. 7, 38-39

Niet minder dan het leven zelf van de 'God die leeft' (Ps. 42, 3) wordt dus door Hem zelf gegeven aan alle mensen die herboren zijn in het doopsel en die geroepen zijn om zijn kinderen, zijn gezin. zijn volk, zijn Kerk te worden. Dit goddelijk leven vieren wij in deze liturgische tijd waarin wij het Paas mysterie van de verrezen Heer opnieuw beleven; dit goddelijk leven vieren wij binnenkort als wij het nog steeds werkzame mysterie van Pinksteren weer gaan beleven.

De Kerk is geboren om te leven en om het leven te geven

Evenals de Heer Jezus gekomen is om zijn leven te geven, heeft Hij de Kerk, zijn Lichaam, ingesteld opdat daarbinnen Zijn leven zich zou verspreiden onder de gelovigen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 7 Om te leven en het leven te kunnen geven, ontvangt de Kerk van haar Heer, door de Heilige Geest, al zijn gaven: het Woord van God is bedoeld voor het leven, de sacramenten zijn bedoeld voor het leven, de gewijde bedieningen: bisschopsambt, priesterschap en diakonaat zijn bedoeld voor het leven, de gaven of charisma's van de religieuze, seculiere en missionaire toewijding zijn bedoeld voor het leven.

De gave die alle andere overtreft ~ vanwege de heilige wijding ~ is het ambtelijk priesterschap, deelname aan het enige priesterschap, eigen aan Christus, die zichzelf heeft gegeven op het kruis en die zich nog steeds geeft in de eucharistie voor het leven en het heil van de wereld. Priesterschap en Eucharistie: groots mysterie van liefde en leven, door Jezus geopenbaard en vastgelegd in de woorden van het laatste avondmaal: 'Doet dit ter gedachtenis aan Mij'. (Lc. 22, 19)(1 Kor. 11, 24) Vgl. Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 3.15. DH 1740 en 1752 Groots mysterie van goddelijke vruchtbaarheid, want, hoofdzakelijk door middel van de eucharistie, is het priesterschap gegeven voor de geestelijke toename van heel de Kerk. Vgl. Concilie van Florence, Decreet, Sessio VIII - 8e Sessie: Decreet voor de Armeniƫrs, Exsultate Deo - Decretum pro Armenis (22 nov 1439), 1. Dh 1311 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 5 Elke priesterroeping moet gezien, aanvaard en beleefd worden als een innige deelname aan dit mysterie van liefde, leven en vruchtbaarheid.

Leven brengt leven voort

In deze bewoordingen heb ik mij gericht tot het Internationaal Congres van bisschoppen en andere verantwoordelijken voor geestelijke roepingen, bij gelegenheid van de vorige werelddag van gebed om roepingen (vgl. Homilie van 10 mei 1981). Graag zeg ik dit nog eens tot iedereen: de levende Kerk is de moeder van de roepingen die God geeft met het oog op het leven. Roepingen zijn een zichtbaar teken van de levenskracht van de Kerk. Maar tegelijk zijn zij een basis-voorwaarde voor haar eigen leven, haar groei en voor de zending die zij ten bate van de gehele mensenfamilie moet vervullen 'door aan de mensheid de heilskracht ter beschikking te stellen welke de Kerk zelf, onder leiding van de heilige Geest, van haar Stichter ontvangt'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 3

Ik vraag iedere gemeenschap van christenen en elke gelovige zich rekenschap te geven van hun grote verantwoordelijkheid inzake de bevordering van de toename van priesterroepingen. Deze plicht vervult men 'allereerst door een volledig christelijk leven'. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 2 Leven brengt leven voort. Hoe zouden wij op verantwoorde wijze om roepingen kunnen bidden, als ons gebed niet daadwerkelijk samengaat met een oprecht streven naar bekering?

Met aandrang en met bijzondere genegenheid vraag ik de gewijde personen hun eigen leven te onderzoeken. Hun roeping als personen die geheel aan God en aan de Kerk zijn toegewijd, moet worden beleefd volgens het ritme van 'ontvangen' en 'geven'. Als zij veel hebben ontvangen, moeten zij veel geven. De rijkdom van hun geestelijk leven en de edelmoedigheid van hun apostolische inzet vormen een zeer gunstig element voor het ontluiken van nieuwe roepingen. Hun getuigenis en hun persoonlijke inspanning spelen in op de aktiviteit van de goddelijke Voorzienigheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 2

Tenslotte vraag ik vol vertrouwen aan alle christelijke gezinnen dat zij nadenken over de van God ontvangen taak om te waken over de opvoeding tot geloof en tot christelijk leven van hun kinderen. Bij de vervulling van deze taak hebben zij ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de roeping van hun kinderen. 'De kinderen moeten door de opvoeding zo worden gevormd dat zij in staat zijn om, eenmaal volwassen, in volle verantwoordelijkheid hun, ook gewijde, roeping te volgen'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 52 De samenwerking tussen gezin en Kerk ~ en dit geldt ook wat betreft de roepingen is diep geworteld in het mysterie en zelfs in het 'ministerie' (geestelijke bediening) van het christelijk gezin: 'Werkelijk, een gezin dat openstaat voor de transcendente waarden, dat de broeders met vreugde dient, dat zijn taken met edelmoedige trouw vervult en dat zich bewust is van zijn dagelijkse deelneming aan het mysterie van het glorievolle kruis van Christus, wordt het eerste en beste seminarie van de roeping tot het aan Gods Rijk toegewijde leven'. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 53

Tenslotte vraag ik u om, na deze gedachten en aansporingen, samen met mij het volgende gebed te bidden:

Heer Jezus, Goede Herder, die uw leven hebt gegeven opdat allen het leven zouden bezitten, schenk aan de gemeenschap van de gelovigen, over heel de wereld verspreid, de overvloed van uw leven en stel ons in staat daarvan te getuigen en het aan anderen over te dragen. Heer Jezus, schenk de overvloed van uw leven aan al degenen die U zijn toegewijd voor de dienst van de Kerk; maak dat hun algehele gave voor hen een bron is van vreugde, laat hen onvermoeibaar werken in hun bediening en edelmoedig zijn bij hun offer, en geef dat hun voorbeeld het anderen mogelijk maakt hun hart te openen om uw roepstem te horen en U te volgen.

Heer Jezus, schenk de overvloed van uw leven aan de christelijke gezinnen, opdat deze ijverig in het geloof en in de dienst van de Kerk ~ een bijdrage leveren tot de ontluiking en de groei van nieuwe roepingen van gewijde personen.

Heer Jezus, schenk aan allen de overvloed van uw leven, met name aan de jongeren die Gij tot uw dienst roept; verlicht hen bij hun keuze, help hen in moeilijkheden, laat hen trouw blijven. Mogen zij bereid zijn om, in navolging van U, hun leven moedig te geven, opdat anderen het leven zullen bezitten.

Overtuigd dat de heilige Maagd, de Moeder van God en de Moeder van de Kerk, zich bij dit gebed aansluit en dat haar Zoon Jezus het op haar machtige voorspraak zal verhoren, roep ik over u allen, eerbiedwaardige broeders in het bisschopsambt, priesters, mannelijke en vrouwelijke religieuzen, over heel het volk Gods en bijzonder over degenen die in seminaries en religieuze instituten in opleiding zijn, de overvloed van Gods genaden af, en schenk ik u van ganser harte mijn apostolische zegen.

Vanuit het Vaticaan, 2 februari 1982, feest van de Opdracht van de Heer in de tempel, in het vierde jaar van mijn pontificaat.

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: 'IK BEN GEKOMEN, OPDAT ZIJ LEVEN ZOUDEN BEZITTEN, EN WEL IN OVERVLOED' (JOH. 10,10)
Roepingenzondag 1982
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 februari 1982
Copyrights: © 1982, Archief van de Kerken, jrg. 37, p. 411-414
Bewerkt: 17 mei 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam