• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

OP DE KADE SANT'APOLLINARE IN DE HAVEN VAN BRINDISI

Beminde broeders en zusters:

In het middelpunt van mijn bezoek aan Brindisi vieren we, op de dag van de Heer, het mysterie dat de bron en hoogtepunt is van het hele leven van de Kerk. We vieren Christus in de Eucharistie, het grootste geschenk dat uit zijn goddelijke en menselijke Hart is voortgekomen, het gebroken en gedeelde Brood des levens, zodat we één met hem en met elkaar kunnen worden.

Ik groet met genegenheid allen die samen zijn gekomen op deze symbolische plaats, de haven, die de zendingsreizen van Sint Petrus en Sint Paulus oproept. Ik zie met vreugde talloze jongeren, die vanavond de wake hebben verlevendigd en zich voorbereiden op de eucharistische viering. Ik groet u ook, die geestelijk deelneemt via de radio en televisie.

Ik richt me speciaal tot de herder van deze geliefde kerk, Mgr. Rocco Talucci en bedank hem voor de woorden die hij sprak aan het begin van de Heilige Mis. Ik groet ook de andere bisschoppen van Apulië die hier bij ons wilden zijn in broederlijke gemeenschap van gevoelens. Ik verheug vooral met de aanwezigheid van Metropoliet Gennadios, aan wie ik mijn hartelijke groet breng, die ik uitbreid tot alle orthodoxe broeders en andere confessies, vanuit deze kerk in Brindisi die ons vanwege haar oecumenische roeping uitnodigt om te bidden en ons in te zetten voor de volledige eenheid van alle Christenen.

Ik dank de burgerlijke en militaire autoriteiten die aan deze liturgie deelnemen met grote dank voor hun dienst. Mijn liefdevolle groet gaat ook naar de priesters en diakens, naar de mannen en vrouwen religieuzen, en naar alle gelovigen. Ik groet speciaal de zieken in het ziekenhuis en de gevangenen in de gevangenis, die ik in mijn gebed een gedachte verzeker. Genade en vrede van de Heer voor iedereen en voor de hele stad Brindisi!

De Bijbelse teksten die we op deze elfde zondag in de tijd door het jaar hebben gehoord, helpen ons de realiteit van de kerk te begrijpen: de eerste lezing Vgl. Ex. 19, 2-6 roept het verbond in gedachte die tijdens de uittocht uit Egypte op de berg Sinaï was vastgesteld; de evangeliepassage Vgl. Mt. 9, 36-10, 8 herneemt de roeping en zending van de twaalf apostelen. Hier wordt ons de "grondwet" van de Kerk voorgehouden. Hoe zouden we de impliciete uitnodiging niet aannemen die aan elke gemeenschap gericht is om zichzelf te vernieuwen in haar roeping en in haar missionaire impuls?

In de eerste lezing spreekt de gewijde auteur over Gods verbond met Mozes en met Israël in de Sinaï. Het is een van de grote stadia in de heilsgeschiedenis, een van de momenten die de geschiedenis zelf overstijgen, waarin de grens tussen het Oude en het Nieuwe Testament verdwijnt en het eeuwige plan van de God van het verbond zich openbaart: het plan om alle mensen te redden middels de heiliging van een volk, waaraan God voorstelt dat het "van alle volken op bijzondere wijze mijn eigendom" wordt (Ex. 19, 5).

In dit perspectief worden het volk geroepen om een ??"heilige natie" te zijn, niet slechts in morele zin, maar eerst en vooral in hun eigen ontologische realiteit, in hun wezen als volk. Reeds in het Oude Testament werd door de heilsgebeurtenissen beetje bij beetje duidelijk gemaakt hoe de identiteit van dit volk begrepen moest worden; en toen werd het volledig geopenbaard met de komst van Jezus Christus.

De evangelietekst van vandaag presenteert ons een beslissend moment van die openbaring. Toen Jezus de Twaalf riep, wilde hij symbolisch verwijzen naar de stammen van Israël die teruggaan tot de twaalf zonen van Jacob. Om deze reden, door de Twaalf in het middelpunt van zijn nieuwe gemeenschap te plaatsen, suggereerde Hij dat Hij kwam om het plan van de hemelse Vader te vervullen, hoewel pas met Pinksteren het nieuwe gelaat van de Kerk zal verschijnen: wanneer de Twaalf, "vervuld van de Heilige Geest" (Hand. 2, 3-4), het Evangelie in alle talen zullen verkondigen. Dan zal de universele Kerk zich manifesteren, verenigd in één lichaam, wiens hoofd de verrezen Christus is, en tegelijkertijd door Hem gezonden naar alle naties, naar de uiteinden van de aarde. Vgl. Mt. 28, 20

De stijl van Jezus is onmiskenbaar: het is de karakteristieke stijl van God, die de grootste dingen gewoonlijk op een arme en nederige manier doet. Geconfronteerd met de plechtigheid van de verhalen van het Verbond in het boek Exodus, vinden we in de Evangeliën nederige en discrete gebaren, maar die een grote vernieuwingskracht bevatten. Het is de logica van Gods koninkrijk, weergegeven door - niet toevallig - het kleine zaad dat wordt tot een grote boom. Vgl. Mt. 13, 31-32 Het verbond van de Sinaï ging gepaard met kosmische tekens die de Israëlieten beangstigden; daarentegen ontbreken deze manifestaties bij het begin van de Kerk in Galilea. Daar weerspiegelt het begin de zachtmoedigheid en het mededogen van het hart van Christus, maar ze kondigt een nieuwe strijd aan, nog een stuiptrekking, die de machten van het kwaad teweegbrengen. Zoals we hebben gehoord, hebben de Twaalf "het gezag gekregen om onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen" (Mt. 10, 1). De Twaalf moeten met Jezus samenwerken bij de totstandkoming van het koninkrijk Gods, dat wil zeggen bij zijn heilzame heerschappij, Hij de drager van leven en leven in overvloed voor de hele mensheid. Uiteindelijk is de Kerk, net als Christus en samen met Hem, geroepen en gezonden om het Koninkrijk van het leven te vestigen en de heerschappij van de dood te vernietigen, zodat Gods leven kan zegevieren in de wereld, zodat God kan zegevieren, die Liefde is. Dit werk van Christus is altijd geruisloos; het is niet spectaculair. Juist in de nederigheid van Kerk zijn, in elke dag het Evangelie te leven, groeit de grote boom van het ware leven. Met dit nederige begin moedigt de Heer ons aan zodat we, ook in de nederigheid van de Kerk vandaag, in de armoede van ons christelijk leven, zijn aanwezigheid kunnen zien en zo de moed hebben om Hem tegemoet te gaan en zijn liefde hier op aarde tegenwoordig te stellen, die een kracht van vrede en waar leven is.

Gods plan bestaat er dus uit zijn liefde, de bron van leven, onder de mensheid en over heel de kosmos te verspreiden. Het is geen spectaculair proces; het is een nederig proces, maar een proces dat de ware kracht van de toekomst en de geschiedenis bevat. Daarom is het een project dat de Heer wil uitvoeren met respect voor onze vrijheid, omdat de liefde uit haar aard niet kan worden opgelegd. Daarom is de Kerk in Christus de ruimte om Gods liefde te ontvangen en te bemiddelen. Vanuit dit perspectief is het duidelijk hoe de heiligheid en het missionaire karakter van de Kerk twee zijden van dezelfde medaille vormen: slechts in zoverre heilig, dat wil zeggen, vervuld van de goddelijke liefde, kan de Kerk haar zending vervullen; en juist in functie van die taak verkoos en heiligde God haar als zijn persoonlijk bezit. Daarom is onze eerste plicht, juist om deze wereld te genezen, om heilig te zijn, gelijkvormig aan God. Op deze manier werkt in ons een heiligende en omvormende kracht die ook inwerkt op anderen, op de geschiedenis. In tweedeling "heiligheid-zending" - heiligheid is altijd een kracht die anderen omvormt- concentreert uw kerkgemeenschap zich, beste broeders en zusters, gedurende deze tijd van de diocesane synode. In dit opzicht is het nuttig in gedachten te houden dat de twaalf Apostelen geen volmaakte mannen waren, gekozen vanwege hun onberispelijke morele en religieuze leven. Het waren zeker gelovigen, vol enthousiasme en ijver, maar tegelijkertijd werden ze gekenmerkt door hun menselijke grenzen, soms zelfs ernstige. Jezus riep ze dus niet omdat ze al heilig, compleet, volmaakt waren, maar om dat te worden, om zichzelf om te vormen om zo de geschiedenis om te vormen. Datzelfde gebeurt met ons en met alle christenen. In de tweede lezing luisterden we naar de synthese van de apostel Paulus: “God bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars ware" (Rom. 5, 8). De Kerk is de gemeenschap der zondaars die in de liefde van God geloven en zich door Hem laten omvormen; zo worden ze heilig en heiligen ze de wereld.

In het licht van dit woord van Gods voorzienigheid heb ik vandaag de vreugde het pad van uw Kerk te bevestigen. Het is een pad van heiligheid en missie waarlangs uw aartsbisschop u heeft uitgenodigd om na te denken in zijn recente pastorale brief. Het is een pad dat hij in de loop van zijn pastoraal bezoek uitvoerig heeft geverifieerd en dat hij nu via de diocesane synode wil bevorderen. De Evangeliepassage van vandaag suggereert ons de stijl van de zending, dat wil zeggen de innerlijke houding die in echte leven wordt vertaald. Het kan niet anders zijn dan de stijl van Jezus: de stijl van "compassie". De evangelist benadrukt dit door de aandacht te vestigen op de manier waarop Christus naar de menigte kijkt: “Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder" (Mt. 9, 36). En, na de roeping van de Twaalf, keert deze houding terug in het mandaat dat hij hun geeft om te "gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël" (Mt. 10, 6). In deze uitdrukkingen komt de liefde van Christus voor de mensen tot uiting, vooral voor de kleinen en de armen. Het christelijk mededogen heeft niets te maken met piëtisme, met weldadigheid. Het is eerder synoniem voor solidariteit, delen en wordt bezield door de hoop. Zijn niet de woorden die Jezus tot de Apostelen zegt geboren uit hoop: “Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij"? (Mt. 10, 7). Deze hoop is gebaseerd op Christus' komst en valt uiteindelijk samen met zijn Persoon en met zijn verlossingsmysterie - waar Hij is, is Gods koninkrijk, daar is de nieuwheid van de wereld- zoals de titel van de vierde Italiaanse kerkvergadering zich goed herinnerde, gehouden in Verona: De verrezen Christus is de "hoop der wereld".

Ook u, dierbare broeders en zusters van deze oude Kerk van Brindisi, bezield door de hoop waarin u bent gered, bent tekenen en instrumenten van mededogen, van de barmhartigheid van Christus. Tot de bisschop en priesters herhaal ik vurig de woorden van de goddelijke Meester: “Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven" (Mt. 10, 8). Dit gebod is ook vandaag allereerst aan u gericht. De Geest die in Christus en in de Twaalf handelde, is dezelfde die in u handelt en die u in staat stelt om onder uw volk, in dit gebied, de tekenen van het komende koninkrijk van liefde, gerechtigheid en vrede te realiseren, des te meer nu het al in de wereld is. Maar door de genade van het Doopsel en het Vormsel nemen alle leden van het volk Gods op verschillende manieren deel aan de zending van Jezus. Ik denk aan godgewijde personen die de geloften van armoede, maagdelijkheid en gehoorzaamheid hebben afgelegd; ik denk aan de christelijke echtgenoten en aan u, lekengelovigen, betrokken bij de kerkgemeenschap en in de samenleving, zowel individueel als in verenigingen. Geliefde broeders en zusters, tot u allen is het verlangen van Jezus gericht om de arbeiders van de oogst van de Heer te vermenigvuldigen. Vgl. Mt. 9, 38 Dit verlangen dat in gebed moet worden omgezet, laat ons in de eerste plaats denken aan de seminaristen en het nieuwe seminarie van dit aartsbisdom; het laat ons denken dat de Kerk, in brede zin, een groot "seminarie" is, te beginnen met het gezin, tot aan de parochiegemeenschappen, verenigingen en bewegingen van apostolisch engagement. Wij zijn allen in de verscheidenheid aan charismata en bedieningen geroepen om in de wijngaard van de Heer te werken.

Beste broeders en zusters van Brindisi, gaat verder op het pad dat in deze geest is ingeslagen. Mogen uw patronen, de heilige Leucius en de heilige Orontius, die in de tweede eeuw uit het Oosten kwamen om dit land te bevloeien met het levende water van Gods woord, over u waken. De relikwieën van de heilige Theodorus van Amasea, vereerd in de kathedraal van Brindisi, herinneren u eraan dat het geven van uw leven voor Christus de meest effectieve prediking is. Heilige Laurentius, zoon van deze stad, die, in de voetsporen van heilige Franciscus van Assisi, een vredesapostel werd in een Europa verscheurd door oorlogen en onenigheid, verkrijge voor u de gave van een authentieke broederlijkheid.

Ik vertrouw u allen toe aan de bescherming van de Maagd Maria, Moeder van hoop en Ster van de evangelisatie. Moge de Heilige Maagd u helpen om in de liefde van Christus te blijven, zodat u overvloedige vruchten kunt dragen tot eer van God de Vader en voor het heil van de wereld. Amen.

Document

Naam: OP DE KADE SANT'APOLLINARE IN DE HAVEN VAN BRINDISI
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 15 juni 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
© 2021, Vert. uit Spaanse vertaling: W.J.G.A. Veth pr.; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 3 februari 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam