• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ GELEGENHEID VAN DE HEILIGVERKLARING VAN PAUS PIUS X

Deze glorierijke stonde, welke God, die de nederigen verheft, heeft bewerkt en welke Hij als het ware heeft vervroegd om de luisterrijke verheffing van zijn trouwe dienaar Pius X tot de hoge eer der altaren te bezegelen, vervult Ons hart met vreugde, een vreugde waarin gij, eerbiedwaardige Broeders en geliefde zonen, door uw tegenwoordigheid overvloedig deelt. Wij danken God dan ook uit het diepst van Ons hart, omdat Hij Ons in zijn goedheid heeft willen toestaan deze uitzonderlijke gebeurtenis mee te maken, te meer omdat het wellicht de eerste keer is in de geschiedenis van de Kerk, dat de formele heiligverklaring van een Paus wordt afgekondigd door iemand, die het voorrecht heeft gehad onder Hem te dienen in de Romeinse Curie.

Gezegend en gedenkwaardig is deze dag, niet alleen voor Ons, die hem rekenen tot een van de gelukkigste van Ons Pontificaat, waaraan de Voorzienigheid zoveel smart ets zorg heeft toebedeeld, maar ook voor geheel de Kerk, die, in de geest met Ons verenigd eenstemmig juicht en jubelt, bewogen door een heftige godsdienstige ontroering.

Op deze heerlijke avond gaat de geliefde naam van Pius X, uitgesproken met de meest uiteenlopende accenten, over geheel de wereld van mond tot mond; hij weerklinkt als een eeuwig getuigenis van de vruchtbare tegenwoordigheid van Christus in zijn Kerk en richt de geesten overal ter wereld op de hemelse goedheid, verlevendigt hun geloof, versterkt hun zuiverheid en hun devotie tot de Eucharistie. Door Pius X aldus te verheffen en edelmoedig te belonen, getuigt God van de verheven heiligheid van zijn dienaar, waardoor hij meer nog dan door het hoge ambt, dat hij bekleedde tijdens zijn leven, de roemrijke voorvechter is geweest van de Kerk en waardoor hij nu de heilige is, die de Voorzienigheid aan onze tijd heeft geschonken.

Het is Onze wens, dat gij de grote en toch zo nederige figuur van de Heilige Paus juist in dit licht zult zien, opdat de feestelijke plechtigheid van zijn heiligverklaring, zodra de avond is gevallen over deze gedenkwaardige dag en de jubeltonen van het oorverdovend hosanna zijn verklonken, in uw hart zal voortleven tot uw zegening en tot heil van geheel de wereld.

Het programma van zijn Pontificaat heeft hij op plechtige wijze aangekondigd in zijn allereerste Encycliek H. Paus Pius X, Encycliek, Bij aanvang van het pontificaat, over alles herstellen in Christus, E supremi Apostolatus (4 okt 1903) , waarin hij verklaarde dat zijn enig doel was " instaurare omnia in Christo " (Ef. 1, 10), d.w.z. alles samen te vatten en terug te brengen tot de eenheid in Christus. Maar waar is de weg die ons leidt naar Jezus Christus? vroeg hij zich af, het oog vol liefde gericht op de verdoolde en weifelende zielen van zijn tijd. Het antwoord, dat evenzeer geldt voor gisteren als voor vandaag als voor alle tijden, is : de Kerk! Daarom was het zijn grootste zorg, die hem tot op de dag van zijn dood ononderbroken heeft beheerst, de Kerk in concreto steeds beter aan te passen aan de opgang van de mensen tot Jezus Christus. Met dit doel voor ogen ondernam hij het gedurfde plan het gehele stelsel van de kerkelijke, wetgeving te herzien, om aldus een grotere orde te brengen in het leven van de Kerk, haar activiteit een grotere zekerheid en soepelheid te verlenen, zoals vereist werd door de tijdsomstandigheden, die werden gekenmerkt door een steeds toenemende dynamiek en complexiteit. Zeer zeker kwam dit werk, door hemzelf genoemd "arduum sane prunus ", goed overeen met zijn uitnemende praktische aanleg en met zijn karaktersterkte. In laatste instantie kan deze moeilijke onderneming echter niet uitsluitend worden verklaard, dunkt Ons, door het feit dat ze zo goed overeenkwam met de aanleg van Pius X. De diepere oorzaak van zijn wetgevende arbeid moet vóór alles worden gezocht in zijn persoonlijke heiligheid, in zijn innige overtuiging, dat de werkelijkheid van God, die hij in de vereniging van zijn leven met Christus voortdurend beleefde, de oorsprong is en de grond van iedere orde, van alle rechtvaardigheid en recht in de wereld. Waar God heerst, is orde, rechtvaardigheid en recht; en omgekeerd, iedere rechtvaardige orde, beveiligd door het recht, getuigt van Gods tegenwoordigheid. Doch welke instelling hier op aarde zal deze betrekking tussen God en het recht op heerlijker wijze kunnen doen uitkomen dan de Kerk, het mystieke lichaam van Christus zelf? God heeft het werk van de gelukzalige Paus rijkelijk gezegend, zodat de Wetboek
Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917)
door de eeuwen heen het grote monument zal blijven van zijn Pontificaat en men hemzelf zal kunnen beschouwen als de providentiële heilige van onze tijd. Moge deze geest van rechtvaardigheid en recht, waarvan Pius X de huidige wereld het getuigenis en het voorbeeld heeft gegeven, doordringen in de vergaderzalen van de volken, waar de ernstige problemen die de hele mensheid aangaan worden besproken, en met name de wijze waarop de angst voor verschrikkelijke rampen voorgoed kan worden verdreven en de volken een langdurige en gelukkige periode van rust en vrede kan worden gewaarborgd.

Pius X heeft eveneens bewezen de onvermoeibare voorvechter van de Kerk te zijn en de providentiële Heilige van onze tijd in de tweede van zijn meest eminente ondernemingen, welke in soms dramatische omstandigheden het aanzien had van de strijd van een reus, die een kostbare schat verdedigt : de inwendige eenheid van de Kerk in haar diepste grondslag : het geloof. De goddelijke Voorzienigheid had haar uitverkoren dienaar reeds vanaf zijn kinderjaren voorbereid in de schoot van zijn eenvoudige familie, waar een geest heerste van eerbied voor het gezag, gezonde gebruiken in ere werden gehouden en het geloof nauwgezet werd nageleefd. Natuurlijk zou iedere andere Paus krachtens de genade van staat de aanvallen, gericht op de grondslagen van de Kerk, hebben bestreden en afgeslagen. Men zal echter moeten erkennen, dat het inzicht en de kracht waarmee Pius X de glorieuze strijd tegen de dwalingen van het modernisme heeft gevoerd, in het licht stellen, dat de deugd van geloof met uitzonderlijke vurigheid brandde in zijn vrome ziel. Zijn enige zorg was, dat het erfdeel van God ongeschonden zou worden bewaard voor de kudde die hem was toevertrouwd. De grote Paus kende dan ook geen zwakheid ten overstaan van hoogwaardigheidsbekleders of gezagsdragers, geen weifelmoedigheid tegenover aantrekkelijke doch valse leerstellingen binnen of buiten de Kerk, en evenmin vreesde hij dat hij persoonlijk in opspraak zou komen of dat de zuiverheid van zijn bedoelingen op onrechtvaardige wijze zou worden miskend. Hij leefde in de overtuiging, dat hij streed voor de allerheiligste zaak van God en van de zielen. De woorden van Jezus tot de Apostel Petrus werden aan hem naar de letter vervuld : " Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken, en gij... bevestig uw broeders" (Lc. 22, 32). De belofte en het bevel van Christus verwekken eens te meer in de onwankelbare rots van een zijner Plaatsbekleders de ontembare moed van de kampvechter. Het is passend dat de Kerk, door Pius X in deze stonde de hoogste eer toe te kennen op dezelfde plaats waar de roem van Petrus door de eeuwen heen in onverminderde glans heeft geschitterd, hen beide aldus in één en dezelfde verheerlijking verenigend, hem haar dankbaarheid betuigt en tegelijkertijd zijn voorspraak inroept, opdat soortgelijke conflicten haar bespaard zullen blijven. De onderhavige kwestie, namelijk het behoud van de intieme eenheid van geloof en wetenschap, is voor geheel de mensheid zulk een verheven goed, dat ook dit tweede grote werk van de heilige Paus een belang heeft, dat de grenzen van de katholieke wereld verre overschrijdt. Wie, evenals het modernisme geloof en wetenschap scheidt door ze tegenover elkaar te plaatsen, zowel wat betreft hun oorsprong als wat betreft hun object, bewerkt in deze twee vitale gebieden een zo verderfelijke scheuring, dat "het geringste reeds meer dan dodelijk is ". De ervaring heeft het bewezen : de mens, die bij de eeuwwisseling reeds innerlijk verdeeld was, hoewel hij onder de bedrieglijke schijn van harmonie en geluk, gebaseerd op een zuiver menselijke vooruitgang, in de illusie verkeerde dat hij innerlijk onverdeeld was, scheen later te breken onder het gewicht van de werkelijkheid, die geheel anders was.

Pius X zag met waakzame blik deze geestelijke ramp over de moderne wereld komen, deze bittere ontgoocheling die vooral de meer ontwikkelde klassen trof. Hij begreep dat een dergelijk schijngeloof, een geloof dat niet gebaseerd is op Gods openbaring, maar dat zijn wortels heeft in een zuiver menselijke voedingsbodem, voor velen zou verlopen in het atheïsme; ook begreep hij welk een rampzalig lot de wetenschap te wachten stond die zich, op een wijze wel indruist tegen haar wezen en door zich een willekeurige grens te stellen, de weg afsneed naar het absolute Ware en het absolute Goede, zodat de mens, beroofd van God, tegenover de ondoordringbare duisternis waarin alle zijn werd gehuld, geen andere houding overbleef dan die van kleinmoedigheid of van verwatenheid.

De heilige bestreed dit verderfelijke kwaad met het enig mogelijke en reële redmiddel : de katholieke waarheid van de Bijbel en van het geloof, aanvaard als een "rationabile obsequiem" (Rom. 12, 1) aan God en aan zijn openbaring. Door geloof en wetenschap aldus met elkaar te verbinden, het geloof als het bovennatuurlijk verlengstuk en soms ook als de bevestiging van de wetenschap, en de wetenschap als het voorportaal van het geloof, herstelde hij in de geest van de christenen de eenheid en de vrede, die de onontbeerlijke voorwaarden zijn van hun leven.

Zo er nu velen zijn, die zich opnieuw tot deze waarheid hebben gewend, daartoe als het ware gedreven door de leegte en de benauwing van hun verlatenheid, en die het geluk hebben gehad ze te kunnen ontdekken in het veilige bezit van de Kerk, dan hebben zij dit te danken aan de vooruitziende blik en het werk van Pius X. Want hem komt inderdaad de verdienste toe de waarheid te hebben beschermd tegen de dwaling, waarvoor zowel zij die het volle licht van de waarheid bezitten, d.w.z. de gelovigen, alsook zij die oprecht de waarheid zoeken, hem dank verschuldigd zijn. Voor de overigen zal zijn onwrikbaarheid ten overstaan van de dwaling wellicht ook nu nog een steen des aanstoots blijven; doch in feite is zij de hoogste liefdesdienst van een Heilige, die hij als Hoofd van de Kerk aan heel de mensheid heeft bewezen.

De heiligheid, die de bezielende en leidende kracht is geweest in de ondernemingen van Pius X, welke wij zojuist hebben genoemd, komt nog veel stralender naar voren in zijn persoonlijk leven van iedere dag. Het programma dat hij had afgekondigd : alles samenvatten en terugbrengen tot de eenheid in Christus, heeft hij op de eerste plaats verwezenlijkt in zichzelf, om het eerst dan toe te passen op anderen. Als eenvoudig pastoor, als Bisschop, als Paus, was hij vast overtuigd dat de heiligheid waartoe God hem riep, de priesterlijke heiligheid was. Want welke heiligheid kan God welgevalliger zijn in een priester van het Nieuwe Verbond dan die welke eigen moet zijn aan de plaatsbekleder van de Eeuwige Hogepriester, Jezus Christus, die in de heilige Mis de Kerk de blijvende gedachtenis, de voortdurende hernieuwing van zijn Kruisoffer heeft geschonken, tot op de dag waarop Hij komen zal voor het laatste oordeel Vgl. 1 Kor. 11, 24-26 ; die in dit Sacrament van de Eucharistie zichzelf heeft gegeven tot voedsel van de zielen : " wie dit brood eet zal leven in eeuwigheid " (Joh. 6, 58) ?

Priester, boven alles in de bediening van de Eucharistie, dat is de meest karakteristieke trek van de heilige Pius X. Als priester het mysterie van de Eucharistie bedienen, en zo het gebod van de Meester vervullen: "Doet dit tot mijne gedachtenis" (Lc. 22, 19), was de kern van zijn leven. Vanaf de dag van zijn heilige wijding tot aan zijn dood als Paus, kende hij geen andere weg om zich een heldhaftige liefde tot God te verwerven en om de goedheid van de Verlosser van de wereld, die in de Eucharistie de rijkdom van zijn goddelijke liefde als het ware over de mensen uitgiet Vgl. Concilie van Trente, 23e Zitting - Leer over de heilige Wijding, Sessio XXIII - Doctrina de sacramento ordinis (15 juli 1563), 3 edelmoedig te beantwoorden.

Een van de meest tekenende bewijzen van zijn priesterlijk bewustzijn was de vurige ijver waarmee hij de waardigheid van de eredienst herstelde, waarmee hij de vooroordelen van een verkeerde praxis bestreed, de gelovigen op zeer besliste wijze aanspoorde veelvuldig, ja dagelijks tot de heilige tafel te naderen, er zonder aarzelen ook de kinderen heenleidde en ze als het ware in zijn armen nam om ze God, verborgen in het tabernakel, ter omhelzing aan te bieden. Zo brak er voor de Bruid van Christus een nieuwe lente aan van eucharistisch leven.

De diepe visie, welke Pius X van de Kerk, beschouwd als gemeenschap, had, deed hem beseffen dat de Eucharistie de kracht bezat om haar innerlijk leven substantieel te voeden en haar hoog te verheffen boven iedere andere menselijke maatschappij. Alleen de Eucharistie, waarin God zichzelf geeft aan de mens, kan de grondslag leggen voor een maatschappelijk leven dat de mensen die er deel aan hebben waardig is, veeleer in stand gehouden door de liefde dan door het gezag, rijk aan activiteit en gericht op de vervolmaking van ieder lid in het bijzonder, d.w.z. een leven "met Christus verborgen in God".

Welk een providentieel voorbeeld voor de hedendaagse wereld, waar de menselijke gemeenschap zichzelf haast tot een raadsel is geworden, zodat zij nu onrustig zoekt naar een mogelijkheid om weer tot zichzelf te komen! Dat zij dan de Kerk, vergaderd rond haar altaren, ten voorbeeld neme. Daar, in het mysterie van de Eucharistie ontdekt en erkent de mensheid inderdaad dat haar verleden, heden en toekomst een eenheid zijn in Christus Concilie van Trente, Caput 1. In het bewustzijn en in de kracht van deze verbondenheid met Christus en met zijn eigen broeders, zal ieder lid van beide gemeenschappen, de menselijke en de bovennatuurlijke, aan het altaar voor zijn inwendig leven de persoonlijke waarde en waardigheid kunnen putten, die in onze tijd verloren dreigen te gaan ten gevolge van de vertechnisering en de overdreven organisering van het gehele bestaan, vanaf de sfeer van de arbeid tot aan die van de vrije tijdsbesteding toe. Alleen in de Kerk, zo schijnt de heilige Paus ons steeds weer voor te houden, en door de Kerk in de Eucharistie, die inderdaad is ons leven met Christus verborgen in God, is het geheim en de voedingsbron gelegen van de vernieuwing van het sociale leven.

Vandaar de zware verantwoordelijkheid van hen, die als bedienaars van het altaar tot taak hebben de zielen de zaligmakende bron van de Eucharistie te ontsluiten. Op velerlei wijzen kan een priester werken aan de redding van de wereld, doch de waardigste, de vruchtbaarste, de wijze die ook de duurzaamste resultaten oplevert, is ongetwijfeld deze : uitdeler te zijn van de Eucharistie, na zichzelf overvloedig met deze spijs te hebben gesterkt. Zijn werk zou het priesterlijk karakter missen, indien hij zijn eucharistische roeping, al ware het ook uit ijver voor de zielen, op de tweede plaats zou stellen. Laten de priesters zich doordringen van de bovenmenselijke wijsheid van Pius X en laten zij al hun werk verrichten en hun apostolaat uitoefenen onder het stralende licht van de Eucharistie. Laten de broeders en zusters, zij die met Jezus onder eenzelfde dak verblijven en die dagelijks door zijn vlees en bloed worden gesterkt, als veilige regel voor ogen houden wat de heilige Paus bij een gewichtige gelegenheid eens heeft gezegd, dat de verplichtingen die zij krachtens hun geloften en hun communiteitsleven jegens God hebben, niet mogen worden verwaarloosd voor enige andere activiteit, hoe gerechtvaardigd deze ook zij, in de dienst van de naaste. vgl. Ep. ad Gabrielem M., Antist. Gen. Fr. a Scholis Christ., 23 Apr. 1915

De ziel moet haar wortels vasthechten in de Eucharistie om er het bovennatuurlijke levenssap te putten voor haar inwendig leven, dat niet alleen het fundamentele goed is voor de zielen, die zich aan God hebben toegewijd, maar dat voor iedere Christen die God tot de zaligheid heeft geroepen onontbeerlijk is. Zonder inwendig leven vervalt iedere activiteit, hoe prijzenswaardig ze ook zij, tot zuiver automatische sleur en gaan ze geen levende vruchten voortbrengen.

Eucharistie en inwendig leven; ziedaar de hoogste en meest universele les welke Pius X vanuit de verhevenheid van zijn glorie aan alle zielen voorhoudt. En zo is hij, als apostel van het inwendig leven, in deze tijd van de machine, van de techniek en van de organisatie, de Heilige en de gids van de hedendaagse mensheid.

O Heilige Pius X, glorie van het priesterschap, roem en luister van het christenvolk; —
Gij, in wie nederigheid en grootheid, strengheid en zachtmoedigheid,
eenvoudige vroomheid en diepe geleerdheid, in elkaar schijnen over te gaan;
Gij, Paus van de Eucharistie en van de catechismus,
van de zuiverheid van het geloof en van de onverschrokken standvastigheid;
sla uw blik op de heilige Kerk, die Gij zo grenzeloos hebt liefgehad
en waaraan Gij de schoonste gaven,
die Gods goedheid met milde hand in uw ziel had uitgestrooid, hebt gewijd;
verkrijg voor haar dat zij ongedeerd en standvastig
de moeilijkheden en de vervolgingen van onze tijd zal doorstaan;
kom het arme menselijke geslacht te hulp,
Gij die zo zwaar hebt geleden onder de beproevingen die het moest verduren,
dat ze uw edelmoedig hart ten slotte hebben doen breken;
maak dat in deze onrustige wereld de vrede zal overwinnen,
welke eensgezindheid zal brengen onder de volken,
broederlijke verstandhouding en eerlijke samenwerking onder de sociale klassen,
liefde en barmhartigheid onder de mensen,
opdat aldus de verlangens die uw apostolisch leven hebben beheerst,
door uw voorspraak tot een zegenrijke werkelijkheid zullen worden,
tot glorie van Onze Heer Jezus Christus,
die met de Vader en de Heilige Geest
leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Document

Naam: BIJ GELEGENHEID VAN DE HEILIGVERKLARING VAN PAUS PIUS X
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 29 mei 1954
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam