• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

WAAROM HEB IK HET THEMA LIEFDE GEKOZEN ALS ONDERWERP VAN MIJN EERSTE ENCYCLIEK?
Tot de deelnemers van het symposium over de liefdadigheidwerken van de Kerk, georganiseerd door de Pauselijke Raad "Cor Unum"

Uwe eminenties,
Uwe excellenties,
Dames en Heren,

De kosmische excursie waarop Dante de lezer, in zijn “Goddelijke Komedie,” wil meevoeren, eindigt voor het eeuwigdurende licht dat God zelf is, het licht dat tegelijkertijd de liefde is “die de drijfkracht is van de zon en de andere sterren.” Dante Alighieri, La Divina Commedia - Paradijs XXXIII, vers 145. Licht en liefde zijn hetzelfde. Ze zijn de oorspronkelijke creatieve kracht die het universum beweegt.

Al onthullen deze woorden in Dante's Paradiso het gedachtengoed van Aristoteles, die in de ‘eros’ de kracht zag die de wereld laat bewegen, de blik van Dante echter neemt iets waar dat volledig nieuw is en onvoorstelbaar voor de Griekse filosoof. Het eeuwige licht wordt niet alleen aangeduid met de drie cirkels waar hij in zijn bekende diepzinnige verzen over spreekt: “O eeuwig licht, u alleen wordt door uzelf omgeven, u alleen kent uzelf. Uzelf doorgrondend en aan uzelf bekend, bemint en lacht u om uzelf” Dante Alighieri, La Divina Commedia - Paradijs XXXIII, vers 124-126.

In werkelijkheid is het beeld van het menselijke gezicht, - het gezicht van Jezus Christus - , dat Dante in de centrale cirkel van het licht onderkent, nog overweldigender dan deze openbaring van God als drieledige cirkel van kennis en liefde. God, oneindig Licht, wiens onvergelijkbare mysterie door de Griekse filosoof intuïtief is aangevoeld, deze God heeft een menselijk gezicht en - mogen we toevoegen - een menselijk hart.

Deze visie van Dante laat enerzijds de continuïteit zien tussen het christelijke geloof in God en het onderzoek dat voortspruit uit de rede en de wereld der religies. Tegelijkertijd wordt hier echter ook de noviteit op waarde geschat die ieder menselijk onderzoek te boven gaat, de noviteit die God alleen zelf aan ons kon openbaren: de noviteit van de liefde die God ertoe gebracht heeft om een menselijk gezicht aan te nemen, ja meer nog dan dat, om vlees en bloed te worden en volledig mens te zijn.”

God’s ‘eros’ is niet alleen een oorspronkelijke kosmische kracht, het is de liefde die de mens heeft geschapen en die voor hem buigt zoals de barmhartige Samaritaan boog voor de gewonde man, die door rovers was overvallen en langs de kant van de weg, die van Jeruzalem naar Jericho liep, lag.

Heden ten dage wordt het woord ‘liefde’ zo bezoedeld, uitgehold en misbruikt, dat men bijna bang zou zijn om het woord uit te spreken. En toch is het een oorspronkelijk woord dat uitdrukking geeft aan de oorspronkelijke werkelijkheid. Wij kunnen het niet zomaar opgeven. Wij moeten het weer oppakken, zuiveren en het zijn oorspronkelijke glans teruggeven zodat het in ons leven het licht kan zijn dat ons op de goede weg houdt.

Deze gedachte heeft mij doen besluiten om dit als thema te kiezen voor mijn Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
. Ik wilde voor onze tijd en ons leven uitdrukking geven aan iets van wat Dante in zijn droomgezicht, op gedurfde wijze, heeft samengevat. Hij spreekt over zijn ‘waarneming’ die ‘steeds duidelijker werd’ terwijl hij er naar keek en die hem van binnen veranderde vgl. Dante Alighieri, La Divina Commedia - Paradijs XXXIII, vers 112-114.

Juist hier gaat het om, het geloof kan ons het inzicht geven om te veranderen. Ik wilde het belang van dat geloof in God, die een menselijk gezicht en een menselijk hart heeft aangenomen, benadrukken.

Geloof is geen theorie die wij wel of niet kunnen aannemen. Het is iets heel concreets, het is het uitgangspunt voor ons leven. In een tijd waarin vijandschap en hebzucht de boventoon voeren, een tijd waarin wij getuige van zijn van het feit dat het geloof misbruikt wordt om haat te zaaien, kan een louter neutrale opstelling ons niet beschermen. Wij hebben de levende God nodig, die ons heeft liefgehad tot in de dood. Derhalve worden in deze Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
de onderwerpen “God”, “Christus”en “liefde” samengevoegd tot de centrale leidraad van het christelijk geloof. Ik wilde de menselijkheid van het geloof, waarvan ‘eros’ deel uitmaakt, laten zien. Het “ja” van de mens tegen zijn door God geschapen lichaam, een “ja” dat in het onontbindbare huwelijk tussen man en vrouw tot wasdom komt.

In het huwelijk wordt eros omgevormd tot agape, liefde die niet langer op zoek is naar zichzelf maar zich bekommert om de ander, liefde die bereid is om zich voor de ander op te offeren en open te staan voor de gave van nieuw menselijk leven.

De christelijke agape, naastenliefde in navolging van Christus, is niet iets vreemds, iets buitenissigs of iets dat zelfs tegen de eros ingaat. Integendeel, met het kruisoffer heeft Christus een nieuwe dimensie laten zien die zich, in de historie van de liefdevolle inzet van christenen voor armen en zieken, steeds verder ontwikkeld heeft

Bij een eerste maal lezen van de Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
zou je de indruk kunnen krijgen dat deze uit twee delen bestaat die op zichzelf niet veel met elkaar te maken hebben; een theoretisch deel dat het wezen van de liefde beschrijft en een deel dat handelt over de kerkelijke liefdadigheid en de liefdadigheidsorganisaties.

Wat mij interesseerde was juist de samenhang van deze beide onderwerpen, die alleen maar goed begrepen kunnen worden als je ze als eenheid ziet. Bovenal was het noodzakelijk om te laten zien dat de mens gemaakt is om lief te hebben en dat deze liefde, die allereerst als eros tussen man en vrouw tot uiting komt, op een later tijdstip innerlijk moet worden omgevormd tot agape; het jezelf aan de ander wegschenken om daarmee juist te beantwoorden aan het authentieke wezen van de eros.

Met dit uitgangspunt moest ik daarna duidelijk maken dat de essentie van de liefde voor God en de naaste, zoals deze in de Bijbel beschreven wordt, het middelpunt vormt van het christelijke leven, het is de vrucht van het geloof.

Vervolgens was het van belang om in het tweede deel te benadrukken dat de volledig persoonlijke daad van de agape niet louter iets individueels kan blijven. Integendeel, het moet ook een essentiële daad worden van de Kerk als gemeenschap. Dat betekent dat er ook een institutionele vorm noodzakelijk is, die in het gemeenschappelijk handelen van de Kerk tot uiting komt.

De kerkelijke structuur van liefdadigheid is geen vorm van sociale bijstand die de Kerk bij toeval is toebedeeld, een initiatief dat ook door anderen kan worden ontplooid. Integendeel, het maakt deel uit van het wezen van de Kerk.

Zoals de mens antwoordt op het goddelijke Logos - Woord door zijn geloof, zo ook moet het agape van de Kerk, haar werk van liefdadigheid, een antwoord zijn op het agape dat God is. Naast de betekenis van naastenliefde maakt deze activiteit ook de liefde van God zichtbaar, liefde die wij zelf hebben ontvangen. In zekere zin moet dit werk een afspiegeling zijn van de levende God.

In de organisatie van de liefdadigheid moeten God en Christus geen vreemde woorden blijven; in feite verwijzen zij juist naar de oorspronkelijke bron van de kerkelijke liefdadigheid. De kracht van “Caritas” is afhankelijk van de mate van geloof van al haar leden en medewerkers.

De aanblik van de lijdende mens raakt ons hart. Maar sociale bewogenheid heeft een betekenis die ver uitstijgt boven louter filantropie. God zelf spoort ons innerlijk aan om lijden te verlichten. Kort samengevat, op deze manier brengen wij Hem bij de lijdende mensheid.

Hoe bewuster en duidelijker wij Hem als gave met ons meedragen, hoe meer wij in staat zijn om met onze liefde de wereld te veranderen en de hoop te laten ontwaken, hoop die de dood overstijgt.

Ik hoop dat de Heer uw symposium wil zegenen.

Document

Naam: WAAROM HEB IK HET THEMA LIEFDE GEKOZEN ALS ONDERWERP VAN MIJN EERSTE ENCYCLIEK?
Tot de deelnemers van het symposium over de liefdadigheidwerken van de Kerk, georganiseerd door de Pauselijke Raad "Cor Unum"
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 23 januari 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: RKNieuws.net
Vert.:A.T.M. van Rijn
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam