• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"BIJ HET ZIEN VAN DIE MENIGTE MENSEN WERD HIJ DOOR MEDELIJDEN BEWOGEN" (MT. 9, 36)
Boodschap voor de Veertigdagentijd 2006

Dierbare broeders en zusters!

De veertigdagentijd is bijzonder geschikt om innerlijk op weg te gaan naar Hem die de bron is van erbarmen. Het is een pelgrimstocht waarbij Hijzelf ons door de woestijn van onze armoede leidt, en ons kracht geeft op de weg naar de diepe vreugde van Pasen. God behoedt en sterkt ons ook in de "donkere kloven", waar de psalmist van spreekt (Ps. 22 (23), 4), terwijl de bekoorder ons influistert het op te geven of een ijdele hoop te stellen op het werk van onze handen. Ja, ook vandaag nog luistert de Heer naar de schreeuw van de velen die naar vreugde, vrede en liefde hongeren. Zoals in alle tijden voelen ze zich in de steek gelaten. Maar God staat niet toe dat de duisternis van de verschrikking onbegrensd heerst temidden van de jammervolle ellende, de verlatenheid, het geweld en de honger, waar zonder onderscheid ouderen, volwassenen en kinderen door getroffen zijn. Zoals mijn geliefde voorganger Johannes Paulus II heeft geschreven, bestaat er inderdaad een door God aan het kwaad gestelde grens, namelijk zijn barmhartigheid Paus Johannes Paulus II, Mémoire et identité, 4, Paris, 2005, p. 35 e.v.. Dit alles heeft mij ertoe gebracht het evangeliewoord "bij het zien van de menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen" (Mt. 9, 36), aan het begin van deze boodschap te plaatsen. In het licht daarvan zou ik willen blijven stil staan bij een in onze tijd veelbesproken vraag: het probleem van de ontwikkeling.

"Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen" (Mt. 9, 36)

Rembrandt van Rijn, detail van de ets "De mensen brachten kleine kinderen bij Hem" (1647 - 1649), Rijksmuseum, Amsterdam

Ook vandaag de dag blijft Jezus’ blik vol mededogen gaan over mensen en volkeren. Hij kijkt naar hen in het bewustzijn dat het goddelijke "plan" hen tot het heil roept. Jezus kent de hindernissen die dit plan in de weg staan en wordt bewogen door medelijden met de menigten: Hij is vastbesloten hen te verdedigen tegen de wolven, zelfs al kost het zijn eigen leven. Met die "blik" omvat Jezus zowel de afzonderlijke mensen als de menigten, en allen vertrouwt Hij toe aan de Vader, terwijl Hij zichzelf als zoenoffer aanbiedt.

Door deze waarheid van Pasen verlicht, weet de Kerk dat voor de bevordering van een volwaardige ontwikkeling onze "blik" zich moet meten aan die van Jezus. Het antwoord op de materiële en sociale noden van de mensen kan namelijk nooit gescheiden worden van de vervulling van het diepste verlangen van hun hart. Dit moet in onze tijd van grote veranderingen des te meer worden onderstreept, in de mate dat wij sterker onze levendige en onmisbare verantwoordelijkheid ervaren tegenover de armen in de wereld.

Mijn vereerde voorganger, Paus Paulus VI, omschreef de onderontwikkeling met haar kwalijke gevolgen al als een beroofd worden van menselijkheid. In die zin uitte hij in de encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Populorum Progressio
Over de ontwikkeling van de volken
(26 maart 1967)
een aanklacht tegen "de armoede van hen die zelfs het minimum aan levensonderhoud moeten missen", tegen "de morele armoede van anderen ten gevolge van hun egoïsme", en tegen de onderdrukking door "bepaalde sociale structuren, welke voortkomen uit misbruik van rijkdom of macht of uit de uitbuiting van de arbeiders of uit onrechtvaardige transacties". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 21.

Als antigif tegen deze kwalen suggereerde Paus Paulus VI niet alleen "de groeiende waardering voor de waardigheid van anderen, de zin voor de geest van armoede, de samenwerking aan het algemeen welzijn, en een echte wil tot vrede", maar ook: het erkennen door de mens van de hoogste waarden en van God, de bron en het einddoel van die waarden". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 21. In deze zin aarzelde de paus niet te verzekeren dat "tenslotte en vooral het geloof" telt: "die gave Gods, aanvaard door de mensen van goede wil, en de onderlinge eenheid in de liefde van Christus". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 21. Kijken we met de "blik" van Jezus naar de mensen, dan voelen we ons aangespoord de ware inhoud te benadrukken van dat "integraal humanisme" dat, nog altijd in de woorden van Paus Paulus VI, bestaat in "de totale ontplooiing van de gehele mens en van alle mensen". H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 42. Daarom ligt de eerste bijdrage van de Kerk aan de ontwikkeling van de mensen en de volkeren niet in het ter beschikking stellen van materiële middelen of technische oplossingen, maar in de verkondiging van de waarheid van Christus, waardoor de gewetens gevormd worden en men de authentieke waardigheid leert kennen van de menselijke persoon en van de arbeid, en die een cultuur bevordert die een antwoord biedt op vragen van de mens.

Ten overstaan van de verschrikkelijke uitdagingen van de armoede van zoveel mensen, staan de onverschilligheid en het zich opsluiten in eigen egoïsme in een onverdraaglijke tegenstelling met de "blik" van Christus. Het vasten en het geven van aalmoezen, wat de Kerk samen met het bidden op een bijzondere manier in de Veertigdagentijd aanbeveelt, vormt een goede gelegenheid om zich deze "blik" van Christus eigen te maken. De voorbeelden van de heiligen en de vele ervaringen uit de missie, die zo kenmerkend zijn voor de geschiedenis van de Kerk, vormen kostbare aanwijzingen over hoe ontwikkeling het best bevorderd kan worden. Ook in deze tijd van geglobaliseerde afhankelijkheid van elkaar, kan men vaststellen dat de gave van zichzelf aan de ander, waarin de liefde tot uitdrukking komt, door geen enkel economisch, sociaal of politiek project vervangen kan worden. Wie volgens deze logica van het evangelie leeft, beleeft het geloof als vriendschap met de mensgeworden God en trekt zich, net als Hij, de materiële en geestelijke nood van zijn naaste aan. Hij beschouwt hem als een ondoorgrondelijk mysterie, dat onbeperkte zorg en aandacht waard is. Hij weet: wie niet God geeft, geeft te weinig - zoals de zalige Teresa van Calcutta zei: "De allereerste armoede van de volkeren is dat zij Christus niet kennen". Daarom komt het erop aan God te vinden in het barmhartige gelaat van Christus: zonder dit perspectief bouwt een gemeenschap van volkeren niet op vaste grond.

Door mannen en vrouwen die aan de heilige Geest gehoor gaven, kwamen in de Kerk vele werken van naastenliefde tot stand. Ze hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van ziekenhuizen, universiteiten, scholen voor beroepsonderwijs en micro-ondernemingen. Zij hebben deze werken gesticht omdat zij door de boodschap van het Evangelie waren geraakt: veel vroeger dan andere maatschappelijke vormen, hebben zij blijk gegeven van een oprechte zorg om de mens.

Deze initiatieven wijzen ook voor nu een weg die de wereld naar een globalisering kan voeren, waar het echte welzijn van de mens centraal staat en die zo naar een authentieke vrede leidt. Met hetzelfde mededogen dat Jezus had met de menigte, voelt de Kerk het ook nu als haar meest eigen taak de verantwoordelijken in de politiek, de economie en de financiële wereld, te vragen om een ontwikkeling te bevorderen die de waardigheid van elke mens eerbiedigt. Een belangrijk bewijs voor deze inspanning wordt zichtbaar in waarachtige godsdienstvrijheid, niet alleen als mogelijkheid voor de verkondiging en de viering van het Christusmysterie, maar ook als ruimte om mee te kunnen bouwen aan een wereld die door de naastenliefde wordt bepaald. Zo’n inspanning is er ook mee gediend dat men oog heeft voor de centrale rol die de echte religieuze waarden hebben in het leven van mensen, zodra het gaat om het antwoord op de diepste vragen en om de ethische verantwoordelijkheid op persoonlijk en sociaal vlak. Aan de hand van diezelfde criteria leren de christenen ook regeringsprogramma’s met wijsheid te beoordelen.

We mogen de ogen niet sluiten voor de fouten die in de loop van de geschiedenis zijn begaan door veel mensen die zich leerlingen van Jezus noemden. Onder de druk van zware problemen hebben zij niet zelden gedacht dat men eerst de wereld moest verbeteren en dan pas aan de hemel moest denken. Er was, ten overstaan van dwingende noden, de bekoring te menen dat men allereerst de uitwendige structuren moest veranderen. Voor menigeen veranderde het christendom op die manier in een moralisme, en het geloof werd vervangen door de actie.

Terecht merkte mijn voorganger van eerbiedwaardige gedachtenis, Johannes Paulus II, dan ook op: "Er bestaat nu een verleiding om het christendom te reduceren tot een menselijke wijsheid, tot een soort wetenschap om goed te leven. In een sterk geseculariseerde wereld heeft "een geleidelijke secularisatie van het heil" plaatsgevonden, waarbij men wel voor de mens opkomt, maar voor een gehalveerde mens, die gereduceerd is tot zijn horizontale dimensie. Wij weten daarentegen dat Jezus gekomen is om het integrale heil te brengen" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 11.

Het is precies naar dit integrale heil dat de Veertigdagentijd ons wil brengen, door onze aandacht te richten op de overwinning van Christus op alle kwaad dat de mens onderdrukt. Door ons naar de goddelijke Meester te keren, ons tot Hem te bekeren en zijn barmhartigheid te ervaren in het Sacrament van de verzoening, worden we ons bewust van een "blik" die diep in ons ziet en ons toetst; die blik kan ons allen en ieder van ons afzonderlijk overeind helpen. Die blik laat voor allen die zich niet in scepsis opsluiten, een nieuw vertrouwen oplichten en een glimp van de eeuwige zaligheid. Al lijkt dan de haat te heersen, toch laat de Heer het reeds in onze tijd niet ontbreken aan lichtende getuigen van zijn liefde.

Aan Maria, levende bron van hoop Dante Alighieri, De Goddelijke Comedie, Divina Commedia. Het Paradijs, XXXIII, 12, vertrouw ik onze weg door de Veertigdagentijd toe, opdat zij ons naar haar Zoon moge leiden. Haar vertrouw ik in het bijzonder de velen toe, die nu nog armoede lijden en die om hulp, steun en begrip roepen. Met deze gevoelens verleen ik aan allen mijn bijzondere Apostolische Zegen.

Vanuit het Vaticaan, 29 september 2005,

BENEDICTUS PP. XVI

Document

Naam: "BIJ HET ZIEN VAN DIE MENIGTE MENSEN WERD HIJ DOOR MEDELIJDEN BEWOGEN" (MT. 9, 36)
Boodschap voor de Veertigdagentijd 2006
Soort: Paus Benedictus XVI - Boodschap
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 29 september 2005
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Pastoor Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam