• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Zoals hij dat ook met Maria gedaan had, openbaarde God zijn reddingsplan aan Jozef. Hij deed dat door middel van dromen, die in de Bijbel en door alle oude volkeren werden beschouwd als een manier waarop Hij zijn wil bekendmaakte. Vgl. Gen. 20, 3 Vgl. Gen. 28, 12 Vgl. Gen. 31, 11.24 Vgl. Gen. 40, 8 Vgl. Gen. 41, 1-32 Vgl. Num. 12, 6 Vgl. 1 Sam. 3, 3-10 Vgl. Dan. 2, 4 Vgl. Job 33, 15

Jozef was diep verontrust door Maria’s mysterieuze zwangerschap. Hij wilde haar niet “publiek te schande maken”, Vgl. Deut. 22, 20-21. In zulke gevallen was zelfs stenigen voorzien als mogelijke straf dus besloot hij om “haar in stilte weg te sturen” (Mt. 1, 19).

In de eerste droom helpt een engel hem om zijn ernstige dilemma op te lossen, “Wees niet bang om Maria tot uw vrouw te nemen, want het kind dat in haar groeit is van de Heilige Geest. Zij zal een zoon baren, en u moet Hem Jezus noemen, want hij zal zijn volk redden van hun zonden” (Mt. 1, 20-21). Jozefs antwoord kwam onmiddellijk, “Toen Jozef wakker werd uit de slaap, deed hij wat de engel van de Heer hem had bevolen” (Mt. 1, 24). Gehoorzaamheid maakte het mogelijk voor hem om zijn moeilijkheden te boven te komen en Maria te sparen.

In de tweede droom vertelt de engel tegen Jozef, “Sta op, neem het kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik het u zeg; want Herodes staat op het punt om naar het kind op zoek te gaan, om hem te vernietigen” (Mt. 2, 13). Jozef aarzelde niet om te gehoorzamen, ongeacht de moeite die erbij kwam kijken, “Hij stond op, nam het kind en zijn moeder ’s nachts mee, en ging naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes” (Mt. 2, 14-15).

In Egypte wachtte Jozef met geduldig vertrouwen op het bericht van de engel dat hij veilig naar huis kon terugkeren. In een derde droom vertelde de engel hem dat degenen die het kind wilden doden, waren gestorven, en hij beval hem om op te staan, het kind en zijn moeder te nemen, en terug te keren naar het land Israël. Vgl. Mt. 2, 19-20 Opnieuw gaf Jozef hier prompt gehoor aan. “Hij stond op, nam het kind en zijn moeder mee, en ging naar het land Israël” (Mt. 2, 21).

Op de terugreis, “toen Jozef hoorde dat Archelaüs over Judea heerste in de plaats van zijn vader Herodes, werd hij bang om daarheen te gaan. Nadat hij gewaarschuwd was in een droom” – nu voor de vierde keer – “vertrok hij naar het district van Galilea. Daar maakte hij zijn thuis in een plaats genaamd Nazareth” (Mt. 2, 22-23).

De evangelist Lucas vertelt op zijn beurt dat Jozef de lange en moeilijke reis ondernam van Nazareth naar Bethlehem, om te worden ingeschreven in de plaats van oorsprong van zijn familie, in de volkstelling van de keizer Caesar Augustus. Daar werd Jezus geboren Vgl. Lc. 2, 7 en werd zijn geboorte, net als van ieder ander kind, opgetekend in de administratie van het keizerrijk. Sint-Lucas besteedt er vooral zorg aan om ons te vertellen dat Jezus’ ouders alle voorschriften van de Wet navolgden, de riten van de besnijdenis van Jezus, de zuivering van Maria na de bevalling, het opdragen van de eerstgeborene aan God. Vgl. Lc. 2, 21-24 Vgl. Lev. 12, 1-8 Vgl. Ex. 13, 2

In elke situatie sprak Jozef zijn eigen “fiat” uit, zoals die van Maria bij de Aankondiging en van Jezus in de Hof van Getsemane.

In zijn rol als hoofd van het gezin leerde Jozef Jezus om gehoorzaam te zijn aan zijn ouders Vgl. Lc. 2, 51 , in lijn met Gods gebod. Vgl. Ex. 20, 12

Tijdens de verborgen jaren in Nazareth leerde Jezus in de school van Jozef om de wil van de Vader te doen. Die wil zou zijn dagelijks voedsel worden. Vgl. Joh. 4, 34 Zelfs op het moeilijkste moment van zijn leven, in Getsemane, koos Jezus ervoor om de wil van de Vader te doen en niet die van zichzelf, Vgl. Mt. 26, 39 Vgl. Mc. 14, 36 Vgl. Lc. 22, 42 hij werd “gehoorzaam tot de dood, ja, de dood aan een kruis” (Fil. 2, 8). De schrijver van de Brief aan de Hebreeën trekt daarom de conclusie dat Jezus “gehoorzaamheid heeft geleerd door wat hij heeft geleden” (Hebr. 5, 8).

Dit alles maakt duidelijk dat “Sint-Jozef was geroepen door God om de persoon en missie van Jezus direct te dienen door het uitoefenen van zijn vaderschap”, en dat hij op deze manier “meewerkte, in de volheid van de tijd, aan het grote geheim van de verlossing, en dat hij werkelijk een (be)dienaar van de verlossing is.” H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie, Over de persoon en de zending van de heilige Jozef in het leven van Christus en van de Kerk, Redemptoris Custos (15 aug 1989), 8

Document

Naam: PATRIS CORDE
Met een vaderhart - Bij de 150e verjaardag van het uitroepen van St. Jozef tot Patroon van de universele Kerk - Afkondiging Sint Jozefjaar
Soort: Paus Franciscus - Apostolische Brief
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 8 december 2020
Copyrights: © 2020, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit Engelstalige versie: Eli Stok, pr.; alineanummering en -verdeling: redactie
Bewerkt: 2 januari 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam