• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De morele discussie valt ongeveer overal samen met ernstige juridische debatten. Er is geen land waar de wetgeving doodslag niet verbiedt en niet straft. Bovendien hadden veel landen dit verbod en deze straf gepreciseerd in het speciale geval van de abortus provocatus. In onze dagen vraagt een wijdverspreide opiniestroom om een liberalisatie van laatstgenoemd verbod. Het is reeds een vrij algemene tendens zoveel mogelijk elke repressieve wetgeving te beperken, vooral wanneer deze blijkt binnen te treden in het domein van het privé leven. Men neemt bovendien het argument van pluralisme weer ter hand: al veroordelen veel burgers, in het bijzonder de gelovigen van de katholieke Kerk, abortus, veel anderen houden deze voor geoorloofd, tenminste op grond van het mindere kwaad; waarom hun dan opleggen een mening te volgen die niet de hunne is, vooral in een land waar zij in de meerderheid zijn? Aan de andere kant, daar waar zij nog bestaan, zijn de wetten die abortus verbieden, blijkbaar moeilijk toe te passen: het delict is te frequent geworden om er altijd streng tegen op te treden en de openbare gezagsorganen vinden het dikwijls wijzer hun ogen te sluiten. Maar een wet in stand houden die men niet toepast, gaat nooit zonder schade voor het gezag van alle andere. Toegevoegd moet worden dat clandestiene abortus de vrouwen die daartoe hun toevlucht nemen, blootstelt aan de grootste gevaren voor hun toekomstige vruchtbaarheid, ja dikwijls voor hun leven. Kan de wetgever, zelfs als hij abortus als een kwaad blijft beschouwen, dan niet proberen de schadelijke kanten ervan in te perken?
Deze redenen, en nog andere die men van verschillende kanten beluistert, zijn niet doorslaggevend. Het is waar dat de burgerlijk wet niet het gehele domein van de moraal kan dekken of alle misstappen kan bestraffen; dat vraagt niemand van haar. Zij moet dikwijls iets tolereren wat per slotte een minder kwaad is, om daardoor een groter kwaad te voorkomen. Men moet echter wel bedacht zijn op datgene wat een verandering van wetgeving zou inhouden. Velen vatten iets als een machtiging van rechtswege op wat misschien niets anders is dan een afzien van strafvervolging. Meer nog, in het onderhavige geval wekt het afstand doen hiervan op zichzelf de indruk op zijn allerminst in te sluiten dat de wetgeving abortus niet meer beschouwt als een misdrijf tegen het menselijk leven, en wel omdat de wet doodslag ernstig blijft straffen. Het is waar dat de wet geen stelling kan nemen tussen opinieverschillen of de ene opinie meer dwingend gewicht kan geven dan de andere. Maar het leven van het kind prevaleert boven elke opinie: men kan vrijheid van gedachte niet te hulp roepen om het hem te ontnemen.
De rol van de wet is niet te registreren wat er gebeurt, maar behulpzaam te zijn om het beter te doen geschieden. Het is in ieder geval de opdracht van de Staat de rechten van eenieder te behoeden, de meest zwakken te beschermen. Daarvoor moet de Staat nog al wat ongerechtigheden rechtzetten. De wet is niet verplicht alles te sanctioneren, maar kan niet ingaan tegen een wet die van dieper en verhevener aard is dan iedere menselijke wet, de wet van de natuur die door de Schepper is gegrift in de mens als een norm welke door de rede wordt ontcijferd en bewerkt voor juiste formuleringen; een norm waarvoor men zich moet inspannen om hem beter te begrijpen, maar waarvan het altijd verkeerd is hem tegen te spreken. De menselijke wet kan ervan afzien te straffen, maar zij kan niet onschuldig verklaren wat tegengesteld is aan de natuurwet, want deze tegenstelling is voldoende om te zorgen dat een wet geen wet meer is.
Men dient in ieder geval goed te begrijpen dat een christen het nooit eens kan zijn met een wet die in zichzelf immoreel is. Dat is het geval met de wet die in beginsel de geoorloofdheid van abortus erkent. De christen kan noch deelnemen aan een opiniecampagne ten gunste van zulk een wet, noch zijn bijval eraan geven. Hij zal verder niet kunnen meewerken aan de toepassing ervan. Het is bijvoorbeeld ontoelaatbaar dat artsen of verpleegkundigen zich voor de verplichting geplaatst zien van nabij hulp te verlenen bij abortus en moeten kiezen tussen de christelijke wet en hun beroepssituatie.
Wat echter juist wel tot het terrein van de wet behoort, is het nastreven van een hervorming van de maatschappij, van de levensomstandigheden in alle milieus, te beginnen bij de minst bevoorrechten, opdat altijd en overal de mogelijkheid geschapen wordt voor een waardige ontvangst van de kant van de mens tegenover ieder kind dat in deze wereld komt. Hulp aan gezinnen en aan ongehuwde moeders, gegarandeerde bijslagen voor de kinderen, een wettelijk statuut voor de natuurlijke kinderen en een goede regeling van adoptie: alles tezamen is dit een positieve politiek om te bevorderen dat voor de abortus een concreet mogelijk en waardig alternatief bestaat.

Document

Naam: DE ABORTU PROCURATO - DECLARATIO
Verklaring over Abortus provocatus
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Franjo Kardinaal Seper
Datum: 18 november 1974
Copyrights: © 1975, Archief van Kerken 30e jrg nr 3
Vert.: Analecta
Bewerkt: 13 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam