• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

‘Het is niet God die de dood heeft gemaakt; Hij vindt geen vreugde in de ondergang van de levenden’ (Wijsh. 1, 13). Zeker,God heeft wezens geschapen die slechts een bepaalde tijd hebben, en de fysieke dood kan niet afwezig geacht worden uit de wereld van de lijfelijk levenden. Maar dat wat het eerst gewild wordt, is het leven, en in het zichtbare universum werd alles gemaakt met het oog op de mens, beeld van God en bekroning van de wereld (Gen. 1, 26-28). Op menselijk niveau ‘is liet de afgunst van de duivel welke de dood in de wereld bracht’ (Wijsh. 2, 24); binnengevoerd door de zonde, blijft de dood daaraan vastgehecht en is tegelijk het teken en de vrucht ervan. Maar de dood zal niet weten te triomferen. Het geloof in de verrijzenis bevestigend, heeft de Heer in het evangelie bekend gemaakt dat ‘God niet de God is van de doden maar van de levenden’ (Mt. 22, 32), en de dood, evenals de zonde, zal definitief overwonnen worden door de verrijzenis in Christus (1 Kor. 15, 20-27). Zo begrijpt men ook dat het menselijk leven, zelfs op deze aarde, kostbaar is. Ingeblazen door de Schepper De gewijde schrijvers houden geen filosofische beschouwingen over de animatie, maar zij spreken over de levensperiode die aan de geboorte voorafgaat als over het voorwerp van Gods bezorgdheid: Hij schept en vormt het menselijk wezen, als het kneedsel van zijn handen. Het schijnt dat dit thema zijn eerste uitdrukking vindt in Jer. 1, 5. Men kan het in talrijke andere teksten terugvinden. Cf. Jes. 49, 13; 46, 3; Job 10, 8-12; Ps. 22, 10; 71, 6; 139, 13. In het Evangelie lezen we bij Sint-Lucas 1, 44: ‘Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot’. , wordt het ook door Hem weer terug opgenomen (Gen. 2,7)(Wijsh. 15, 11). Het blijft onder zijn bescherming: het bloed van de mens roept tot Hem (Gen. 4, 10) en Hij zal er rekenschap over vragen, ‘want naar het beeld van God is de mens gemaakt’ (Gen. 9, 5-6). Het gebod van God is uitdrukkelijk: ‘Gij zult niet doden’ (Ex. 20, 13). Het leven is een gave, maar terzelfder tijd een als ‘talent’ ontvangen verantwoordelijkheid (Mt. 25, 14-30), het moet in waarde omgezet worden. Om het vrucht te doen dragen, bieden zich aan de mens vele taken aan in deze wereld, waaraan hij zich niet dient te onttrekken; maar wat nog dieper gaat, de christen weet dat het eeuwig leven voor hem afhangt van datgene wat hij met Gods genade heeft gemaakt van zijn leven op aarde.

De traditie van de Kerk heeft altijd de mening gehuldigd dat het menselijk leven dient te worden beschermd en behoed vanaf het begin ervan, in de diverse stadia van zijn ontwikkeling. Zich opstellend tegenover de zeden van de Grieks-Romeinse wereld, heeft de Kerk vanaf de eerste eeuwen de nadruk gelegd op de afstand die, op dit punt, de christelijke zeden daarvan scheidt. In de Didachè wordt duidelijk gezegd: ‘Gij zult niet door abortus de vrucht van de schoot doden en gij zult niet het reeds geboren kind doen omkomen’. Apostolische Vader, Onderwijs van de Twaalf Apostelen, Didachè. V, 2: ed. Funk, Patres Apostolici Apostolische Vader, Brief van Pseudo Barnabas. XIX, 5, gebruikt dezelfde uitdrukkingen (Funk, l.c. 19-93) Athenagoras onderlijnt dat de christenen de vrouwen die medicijnen gebruiken om abortus op te wekken, als doodslagpleegsters beschouwen; hij veroordeelt de doodslag op kinderen, daaronder begrepen op degenen die nog in de schoot van hun moeder leven, ‘waar zij reeds het voorwerp van de zorgen van de Goddelijke Voorzienigheid zijn’. Athenagoras, Smeekbede voor de Christenen, Legatio pro christianis. 35 (P.G. 6, 970: Sources Chrétiennes (=S.C. 33, p. 166-167) Tertullianus heeft misschien niet altijd dezelfde taal gebezigd; hij bevestigt echter niet minder duidelijk het wezenlijke beginsel: ‘Het is een geanticipeerde doodslag geboorte te verhinderen; het maakt weinig verschil of men een reeds geboren zieleleven uitroeit of dat men het doet verdwijnen gedurende het wordingsproces. Het is reeds een mens, hij die het zal zijn. Tertullianus, Apologeticum. IX, 8 (P.L.I, 371-372: Corp. Christ. 1, p. 103, 1. 31-36)
De gehele geschiedenis door hebben de Vaders van de Kerk, haar herders, haar leraren, dezelfde leeropvatting verkondigd, zonder dat de verschillende meningen over het moment van de instorting van de geestelijke ziel een twijfel aandroegen over de ongeoorloofdheid van de abortus. Zeker, toen, in de Middeleeuwen, de opvatting algemeen was dat de geestelijke ziel eerst na de eerste weken aanwezig was, heeft men een verschil gemaakt in de appreciatie van de zonde en in de zwaarte van de penale sancties; uitmuntende auteurs hebben, voor deze eerste periode, ruimere casuïstische oplossingen toegelaten, die zij verwierpen voor de volgende perioden. Maar men heeft toen nooit ontkend dat de abortus provocatus, zelfs in die eerste dagen, objectief een ernstige misstap was. Deze veroordeling was werkelijk unaniem. Temidden van zoveel documenten zal het voldoende zijn er enkele naar voren te halen. Het eerste concilie van Mainz, in 847, herneemt de straffen die door de voorgaande concilies gesteld zijn op abortus en besluit dat de meest rigoureuze boetedoening worde opgelegd ‘aan de vrouwen die de verdwijning van de ontvangen vrucht van haar schoot opwekken’. 1e Synode van Mainz, Canon 21 (1 jan 829). (Mansi, 14, p. 909 Vgl. Synode van Elvira, Canones (30 nov 305), 63. (Mansi, 2, p. 16) Vgl. Synode van Ancyra, Canones (1 jan 314), 21. ((Mansi, 2, 519) Men zie ook het decreet van Gregorius III betreffende de op te leggen boete aan degenen die zich aan deze misdaad schuldig maken (Mansi 12, 292, c. 17). Het decreet van Gratianus beroept zich op deze woorden van paus Stefanus V: ‘Diegene pleegt doodslag die door abortus ten onder doet gaan wat ontvangen werd’. Gratianus, Decretum Gratiani - Concordia discordantium Canonum (1 jan 1150). c. 20, C. 2, q. 2. Gedurende de Middeleeuwen grijpt men dikwijls terug op de autoriteit van Sint-Augustinus, die naar aanleiding hiervan schrijft in De nuptiis et concupiscentiis, c. 15: ‘Soms gaat deze libidineuze wreedheid of deze wrede libido zover dat men zich vergiften verschaft die steriel maken. Als het resultaat niet wordt bereikt, roeit de moeder het leven uit en stoot de vrucht uit die in haar schoot was, op dusdanige wijze dat het kind sterft, alvorens te hebben geleefd of dat, als het kind reeds leefde in de moederlijke schoot, gedood wordt voor de geboorte’. (P.L. 44, 423-424: SCEL 33, 619. Cf. het Decreet van Gratianus, q. 2, C. 32, c. 7) Sint-Thomas, algemeen leraar van de Kerk, leert dat abortus een zware zonde is, in strijd met de natuurwet.’ H. Thomas van Aquino, In libros Sententiarum. boek IV, dist. 31, uiteenzetting v/d tekst In de tijd van de Renaissance veroordeelt paus Sixtus V abortus met de grootste gestrengheid. Constitutio Effraenatum van 1588 (Bullarium Romanum, V, 1, pp. 25-27; Fontes luris Canonici, 1, n. 165, p. 308-311) Een eeuw later verwerpt Innocentius XI de stellingen van zekere lakse canonisten, die abortus provocatus wilden verontschuldigen vóór het moment waarop sommigen de instorting van de spirituele ziel van het nieuwe wezen stelden. Dz.-Sch. 1184. Cf. ook de constitutie Apostolicae Sedis van Pius IX (Acta Pii IX, V, 55-72; AAS 5 (1869), 305-331; Fontes Iuris Canonici, III, n. 552, p. 24-31). In onze dagen hebben de laatste Romeinse pontifices dezelfde leer afgekondigd met de grootste duidelijkheid: Pius XI heeft in duidelijke bewoordingen geantwoord op de ernstige objecties; Encycliek Casti connubii, AAS 22 (1930), 562-565; Dz.-Sch. 3719-21 Pius XII heeft op niet mis te verstane wijze iedere directe abortus uitgesloten, dat wil zeggen: die welke een doel of een middel is; Paus Pius XII, Toespraak, Tot de Unie van Italiaanse Artsen en Biologen "San Luca" (12 nov 1944). De uitspraken van Pius XII zijn uitdrukkelijk, nauwkeurig en talrijk; zij zouden op zich al een hele studie vereisen. Citeren wij alleen, omdat deze het beginsel in zijn universaliteit formuleert, de toespraak tot de Italiaanse Unie van Artsen Sint-Lucas, van 12 november 1944: ‘Zolang een mens niet schuldig is, is zijn leven onaantastbaar en is vandaar iedere daad die er direct op gericht is het te vernietigen, ongeoorloofd, hetzij dat deze vernietiging beoogd is als doel of alleen als middel tot het doel, hetzij dat het gaat over embryonaal leven of nog in volle ontwikkeling dan wel reeds geboren’. (Discorsi e radiomessaggi, VI, 183 e.v.) Johannes XXIII heeft het onderricht van de Vaders in herinnering geroepen over het geheiligde karakter van het leven ‘dat, vanaf zijn begin, de werkzaamheid van de scheppende God vereist’. Encycliek Mater et Magistra, AAS 53 (1961), 447 Zeer onlangs heeft het Tweede Vaticaans Concilie, voorgezeten door Paulus VI, abortus zeer streng veroordeeld: ‘Het leven moet veilig gesteld worden met uiterste zorg vanaf de conceptie: abortus en kinderdoding zijn afschuwelijke misdaden’. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 51 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 27 Dezelfde Paulus VI, bij herhaalde gelegenheden sprekend over dit onderwerp, schroomt niet te verklaren dat deze lering van de Kerk ‘niet is veranderd en dat zij onveranderlijk is’. Toespraak Salutiamo con fraterna effusione, van 9 december l972, AAS 64 (1972), 737. — Onder de getuigen van deze onveranderlijke leer herinnere men zich de verklaring van het H. Officie, die de directe abortus veroordeelt (AAS 17 (1884), 556; 22 (1888-1890), 748; Dz.-Sch. 3258.

Document

Naam: DE ABORTU PROCURATO - DECLARATIO
Verklaring over Abortus provocatus
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Franjo Kardinaal Seper
Datum: 18 november 1974
Copyrights: © 1975, Archief van Kerken 30e jrg nr 3
Vert.: Analecta
Bewerkt: 13 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam