• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"WACHTER, HOEVER IS DE NACHT?"
Homilie tijdens de Kerstnachtmis 1983

'Wachter, hoever is de nacht?' (Jes. 21, 11).

Zie, ik verkondig de Middernacht!
Deze Middernacht verplaatst zich
van het Oosten naar het Westen.
Hij volgt elke meridiaan.
In het Oosten was hij ons voor,
in het Westen staat hij op het punt te komen ...
Zie, ik verkondig de Middernacht;
op iedere plaats en op elk tijdstip
dat hij over de aardbol trekt,
verkondig ik de Middernacht!
Ik, Wachter bij het Grote Mysterie.
Ik, Bisschop van Rome:
ik kondig overal de Middernacht aan van de Geboorte!
'Zingt voor de Heer een nieuw lied,
zingt voor de Heer, heel de aarde'
(Ps. 95, 1).

Zing, o aarde!
Zing, want je bent uitverkoren,
uitverkoren uit heel het universum.
En heel het universum
is uitverkoren samen met jou.
Zing, o aarde!
'Laat de hemelen zich verheugen, laat juichen de aarde
laat daveren de zee met alwat er in is;
laat de velden jubelen met al wat er groeit,
laat jubel ruisen de bomen in het woud'
(Ps. 95, 11-12).
Zing, o aarde,
want je bent uitverkoren om de plaats te zijn
van Gods geboorte in een menselijk lichaam.
Laat heel de aarde zich verzamelen
rond deze ene Middernacht!
Laat spreken de kracht van al het geschapene!
Spreek door het bestaan van alle geschapen werelden,
Spreek met de taal van de mens!
Zie, de mens spreekt.
Zijn naam is Lucas, evangelist.
Hij zegt: 'voor haar (Maria) brak het uur aan
waarop zij moeder zou worden;
zij bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.
Zij wikkelde Hem in doeken
en legde Hem neer in een kribbe
omdat er voor hen geen plaats was in de herberg'
(Lc. 2, 6-7).
Zo kwam ter wereld de Zoon van God.
Maria was de vrouw van Jozef, uit het huis van David;
van Jozef die timmerman was in Nazaret.
Het Kind is in Bethlehem ter wereld gekomen
omdat beiden, Maria en Jozef,
daarheen gegaan waren vanwege de volkstelling
die keizer Augustus verordend had.
Dit heeft de mens gezegd.
Tegelijk met de mens spreekt de Engel van de Heer.
Hij spreekt tot de herders, op het moment dat,
in het midden van de diepe nacht van Betlehem,
'de heerlijkheid van de Heer hen omstraalde' (Lc. 2, 9).
En de herders 'werden door grote vrees bevangen'.
Dan zegt hij: 'Vreest niet!
Zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap
die bestemd is voor heel het volk:
heden is u een Redder geboren, Christus de Heer,
in de stad van David.
En dit zal voor u een teken zijn:
gij zult een pasgeboren kind vinden,
in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe'
(Lc. 2, 10-12).
De mens en de Engel spreken over hetzelfde feit
en wijzen dezelfde plaats aan.
De Engel spreekt over datgene
wat de mens niet durft te zeggen:
te Betlehem is ter wereld gekomen de Messias, dat is: de Gezalfde,
Degene die de mensheid komt bezoeken in de kracht van de heilige Geest.
Te Betlehem is op aarde geboren
de Redder van de wereld.
Hij is het die de aarde zal oordelen.
Hij is het die de wereld rechtvaardig zal oordelen.
Ja, Hij 'zal Zichzelf geven voor ons,
om ons van alle ongerechtigheid te verlossen,
en ons te maken tot een gereinigd volk
dat Hem toebehoort ..
.' Vgl. Tit. 2, 14 .
Hij zal Zichzelf geven voor ons:
ziedaar zijn Oordeel!

'Wachter, hoever is de nacht?' Vgl. Jes. 21, 11 .

Zie, ik verkondig de Middernacht ...
Vanuit het holst van de nacht van Bedehem,
dat is: vanuit de nacht van heel de mensheid die op aarde leeft,
'is de genade van God verschenen,
die heil brengt voor alle mensen'
(Tit. 2, 11).
Wat is de genade?
De genade is het welbehagen van God.
Zij rust ten volle op dit Kind
dat in de kribbe ligt.
Dit Kind is de Eeuwige Zoon,
Zoon van het goddelijk welbehagen,
Zoon van de eeuwige Liefde.
Dit Kind is een kind van Maria,
het is een mensenkind,
het is waarachtig mens.
Het eeuwige welbehagen van de Vader rust op de mens:
ziedaar de genade!
'Vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft' (Lc. 2, 14).
Dit goddelijk welbehagen in de mens
is op aarde gebracht door de Zoon van Maria
in de nacht van Betlehem.
'De genade van God is verschenen' (Tit. 2, 11).
Vanuit Betlehem begint haar uitstraling
over de mens van alle tijden.
Wat is de genade?
Zij is het begin van de heerlijkheid,
van die heerlijkheid die God heeft in de hoge.
En tot deze heerlijkheid is de mens geroepen
in Jezus Christus.
En dat gebeurde nu juist in de nacht van Betlehem.

Dus: laat juichen de aarde!
Aarde, jij die woning bent van de mens!
Neem nog eens een keer in je op
de luister van de nacht van Gods geboorte!
Verzamel je bij deze luister!
Verkondig aan heel de schepping
de vreugde van de Verlossing!
Kondig aan heel de wereld de hoop aan
van de Verlossing van de Wereld!
'Laat de velden jubelen met alwat er groeit,
laat jubel ruisen de bomen in het woud
voor het aanschijn van de Heer'
(Ps. 95, 12-13).
Zie, Hij komt.
Zie, Hij is reeds onder ons: Emmanuël!
Heel de kracht van de Verlossing van de Wereld is in Hem.

Alleluja!

Document

Naam: "WACHTER, HOEVER IS DE NACHT?"
Homilie tijdens de Kerstnachtmis 1983
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 24 december 1983
Copyrights: © 1983, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Past. Chr. v. Buijtenen, pr.
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam