• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

EEN GOED VOOR HEEL DE KERK

Zorg dragen voor heel de kerk: dit is het kader van 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Presbyterorum Ordinis
Over het leven en dienst van de priester
(7 december 1965)
van het decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Presbyterorum Ordinis
Over het leven en dienst van de priester
(7 december 1965)
 waarin de vaders van het Tweede Vaticaans Concilie het apostolisch nut van de personele prelaturen overwogen, die door de Heilige Stoel tot 'verwezenlijking van bijzondere pastorale initiatieven' op regionaal, nationaal of zelfs op internationaal vlak opgericht moesten worden. Uit apostolische en pastorale overwegingen voerde het bisschoppencollege cum Petro et sub Petro (met Petrus en onder Petrus) en op het hoogste concilieniveau, deze nieuwe, geheel personele en seculiere jurisdictie-structuur binnen het kerkelijk recht in. Diezelfde overwegingen brachten de concilievaders ook tot twee wijze en juridisch scherpzinnige bepalingen: de oprichting van zulke personele prelaturen moest namelijk verlopen 'volgens normen, die voor ieder van deze instellingen moeten worden vastgelegd' ( daardoor werd er rekening gehouden met de mogelijke verscheidenheid in doelstellingen en structuren), en 'steeds met behoud van de rechten van de plaatselijke bisschoppen'; dit laatste geldt ook voor de legerbisschoppen en de kloosterorden, die, hoewel het om geheel verschillende instellingen gaat, eveneens een personele jurisdictie bezitten, die harmonisch past in de territoriale jurisdictie-structuren.

Paus Paulus VI heeft dat conciliedocument authentiek geïnterpreteerd en toegepast, toen hij de genoemde principes weer opnam en verder ontwikkelde voor hun concrete toepassing op de personele prelaturen 'ad peculiaria opera pastoralia vel missionaria perficienda' (voor de totstandkoming van bijzondere pastorale of missionaire activiteiten). De zo ontstane voorschriften staan in deel I, art. 4 van het motu proprio H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Ecclesiae Sanctae
Implementatie van Christus Dominis, Presbyterium Ordinis, Perfectae Caritatis en Ad Gentus Divinitas (8 juni 1966)

Deze korte opmerkingen zijn voldoende om het doel van de huidige 'Congregatie voor de Bisschoppen
Prelatuur Opus Dei
Verklaring
(23 augustus 1982)
te begrijpen, welke, met een samenvatting van haar 'voornaamste kenmerken' (Inleiding), de betekenis en de juridische en pastorale draagwijdte verduidelijkt van de oprichting van het Opus Dei als personele prelatuur. Ze maken ook goed begrijpelijk waarom er zo'n lange weg van studie en adviezen is voorafgegaan aan deze beslissing van de heilige vader, die reeds op 17 oktober 1978 in de eerste toespraak van zijn pontificaat zei: 'Wij willen de aandacht richten op de blijvende waarde van het Tweede Vaticaans Concilie, en wij nemen de plicht op ons om het nauwkeurig in daden om te zetten.' H. Paus Johannes Paulus II, Urbi et Orbi, Voorafgaand aan de eerste zegen "Urbi et Orbi" aan het einde van het conclaaf, Het Concilie voortzetten (17 okt 1978), 2 Om deze reden mogen wij de huidige stap als historisch beschouwen, want hij maakt immers een nieuw, vruchtbaar en veelbelovend pastoraal project van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie tot concrete werkelijkheid. Om tot een definitieve beslissing te komen waren drie en een half jaar van volhardende arbeid nodig sinds die 3e maart 1979, waarop de heilige vader aan de Heilige congregatie voor de bisschoppen, die (volgens de apost. const. 'H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Regimini Ecclesiae Universae
Over de Romeinse Curie (15 augustus 1967)
', H. Paus Paulus VI - Apostolische Constitutie
Regimini Ecclesiae Universae
Over de Romeinse Curie (15 augustus 1967)
) tot oprichting van personele prelaturen bevoegd is, de opdracht tot onderzoek gaf. De heilige vader bepaalde dat men daarbij met 'alle juridische en feitelijke gegevens' goed rekening zou houden. Juridische gegevens waren in zoverre aanwezig, dat in het genoemde motu proprio de fundamentele juridische bepalingen betreffende de personele prelaturen reeds waren aangegeven. Het ging er dus niet om een privilege te verlenen - waar het Opus Dei ook niet om gevraagd had - maar om de gegeven rechtsnormen zorgvuldig te overwegen, met het oog op de eventuele, correcte toepassing ervan op dit concrete geval. Feitelijke gegevens moesten in zoverre overdacht worden, dat de oprichting van de prelatuur niet het gevolg zou moeten zijn van abstracte, theologische bespiegelingen, maar vooral van de aandachtige beschouwing van een reeds bestaande apostolische en kerkelijke werkelijkheid, namelijk het Opus Dei, waarvan het stichtingscharisma door de Kerk reeds meerdere keren als rechtmatig en goed was erkend. Sinds 1947 kwamen aan het Opus Dei immers de juridische bevoegdheden toe van de clericale instituten van pauselijk recht, waaronder de mogelijkheid om eigen priesters te vormen en te incardineren. Het Opus Dei had echter nog niet zijn juiste plaats gevonden in de organisatiestructuren van het volk Gods. Daarom was er voor de uitvoering van deze opdracht een lange weg nodig, waarbij men vier etappes kan onderscheiden:

  1. een algemene beschouwing van de kwestie in de gewone vergadering van de Heilige congregatie voor de bisschoppen op 28 juli 1979;
  2. vorming van een commissie ad hoc, om de aanwijzing van de concilievaders en het verlangen van de paus op te volgen; binnen een jaar (februari 1980 tot februari 1981) onderzocht zij in 25 werkzittingen alle historische, juridische en pastorale, institutionele en procedurele aspecten van de kwestie;
  3. de resultaten van de commissie ad hoc, waaronder ook de statuten van de op te richten prelatuur, werden vervolgens bestudeerd door een speciaal voor dit doel door de heilige vader zelf - met inachtneming van het doel, de samenstelling en de verbreiding van Opus Dei - benoemde kardinalencommissie; zij bracht op 26 september 1981 haar stem uit;
  4. aan de bisschoppen van alle landen waarin het Opus Dei centra had, werd daarop aansluitend een nota toegezonden over de wezenlijke kenmerken van de prelatuur. Zij konden op die manier opmerkingen maken, die in de bevoegde congregatie met aandacht bestudeerd werden.

Uiteindelijk werd op 23 augustus van dit jaar het besluit van de heilige vader officieel bekendgemaakt.

Gedachtig aan de leer van de heilige Paulus in zijn brief aan de Efeziërs (Ef. 4, 16) heeft het concilie eraan herinnerd, 'dat de sociale kerkinstelling in dienst staat van Christus' Geest, die haar het leven geeft, met het oog op de uitgroei van het lichaam' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 Dit wordt thans weer eens bevestigd. Ontwikkeling en groei, dat wil zeggen door en door apostolische en pastorale motieven eisten de totstandkoming van de rechtsvorm van personele prelaturen; dezelfde motieven liggen ten grondslag aan de pauselijke daad, waardoor thans formeel de Prelatuur van het heilig Kruis en Opus Dei wordt opgericht: zij moet een nieuwe, door het concilie voorziene kerkelijke structuur, die tot nu toe slechts als een theoretische mogelijkheid aanwezig was, veranderen in een levende en doelmatige werkelijkheid.

Deze pauselijke daad vervolmaakt bovendien de harmonische invoeging van het Opus Dei in de organisatiestructuren van de wereldkerk alsook in de organische pastoraal van de plaatselijke kerken. Zoals de genoemde 'Verklaring' uitgebreid uiteenzet, blijven daarbij alle legitieme rechten van de plaatselijke bisschoppen behouden. Tegelijk wordt door voorschriften van publiek-pauselijk recht, waarvan de tekst te gelegener tijd aan alle betrokken plaatselijke bisschoppen toegezonden zal worden, het institutionele probleem van een instelling met een veilige leer en een prijzenswaardige apostolische ijver op passende wijze opgelost. 

Bij de beslissing ging het om het welzijn van heel de Kerk, niet alleen in algemene zin maar ook om twee concrete redenen, die hier naar voren gebracht dienen te worden. Vooreerst zien de duizenden priesters en leken van de prelatuur, het zijn gelovigen van 87 nationaliteiten en van alle rassen, culturen en standen, nu de eenheid van hun roeping en leiding en ook hun 'stichtingsidentiteit' als wereldpriesters en gewone leken bevestigd. Dit betekent natuurlijk op geen enkele wijze een geringschatting van de geldigheid en van de waarde van de gewijde seculariteit in de seculiere instituten, die immers in plechtige pauselijke documenten is goedgekeurd. Het tweede gevolg dat heel de kerkelijke gemeenschap ten goede komt, is het volgende: zo'n duidelijke erkenning van het stichtingscharisma en van de wezenskenmerken van de spiritualiteit, de organisatie en de apostolische activiteiten van het Opus Dei kan de specifieke pastorale dienst die deze prijzenswaardige instelling sinds meer dan vijftig jaar in honderden diocesen over heel de wereld verleent, alleen maar vergemakkelijken en versterken. Ook het gekwalificeerde pastorale doel van de prelatuur garandeert haar bijdrage tot het algemeen welzijn: aan de ene kant is het de taak van de prelaat en zijn priesters om bij de prelatuur aangesloten gelovigen te helpen bij het vervullen van de bijzondere plichten die zij aanvaard hebben; aan de andere kant is het doel van de apostolische activiteiten die priesters en leken van de prelatuur gezamenlijk ontplooien, om de kerk te helpen, in alle lagen van de maatschappij de concrete eisen bekend te maken die voortvloeien uit de algemene roeping tot heiligheid, en vooral de bovennatuurlijke, heiligende en apostolische waarde van de gewone beroepsarbeid. De herders van de Kerk in hun diocesen weten dat zij, in de uitoefening van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van het hun toevertrouwde volk van God, kunnen rekenen op de prelatuur en op haar beschikbaarheid, die door haar nieuwe status nog gekwalificeerder en effectiever wordt.

Onder de 'fructus spiritus' (vruchten van de Geest) noemt de heilige Paulus ook de vreugde Vgl. Gal. 5, 22 en Jezus zelf heeft over de vreugde bij een geboorte gesproken in een fijngevoelig en wondermooi dichterlijk beeld, dat diep menselijk en tegelijk bovennatuurlijk is. Vgl. Joh. 16, 21

De leden van het Opus Dei zullen nu vol vreugde zijn en God loven voor deze vreugdevolle gebeurtenis. Zij zullen echter niet de enigen zijn, want de redenen voor hun vreugde zijn ook oorzaak van vreugde voor alle mensen van goede wil, in heel de kerk. 

+ Sebastiano Baggio 

Document

Naam: EEN GOED VOOR HEEL DE KERK
Soort: Congregatie voor de Bisschoppen
Auteur: Sebastianus Kard. Baggio
Datum: 28 november 1982
Copyrights: © 1983, Archief van de Kerken, jrg. 38, nr. 3, p. 35-36
Vert.: Opus Dei Nederland
Bewerkt: 25 oktober 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam