• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

IN HET SACRAMENT VAN DE VERZOENING BEHAALT DE MENS DE GEESTELIJKE OVERWINNING
Tijdens de concelebratie ter opening van de zesde algemene vergadering van de bisschoppensynode - Sint Pietersbasiliek

Eerbiedwaardige en dierbare broeders!

Wij zijn vandaag in deze Sint Pietersbasiliek bijeengekomen om aan de tafel van het woord van God en van de Eucharistie de bisschoppensynode te openen. Het is een gewone zitting over het thema 'Verzoening en boete in de zending van de kerk'. Wij willen ons daarom vooral verenigen met Hem die deze zending van de kerk inzette. Juist Hij - Jezus Christus - zei: 'De tijd is vervuld en het rijk Gods is nabij; paenitemini (doet boete en bekeert u) en gelooft in de blijde boodschap'. Vgl. Mc. 1, 15

De tijd is vervuld met de komst van Christus. En de tijd waarin de eeuwige Vader zijn hart geopend houdt voor de verzoening met iedere mens in Jezus Christus, wordt steeds opnieuw vervuld. In deze tijd leven wij allen.

En de bisschoppen van de kerk hebben daarom terecht boete en verzoening voorgesteld als thema voor deze synode. Wij moeten terugkeren tot de eerste woorden van Christus. Wij moeten toetsen welke weerklank ze in de kerk en de hedendaagse wereld hebben. Wij moeten ze hun eeuwige, evangelische en apostolische kracht teruggeven. Er zou werkelijk moeilijk een fundamenteler thema voor het werk van de synode kunnen worden gevonden. Een evangelischer thema. Apostolischer. Dringender.

Ik dank u, eerbiedwaardige broeders, en ik dank de bisschoppen van heel de kerk juist het probleem van de verzoening en de boete te hebben willen voorstellen als plicht van de synodale dienst aan het volk van God in heel de wereld.

De liturgie van het feest van vandaag stelt ons in staat de kracht te begrijpen van het 'paenitemini' van Christus in de dimensies die in de economie van God groter en ouder zijn dan de mens. Tegelijkertijd bereiken ze de mens; worden in zijn hart en zijn geschiedenis gevonden.

Niet voor niets zei Jezus, toen Hij Natanaël riep, deze mysterievolle woorden: 'Gij zult de hemel open zien en de engelen Gods zien opstijgen en neerdalen in dienst van de Mensenzoon' (Joh. 1, 51).

Juist vandaag is het het feest van de engelen Gods - en vooral van hen die wij uit de heilige Schrift onder de namen Michaël, Gabriël en Rafaël kennen.

De eerste lezing uit het boek van de Apokalyps nodigt ons uit stil te staan bij de naam 'Mi-ca-el (Michaël). Deze naam betekent 'Wie is als God'. Hij zinspeelt op een kennis en een gedane keuze naar de maat van een zuivere geest. Het rijk van God wordt eeuwig gevormd juist op grond van een dergelijke kennis en een dergelijke keuze: 'Wie is als God'. In deze woorden wordt heel de geestelijke kracht omvat om zich tot God te keren om met de kennis en de wil de volheid aan te hangen, die Hijzelf is. Volheid van zijn en heiligheid. Volheid van waarheid, van het goede en het schone.

Het feest van vandaag herinnert ons eraan dat aan het begin van de schepping uit de geestelijke diepte van de engelenwezens deze allereerste aanbidding uitging, terwijl zij met heel hun wezen werden ondergedompeld in de werkelijkheid van 'Wie is als God': 'Michaël en zijn engelen' (Openb. 12, 7).

Tegelijk maakt dezelfde lezing uit het boek van de Apokalyps ons ervan bewust, dat tegenover deze aanbidding, tegenover deze allereerste bevestiging van de majesteit van de Schepper, een ontkenning is gesteld. Tegenover het zich vol liefde tot God keren ('Wie is als God!') barst een volheid van haat los in opstand tegen Hem. Deze opstand draagt in de heilige Schrift de naam 'duivel' (lasteraar) en 'satan'. Deze naam herinnert eraan, dat zich in dit zich keren tegen God tevens een verwerping van de kant van God voltrekt: 'De oude slang ... werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen met hem' (Openb. 12, 9).

In de dimensies van de 'onzichtbare wereld' wordt derhalve de diepste tegenstelling tussen goed en kwaad geopenbaard. Het goede heeft zijn begin in God en zijn vervulling in de liefde tot God. Het kwaad is een weigering van liefde. De weigering van het hoogste goed, dat God zelf is, draagt de breuk met de waarheid in zich (de duivel is 'de vader van de leugen' (Joh. 8, 44) en de verwoestende kracht van de haat.

De Apokalyps spreekt van een gevecht. 'Toen brak er in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn engelen streden tegen de draak' (Openb. 12, 7).

De tegenstelling van goed en kwaad is in de geschiedenis van de mens binnen getreden door de oorspronkelijke onschuld in het hart van man en vrouw te vernietigen. 'Hoewel de mens door God in de gerechtigheid was geplaatst, heeft hij toch op aanraden van de boze, vanaf het begin van de geschiedenis misbruik gemaakt van zijn vrijheid door zich tegen God op te richten en te proberen zijn einddoel buiten God te bereiken'. Vanaf die tijd 'vertoont zich het hele individuele en collectieve leven van de mens als een echt dramatische worsteling tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis ... De zonde heeft het mens-zijn ontluisterd door de mens ervan af te houden de volheid te bereiken.' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 13

Maar deze tegenstelling verschilt van die waaraan de eerste lezing van de liturgie van vandaag herinnert. Ze is op maat van de mens, niet op maat van de zuivere geest. Maar ze is een eerste en belangrijke belemmering bij de opbouw van het rijk van God: een rijk van waarheid en liefde in de geschiedenis van de mens op ieder gebied van het menselijk bestaan. Zowel in het leven van de persoon als in het leven van de samenleving.

En daarom - wanneer Christus zijn messiaanse zending begint met de nabijheid van het rijk van God te verkondigen - roept Hij tegelijkertijd: 'meta-noeïtet (paenitemini!), dat wil zeggen, 'verandert uw geest!' Hij vraagt bekering en verzoening met God. Deze oproep getuigt ervan, dat een zich afkeren van het kwaad en een zich keren tot het goede - dat in zijn volheid God is - iets is dat voor de mens mogelijk is. De menselijke wil kan in zich de heilsstroom van de genade aanvaarden, welke zijn diepste aspiraties omvormt. In deze oproep van Christus ligt het eerste licht van de blijde boodschap. Daarin opent zich sindsdien het uitzicht op de overwinning van het goede over het kwaad, van het licht over de zonde. Het uitzicht dat Christus opnieuw ten einde toe zal bekrachtigen door zijn kruis en verrijzenis.

Vereerde en dierbare broeders.

Gedurende de komende weken moeten wij ons - als herders van de kerk in de laatste periode van de twintigste eeuw - concentreren op deze fundamentele oproep van het evangelie. Deze is gericht tot de mens van alle tijden - en dus ook tot die van onze tijd. Voor ieder heeft hij zijn reddende en bevrijdende kracht. Deze kracht werd aan de kerk gegeven als vrucht van de dood en verrijzenis van Christus. Nog op de dag van zijn verrijzenis zelf heeft Christus tot de apostelen die in het cenakel bijeen waren gezegd: 'Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge de zonden niet vergeeft, zijn ze niet vergeven' (Joh. 20, 22-23).

Als opvolgers van de apostelen hebben wij een bijzondere verantwoordelijkheid jegens het mysterie van de verzoening van de mens met God. Een bijzondere verantwoordelijkheid voor het sacrament, waarin deze verzoening wordt voltrokken.

Keren wij nog eenmaal terug naar de lezing uit de Apokalyps. Ze verkondigt de overwinning welke wordt behaald 'door het bloed van het Lam' (Openb. 12, 11). In deze overwinning 'is gekomen het heil en de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn Gezalfde' (Openb. 12, 10). Door deze overwinning 'is de aanklager van onze broeders neergeworpen, die hen aanklaagde bij onze God, dag en nacht' (Openb. 12, 10).

In het mysterie van de verzoening met God, in het sacrament waarin zich deze verzoening voltrekt, klaagt de mens zichzelf aan door zijn zonden te belijden - en daardoor ontneemt hij de aanklager de macht, die dag en nacht ieder van ons en de hele mensheid aanklaagt bij de driewerf heilige majesteit van God.

Wanneer de mens namelijk zichzelf bij God aanklaagt brengt deze schuldbelijdenis welke uit berouw voortkomt en in het sacrament van de verzoening verbonden wordt met het bloed van het Lam, de overwinning!

Vereerde en dierbare broeders! Gedurende de komende weken moeten wij het thema onder ogen zien, waarmee de geestelijke overwinning van de mens ten nauwste is verbonden: 'Verzoening en boete in de zending van de kerk'. Hoeveel gebieden van het bestaan van de mens in de hedendaagse wereld worden door dit thema geraakt.

Wij allen zijn ons daarvan tenvolle bewust. Wij weten hoeveel bedreigingen zich hebben opgehoopt in het leven van de hedendaagse mensheid.

De kerk getuigt voortdurend van haar zorg voor de verzoening tussen de mensen en de samenlevingen - de zorg om de verwoestende kracht van de vijandschap, de haat en de wil tot vernietigen te overwinnen.

Deze is als een brede achtergrond waartegen wij overeenkomstig onze tijd de eeuwige strijd van het goede met het kwaad moeten ondernemen op het gevoelige punt dat Christus bepaalde met het heilswoord van het evangelie en met de paaskracht van zijn kruis en verrijzenis.

Bidden wij, bijeen aan de tafel van het woord van God en van de Eucharistie, dat de Geest van Christus ons verstand en ons hart wil leiden in deze dienst van de synode aan het volk van God, welke wij vandaag beginnen.

Wij willen deze dienst verbinden met het rozenkransgebed waaraan de kerk bijzonder de maand oktober wijdt. In dit gebed is - zoals eens met de apostelen in het cenakel - de moeder van onze Verlosser met ons, die tegelijkertijd de moeder van de kerk en de dienstmaagd van de Heer is. Samen met haar willen wij onze bisschoppelijke bediening volbrengen.

Bidden wij vurig! En moge ook het gebed van de hele kerk ons vergezellen.

Document

Naam: IN HET SACRAMENT VAN DE VERZOENING BEHAALT DE MENS DE GEESTELIJKE OVERWINNING
Tijdens de concelebratie ter opening van de zesde algemene vergadering van de bisschoppensynode - Sint Pietersbasiliek
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 29 september 1983
Copyrights: © 1983, Archief van de Kerken
Bewerkt: 20 juni 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam