• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het subsidiariteitsbeginsel beschermt de mensen tegen misbruiken van sociale instanties van hogere rangorde en spoort de laatstgenoemde aan om de individuen en de intermediaire lichamen te helpen om hun functies te vervullen. Dit principe is dwingend omdat elke persoon, elk gezin en elke intermediaire groep iets oorspronkelijks heeft aan te bieden aan de maatschappij. De ervaring leert dat de ontkenning van het subsidiariteitsbeginsel of haar beperking in naam van een zogenaamde democratisering of gelijkheid van allen in de maatschappij, de geest van vrijheid en initiatief inperkt en soms vernietigt.

Bepaalde vormen van centralisatie, bureaucratie, bijstand, onrechtmatige en buitensporige aanwezigheid van de staat en van het overheidsapparaat staan in tegenstelling met het subsidiariteitsbeginsel: “Door direct in te grijpen en aan de maatschappij haar verantwoordelijkheid te ontnemen, veroorzaakt de verzorgingsstaat het verlies van menselijke krachten en de overdreven vermeerdering van overheidsapparaten, die meer beheerst worden door bureaucratische logica dan door de zorg om de gebruikers te dienen, met een enorme groei van de uitgaven” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 48. Het gebrek aan erkenning of de inadequate erkenning van het privé-initiatief, zelfs in economische aangelegenheden, en het falen van het erkennen van zijn openbare functie, draagt bij tot het ondermijnen van het subsidiariteitsbeginsel, net zoals monopolies doen.

Opdat het subsidiariteitsbeginsel in de praktijk zou kunnen worden toegepast, worden verondersteld: respect en daadwerkelijke bevordering van de menselijke persoon en het gezin; steeds grotere waardering voor verenigingen en intermediaire organisaties in hun fundamentele keuzes en in al de keuzes die niet kunnen worden gedelegeerd of worden gemaakt door anderen; de aanmoediging van privé-initiatief zodat elk gemeenschapslichaam ten dienste blijft van het algemeen welzijn, ieder met zijn eigen specifieke kenmerken; de aanwezigheid van pluralisme in de maatschappij en de vertegenwoordiging van zijn levenskrachten; het vrijwaren van de mensenrechten en de rechten van de minderheden; bureaucratische en administratieve decentralisatie; evenwicht tussen de publieke en de private sfeer, met de daaruit volgende erkenning van de sociale functie van de private sfeer; geschikte methoden om burgers meer verantwoordelijkheid bij te brengen in hun rol van “actieve partij” in de politieke en sociale realiteit van zijn land.

Verschillende omstandigheden kunnen het aangewezen maken dat de staat ingrijpt om een plaatsvervangende rol te vervullen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 48. Men kan hier bijvoorbeeld denken aan situaties waarin het noodzakelijk is dat de staat de economie stimuleert omdat het onmogelijk is voor het maatschappelijke middenveld om autonoom eigen initiatieven te nemen. Men kan ook denken aan situaties van ernstig onevenwicht of onrechtvaardigheid waar alleen de tussenkomst van de publieke overheid voorwaarden kan scheppen voor meer gelijkheid, rechtvaardigheid en vrede. In het licht van het subsidiariteitsbeginsel mag echter deze institutionele plaatsvervanging niet langer duren dan absoluut noodzakelijk is, aangezien rechtvaardiging voor zo een tussenkomst alleen wordt gevonden in het uitzonderingskarakter van de situatie. In elk geval moet een goed begrepen notie van algemeen welzijn, waarvan de vereisten op geen enkele manier in tegenspraak mogen zijn met de bescherming en de bevordering van het primaatschap van de menselijke persoon en van haar voornaamste sociale uitdrukkingen, het onderscheidingscriterium blijven bij het maken van keuzes voor de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 5 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam