• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Door arbeid en door gebruik te maken van zijn intelligentie, is de mens in staat om heerschappij uit te oefenen over de aarde en om er een waardige verblijfplaats van te maken: “Op deze wijze maakt hij een deel van de aarde tot het zijne, het deel dat hij zich met zijn arbeid verworven heeft. Hier ligt de oorsprong van de individuele eigendomH. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 31. Privébezit en andere vormen van private zeggenschap over goederen “geven iedereen de toch wel noodzakelijke ruimte voor de autonomie van de persoon en het gezin; zij moeten beschouwd worden als een verlengstuk van de menselijke vrijheid, zij vormen zelfs tot op zekere hoogte één van de voorwaarden voor de burgerlijke vrijheden, omdat zij stimuleren tot de uitvoering van eigen taken en verplichtingen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 71 Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891) Vgl. Paus Pius XII, Radiotoespraak, Op het Hoogfeest van Pinksteren ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Rerum Novarum, La Solennità (1 juni 1941) . Privébezit is een essentieel element van een economische politiek die authentiek, sociaal en democratisch is. Het vormt de garantie voor een rechtvaardige sociale ordening. De sociale leer eist dat eigendom van goederen voor allen op billijke wijze toegankelijk zou zijn Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 6, zodat iedereen er, tenminste in zekere mate, eigenaar van kan worden, zonder dat het eigendom van deze goederen evenwel “bij allen tezamen zou zijn” Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891).
De christelijke traditie heeft nooit het recht op privé-eigendom als absoluut of als onaantastbaar beschouwd: “Integendeel, zij heeft dit altijd gezien in de ruimere context van het algemeen recht van iedereen om de goederen van de hele schepping te gebruiken: het recht op privaat bezit is ondergeschikt aan dat van het gemeenschappelijk gebruik, aan de universele bestemming van de goederen” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 14. Het principe van de universele bestemming van de goederen is tegelijk een affirmatie van de volledige en voortdurende heerschappij van God over elke realiteit en van de eis dat de goederen van de schepping altijd bestemd blijven voor de ontwikkeling van de ganse persoon en van de ganse mensheid Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 69 Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2402-2406. Dit principe is niet tegengesteld aan het recht op privébezit Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over kapitaal en arbeid, Rerum Novarum (15 mei 1891) maar het geeft de noodzaak aan om dit te reglementeren. Privébezit, ongeacht de concrete vormen van de regimes en de juridische normen die daaraan gerelateerd zijn, is immers in essentie enkel een instrument voor de bescherming van de universele bestemming van de goederen en bijgevolg is privébezit in laatste instantie geen doel maar een middel Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 22-23.
De sociale leer van de Kerk spoort bovendien aan tot de erkenning van de sociale functie van gelijk welke vorm van privébezit Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Moderne ontwikkeling van het sociale leven en de christelijke beginselen, Mater et Magistra (15 mei 1961), 108 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, De beginselen van de geloofsverkondiging, Tot de Bisschoppen van Latijns-Amerika bij de Opening van hun derde conferentie in Puebla (Mexico) (28 jan 1979), 16 onder duidelijke verwijzing naar de onaantastbare eisen van het algemeen welzijn Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931), 47. De mens moet “de uitwendige dingen die hij gewettigd bezit niet slechts beschouwen als zijn privé-eigendom, maar ook als gemeenschappelijk, in deze zin dat zij niet alleen hemzelf, maar ook anderen tot voordeel kunnen strekken” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 69. De universele bestemming van de goederen houdt voor hun gebruik verplichtingen in van de kant van de rechtmatige eigenaars. Individuele personen mogen hun bezittingen niet gebruiken zonder de gevolgen hiervan te overwegen; zij moeten veeleer handelen op een manier die niet enkel voordelig is voor de eigen persoon en het eigen gezin, maar die ook gericht is op het bereiken van het algemeen welzijn. Daaruit vloeit de verplichting voor de eigenaars voort om de goederen die zij bezitten niet onproductief te laten, maar om ze tot productiviteit te bestemmen, meer bepaald door ze toe te vertrouwen aan personen die de wens hebben en over de mogelijkheden beschikken om ze vruchten te laten voortbrengen.

De huidige historische periode heeft nieuwe goederen ter beschikking van de maatschappij gesteld die tot voor kort totaal onbekend waren. Dit noopt tot een herlezing van het principe van de universele bestemming van de goederen der aarde en maakt het noodzakelijk om dit principe uit te breiden, zodat het de laatste ontwikkelingen teweeggebracht door economische en technologische groei, incorporeert. De eigendom van deze nieuwe goederen — de resultaten van kennis, techniek en wetenschap — wordt steeds meer beslissend, want “de rijkdom van de geïndustrialiseerde naties is veel meer gebaseerd op dit type van eigendom dan op het bezit van de natuurlijke hulpbronnen” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 32.

De nieuwe technologische en wetenschappelijke kennis moet worden aangewend voor het lenigen van de primaire behoeften van de mensheid om zo geleidelijk aan het gemeenschappelijk patrimonium van de mensheid uit te breiden. Het volledig in de praktijk brengen van het principe van de universele bestemming van de goederen vraagt bijgevolg actie op het internationale niveau en programmatische inspanningen door alle landen. “Men moet de barrières en de monopolies afbreken die vele landen aan de rand van de ontwikkeling laten staan, en aan allen, individuen en naties, de basiscondities verzekeren die hun toestaan deel te nemen aan de ontwikkeling” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 35.

Indien vormen van eigendom, die in het verleden niet gekend waren, steeds belangrijker worden in het proces van economische en sociale ontwikkeling, dan mag men toch de traditionele vormen van eigendom niet zomaar vergeten. Individuele eigendom is niet de enige legitieme vorm van bezit. De oude vorm van gemeenschappelijke eigendom is ook zeer belangrijk; hoewel hij ook voorkomt in economisch hoog ontwikkelde landen, is hij in het bijzonder kenmerkend voor de sociale structuur van vele inheemse volken. De impact van deze vorm van eigendom op het economische, culturele en politieke leven van die volken is dermate groot dat hij integraal deel uitmaakt van hun overleven en welzijn. De verdediging en het tot zijn recht laten komen van gemeenschappelijke eigendom mag niet het bewustzijn elimineren van het feit dat dit type van eigendom ook is voorbestemd om te evolueren. Indien louter acties zouden worden ondernomen om dit in zijn huidige vorm te bewaren, dan zou men het risico lopen om het vast te pinnen op het verleden en om het op die manier te compromitteren Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 69.

Een rechtmatige verdeling van het land blijft nog steeds cruciaal, meer speciaal in de ontwikkelingslanden en in de landen die recentelijk komen uit een collectief of koloniaal systeem Vgl. Pauselijke Raad "Justitia et Pax", Naar een betere verdeling van land. De uitdaging van de landbouwhervorming (23 nov 1997), 27-31. In landelijke gebieden is de mogelijkheid om bezit van grond te verwerven dankzij de gelegenheden die worden geboden door de arbeids- en kredietmarkten, een noodzakelijke voorwaarde om toegang te krijgen tot andere goederen en diensten. Deze mogelijkheid is niet alleen een doeltreffende manier om de omgeving te bewaren, maar ze vertegenwoordigt ook een systeem van sociale zekerheid die ook haalbaar is in een land dat slechts over een zwakke administratieve structuur beschikt.

Voor het bezittend subject, of het nu gaat om een individu dan wel om een gemeenschap, vloeit uit de eigendom een reeks van objectieve voordelen voort: betere levensvoorwaarden, zekerheid voor de toekomst en grotere keuzemogelijkheden. Anderzijds kan eigendom ook een serie ijdele en verleidelijke beloften genereren. De mensen en de maatschappijen die zo ver gaan dat zij de rol van eigendom verabsoluteren, eindigen met de ervaring van de bitterste vorm van slavernij. Geen enkele vorm van bezit is immers neutraal omwille van de invloed die het kan uitoefenen op individuen en instituties. Onvoorzichtige eigenaars die hun bezit verafgoden Vgl. Mt. 6, 24 Vgl. Mt. 19, 21-26 Vgl. Lc. 16, 13 , geraken erdoor bezeten en worden er meer dan ooit slaaf van Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 27-34
Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 41. Alleen door de afhankelijkheid van deze goederen ten opzichte van God, de Schepper, te erkennen en door hun gebruik bijgevolg af te stemmen op het algemeen welzijn, is het mogelijk om aan materiële goederen hun specifieke functie van nuttige instrumenten voor de groei van individuen en volken te verlenen.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 5 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam