• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Deze schitterende visie op de schepping van de mens door God kan niet los worden gezien van de dramatische verschijning van de erfzonde. Met behulp van een lapidaire uitspraak vat de apostel Paulus de geschiedenis samen van de val van de mens zoals beschreven op de eerste bladzijden van de Bijbel: “Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood” (Rom. 5, 12). De mens laat zich, tegen het verbod van God in, verleiden door de slang en strekt zijn handen uit naar de levensboom en valt ten prooi aan de dood. Door deze daad poogt de mens zijn grenzen als schepsel te doorbreken en daagt hij God, zijn enige Heer en bron van leven, uit. Dit is een zonde van ongehoorzaamheid Vgl. Rom. 5, 19 die de mens van God verwijdert Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1850.

Door de Openbaring weten we dat Adam, de eerste mens, door het overtreden van het gebod van God, zijn attributen van heiligheid en rechtvaardigheid, die hij niet alleen voor zichzelf maar voor de ganse mensheid ontvangen had, verliest: “Door te bezwijken voor de verleider begaan Adam en Eva een persoonlijke zonde, maar deze zonde tast de menselijke natuur aan die zij in een staat van verval zullen brengen. Het is een zonde die door voortplanting overgedragen zal worden op de hele mensheid, dit wil zeggen door het overdragen van een menselijke natuur die beroofd is van haar oorspronkelijke heiligheid en gerechtigheid” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 404.

Aan de basis van de persoonlijke en de sociale verdeeldheden, die in verschillende mate de waarde en de waardigheid van de menselijke persoon beledigen, ligt een wonde die zich bevindt in het diepste van de mens zelf. “In het licht van het geloof noemen we haar zonde: te beginnen met de erfzonde die ieder mens bij zijn geboorte meekrijgt als een erfenis van zijn stamouders, gaande tot de zonde die iedereen begaat bij het gebruik maken van zijn vrijheid” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 2. Het gevolg van de zonde, voor zover dit een daad van scheiding van God betreft, is precies de vervreemding, dit wil zeggen de scheiding, niet alleen van God maar ook van zichzelf, van de andere mensen en van de wereld rondom zich. “De breuk van de mens met God mondt op een dramatische wijze uit in de verdeeldheid tussen de broeders. In de beschrijving van de ‘eerste zonde’ verbreekt de breuk met de Heer tegelijk de band der vriendschap die de mensenfamilie verenigde, zodanig zelfs dat de volgende bladzijden van het Boek Genesis ons de man en de vrouw tonen terwijl zij als het ware elkaar beschuldigend met de vinger aanwijzen Vgl. Gen. 3, 12 ; vervolgens de broer die vijandig tegenover zijn broer staat en hem tenslotte van het leven berooft Vgl. Gen. 4, 2-16 . Volgens het verhaal van de gebeurtenissen van Babel is de versplintering van de mensenfamilie het gevolg van de zonde. Versplintering die reeds begonnen was met de eerste zonde en die nu haar hoogtepunt bereikt doordat ze een sociale dimensie aanneemt” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 15. Wanneer we nadenken over het mysterie van de zonde, dan kunnen we niet anders dan deze tragische band tussen oorzaak en gevolg in overweging nemen.

Het mysterie van de zonde wordt gevormd door een dubbele wonde, die de zondaar opent in zijn eigen zijde en in de relatie met zijn naaste. Daarom kunnen wij spreken van een persoonlijke en van een sociale zonde. Elke zonde is persoonlijk vanuit een bepaald standpunt; vanuit een ander standpunt bekeken is elke zonde sociaal voor zover en omdat zij sociale gevolgen heeft. In de eigenlijke zin van het woord is zonde steeds een daad van een persoon, omdat zij altijd betrekking heeft op een vrije daad van een individu en strikt genomen niet van een groep of van een gemeenschap. Maar men kan ontegenzeggelijk aan elke zonde een karakter van sociale zonde toeschrijven wanneer men rekening houdt met het feit dat zij “krachtens een even mysterieuze en onmerkbare als werkelijke en concrete menselijke solidariteit, op één of andere wijze een weerslag heeft op anderen” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 16. De tekst legt bovendien uit dat er een wet van het vallen bestaat, een soort van gemeenschap van de zonde waarin de ziel die zich verlaagt door te zondigen, met zichzelf ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld vernedert. Aan deze wet beantwoordt de wet van de verheffing, het diepe en prachtige mysterie van de gemeenschap van de heiligen, dankzij dewelke men kan zeggen dat iedere ziel die zich verheft, de wereld verheft.. Het is echter niet legitiem of aanvaardbaar om sociale zonde te verstaan op een manier die min of meer bewust leidt tot een verzwakking of een virtuele uitschakeling van de persoonlijke component door alleen sociale schuld en verantwoordelijkheid toe te geven. Aan de basis van elke zondige situatie is er steeds een individu dat zondigt.
Sommige zonden vormen bovendien door hun voorwerp zelf een directe aanslag op de naaste. Zulke zonden laten zich in het bijzonder definiëren als sociale zonden. Sociaal is iedere zonde begaan tegen de rechtvaardigheid in de relaties tussen individuen, tussen het individu en de gemeenschap, en ook tussen de gemeenschap en het individu. Sociaal is ook elke zonde tegen de rechten van de menselijke persoon, te beginnen met het recht op leven, inclusief het leven in de moederschoot, en elke zonde begaan tegen de fysieke integriteit van het individu; elke zonde tegen de vrijheid van anderen, in het bijzonder tegen de hoogste vrijheid om te geloven in God en Hem te aanbidden en elke zonde tegen de waardigheid en de eerbaarheid van de naaste. Elke zonde tegen het algemeen welzijn en de vereisten die daaruit voortvloeien, in heel de uitgebreide sfeer van rechten en plichten van de burgers, is eveneens een sociale zonde. Sociale zonde is tenslotte die zonde die “de betrekkingen betreft tussen de verschillende menselijke gemeenschappen. Deze betrekkingen stemmen niet altijd overeen met het plan van God die in de wereld rechtvaardigheid, vrijheid en vrede wil tussen de enkelingen, de groepen en de volken” H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 16.
De gevolgen van zonde geven voeding aan de zondige structuren. Deze zijn geworteld in de persoonlijke zonde en zijn daarom steeds verbonden met concrete daden van personen die ze begaan, consolideren en moeilijk te verwijderen maken. Op die manier worden zij krachtiger, verbreiden zij zich en worden zij bronnen van andere zonden en bepalen zij het gedrag van mensen Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1869. Het betreft hindernissen en condities die veel verder reiken dan de daden die worden gesteld in de korte levensperiode van een individu en die ook interfereren met het proces van de ontwikkeling van de volken, waarvan de achterstand en de traagheid ook in dit licht moeten worden beoordeeld Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 36
. De handelingen en gedragingen die tegengesteld zijn aan de wil van God en aan het welzijn van de naaste, evenals de structuren die zij teweegbrengen, lijken tegenwoordig in twee categorieën uiteen te vallen: “enerzijds het exclusieve streven naar voordeel en anderzijds de dorst naar macht met de bedoeling aan anderen de eigen wil op te leggen. Aan ieder van deze houdingen kan men om ze beter te karakteriseren de uitdrukking ‘tegen welke prijs ook’ toevoegen” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 37
.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam