• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Cultuur moet een geprivilegieerd domein vormen voor de aanwezigheid en het engagement van de Kerk en van elke Christen. De kloof tussen het christelijke geloof en het dagelijkse leven wordt door het tweede Vaticaans concilie beschouwd als één van de ergste fouten van onze tijd Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 43. Het verdwijnen van het metafysisch perspectief, het verlies van het verlangen naar God in een narcisme dat alleen oog heeft voor het eigenbelang en de verspreiding van middelen voor een consumptistische levensstijl, de eerste plaats die wordt toegekend aan de technologie en het wetenschappelijk onderzoek als doelen op zich, de nadruk op het uiterlijke, de zoektocht naar een imago, de communicatietechnieken: al deze fenomenen moeten begrepen worden vanuit hun culturele dimensies en moeten gerelateerd worden aan het centrale vraagstuk van de menselijke persoon, van integrale menselijke groei, van het menselijke vermogen om te communiceren en relaties aan te gaan met andere mensen, en van de voortdurende menselijke zoektocht naar een antwoord op de grote levensvragen. Men moet voor ogen houden dat “cultuur datgene is waarmee de mens, als mens, meer mens wordt, meer ‘is’, meer toegang heeft tot het ‘zijn’” H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 7.

Het bevorderen van een sociale en politieke cultuur geïnspireerd door het Evangelie, moet een belangrijke plaats in het engagement van de lekengelovigen innemen. De recente geschiedenis heeft de zwakheid en de radicale mislukking aangetoond van algemeen aanvaarde culturele perspectieven die lange tijd dominant zijn geweest, in het bijzonder op het politieke en sociale niveau. In dit domein zijn katholieken in verschillende landen, vooral in de decennia volgend op de Tweede Wereldoorlog, actief geweest, en vandaag blijkt steeds duidelijker de consistentie van hun inspiratie en patrimonium van waarden. In feite is de sociale en politieke betrokkenheid van katholieken nooit beperkt geweest tot de transformatie van structuren alleen, omdat deze betrokkenheid zich afspeelde aan de basis van een cultuur die openstaat voor en luistert naar de eisen van het geloof en de moraal en die deze eisen tot fundament en doelstelling van concrete projecten maakt. Wanneer dit bewustzijn ontbreekt, veroordelen de katholieken zichzelf tot de culturele diaspora en worden hun voorstellen ontoereikend en beperkend. Het voorstellen in cultureel bij de tijdse termen van het patrimonium van de katholieke traditie — haar waarden, de inhoud, het geheel van de geestelijke, intellectuele en morele erfenis van het katholicisme — neemt vandaag de voornaamste plaats in. Het geloof in Jezus Christus, die zichzelf heeft beschreven als “de Weg, de Waarheid en het Leven” (Joh. 14, 6), spoort christenen aan om zich met een altijd nieuw engagement in te zetten voor de opbouw van een sociale en politieke cultuur geïnspireerd door het Evangelie Congregatie voor de Geloofsleer, Activiteiten en het gedrag van de Katholieken op het gebied van de politiek (24 nov 2002), 7.

De volledige vervolmaking van de menselijke persoon en het welzijn van de ganse maatschappij zijn de essentiële doelen van de cultuur Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 59: de ethische dimensie van de cultuur is bijgevolg een prioriteit in de sociale en politieke actie van de leken. Wanneer men deze dimensie links laat liggen, wordt een cultuur gemakkelijk getransformeerd in een instrument dat de mensheid verarmt. Een cultuur kan onvruchtbaar worden en in verval raken wanneer zij zich “in zichzelf opsluit, poogt verouderde levensvormen voort te zetten en iedere uitwisseling en vergelijking met betrekking tot de waarheid over de mens weigert” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 50. De vorming van een cultuur die in staat is om de mens te verrijken, vereist integendeel de betrokkenheid van de ganse persoon, die, in de culturele sfeer zijn creativiteit, intelligentie en kennis van de wereld en de menselijke personen, uitdrukt, en die bovendien goed gebruik maakt van zijn mogelijkheid tot zelfbeheersing, zelfopoffering, solidariteit en bereidheid om het algemeen welzijn te bevorderen H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 11.

Het sociale en politieke engagement van de lekengelovigen in het domein van de cultuur beweegt zich vandaag in verschillende richtingen. De eerste is die van het zoeken naar het garanderen van het recht van elke persoon op een menselijke en burgerlijke cultuur “overeenstemmend met de waardigheid van de persoon, zonder onderscheid van ras, sekse, natie, godsdienst of maatschappelijke rang” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 60. Dit recht impliceert het recht van de gezinnen en personen op een vrije en open school; een vrije toegang tot de sociale communicatiemiddelen samen met het vermijden van alle vormen van monopolie en ideologische controle op dit terrein; vrijheid van onderzoek, van de verspreiding van de eigen mening, van gedachtewisseling en discussie. Aan de basis van de armoede van zeer veel mensen liggen ook verschillende vormen van cultureel gemis en het niet erkennen van culturele rechten. Het engagement ten voordele van de opvoeding en de vorming van de persoon, is altijd de eerste bekommernis van de christelijke sociale actie geweest.
De tweede uitdaging betreft de inhoud van de cultuur, met name de waarheid. Het probleem van de waarheid is essentieel voor de cultuur omdat elke mens de plicht blijft hebben “om rekening te houden met de gehele menselijke persoon, waarin de waarden van verstand, wil, geweten en broederlijkheid uitblinken” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 61. Een juiste antropologie is het criterium voor de verheldering en het begrip van alle historische vormen van cultuur. Het engagement van de christen in het culturele domein is gekant tegen gelijk welk reductionistisch en ideologisch perspectief op de mens en het leven. De dynamiek van openheid voor de waarheid wordt bovenal gegarandeerd door het feit dat “de culturen van de verschillende naties (...) in wezen evenvele wijzen [zijn] om te antwoorden op de vraag aangaande de zin van het persoonlijke bestaan” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 24.
De christenen moeten zo handelen dat de volle waarde van de godsdienstige dimensie van de cultuur zichtbaar wordt. Dit is een zeer belangrijke en dringende opdracht met het oog op de kwaliteit van het menselijke leven op het individuele en sociale niveau. De vraag die voortkomt uit het mysterie van het leven en die verwijst naar het grootste mysterie, het mysterie van God, staat in feite in het centrum van elke cultuur; als deze vraag wordt geëlimineerd, worden de cultuur en het morele leven van de naties aangetast H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 24. De authentieke godsdienstige dimensie is een essentieel deel van de mens die hem toelaat om zijn diverse activiteiten open te stellen voor de horizon waarin zij betekenis en richting vinden. Menselijke godsdienstigheid of spiritualiteit manifesteert zich in de vormen van de cultuur waaraan zij levenskracht en inspiratie verleent. De talloze kunstwerken van alle tijden getuigen hiervan. Wanneer de godsdienstige dimensie van een persoon of van een volk geloochend wordt, begint de cultuur zelf af te sterven om soms zelfs totaal te verdwijnen.

In de bevordering van een authentieke cultuur moeten de leken een groot belang hechten aan de massamedia, door bovenal de inhouden van de talloze keuzes die de mens maakt, kritisch te evalueren. Deze keuzes, die variëren van groep tot groep en van individu tot individu, hebben allemaal een morele draagwijdte en moeten in het licht daarvan beoordeeld worden. Voor het juiste gebruik moet men de zedelijke normen kennen en die op het terrein trouw in toepassing brengen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 4. De Kerk biedt een lange traditie van wijsheid aan, geworteld in de goddelijke openbaring en menselijke reflectie Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de verhouding van Geloof en Rede, Fides et Ratio (14 sept 1998), 36-45. t.m. 48, waarvan de theologische oriëntatie een belangrijke correctie biedt op zowel de “‘atheïstische’ oplossing, die de mens berooft van één van zijn fundamentele aspecten, het geestelijke, als tegenover de permissieve en consumptistische oplossingen, die er onder verschillende voorwendsels naar streven hem te overtuigen van zijn onafhankelijkheid van iedere wet en van God” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 55. Veeleer dan het beoordelen van de media, staat deze traditie hiervan ten dienste: “de cultuur van wijsheid van de Kerk kan de mediacultuur van informatie behoeden voor het verworden tot een betekenisloze accumulatie van feiten” H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Boodschap voor de XXXIIIste Wereldcommunicatiedag 1999, Massamedia: een vriendschappelijke metgezel voor wie de Vader zoekt (24 jan 1999), 3.

De lekengelovigen moeten de media zien als mogelijke en krachtige instrumenten voor solidariteit: “de menselijke solidariteit wordt bevorderd door waarheidsgetrouwe en juiste communicatie, door het vrije verkeer van ideeën, die de kennis en de eerbied voor de anderen gunstig beïnvloeden” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2495. Dit is niet het geval wanneer de media gebruikt worden om economische systemen die ten dienste staan van hebzucht en begerigheid, in het leven te roepen en te ondersteunen. Wanneer men geconfronteerd wordt met ernstig onrecht, dan weerspiegelt de beslissing om volledig bepaalde aspecten van menselijk lijden te negeren, een onverdedigbare selectiviteit Vgl. Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Wereld Communicatie Dag, Jubileum van de Journalisten tijdens het Heilig Jaar 2000, Ethiek in de communicatie (4 juni 2000). Communicatiestructuren en politiek, en de spreiding van technologie, zijn factoren die ertoe bijdragen dat sommige mensen “rijk aan informatie” en anderen “arm aan informatie” worden, in een tijd waarin voorspoed en zelfs overleving afhangen van informatie. Op die manier dragen media dikwijls bij tot onrechtvaardigheden en onevenwicht die zelf aanleiding geven tot het lijden waarover zij vervolgens verslag uitbrengen. Communicatie- en informatietechnologie, evenals de vorming om ze te gebruiken, moeten gericht zijn op het elimineren van dergelijke onrechtvaardigheden en onevenwichten.
Deskundigen in het domein van de media zijn niet de enigen met ethische plichten. De gebruikers van de media hebben ook verplichtingen. Mediaoperatoren die trachten hun verantwoordelijkheid op te nemen, verdienen een publiek dat zich bewust is van zijn eigen verantwoordelijkheden. De eerste plicht van mediagebruikers is te onderscheiden en te selecteren. De ouders, de gezinnen en de Kerk hebben specifieke verantwoordelijkheden waaraan zij niet mogen verzaken. Aan hen die op verschillende manieren werkzaam zijn in het domein van de sociale communicatie, weerklinkt klaar en duidelijk de waarschuwing van de heilige Paulus: “Daarom, doe de leugen weg; iedereen moet tegen zijn naaste de waarheid spreken, want wij zijn elkaars ledematen (...) Laat geen enkel slecht woord over uw lippen komen, maar spreek een goed woord, opbouwend, waar het nodig is, tot zegen voor de hoorders” (Ef. 4, 25.29). De dienst aan de persoon door het opbouwen van een menselijke gemeenschap gebaseerd op solidariteit, rechtvaardigheid en liefde, en de verspreiding van de waarheid omtrent het menselijke leven en zijn uiteindelijke voltooiing in God, behoort tot het hart van de ethiek in de media Vgl. Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Wereld Communicatie Dag, Jubileum van de Journalisten tijdens het Heilig Jaar 2000, Ethiek in de communicatie (4 juni 2000), 33. In het licht van het geloof kan menselijke communicatie gezien worden als een tocht van Babel naar Pinksteren, of eerder als het engagement, persoonlijk en sociaal, om de verwarring in de taal Vgl. Gen. 11, 4-8 te overwinnen door de mens open te stellen voor de gave van de talen Vgl. Hand. 2, 5-11 , voor communicatie die hersteld is door de kracht van de Geest, gezonden door de Zoon.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 5 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam