• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De sociale leer van de Kerk benadrukt het moreel aspect van de economie. Paus Pius XI spreekt in een passage van de encycliek Paus Pius XI - Encycliek
Quadragesimo Anno
Over de aanpassing van de sociale orde
(15 mei 1931)
over de relatie tussen de economie en de moraal. "Want hoewel economie en zedelijkheid ieder op haar gebied haar eigen beginselen volgen, toch is het een dwaling te beweren, dat de economische en morele orde zover uit elkaar liggen en zo vreemd aan elkaar zijn, dat de eerste in geen enkel opzicht van de laatste afhankelijk is. Zeker: de zogenaamde economische wetten, die voortvloeien zowel uit de natuur der dingen zelf als uit de aard van 's mensen lichaam en ziel, bepalen ongetwijfeld, wat de menselijke activiteit op economisch terrein niet als doel kan nastreven, wat daarentegen wel en met welke middelen; maar de rede toont ons uit het wezen der dingen en uit de individuele en sociale natuur van de mens duidelijk het doel aan, dat God als Schepper aan heel de economische orde gesteld heeft. Er is echter maar één zedenwet; en gelijk zij ons voorschrijft, bij al ons doen en laten ons laatste en hoogste doel na te streven, zo legt zij ons ook op, bij elke handeling in het bijzonder zonder omwegen ons te richten op het eigen doel van die handelingen, waarvan wij weten, dat het door de natuur of liever door God, de Oorsprong der natuur, in die bepaalde orde van zaken is vastgesteld, en deze bijzondere doeleinden moeten wij dan aan het hoogste doel ondergeschikt maken" Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931), 43.

De relatie tussen moraal en economie is noodzakelijk en intrinsiek: economische activiteit en moreel gedrag zijn ten diepste met elkaar verbonden. Het noodzakelijke onderscheid tussen moraal en economie houdt geen scheiding tussen beide domeinen in maar integendeel een belangrijke wederkerigheid. Net zoals men in het domein van de moraal rekening moet houden met de redenen en vereisten van de economie, zo moet men ook in het domein van de economie open staan voor de eisen van de moraal: "Ook in het sociaal-economische leven dienen de waarde van de menselijke persoon, zijn onverkorte roeping en het welzijn van de gehele maatschappij gehonoreerd en bevorderd te worden. Want de mens is de ontwerper, het centrum en het doel van het gehele sociaal-economische leven" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 63. Het geven van het juiste en nodige gewicht aan de specifieke redenen van de economie betekent niet dat men elke beschouwing van meta-economische orde als irrationeel verwerpt, juist omdat het doel van de economie niet wordt gevonden in de economie zelf, maar veeleer in haar menselijke en sociale bestemming Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2426. De economie heeft inderdaad niet als doel, zowel op het wetenschappelijke als op het praktische niveau, om de realisatie van de mens of van een goede convivialiteit te verzekeren. Haar taak is veeleer partieel: de productie, distributie en consumptie van materiële goederen en diensten.

De morele dimensie van de economie toont dat de economische doelmatigheid en de bevordering van de menselijke ontwikkeling in solidariteit geen twee gescheiden of alternatieve doelstellingen zijn maar dat beide één ondeelbaar doel uitmaken. De moraal, die een noodzakelijk deel is van het economische leven, is niet tegengesteld aan of staat niet neutraal tegenover het economische leven: indien ze geïnspireerd is door rechtvaardigheid en solidariteit, vertegenwoordigt ze een factor van sociale doelmatigheid binnen de economie zelf. De productie van goederen is een plicht die op een doelmatige manier moet worden vervuld omdat anders goederen worden verspild. Anderzijds zou het niet aanvaardbaar zijn om economische groei te bewerkstelligen ten koste van menselijke wezens, ganse volken of sociale groepen, door hen te veroordelen tot gebrek en uitsluiting. De toename van welvaart, zichtbaar in de beschikbaarheid van goederen en diensten, en de morele eisen van een billijke distributie ervan, moeten mens en maatschappij als geheel inspireren tot het beoefenen van de fundamentele deugd van solidariteit Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 40
, om zo in een geest van rechtvaardigheid en naastenliefde die "zondige structuren" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 36
te bestrijden, waar deze ook te vinden zijn, die armoede, onderontwikkeling en verval veroorzaken en bestendigen. Deze structuren worden in het leven geroepen en onderhouden door talrijke concrete daden van menselijk egoïsme.

Wil de economische activiteit een moreel karakter bezitten, dan moet zij gedragen worden door alle mensen en door alle volken. Iedereen heeft het recht deel te nemen aan het economische leven en, elk naar eigen vermogen, bij te dragen tot de vooruitgang van zijn eigen land en van de ganse mensenfamilie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 65. Indien tot op zekere hoogte iedereen verantwoordelijk is voor elkaar, dan heeft elke persoon de plicht om zich in te zetten voor de economische ontwikkeling van allen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 32
. Dit is een plicht van solidariteit en rechtvaardigheid, maar het is ook de beste weg om de ganse mensheid te laten vooruitgaan. Indien de economie moreel wordt beleefd, is zij bijgevolg een wederzijdse dienst, via de productie van goederen en diensten, nuttig voor de groei van elke menselijke persoon, en wordt zij een gelegenheid voor elk individu om solidariteit te belichamen en de roeping om met andere mensen "gemeenschap te vormen. Daarvoor heeft God hem geschapen" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 41. De inspanning om sociale en economische projecten in het leven te roepen en uit te voeren die kunnen bijdragen tot een meer billijke samenleving en een meer menselijke wereld, vormt een moeilijke uitdaging maar eveneens een stimulerende plicht voor allen die werken in de economische sector en voor de specialisten in de economische wetenschappen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Wereldvredeszondag 2000, Vrede op aarde (8 dec 1999), 15-16. AAS 92 (2000), 366-367

De economie heeft als object de ontwikkeling van welvaart en haar progressieve groei, niet enkel in kwantitatieve maar ook in kwalitatieve zin; dit is moreel goed indien het gericht is op de algehele ontwikkeling van de mens in solidariteit en van de maatschappij waarin mensen leven en werken. Ontwikkeling kan immers niet worden beperkt tot een louter proces van opeenhoping van goederen en diensten. Integendeel, opeenhoping van goederen op zichzelf, zelfs indien dit zou gebeuren met het oog op het algemeen welzijn, is geen voldoende voorwaarde om authentiek menselijk geluk te realiseren. In die zin waarschuwt het sociaal magisterium van de Kerk tegen het bedrog dat schuilt in een louter kwantitatieve ontwikkeling, omdat "die overontwikkeling, welke bestaat in een overmatig beschikbaar zijn van alle soorten materiële goederen ten gunste van sommige maatschappelijke lagen (...) de mens namelijk gemakkelijk tot slaaf van het 'bezit' en van het onmiddellijke genot (maakt) (...) Dat is de zogenaamde 'consumptiebeschaving' of het 'consumptisme'" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 28
.

In het perspectief van een integrale en solidaire ontwikkeling is het mogelijk om te komen tot een juiste waardering van de morele evaluatie die de sociale leer van de Kerk biedt met betrekking tot de markteconomie of, simpeler uitgedrukt, de vrije economie: "Als men met 'kapitalisme' een economisch systeem aanduidt dat de fundamentele en positieve rol erkent van de onderneming, van de markt, van de privé-eigendom en van de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid voor de productiemiddelen, van de vrije menselijke creativiteit op economisch gebied, dan is het antwoord zeker positief, al zou men misschien geschikter van de 'economie van de onderneming' of van 'markteconomie' of eenvoudig van 'vrije economie' kunnen spreken. Maar als men met 'kapitalisme' een systeem bedoelt waarin de vrijheid in de sector van de economie niet geplaatst is in een stevig juridisch kader, dat haar ten dienste van de integrale menselijke vrijheid stelt en haar beschouwt als een afzonderlijke dimensie van deze vrijheid waarvan het centrum ethisch en godsdienstig is, dan is het antwoord beslist negatief" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 42. Op die manier wordt een christelijk perspectief gedefinieerd in verband met de sociale en politieke voorwaarden van de economische activiteit: niet enkel haar normen maar ook haar morele kwaliteit en haar betekenis.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 5 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam