• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In het Oude Testament stelt men een dubbele houding tegenover economische goederen en rijkdom vast. Aan de ene kant is er sprake van een positieve houding tegenover de beschikbaarheid van materiële goederen die als noodzakelijk voor het leven worden beschouwd. Soms wordt overvloed - niet rijkdom of luxe - aangezien als een zegen van God. In de wijsheidsliteratuur wordt de armoede beschreven als een negatief gevolg van luiheid en een gebrek aan ijver Vgl. Spr. 10, 4 , maar ook als een natuurlijk feit Vgl. Spr. 22, 2 . Aan de andere kant worden niet de economische goederen en de rijkdom op zich maar een verkeerd gebruik ervan veroordeeld. De profetische traditie stigmatiseert bedrog, woeker, uitbuiting en grove onrechtvaardigheid, in het bijzonder tegen armen Vgl. Jes. 58, 3-11 Vgl. Jer. 7, 4-7 Vgl. Hos. 4, 1-2 Vgl. Am. 2, 6-7 Vgl. Mi. 2, 1-2 . Hoewel zij tegen de armoede van onderdrukten, de zwakken en de behoeftigen als tegen een kwaad aankijkt, ziet deze traditie in de armoedige toestand ook een symbool van de menselijke situatie voor God, van wie alle goeds komt, als een gave die moet worden beheerd en uitgedeeld.
Zij die hun eigen armoede voor God erkennen, ongeacht hun levenssituatie, krijgen bijzondere aandacht van God: wanneer de arme zoekt, antwoordt de Heer; wanneer hij roept, luistert Hij. De goddelijke beloften zijn gericht aan de armen: zij zullen de erfgenamen zijn van het verbond tussen God en zijn volk. De reddende tussenkomst van God zal door een nieuwe David worden gerealiseerd Vgl. Ez. 34, 22-31 die zoals koning David - en meer dan hem - de verdediger zal zijn van de armen en de begunstiger van de rechtvaardigheid; hij zal een nieuw verbond sluiten en zal een nieuwe wet griffen in de harten van de gelovigen Vgl. Jer. 31, 31-34 .

Wanneer ze vanuit een religieuze houding gezocht of aanvaard wordt, opent de armoede de weg voor de erkenning en de aanvaarding van de orde van de schepping. In dit perspectief is de "rijke man" hij die eerder vertrouwt op zijn bezittingen dan op God; het is de mens die zichzelf sterk maakt door de werken van zijn eigen handen en die alleen vertrouwt op zijn eigen kracht. Armoede krijgt het statuut van een morele waarde wanneer zij zich manifesteert als een houding van nederige dienstbaarheid en van een opening naar God toe, van een vertrouwen in Hem. Deze attitude maakt het voor mensen mogelijk om de relativiteit van economische goederen in te zien en om deze te behandelen als gaven van God die moet worden beheerd en gedeeld, omdat God de eerste eigenaar is van alle goederen.

Jezus herneemt de ganse oudtestamentische traditie, zelfs in verband met de economische goederen, rijkdom en armoede, door hen definitief en volledig te verhelderen Vgl. Mt. 6, 24 Vgl. Mt. 13, 22 Vgl. Lc. 6, 20-24 Vgl. Lc. 12, 15-21 Vgl. Rom. 14, 6-8 Vgl. 1 Tim. 4, 4 . Door de gave van zijn Geest en de bekering van de harten vestigt hij het "koninkrijk Gods" om zo een nieuw gemeenschapsleven in rechtvaardigheid mogelijk te maken, in broederlijkheid, solidariteit en delen. Het koninkrijk ingesteld door Christus perfectioneert de oorspronkelijke goedheid van de schepping en de menselijke activiteit die beide gecompromitteerd waren door de zonde. Bevrijd van het kwaad en opnieuw in gemeenschap geplaatst met God, is de mens in staat om met behulp van de Geest het werk van Jezus verder te zetten: recht doen aan de armen, de onderdrukten bevrijden, de bedroefden troosten, actief zoeken naar een nieuwe sociale orde die geschikte oplossingen biedt voor de materiële armoede en die beter de krachten kan indijken die de pogingen van de zwaksten om zich uit hun bestaan van ellende en slavernij los te worstelen dwarsbomen. Wanneer dit gebeurt, is het koninkrijk Gods, hoewel niet van deze aarde, reeds aanwezig op deze aarde. In dit koninkrijk worden de beloften van de profeten definitief vervuld.

In het licht van de Openbaring moet de economische activiteit worden beschouwd en ondernomen als een dankbaar antwoord op de roeping die God voor elke persoon heeft voorbehouden. De mens is in de tuin geplaatst om hem te bewerken en te beheren binnen welomlijnde grenzen Vgl. Gen. 2, 16-17 met de opdracht om hem te vervolmaken Vgl. Gen. 1, 26-30 Vgl. Gen. 2, 15-16 Vgl. Wijsh. 9, 2-3 . Door te getuigen van de grootheid en de goedheid van de Schepper, beweegt de mens zich naar de volheid van de vrijheid waartoe God hem roept. Een goed beheer van de ontvangen gaven, en ook van de materiële gaven, is een werk van rechtvaardigheid tegenover zichzelf en tegenover de andere mensen. Wat men heeft ontvangen, moet goed worden gebruikt, bewaard, vermeerderd, zoals de parabel van de talenten suggereert Vgl. Mt. 25, 14-30 Vgl. Lc. 19, 12-27 .

Economische activiteit en materiële vooruitgang moeten ten dienste gesteld worden van mens en maatschappij. Indien men zich er met het geloof, de hoop en de liefde van Christus' leerlingen aan toewijdt, kunnen de economie en de vooruitgang ook worden gemaakt tot plaatsen van redding en heiliging. Ook in deze domeinen is het mogelijk om een meer dan louter menselijke liefde en solidariteit uit te drukken en om bij te dragen tot de groei van een nieuwe mensheid die anticipeert op de wereld die komen zal Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 25-27. Jezus vat de ganse Openbaring samen door aan de gelovige te vragen zich voor God te verrijken Vgl. Lc. 12, 21 . Ook de economie is nuttig om dit doel te bereiken, met name wanneer ze haar functie als instrument ten dienste van de globale groei van de mens en de maatschappij en ten dienste van de menselijke kwaliteit van het leven niet verraadt.

Geloof in Jezus Christus maakt het mogelijk om sociale ontwikkeling juist in te schatten, in het raam van een integraal en solidair humanisme. In dit verband is de bijdrage tot de theologische reflectie van het sociaal magisterium van de Kerk bijzonder nuttig: "Het geloof in Christus de Verlosser, dat van binnen uit de aard van de ontwikkeling verlicht, geeft ook leiding in de taak van samenwerking. In de brief van Sint-Paulus aan de Christenen van Kolosse lezen wij dat Christus 'de eerstgeborene van heel de schepping' is en dat 'het heelal is geschapen door Hem en voor Hem' (Kol. 1, 15-16). Alles bestaat dan ook in Hem, 'want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid om door Hem het heelal met zich te verzoenen' (Kol. 1, 20). In dit goddelijke plan dat vanaf de eeuwigheid aanvangt in Christus, volmaakt 'beeld' van de Vader, en dat zijn hoogtepunt vindt in Hem, 'de eerste die van de dood is opgestaan' (Kol. 1, 15-18), voegt zich onze geschiedenis, die getekend is door onze persoonlijke en collectieve inspanning om de menselijke conditie te verheffen en de hindernissen die voortdurend opduiken op onze weg, te overwinnen waardoor wij ons gereed maken om deel te hebben aan de volheid die 'woont in de Heer' en die Hij meedeelt aan zijn 'Lichaam dat de Kerk is' (Kol. 1, 18) Vgl. Ef. 1, 22-23 , terwijl de zonde, die ons altijd belaagt en onze menselijke verrichtingen in gevaar brengt, overwonnen en vrijgekocht is door de 'verzoening' die Christus bewerkt heeft Vgl. Kol. 1, 20 " H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 31
.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 5 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam